IN MEMORIAM REMCO EKKERS

Het bericht van Remco Ekkers’ overlijden verraste en ontroerde me. Ook zorgde het voor een vloed aan fijne herinneringen. Hij voorzag mij in een belangrijke periode in mijn leven van kennis, wijsheid, en iets wat je savoir-vivre kan noemen. Ik was zeventien en Remco 32. Hij docent, ik student. Net van een grijze, sombere, beschaduwde, christelijke middelbare school in Dokkum ging ik naar een open, vrij, zonnig instituut dat mij ging voorbereiden op de mooiste baan die er bestaat. Van lyceum Oostergo naar lerarenopleiding Ubbo Emmius. Van Dokkum met het eerste zogenaamde ‘brommeroproer’ naar Leeuwarden met straatprotesten waar we, wij wisten wel hoe de wereld in elkaar zat, lekker ‘Weg met Pa Pa Do Pou Los’ konden scanderen.

Door ziekte van de lerares Nederlands in Dokkum was het blok ‘Poëzie na 1880’ in het slop geraakt. Door Remco Ekkers kwam ik voor het eerst in aanraking met moderne poëzie. Er ging een wereld voor me open; alle ismen kwamen voorbij als bomen in een langzaam rijdende trein. Remco maakte naam als dichter. En speciaal door het publiceren van een bundel voor kinderen: Haringen in sneeuw, later bekroond met een Zilveren Griffel.

Op de lerarenopleiding gaf Ekkers moderne letterkunde, moderne poëzie en jeugdliteratuur. In de colleges jeugdliteratuur lazen, bespraken, analyseerden en bediscussieerden we proza en poëzie voor jongeren. Literatuur was serious business, de mondelinge en schriftelijke tentamens van Ekkers waren nooit mals. Door toedoen van Remco Ekkers toog ik voor mijn eerste schoolpracticum naar een school voor LHNO met in mijn tas een lesformulier ‘poëzie schrijven’. De leerlingen, meiden van 15, 16, mijn stagebegeleider en ik vonden het prachtig. Een vleug idealisme was ons niet vreemd.

Remco was een bevlogen leermeester. Enthousiast. Deskundig. Wijs. Erudiet. Een ware docent, denker, dichter. Een lichtvoetige, vrolijke maar niet onbekommerde man. Pijproker. De sectie Nederlands van Ubbo Emmius had een gevarieerde bent eigenwijze, recalcitrante, behoudende, ruimdenkende, geleerde, gevoelige, vooruitstrevende, bedaagde, docenten met Joop Sprock, Cees Dubbelaar, Aad Lohman, Henk Bakker, John Tolsma, Gosse van der Woude, Anne Wadman en Remco Ekkers. In sectieraadsvergaderingen werd uitgebreid gesproken over de rol van (jeugd)literatuur in het onderwijs. Natuurlijk stond hij in het instituut in de schaduw van Anne Wadman, toen al de Vestdijk van Friesland genoemd. Maar Remco Ekkers kwam uit de schaduw en ontwikkelde zich tot een vrije dichter van naam, met een grote productiviteit.

Door Ekkers ben ik poëzie gaan lezen, waarderen en, hoe gaat dat, als je dat maar lang genoeg doet, ook schrijven. Begin jaren negentig hadden we contact over mijn schrijverij. Als aartstwijfelaar zocht ik zijn advies. Ik herlees zijn zorgvuldig bewaarde, uitgebreide, aansporende brief. Zijn woorden ‘doorgaan met schrijven is het parool,’ heb ik met graagte ter harte genomen. Remco, dank je.