Heerlijk, een concert dat nog geen uur duurt. We luisteren naar muziek van J. S. Bach en G. F. Händel (in het programma ook Handel en Hendel genoemd). Elf sponsoren maken deze avond mogelijk. Zoals bij veel vermaak is het voorspel van belang. Dat begint buiten op straat al met schitterende fotografie over het onderwerp ‘queer’, een visuele liefdesbrief aan de veerkracht van queer mensen. Niets verbloemend, informatief, duidelijk en vaak vrolijk. Voordat we naar binnen mogen voedert een senior enkele ongeduldige doffers en duivinnen die tegenwicht bieden aan jonge brutale kraaien.
Binnen staan de blauwe stoelen klaar. Organist Bronda warmt ons op met muziek van Bach op de grand-old lady, de majestueuze Schnitger. Behandel haar voorzichtig jongen, houd haar heel, denk ik nog. Er volgt aarzelend applaus. Dat is de makke van klassieke muziek, je weet nooit wanneer je mag applaudisseren, je zou de concentratie eens verstoren. In de kerk worden we enkele eeuwen teruggeworpen. Het contrast met buiten is immens. 
We luisteren met veel genoegen naar countertenor Van Laar. Ik neem me voor hem niet te vergelijken met Andreas Scholl. Van Laar stelt niet teleur, wow, wat een zanger zeg. Misschien soms nog wat te ingehouden? De bijgeleverde teksten leiden wat af. Waarom zou je het Italiaanse ‘Ma dove andrò? (‘Maar waar zal ik <naartoe> gaan?’) vertalen als ‘omdraaien, (af)buigen’, het Engelse ‘turn’? In het koor zien we één zanger (en niet de jongste van de groep) met een tablet i.p.v. de oude, stoffige multomap.
Luisteraars die op tekstinhoud zijn gespitst hebben een taai uurtje. Gek, een deel van de teksten is in het Engels, een ander deel in het Nederlands vertaald. De teksten verraden de herkomstregio. Het is al moord, doodslag en andere wreedheden wat de klok slaat. Je vraagt je af hoe lang het duurt voordat het LBE het aandurft eens wat te vloeken in de kerk en hedendaagse tekstschrijvers, nee ik zeg nog niet rappers, loslaat op de muziek van Händel. Welk effect zou dat, mits goed gesocialmediaad, op de publiekssamenstelling kunnen hebben?
Na de twee aria’s met Van Laar, het pièce de résistance: het mooie Dixit Dominus. Zo goed als onverstaanbaar maar des te prachtiger gezongen en gespeeld. De in antiek-zwart gestoken junioren van het Prins Claus Conservatorium schitteren als de door de raampjes kierende zon of de jurken vandaag op het Haagse bordes. Dirigent Bronda gesticuleert wat, maar of ze hem nodig hebben? En dan die (gaaap) teksten. Naast de gebruikelijke verdelgingen, verplette hoofden, vijanden die tot voetenbank worden gemaakt (!), deze keer wat soft porno (ex utero, ante luciferum, genui te). Ante luciferum, toe maar weer. Amen.