In Memoriam Sjoukje Wijbenga

De wc-kalender is de hippocampus van mijn frontale kwab. Dertig jaar gelden stierf mijn moeder, voor Friezen mem. Sjoukje Wijbenga, 68 jaar, dochter van Klaas Wijbenga en Jelske Postma. Ik was 35, onze zoon Maarten vier maand, Mees nog op wensenlijst. In mijn boekenkast een foto. Ik zie een achttienjarige, serieus kijkende, mooie jonge vrouw die een vingerafdruk maakt op een persoonsbewijs en mijn ziel. Ernaast een rapportboekje  met 21 fiere handtekeningen van pake Klaas. Trotse ouders. Sjoukje scoorde in de zevende klas tienen, negens en achten. Het was, zie ik nu, een openbare school. Ik wist het maar ik wist het ook niet. Doopsgezind gezin in Zwaagwesteinde, Fries voor opvliegende mensen. Dopersen doopten volwassen gelovigen. En ze hadden een hang naar pacifisme.

Sjoukje, vrijzinnig, trouwde met Anne van der Meulen, rechtzinnig, zoon van een gereformeerde kleine boer uit Nes, West-Dongeradeel. Ze trouwden in 1950 en werden Nederlands Hervormd. De rechter geloofsflank ontmoette de linker. Huwelijken zijn altijd compromissen. Heit was een cijfer- en mem een gevoelsmens. Van beiden heb ik geërfd. Ik kan geen begroting zien of ik kijk rekenend of het klopt, of er geen onderliggende benadeelde partij is en of de bank deugt. Ik koop net zo gemakkelijk 7 aandeeltjes ASML als dat ik probeer mee te leven met Jaap, Hug en Mark, de beschotenen in Jeruzalem, mannen met alles verzengend liefdesverdriet of vrouwen die intimiteit verwarren met praten.

Terug naar mem Sjoukje. Mijn mooiste herinnering: na schooltijd rende tiener-ik naar boven en kroop naast haar in het grote bed. We kletsten wat. Ze rook supervertrouwd, geen geurtje of zo, gewoon natuurlijk. Ik onderzocht of het wratje nog wel in haar nek zat. Ze droeg altijd een soort onderjurk. Haar haar gewatergolfd. Eens per jaar een permanentje? Op het nachtkastje aan heits kant een beduimelde NVSH-enveloppe met het herfstnummer van de Sextant. Of heit veel deed met ‘oefeningen in seksuele acrobatiek’ betwijfel ik. Wij kinderen kenden de tekst van A tot Z. Aangeraden door dominee Breeuwsma of huisarts Van Akkeren. Op de sprei een schrijfblok en een vlekkende pen, een buikige Ballograf. Ze schreef haar toespraakjes voor vrouwenvereniging Irene altijd op bed. Vaak een bijbeltekst bovenaan. Mijn op één na mooiste en oudste herinnering: mijn tweelingbroer en ik zitten op haar schoot. Na de maaltijd is daar tijd voor. Heit of een broer of zus leest uit de kinderbijbel: steeds maar weer het Hooglied. Ik kriebel aan mems kralen, sabbel aan d’r oor en snuif in haar hals.

Haar dood schokte me, hoewel we het zagen aankomen. Nooit was ik verdrietiger. Hartverscheurend heb ik gehuild, ik geloof slechts één keer, dat is voor mannen wel genoeg. Mijn jongste broer troostte me. Lief. Net vader geworden lagen mijn emoties aan de oppervlakte als pluisjes in een stuk opgeruwd katoen. Het huilen deed me goed, het bevrijdde me. Mijn werk reageerde als een technologiegroothandel in mechanische afdekpanelen tegen warmteoverslag professioneel: gecondoleerd jongen en of ik de gemiste ouderbezoeken eind van de week op mijn vrije middag wilde inhalen.