Maarten ’t Hart ‘De steile helling’ 28 (1988)

Het boek begint en eindigt met een topografische proloog, resp. epiloog waarin de veranderingen, incl. saneringen, van het plaatsje dat nergens Maassluis wordt genoemd, worden geschetst in de jaren vijftig. De steile helling is èn een nabij de haven gelegen helling èn de snel verglijdende steile helling van de tijd en het verschil tussen hoog en laag aan de dijk, de uitvergrote standsverschillen die we nu bubbels zouden noemen.

In ‘Het paradijs’ wordt het Maassluise leven rond 1953 beschreven in wat lijkt op dorpsverhalen. Hoe een deel van de stad wordt weggesaneerd, wat er op elke dag aan werkzaamheid was, hoe de watersnoodramp Maassluis bijna te grazen nam, hoe mensen in de ban geraakten van de kans te emigreren (of daarvan met spijt terugkeerden), begrafenisrituelen, immigranten die huisraad opkochten, de ouderdomsvoorziening, curieuze rituelen bij de brandweer met een aansteekploeg. En meer.

De tol: Ina, een meisje van de (arme) Sandelijnstraat kan goed leren maar wordt toch winkelmeisje en trouwt met Piet, een bescheiden, fluisterende man. Zij krijgt er aardigheid in zich te verkleden als een dame en eropuit te gaan. In R’dam ziet ze haar buurman, onderwijzer Jan Kleywegt. Hij woont naast haar en ze begluurt hem als hij kookt. Ze treffen elkaar op straat en wandelen samen. Ze gaat bij Jan intrekken en wil van Piet scheiden. Maar Piet weigert, ook als ze zwanger is van Jan. Ook de kerkbesturen bemoeien zich ermee. Ina raakt bevriend met Maud, vrouw van de dominee. Ze beseffen het verschil op de sociale ladder. Maud neemt Ien mee naar een restaurant, de film en ze vatten het plan op een (mode)zaak te beginnen. Als Maud haar meeneemt naar Parijs realiseert ze zich de twee werelden: waar ze vandaan komt en die van Maud. Samen bezoeken ze Iens ouders met de vraag voor Iens moeder of zij voor hen sjieke pakjes wil naaien. Echt gemakkelijk wordt de conversatie met Iens ouders niet, de sociale tegenstellingen maken het ongemakkelijk. De relatie met man Jan wordt daarna stroever. Na een etentje met Maud en haar man Teun hoort Ien dat Teun en Maud samen tennissen en dansen. Dat krenkt en verbittert haar. Na een wandeling naar de rand van het water keert ze terug bij Jan om haar tol te halen, beseffend dat de steile helling tussen boven en onder aan de dijk maar een pas is.