Maarten ’t Hart 19 ‘De vrouw bestaat niet’ (1982)

’t Hart wil feministische ideeën en overtuigingen toetsen aan zijn eigen ervaringen en inzichten. In ‘De vrouw bestaat niet’ relativeert ’t Hart het feminisme door fenomenen die het feminisme typeren te analyseren. Pippie Langkous, de koningin, Indira Ghandi, Krijnie Baks (de koningin van de straat). Margareth Thatcher: allen dominante vrouwen die sullige, trouwhartige, goedaardige mannen vaak de baas zijn. Jongens zijn in het onderwijs- en zorggebied vaak benadeeld tegenover gepriviligieerde vrouwen/meisjes, hoewel ze fysiek iets  sterker zijn. Dat niet alle feministen op ’t Harts boek, dat zes drukken scoorde in zes maanden, zaten te wachten moge duidelijk zijn.

’t Hart toont aan dat feministische auteurs, zonder uitzondering afkomstig uit de betere milieus, hun stelligheden (over huilgedrag, conditionering, rolpatronen, cultuur <-> natuur, opvoeding, jeugdliteratuur, enz.)  baseren op ongefundeerde en onbewezen aannames. Zijn tegenwerpingen zijn dan weer gestoeld op zijn privé-ervaringen, maar dan wel ondersteund door een keur aan literatuur.

’t Hart wijdt een hoofdstukje aan het fenomeen mannenhaat en vrouwelijke genieën, de boven- of ondervertegenwoordiging van vrouwen in literatuur, muziek, beeldende kunst. Vooral onder componisten zijn er weinig vrouwen tot de top doorgedrongen hoewel er veel vrouwelijke componisten zijn. Hetzelfde geldt voor koks: heel vel vrouwen koken maar sterrenkoks zijn bijna allen mannen.

Smakelijk verhaalt ’t Hart van ongelijke kansen tussen m/v in (zwaar lichamelijk) werk, militaire dienst, salariëring, seksisme op universiteiten. Voor een club biologen gaf ’t Hart voor ’t eerst een lezing met de naam ‘De vrouw bestaat niet’, iets wat wel wat reuring veroorzaakte. Een heel hoofdstuk gaat over ‘De zwembadmentaliteit’ van Andreas Burnier en Anja Meulenbelts ‘De schaamte voorbij’ een boek dat ’t Hart vergelijkt met een boek van Henk van der Meyden: Privégeheimen. Ook interessant is het deel over feminisme als religie, beide met de drang tot zending en missie.

Heel persoonlijk wordt het wanneer ’t Hart schrijft dat hij vanaf zijn achtste heeft gehunkerd naar geslachtsverandering, maar dat hij dat door te schrijven op de achtergrond heeft weten te dringen.