Sleen

De mooiste Drentse brink, met dertig eiken,
of zelfs nog meer, ik weet het niet precies.
Er is geen dorp dat zich met jou laat vergelijken;
jouw bakker bakt de lekkerste biscuits.

O Sleen, de fraaiste dames draven langs
je straten, stegen, via Pieters Pad;
ik zie ze wuiven, lachen, eersterangs!
en werk weer verder aan mijn tafelblad.

Maar Sleen, al ben je bakermat van Bartje,
al koop je hier nog waterijs per kwartje,
je hebt één nadeel, zeg ik heel riskant;

in dit wonderschone Drentse zandland,
met de allerhoogste spitse toren,
kan men de Friese taal te weinig horen.