Ach ja, die dag des heren

Mijn liefde voor zingen, gluren naar Matsje met het veel te korte gebreide truitje en mijn compulsief-obsessieve  neiging orgelpijpen te willen tellen heb ik overgehouden aan kerkbezoek in mijn jeugd. En sjaa, dat geneuzel over het paradijs, water in wijn veranderen en dat constante afgeven op concurrerende godsdiensten met in Italiaanse superpaleizen met vloerverwarming wonende halve zolen in soepjurken die denken de opvolger van god te zijn, nam ik voor lief. Wij dorpskinderen hoorden op school al elke dag dat de roomsen lak hadden aan de bijbel en dat de kerken aardig waren opgeknapt toen de ordinaire kermis- en woonwageninterieurs met goddeloze afbeeldingen van hen die geen afbeelding nodig hadden, werden ingeruild voor strak wit stucwerk van stucadoorsbedrijf Prins & zns uit Rinsumageest. Wij kregen speciale zondagse kleren die we gedurende een jaar of twee mochten dragen en daarna, toen ze veel te kort waren voor onze snel groeiende lijven tot doordeweekse kledij werden opgewaardeerd. Godver, wat zat ik ’s zondags graag naast mem en heit en hen die met mij heit een supergrote fiscale kinderaftrek bezorgden. Heit had een stem die verrekte goed uitkwam bij de lijzige psalmen en gezangen en mem had een sopraan die nooit wiebelde. Het begeleidende orgel was als een fenomenaal orkest. En tussen het zingen door zag je iedereen wat knikkebollend wegdutten. Dat was voor mij de tijd om Matsje te bekijken, die schuin tegenover ons zat en soms tergend lang bezig was om met haar roze tong een niet bestaand vleesdraadje tussen haar voortanden weg te peuteren, terwijl ze als een zwoele Dolly Dot avant la lettre mij fixeerde door de rose bh-bandjes te herschikken. Aan mijn glunderende kop te zien, zullen heit en mem lang hebben gedacht dat ik het in de kerk reuze naar de zin had en dat ik dominee Breeuwsma’s woorden opzoog als kleenextissues spermasporen, terwijl ik in gedachten met niets anders bezig was dan dat lastige elastiek in Matsjes slipje, dat toen nog onderbroek heette. Op schemeravonden aan het Kerkhoflaantje na de catechisatie werd ik ingewijd. Ik luisterde naar de verzonnen woordjes die ze in mijn oren fluisterde. Heerlijk die dag des heren, moesten ze weer uitvinden…