Ganzenreizen

Ganzenlijven zitten ingewikkeld in elkaar met die knokige, grof scharnierende vleugels, die, uitgeslagen en klaar voor een vlucht lawaai maken als oude duiven met hernia. Ingeklapt vormen de vleugels een gestroomlijnd, bijna kierloos, geheel met het ganzenlijf. Jaarlijks bivakkeren meer dan 100.000 kol- riet- en toendraganzen in de blokvormige plassen zuidelijk van Zwartemeer en parallel aan de Nederlands-Duitse grens. Dit is altijd al een gastvrije regio geweest. Vanuit de Baltische staten en Siberië strijken ze in Zuid-Drenthe neer. Bij het krieken slaan ze de vleugels uit en gaan met een indrukwekkend lawaai van het geklapwiek dat vergeleken met het gakken nog stilletjes is, zuidwaarts. Bij al onze wandelingen zag ik nooit een wandelaar die bij dit natuurtheater doorliep.

Terwijl je komt aanlopen tussen zeven en acht voel je de spanning als bij een B-film met Huub Stapel: je kent de sleetse acteur, je weet wat gaat komen, maar wanneer precies? Je hoort het gegak dat aanzwelt als tromgeroffel voor een circusact. In de achtergrond knipperende rode lichten bovenin windmolens, niet bedoeld om mensen aan te trekken maar om piloten, zwanen en ganzen te waarschuwen: kom niet te dichtbij! In gedachten hoor je de hese stem van David Attenborough die fluisterend commentaar geeft als Betty Stöve bij tenniswedstrijden. Dan de ontlading. Honderden ganzen stijgen op en zoeken, lawaai makend als republikeinen bij verkiezingsbijeenkomsten in swingstates, in een formatie de zuidroute. Eerst wat onwennig maar allengs vlotter zie je ze, cirkelend op thermiek, ontspannen wegzeilen. In-druk-wek-kend. Mag-ni-fiek.

(afgebeeld: vliegend toendragans; en kolgans; film van Ted Schilder)