Sectionaaldeur

Maandag

Zijn knie rust op een huishoudtrapje en met onvaste hand schuift hij een rolmaat tegen het plafond van de garage. Een ingewikkelde exercitie voor een dermatoloog in ruste. Met zijn vrije hand klopt hij een neerdwarrelende dode spin van zijn colbert. En passant herschikt hij zijn stropdas met dinkeytoysafbeeldingen van Audi’s door twee eeuwen heen.

‘Pier, wat doe je?’ De scherpe stem van Lisa schalt door de tuin. Pier heet eigenlijk Pierke, maar dat lijkt teveel op een verkleiningsvorm en dat zou bij Pier niet gepast zijn. Mijn aandacht is daarmee getrokken.  Lisa, schort over een zijden blouse, bovenste drie knoopjes los, fuchsia-bh-bandjes goed zichtbaar, halfhoge hakken, komt naar Pier gelopen. Voor even laat ik mijn drie tuimelaars, een doffer en twee duivinnen, voor wat ze zijn en kijk naar de tuin van de buren. Hedera’s en een uitgeschoten bonte hulst bieden me een vrije uitkijk. Ik gluur niet, ik kijk.

‘Ik meet de hoogte van de garage,’ klinkt het amechtig. ‘Ik heb een nieuwe elektrische deur besteld en check de hoogte nog een keer. Een dubbelwandige sectionaaldeur wordt het.’ Of Lisa deze laatste woorden hoorde kun je je afvragen natuurlijk. Pier klinkt moe. Vreugdeloos, liefdeloos. Hoor ik iets van weerzin, afkeer in zijn stem? Wanneer, zo vraag ik mij af, wanneer glijdt onverschilligheid via gebrek aan belangstelling, afkeer, weerzin af naar haat als onverzorgd via doodsaai, smakeloos, naar foeilelijk ?

Of je zijn interesse, zeg maar fascinatie voor Aziatische volumineuze vrouwen een passie kunt noemen? Sinds jaar en dag werken er uitsluitend Chinese vrouwen in de maatschap van Fokkert en Pier. Altijd dikke. Wat wel een passie is: zijn belangstelling voor Bach. Vraag hem waar Buxtehudes invloed afnam en Bachs eigenheid begon, Bachs getallensymboliek, zijn veronderstelde psoriasis, niet geheel onomstreden, dat geef ik toe, de 2200 koornoten in het openingskoor van de Johannespassie, en hij praat en praat. Het liefst staand naast zijn zilvergrijze Audi 25 uit 1982, een voet quasi-onverschillig op een band rustend en met zijn vlakke hand liefkozend over het dak vegend als een foute dermatologie-aio over de cellulitisbillen van een nieuwe patiënt die nog niet op de hoogte is met gedragsprotocollen in de huidziektebusiness.

Woensdag

Ik hoor hem zacht ‘Komm du süße Todesstunde’ zingen in de tuin. Zelfs in zijn eentje is hij maatvast. Met plezier denk ik terug aan een buurtdinertje bij opleidingsrestaurant Flanagaris. Organisatie: Pier en ik. Samen hadden we een canon voorbereid, de Gealtsje-kanon met tekst van Fedde Schurer en muziek van Mozart. Toen al zag ik zijn doffe blikken als hij naar Lisa keek en pretogen voor n’importe welke andere vrouw, zelfs Gretha Kuinre kon op zijn warme blik rekenen. Ik had met hem te doen. Hij liet stiekem Jans Stromer foto’s zien van Jing-Li Zhang, een nieuwe maatschapmedewerkster uit Ziyang, iets ten zuidoosten van Chengdou. Tonnetjerond. Fel gestifte lippen. Jachtige oogopslag. Bloedmooi. Oud-specialisten zouden gerust zeggen: bloedgeilmooi.

Pier pent gehaast notities in een boekje als een Slochterense ambtenaar die aardbevingsschade opneemt. Dan loopt hij de garage uit, de oprit op en na zo’n meter of zeven stopt hij, draait zich om naar de garage, kijkt geconcentreerd, steekt zijn hand uit en maakt een zoemgeluid alsof hij op de remote control van de televisie drukt. Nooit gedacht dat hij het snelle dwarrelende ‘ße’ zo lang kon aanhouden, zo goed is zijn ademsteun nu ook weer niet. Na het inschuiven van de rolmaat bespelen zijn vingers Bachs klavecimbel. Zijn buik beweegt mee. Bij het heffen van zijn handen, ook luchtdirigeren zit in zijn genenpakket, schuift zijn overhemd wat open. Een bloot driehoekje ontstaat boven zijn broeksriem. Zijn navel een maankratertje, een omgekeerde zuignap met een minimonnikenkapsel van gedroogde doucheputhaartjes.

