Godsdienstvrijheid? 

Ex-aleviet Akyol interviewt in het t.v.-programma ‘Vrijdenkers’ jongeren die totalitaire geloofsgenootschappen de rug hebben toegekeerd. Blijmoedige jongeren. Je ziet een brede lach, twinkelende ogen, ze voelen zich eindelijk vrij. Maar of ze vrijdenkers genoemd kunnen worden? En wat houdt de bejubelde Nederlandse godsdienstvrijheid in?

We zien een handvol exen uit de felste en minst tolerante religieuze groepen van Jehovah’s Getuigen, Zevendedagsadventisten, Moslims, Vrijgemaakte gereformeerden, Orthodoxe Joden, Hindoestanen. Als bij bier en xtc heb je gradaties in zwaarte.

Het is een interessant programma geworden met een keur aan ingrediënten die jonge gelovigen hebben willen ketenen, kneden en knevelen; kortom de mogelijkheid om vrij te kunnen denken onthouden. Een ratjetoe aan zinloze rituelen, maffe, (soms passief) agressieve gewoontes jegens andersdenkenden, gebedsgenezers, geloofsexport, curieuze plichten (kinderen die zeggen het leuk te hebben gevonden met het geloof langs de deuren te gaan), extreem kinderrijke gezinnen, lichaamsverminking, kinderdoop, exclusiviteitsdenken, Koranscholen, dogmatisme, hel en verdoemenis, monopolistisch éénwaarheidsdenken, slechte buitenwerelden, eindeloze rijen broeders en zusters die geen familie zijn, goden als witte mannen, witte mannen als plaatsbekleders van goden in peperdure kathedralen in landen die zelf amper hun broek op kunnen houden, een apengod, het verlangen naar een paradijs, het verlangen naar zeven maagden, huistempels, angsten, schuldgevoelens komt voorbij.

Het programma toont aan dat het begrip godsdienstvrijheid illusoir is zolang wordt doorgegaan met jeugdige indoctrinatie. Onderzoeken hebben aangetoond dat religie bepaald niet vrij is, maar dat het als genendefecten kinderen van jongs af aan wordt meegegeven door ouders, op straffe van loyaliteitsverlies. 98 % van gelovigen zegt het geloof te hebben geërfd. Kinderen willen hun ouders niet teleurstellen en volgen hen. Bij een ‘reproductiegetal’ van 0,02 zou religie in no time tot het verleden behoren. En met religie lichamelijke verminking als besnijdenis, extreme onderdrukking van vrouwen, (semi)permanente oorlogssituaties, discriminatie van LHBT’ers, overbevolking, bomgordels en aanslagen.

Echte vrijheid betekent vrije keuze. En dat is wat anders dan kinderen indoctrineren met de godsdienstkeus van de ouders, welke light-versie theïsme ouders dan ook op het oog hebben. Zoals het jongeren tot hun achttiende verboden is alcohol en tabakswaren te kopen zou een verbod op geestelijke verslaving aan religie niet misstaan. Dus stoppen met kinderen dopen, christelijk onderwijs en uiterlijk religieus vertoon. Op naar een toekomst met echte vrijdenkers, met echte godsdienstvrijheid. Vanaf 18 jaar.