3 MEI Dat Bologna beroemd is vanwege de arcades in de centrumstraten maken we mee, bijna vier km portieken, ideaal voor daklozen. Overal schaduw en de kans op straat te lunchen. We zijn zeer onder de indruk. Anders dan in het door de maffia beheerste Palermo hier weinig betonrot en schone straten. Door een opening in een muur, de Finestrelle di Via Piella, zien we een kanaaltje tussen de rode gebouwen. De twee beeldbepalende middeleeuwse torens Le due Torri hebben over de hele oppervlakte openingen, ideaal voor nestelende duiven.
4 MEI Parma barst net als Bologna van de middeleeuwse (religieuze) bouwwerken. Een prachtig stadscentrum met mooie pleintjes. Bijna elke Italiaan de ik even aanschiet wil zijn Engels praktiseren. Toch lukt het me enkele kleine gesprekjes te voeren: met twee oude dames over een doorkijkje, met enkele mannen op straat die ik vraag naar de op vliegopeningen lijkende gaten in middeleeuws metselwerk en met de hotelmevrouw over twee soorten stekkers. Mijn Italiaans is harkerig maar iedereen begrijpt me. De politie werft nieuw personeel. Een vette Lambo trekt jongeren.
5 MEI Een dagje Modena tussendoor vanuit Parma. Het mag de stad van de Ferrari zijn, maar geen enkele gezien. Mijn boek interesseert me minder dan mijn cursus Italiaans. Een Amerikaanse op het terras herkent het verslavende aspect van DuoLingo. Parma is de stad van Verdi. Modena van Pavarotti. Bij het station een buste van een hoge politieman die werd omgelegd door de maffia.
6 MEI Veel zon en weinig regen maakt de Povlakte een vruchtbaar gebied. Vandaag voor het eerst een dag met regen. We treinen van Parma via Bologna naar Ravenna. In de mozaïekstad lopen bijzonder veel schoolklassen, ik tel op een dag bijna 70. Tableaus maken van fijngeslagen stukjes glas lijkt in vroeger tijden tijdrovender geweest te zijn dan nu. Morgen kom ik hiervan terug.
7 MEI Middeleeuwse en hedendaagse mozaïeken gezien: indrukwekkend. Als ik eens de Corriere delle Sera-app open, valt mijn kennis van het Italiaans me nog smerig tegen. Ja, ik zie dat Rubio bij de paus is geweest en 40 minuten moest wachten. Dat Berlijn graag autovrij wil worden. Dat Nobelprijswinnaar Coetzee het verdomt naar Israël te reizen vanwege de moorddadige aanpak van de Palestijnen, of las ik dit ergens anders?
8 MEI Nog niet op Ravenna uitgekeken vertrekken we naar Ferrara, weer een gouden greep. Prachtig centrum, leuke terrassen op pleinen en een joekel van een kasteel. We denken vaak na over de klerikale middeleeuwse pracht en praal van de Italiaanse steden. In gedachten maken we vergelijkingen met steden in Nederland: Maastricht, Nijmegen. Leiden, 010, 020, Groningen, de Elf. De treinen zitten overvol met aan obesitas lijdende Amerikanen op weg naar Venezia. Lezen ze La Repubblica dan niet die meldt dat er vanwege de mogelijke aanwezigheid van Israël een 24-uurs staking is? Een artikel over een smartphone-vrije school in Ierland is net te doen.
9 MEI Ferrara wordt gedomineerd door een supergroot kasteel, Castello Estense, in het centrum. Ons lokt een expo van Gianfranco Goberti. Kasteel en kunst vallen niet tegen. ’s Middags zijn er op het zonovergoten plein vendelzwaaiers, trommelaars, en een middeleeuwse optocht. Morgen naar Padova.


1 MEI we nemen een ongewone afslag. Niet de snelweg richting Assen in onze deel-Clio maar wandelend naar het hoofdstation. Ons treinreisdoel vandaag is München via Utrecht en Keulen. Bijna tien uren treinen. Onderweg dompelt de nieuwste van Elif Shafak me onder in een ongekende wereld. Via de mail krijg ik nog twee overlijdensberichten: oud-collega Jan V en neef Piet R zijn uit de tijd gekomen. Gemiddeld werden ze 83,5. Naast ons Amerikanen, patriotten. De aansluiting naar München, dat de Italianen Monaco noemen, redden we net. Het Münchener Hauptbahnhoff behoort tot de lelijkste die ik ken. ’s Avonds in de Altstadt zien we dat de 1-meidracht hier gelijk is aan die van de Oktoberfeste.
