De Ploeg in Sneek

Dijkstra

Als hondstrouwe Ploegvriend bezoek ik de kunstbende in mijn heitelân en wel in het Fries Scheepvaart Museum aan het Kleinzand in Snits. Als antwoord op de standaardvraag welk kunstwerk de meeste indruk maakte pesterig: dat van Johan Dijkstra uit de vorige eeuw noemen, nee, gaan we niet doen en ik stap, ‘Frysk bloed tsjoch op! wol nou ris brûze en siede’ neuriënd, het museum binnen. Een mooie, kleine, overzichtelijke expo is het geworden. Wie zitten dan wel in mijn topvijf? Alfabetisch: Cornelius, Geertjes, Van Holten, Kracht, en, sja, eeh, toch good old Dijkstra en als reserve nummer zes Benniks met een vijverdraak.

Benniks

Gemeenschappelijke deler moet zijn geweest: water in Friesland en vooral liever geen olieverven. Iedereen houdt zich eraan, op Reinier van den Berg na die zich met roerijzers en een kievit (geen watervogel Reinier!) presenteert.

Cornelius

Meest opvallende werk is een druksel van Kracht; in hoekige

Kracht

zwarten en witten waarin we bootstevens, delen van een vuurtoren, hoekige golven, gestileerde mondkapjes, zeilen, driekantige hoefijzers, Friese kerktorens, vissen- en meeuwenkoppen en meer ontdekken. Van Holten komt

Van Holten

met gouwe ouwe strakke lijnen met een waddendijk en een lage horizon in zijn kenmerkende blauwen, gelen en, deze keer een opvallend koffievlekje dat ik ontwaar omdat ik altijd op zoek ben naar Van Holtens verfdijkjes waartegenaan hij zijn strakke landschapslijnen bijna boetserend uit de hand penseelt. Cornelius verrast doordat ze met houtskool, voor mij welhaast de techniek die de minst precieze fotografische golven zou kunnen opleveren, toch de meest fotografische golven weet te smeden en de schuin lopende horizon geeft je gelijk een schommelendebootgevoel dat me onmiddellijk naar mijn jeugd terugwerpt toen ik, altijd zeeziek, op zondag mee moest naar Ameland of Schier. En dan de fijne kleurencombi’s van

Geertjes

Geertjes op een drieluik (wow, VERKOCHT!) met onbestemde wriemelende vormpjes waarin we na een poosje onder een microscoop uitvergrote darm- of waterbacteriën of regelmatig/onregelmatige schuimkopjes zien die in gezamenlijkheid wateroppervlakken tonen. Benniks levert een fijn geschilderde libel op een houtstronk af.

Als Ploegwatcher zie ik nieuwe namen in de club: Dick Breunis met ruimtelijke composities waarbij de minimalistische terpkerkjes op grote houten blokken me meer doen dan de uit ruw cortenstaal gefabriekte zeilschuit en Marloes Buigel Boering met vlot geschilderde schuin hangende kleurige zeilboten, mooi hoor, maar beiden zijn aan de prijs lijkt mij, maar wie weet bewijst de geschiedenis hun gelijk. Ook mis ik een paar familieleden (Toos, Annelies, Thomas, Reina, Wouter, Hans, Lydia), hopelijk zijn ze niet door staatsvijand nummer één, c, geveld.