‘Kom je zo eten?’ In Lisa’s stem hoor ik iets dwingends. Bij het buurtdiner had ze vanaf het begin aansluiting bij de jongere buurvrouwen gezocht, die nog over make-up, versiertrucs en cocktails praten. Lisa, Pier noemt haar Liessie, ik hoorde eens ‘Liessie mijn pliessie’, ziet er nog goed uit voor haar leeftijd. Ik schat eind zestig. Gladde, gebruinde benen, gouden glimmertjes in de oren en gekrulde blonde lokken. Gespierde kuiten, strakke billen. Zonder moeite schraapt ze onkruid uit de naden van de stoeptegels zonder daarbij door de knieën te gaan. Met de wenkbrauwen is iets misgegaan. Alsof ze zich steeds iets afvraagt. Mijn aanvaring met Piers maatschap heeft ze ons nooit vergeven. Dat we zijn confrère, Fokkert Diederik Dwarsstram, die een receptuurfout had gemaakt die leidde tot een depakinetoxicatie en geen ongelijk wilde, misschien zelfs durfde bekennen, zeker niet tegenover Jing-Li, want die kan mannen die op het oog kleine vergissingen maken wel doodkijken, op de knieën kregen al helemaal niet. Ook Fokkert zelf had na die stommiteit niet met zichzelf in het reine kunnen komen en was bij een psycholoog terecht gekomen, hoorden we later viavia.

‘De deur is toch nog niet versleten, wel? Elektrisch, zeg je? Zo-een als Jans en Riekeltje-Roosmarijn Stromer hebben? Van Hoebersma uit Erica?’ Zonder antwoorden af te wachten stevent ze op de keukendeur af, als een duivenhouder op zijn klok na een Belgische vlucht. Pier kijkt haar hoofd- en buikschuddend na.

‘De laatste tijd draag je je haar zo vlak en plat. Die hoog opgestoken coupe vond ik mooier. Ben je deze week al bij HairZo geweest?’

Vrijdag

Een kleine vrachtwagen rijdt de oprit op bij Pierke en Lisa zie ik door het raam in mijn werkkamer. Een werkbroek boven werkschoenen stapt uit. Het haar een lange vlecht. Pier komt aanlopen en gebaart tot hoever de vrouw kan achteruit rijden. Ze stapt weer in.

‘Dit is een echte Grander, volautomaat type ZII met een kunststof aandrijfriem. Kan niet meer losschieten van het tandwiel. Op afstand met uw smartphone te bedienen.’ Haar stem klinkt opgewekt als van een cursusleider voor slechtnieuwsgesprekken. ‘De deur is geluiddicht. Dubbelwandig hè, that’s it. Als u me even helpt met sjouwen dan zit hij er in anderhalf uur in. Gek, maar u heeft geen extra loopdeur in de garage. Lastig soms. U wilde ook nog een stopcontact aan de buitenmuur? Ga ik voor zorgen.’

‘Graag,’ antwoordt Pier, dan kan ik mijn foon buiten opladen en de garageradio bij het tuinzitje plaatsen. Bach klinkt buiten nog beter dan binnen, dat komt vanwege de geïnternaliseerde tonen die, …’ De Stihl-boor met automatische afslag en diamantboor overstemt alle geluid als een beiaardier marktgeruis op zaterdag.

De werkvrouw monteert een geleidestang aan het dak van de garage. ‘Kijk, hier komt de elektromotor, 1500 Watt maar liefst, die kan zomaar 200 kilogram extra naar binnen lieren, het gewicht van twee man. Of vrouw natuurlijk en ze lacht wat onhandig naar Pier. Moet je echt niet met je handen of haar tussen aandrijfriem en geleidestang in komen.’ Pier staat erbij. Ik zie dat hij zijn hand boven zijn hoofd houdt, pink op zijn kuif, als meet hij iets in gedachten. Ik zie hem prevelen en in zijn aantekeningenboekje kijken.

Als de monteur weg is zie ik Pier naar de garage lopen. Bestuderend bekijkt hij het draaimechanisme dat de gekantelde deur naar binnen trekt. Ik zie hem een rood koordje over een stangetje gooien. Googelend bij Grander Type ZII zie ik dat het een veiligheidskoord is waarmee in geval van nood de deur gestopt kan worden. Moet altijd binnen handbereik zijn, staat er nog bij. Dan verhoogt hij de garagevloer met een drie centimeter dikke mdf-plaat. Weer zie ik hem de binnenhoogte opmeten. Hij is wat van plan, dat voel ik.

Zondagmorgen

De omhooggestoken coupe maakt Lisa jaren jonger. Als zij in de cabrio vertrekt naar Nieuw-Amsterdam waar haar stokoude vader heideschapen fokt, zet Pier zich neer in de schaduw naast de garage. De muziekinstallatie plaatst hij op de tuintafel. Ik hoor ‘Man singet mit Freuden vom Sieg.’ Het plopgeluid van een kurk die uit de fles wordt getrokken is onhoorbaar. Soms drinkt Pier een fles wijn zonder dat je iets aan hem merkt. Ik stap op hem af.

‘Dag Pier.’ Pier blijft zitten op een Frans tuinstoeltje, zo een dat voor heel even ruitvormige moeten in zijn billen achterlaat als hij opstaat. Als mij een dag later wordt gevraagd of Pier een onrustige nerveuze indruk maakte zal ik de vraag negatief beantwoorden. Pier is Pier. Geen enkel huwelijk is zonder problemen. Buren moeten elkaar de ruimte laten.

‘Ik ben een paar dagen de hort op,’ zegt Pier. ‘Naar Aken. Een congres voor oud-dermatologen. Iets over plaveiselcarcinomen, meen ik. Lies blijft thuis. Ik hoop dat ze de nieuwe garagedeur kan bedienen.’