Een mooi dorpsverhaal, met wat ’t Hartiaanse humor, om de bladzijde een kat naar de katholieken, ouderemannengeilheid en zelfs brute seks. In het dorp Monward maakt Molly een schilderij van De Bioloog. Hij poseert naakt als Lotte langskomt. Zij wil een fotoboek maken van 200 dorpsgenoten. Allerlei typische dorpsfiguren komen voorbij. Een aantrekkelijk predikantje, een kapster/kapper met Somalische roots, een gravin en haar man (bij wie de bioloog een scheltopoesik vangt), enz. Gravins echtgenoot krijgt wanen, hij meent dat zijn kinderen niet door hem maar door andere mannen zijn verwekt. Gravin stort haar hart uit bij De Bioloog.
Dit probleem wordt via de broer van de Graaf opgelost, hij laat DNA-tests maken. Naast DNA komen er meer moderniteiten voor: ’t Hart gebruikt een e-mailadres, er zijn zonnepanelen en Viagra, guldens zijn Euro’s geworden, Easy jet en andere vliegers verstoren de nachtelijke rust en het is het jaar van de GKZ en later de vogelpest die leidt tot het op grote schaal ruimen van vee en vogels, een werkwoord dat met afkeuring wordt gebruikt.
Het fotoboek met 200 dorpsbewoners is af en de fotograaf en de hoofdpersoon (die het voorwoord schreef) signeren. Er wordt flink geroddeld over de afgebeelden en degenen dier er niet in staan. Na enige tijd beklaagt Taeke Gras (een Fries die ook Friese woorden gebruikt, soms middenin een zin) zich bij De Bioloog erover dat er inmiddels al tien van de gefotografeerde zijn overleden. Dit leidt alom tot speculatie. De tien worden 18 en De Bioloog besluit naar het dorp te gaan waar de fotografe eerder een boek met portretten maakte. Ook daar veel overledenen. De fotografe zelf is even van de radar verdwenen, misschien naar Indonesië?
Ook is er een expositie van Molly die oudere mannen schilderde. Het portret van De Bioloog werd gelijk verkocht. Als er 48 gefotografeerden dood zijn wordt er een bijeenkomst georganiseerd voor de nog levenden.
Tussen de bijbel- en psalmcitaten door beschrijft ’t Hart enkele bijnadoodervaringen: één keer duvelt De Bioloog van de ladder met een kettingzaag in zijn handen die net naast ‘m terechtkomt en één keer rijdt hij met een taxichauffeur die een soort Russische roulette speelt met zijn taxi en zijn gast voorstelt mee te gaan spookrijden. Als de vogelpest om zich heen slaat biedt De Bioloog onderdak aan aan ganzen en een ooievaar. Ondertussen ontstaat het idee dat de fotografe samenspant met de plaatselijke nagelstyliste en dat partners van gefotografeerden worden gechanteerd