Drie weken de hort op, wat nemen we mee? Elk een koffer, ik een rugzakje erbij en vrouw I een tasje. Hoewel ik vaag droomde van licht reizen, valt dat tegen: mijn koffer is dik 9 kilo, mijn toilettas alleen al is 1,5. Met het oog op de vele geplande wandelingen krijgt mijn gevoelige knie die doet alsof hij 80-plus is, een halve meter bamboesteunkous die de verpakking uit China opgewekt Knee Brace noemt. Klinkt inderdaad beter. Heb nog geen hulp nodig om de brace aan te trekken. Morgen door Oostenrijk naar Bologna.
2 MEI het ontbijt is okee, uit een ooghoek zie ik champagne light, witte spumante. Ik weersta het. Zeven uren treinen door Oostenrijk. Weer een supersneltrein. Vrouw I doet aan Polar Steps. Andere benamingen voor Bologna: la Dotta, la Rossa, la Grassa, La Turrita (resp. de geleerde, rode, vette en getorende). Een prachtige stad. We zitten aan de Via dell’Indipendenza die naar het Piazza Maggiore loopt. Bomvol wandelende Bolognezen. Rijen voor ijsverkopers. Op het Piazza een Pro-Palestina-demonstratie. Verderop een goochelaar. Op een terras eten we tagliatelle met ragù alla bolognese. Niet verkeerd. We zien opvallend weinig fietsen.

ZONDAGMIDDAG Klassieke poëzie ontmoet, op ‘versmeltende verbinding’ jagend, rap en hiphop. Zondagmiddag om 15.00 uur zit het museumcafé ramvol. Dasha, Riley, Just Ron, Hiphoppers en rappers, hebben, daartoe aangestoken door Anne Boorsma, teksten van J. P. Rawie gebruikt voor hun taalspecialisme: met een zeker ritme, vaart, en dynamiek teksten, woorden, flarden via een microfoon versterkt en met vlotte bewegingen ten gehore brengen. De haperende geluidsinstallatie en een om de paar seconden piepend en krakend openende automatische buitendeur verbeelden de situatie van het GM: gastvrij op zijn zuinigst. Het overwegend seniore publiek is onder de indruk van deze ultieme verbindingspoging, L noemt het schattig. Het bijna feestvarken, Rawie wordt morgen 75, zit in zijn beste pak aan een lange tafel met officials alles bereidwillig, onverstoord en soms glimmend als een opgewreven goudreinet, aan te horen. Hij is zodanig onder de indruk dat hij vergeet een dankwoordje aan de performers uit te spreken.
WOENSDAG Met T gewandeld rond Gieten. Ouwe verhalen opgerakeld, elkaar bijna altijd gelijk gegeven, de boerderij van boerin Agnes voorbijgelopen, de merites van openbaar onderwijs, info over de paus en de verderfelijke rol van oorlogsmisdaden uitvoerende en goedpratende Amerika en Israël uitgewisseld en bijna geconcludeerd dat als je religies maar achter de (voor)deur houdt veel wereldproblemen zouden oplossen. Dat mijn fiere, vlotte, zekere, gezwinde pas allengs wat aan stabiliteit inboet zal aan de genen liggen en baart me zorgen maar neem ik voor lief.
VRIJDAG De Ruach-tentoonstelling in de A-kerk is als een boek van Buwalda, je moet moeite doen om waardering voor het werk te voelen. Ik zie bijzonder werk van Arno Kramer, lees in een bijschrift met een extreem hoog flauwekulgehalte dat het ongrijpbare wordt verbeeld. Sja. Toch kijk ik geboeid naar het werk dat van onheilspellend zwart met een perspectivistische lenigheid die doorgaans enkel aan verzonnen goden en drankorgels is voorbehouden via zwarte raven naar compulsief-obsessief kinderlijk getekende kleurige rondingen gaat boven eenvoudig getrokken lijnenwerk.
In mijn zevende, achtste Grootkoorconcert, met een programma dat met slechts twaalf nummers aan de karige kant is spatten mijn gedachten alle kanten op als zeepsopdruppels op een besmeurde stoep. Deze aflevering, met minimale deelname van mannen, komt niet in mijn top-III. Ik heb volop gelegenheid en tijd om wat weg te dromen. Toch hebben we heerlijk gezongen, begeleid door pianist Andy Booth en panfluitiste Carina Petersen; ik moet mijn opvattingen over dit instrument resetten: wow wat een aan virtuositeit grenzende musicista! En wat een jurk!
