Kleine tuinman

Broek op halfzeven,
licht gebogen tuinman,
jonge pake in de dahlia’s;

ik beschouw je nieuwe handen,
tuinman, die net nog
harken waren, van dichtbij,

driftig op zoek naar een vertraagd want
aangeschoten lieveheersbeestje
(nu al liever dan een pissebed).

De natuur en jij tuinman,
lief gestreken door een
nevelige zon die niet zo zeker is;

mijn ogen strelen je rug
en het verre onweer
houd ik met hetzelfde gemak
als waarmee ik kastanjes vel,
met mijn handen tegen.

Jij kijkt op en om en weer op
en peilt mij met begrip
en verder ga je, tuinman,
de aarde zwelgt mijn zorgen.