Kloeke kerken van De Ploeg in Ezinge

Johan Dijkstra

In Museum Wierdenland te Ezinge is tot eind mei ’24 de Kloekekerkenexpositie van De Ploeg te zien, nou ja De Ploeg, een gedeeltelijke, zeg maar de oude Ploeg. Van de huidige Ploeg is er niets te zien. Of het gemis van huidige Ploegleden Dik Breunis, Geert Schreuder, Bé Kracht en Reinier van den Berg, die allen  ook kerken schilderen of beeldhouwen tot een amputatie-expositie leidt? Mwaah. De tentoonstellingmakers hebben ongetwijfeld hun best gedaan, maar toch o zo jammer dat ze slechts de helft van De Ploeg, de oude garde, serieus nemen en exposeren en als middelbareschoolleraren die zich vastklampen aan lesmethoden van ver in de vorige eeuw, voorbij gaan aan de huidige Ploegleden. Opzet? Argeloosheid? Onkunde? Zuinigheid? Wie weet. Argeloze bezoekers worden natuurlijk om de tuin geleid, bij de neus genomen, misleid, besodemieterd. De helft leveren van wat je in de titel aankondigt zou bij de Keuringsdienst van Waarde tot een rel leiden.

kerk in Eenum

Wat zien we wel?  Zeker veertien Ploegkunstenaars tonen zowat 50 kerken, in was- en olieverf, aquarel, etsen, krijt en gouaches. Veel werk komt uit particuliere collecties. Ken je het Groninger landschap, dan herken je ook de meeste kerkjes wel. Bedaagde architectuur in kleine, soms minieme dorpen, omsloten door een agrarisch, vaak kaal landschap. De Ploeg heet niet voor niets De Ploeg, de oorspronkelijke opzet was ‘omploegen’, vernieuwen. Dat is soms gelukt en soms niet. Laat ik me tot het beste deel beperken.

Bij vlagen spat de vrolijkheid van het doek. Dijkstra, Hansen en De Vries bijvoorbeeld maken van de vaak grauwe, saaie, grijze,

Job Hansen

Romaanse steenklompen een fleurige bedoening, alsof je Gert van Hoef vrolijk ‘Flight of the Bumble-bee’ op een Hintz of Schnitger hoort spelen in plaats van Johannes de Heer op een krakend en piepend, aftands huisorgeltje. Mooie wolkenpartijen, zwiepende bomen en vooral verrassend veel kleur, die de oude en loodzware gebouwen lijkt op te lichten en de moeite van het bestuderend bekijken waard maken. Kijk bijvoorbeeld eens naar Dijkstra’s kerk in Eenum. En dan Hansen, hij is de meest non-conformistische als hij brutaal een blauwe garagedeur voor het kerkje van Stitswerd schildert. Of die schitterende knotwilg van

Jannes de Vries

De Vries voor het kerkje van Oostum, ik tel zo acht kleurschakeringen. Verder is er werk van de usual suspects als Martens, Jordens, Alkema, Wiegers, Melgers, Van der Zee en Altink, maar ook van minder bekende goden als Ruurd Elzer en Max Ali Cohen, elk met één werk.

Een aardig, extra element is het werk van fotografen. We zien zo’n vijftien mooi vergrote zwart-witte foto’s van amateurs en ook bij hen sijpelt lichtheid door in de oude, loodzware gebouwen. Er wordt maar raak gespeeld met zon en schaduw en verrassende gezichtspunten.

Ondanks drie vette sponsoren wordt bezoekers nog wel € 2,- extra in rekening gebracht naast de museumjaarkaart, maar waard is het.