Dan twee nummers van A. L. Webber ‘Any dream will do’ en ‘Love changes everything’, beide nummers passen precies in mijn associatieve gedachtenwereld. Dromen, liefde, verlangen, passie, wat een contrast met wat ik zie: koude stenen muren, onbereikbare gewelfbogen, antieke kroonluchters, ongemakkelijke koorstoeltjes, vloerzerken met wie weet wat en wie in welke staat daaronder en minimale stadsgeluiden. Vanwege het ontbreken van organist Martin Mans, voor wie gek genoeg in orgelprovincie Groningen geen vervanger is gevonden, een extra pianosolo, in deze kerk bijna net zo weinig passend als zeepsopgedachten.
In de pauze vergapen we ons aan de imposante perfect geschilderde levensgrote bijbelse taferelen van 
08.30 Na vijf kwartieren DuoLingo Italiaans, op de 69e dag ook met leesopdrachtjes, stap ik naar buiten. In een uitbundige voorjaarszon. Mijn handen vol met afval voor de ondergrondse container en een nog lege boodschappentas groet ik A. Ze laat zich op een krukje voor d’r atelier koesteren door de zon. In de geveltuin van T doet de Wisteria haar best weer de meest gefotografeerde klimmer van Stad te worden. Ik denk nog wat na over het nieuws dat mijn leeftijdscategorie de meeste verkeersdoden oplevert.
Naar onze deelauto lopend zie ik een mevrouw met een aangelijnde hazewindhond. Fijne tante. Doorsnede Agnes Kant en Carola Schouten. Watergolven met een nauwelijks zichtbare paarse gloed op haar hoofdhuid, oorringen, rinkelend nepgoud onder de halfopen jas, guitige oogopslag, aangezette wimpers en gelnagels, ‘rosso pomodoro’, my favourite. ‘Lijkt veel op Siebelinks, god hebbe zijn ziel, hond Tikker,’ etaleer ik, naar haar hond wijzend, mijn literaire kennis in de aanloop naar een gesprek. ‘Ha, I know,’ antwoordt ze vlot, ‘hond dood, vrouw dood, misschien dat hij zich nog aan bijbelse sprookjes kan vastklampen, maar wat een schrijver!’ Met een geroutineerde handbeweging sluit ze op afstand haar KIA-picanto.
ZATERDAG De Italiaanse film La Grazia toont het lege, eenzame leven van il Presidente. Hij lijdt onder vermeend overspel van zijn overleden vrouw maar als hij er ultimamente achter komt dat zijn liefdesrivaal een vrouw is treedt ontspanning in. Leuke film. Thema’s euthanasie en gratieverzoeken spelen een grote rol. Vervreemdende elementen: een zwarte paus, een prominente rol voor rapmuziek, een robothond die voor de parade uit door de stad loopt. Voor beginnende studenten Italiaans una festa del linguaggio.
loco (V) haalt meer stemmen dan de lijsttrekker (M). Onze buurtvereniging wil redelijk zijn en blijven overleggen. We dienen een lijst met twintig vragen/bespreekpunten in voor het periodieke overleg. Verkeer, veiligheid, herstel Visserbrug, groen en beheer en het Museum aan de A. Vorige week hadden we onze vijfde (en laatste) buurtinloop met een 
VRIJDAG De 107-jarige voetbalvereniging krijgt een tentoonstelling in een dorpshuis ergens in Ommelaand. Je gaat kijken en ziet dat de laatste 50 jaar zijn overgeslagen. Er hangen foto’s van voetballers van andere clubs. Daar doet Kunstcentrum De Ploeg in Wehe den Hoorn me aan denken. Wel hedendaagse kunstenaars (met, zeker prachtig werk, o.a. van M. Buter, Oostwand Grote Markt vanuit reuzenradperspectief)) maar nietsnadaniente van huidige Ploegleden. Raar, toch? De psycholoog spreekt van passieve agressie.
ZATERDAG De laatste repetitie voor ons Grootkoorconcert. Groningen is de grootste deelnemer van het land met, schat ik 130 zangers. Het goede doel is De Zonnebloem.
We houden ons hart en de stangen vast als de watertaxi met 50km/u stuiterend botsend over de Nieuwe Maas jakkert. De kap’tein doet er een schepje bovenop als hij een bocht doet en de boot bijna water maakt. Lefgozer. Typisch Rotterdam? We overnachten op SS Rotterdam: 228 m, 41 m hoog, 28 m breed, 13 dekken. Vriend Jaap Meijer werkte ooit als 1e Werktuigbouwkundig ing. op deze schuit.
In 010 om je heen kijkend begrijp je wat het woord skyline betekent. Wereldstad. Manhattan aan de Maas. Kenmerkend: we zien een pilaar die een metrolijn annex viaduct schraagt. Hadden ze natuurlijk wit of grijs kunnen schilderen. Maar wat doen Aboutaleb en nu Schouten: stimuleren kunstenaars er een kleurrijk prachtexemplaar van te maken. 
Er zijn twee zwaarwegende redenen om het fotomuseum Rotterdam te bezoeken: het bestaat maar kort en nicht
Werk van Banksy hangt in Las Palmas. We verbazen ons over de anonieme (straat)kunstenaar (Robin Gunningham?) die met sjablonen humoristisch, opmerkelijk werk, vaak in de buitenlucht, maakt. Zijn belangrijkste werk werd geshredderd op het moment dat de veiling sloot. Zijn maatschappijkritische toon wordt niet door iedereen gepruimd, een werk waarbij een Engelse bepruikte rechter een demonstrant te lijf gaat werd snel verwijderd.
kankeren, praatjes maken, Deelder, snuiven, gentrificeren, optimisme, uithalen, Schouten, schoffelen en openstaan voor andere culturen. Museum Feniks belichaamt en verzinnebeeldt dit allemaal: 16.000 m² kunst, alles geënt op migratie: liefde, afscheid, familie, heimwee en geluk. De ruime placering van de objecten geeft een prettig gevoel. Je bent in een grote fabriekshal en steeds wordt je oog getrokken naar interessante, opgeblazen, bizarre, bijzondere objecten. Een grafkist in de vorm van een auto, een kunststoffen bus vol met reizigers, een abstracte Willem de Koning, een eens per half uur loeihard dichtslaand hek dat de muur doet afbrokkelen om de dichte grenzen en deuren die toch ooit eens neergaan te symboliseren, te veel om op te noemen. En wat een majesteitelijke trapconstructie met glimmend (om het half uur gepoetst, ja echt) staal en een met koffers volgepropte inmiddels iconische zaal.
DONDERDAG Dat Joe Speedboot voor Fransje de verlosser is kan je best zeggen. Na de in de eerste scene verbeelde suïcidepoging, Fransje ligt in hoog gras te wachten op de vlijmscherpe messen van de cyclomaaier, kan je met Joe’s bemoeienis spreken van Fransjes wederopstanding. Joe heeft oog voor Fransje ondanks zijn beperking, een dwarslaesie.
Krantrecensies spreken veel over de voice-over die al dan niet nut heeft, maar die vanwege het gebrek aan spraakvermogen van Fransje nodig is. Een van de mooiste scenes is de opwinding als blijkt dat het zelfgebouwde vliegtuigje kan vliegen. Misschien de allermooiste als Fransje, getraind in armpje drukken, de gekste kermissporters verslaat. Ook een schitterende, zachte seksscene is het herinneren waard. Misschien wat voorspelbaar, maar dat is dan ook mijn enige klacht. Dat in de armpjedrukkersarena een enkele anti-Duitse platitude er doorgekomen is: soit.
VRIJDAG En dan de Matthäus Passion in de voor het Luthers Bach Ensemble al kenmerkende semi-scenische uitvoering: geen zwarte pakken en jurken, geen bladmuziek en een tussen de musici zittende artistiek leider die bewijst dat je best zonder een dirigent kan. Je vraagt je af waarom niet alle MP’s zo worden uitgevoerd. We hoorden meesterlijke muziek van (in de woorden van artistiek leider Pantus) harmoniefetisjist Bach. Het concert start als een flash-mob: van verschillende kanten komen de zangers aangewandeld en verzamelen zich in hun dagelijkse kloffie op het podium. Jongenskoor uit Roden erbij en knallen.
Het verhaal is oude koek (zeg nooit ‘apekool’) vanzelf: bijbelse list, verraad, verminking, boete, schuld, moord en bedrog, Joe Speedboot is er niks bij, maar alles wel in een gouden muziekbedje, onder mijn drie kledinglagen ervaar ik soms puur en hevig kippenvel. Veel van de gezongen teksten zijn onverstaanbaar, en de hele tijd met je neus in het programmaboekske zitten lezen is natuurlijk geen optie. Maar ook hier geldt: de verhaallijn is onderhand wel bekend en de bedwelmende muziek van Bach maakt alles draaglijk, maar ja wij zaten dan ook vooraan op de zesde rij. Naast mij de in Groningen en ver daarbuiten vermaarde schilder H die wat schrok toen ik hem in de pauze toevertrouwde dat ik mezelf als hardcore atheïst beschouw. Prachtavond. Goed licht. Lauwe thee in de pauze, niks mis mee. Volle bak in de Martinikerk. Nu nog een stap maken: de koralen op doek projecteren zoals Jan Rot het deed en het publiek vragen keihard mee te zingen. “Geduld, Geduld! Wenn mich falsche Zungen stechen. Leid ich wider meine Schuld Schimpf und Spott,” enzovoort.