Museum De Pont, Tilburg

De expositie ‘De route wordt opnieuw berekend’ is een goede naam voor starre kijkers. We zijn in Brabant, het land van industriële varkensfokkerijen, leegstaande kloosters die nu vaak wietplantages zijn, verlopen kerken en nertsenbedrijven die onder het toeziend oog van meneer pastoor op het punt staan geruimd te worden. Maar nu Tilburg. Bereid je voor op een heroriëntatie, kijk nog eens en dan anders, stel je zelf lastige vragen over wat, hoe en waarom en stap dan binnen in De Pont. Een goed uur, dan ben je al een heel eind. Voor museumhaters of beginners op het museumvlak is De Pont in Tilburg ideaal. Het heeft alles, maar dan op kleine schaal. Een schitterend gerecycled gebouw: een industrieel pand uit de textielbranche, maar dan zonder spinnewielen, foto’s uit het verleden van moeilijk kijkende bazen en arbeiders en geen belerende tableaus met historische teksten die niemand leest. Het hart van het museum is een open ruimte waarin de stalen dakconstructies zichtbaar zijn. Aan de lange zijde kleine kamertjes die aan een gevangenis doen denken en verder open ruimtes voor kleinere exhibities.

Ook hier moderne kunst die meer modern dan kunst is: veel kleine kunst-fotografie, een op de vloer uitgespreide, rechthoekige baan van steenkolen, we zitten wel vlakbij de voormalige steenkolenindustrie, en een met klokken gevuld afgesloten kamertje (Job Koelewijn) dat nutteloos heen en weer wiegt. De aan- en uitknoppen aan de zijkant schreeuwen om publieksbediening maar dat vindt de zaalwacht die niet houdt van participerend publiek  weer niet goed. Toppunt van confronterende ledigheid: een met jutte bespannen lat waarop een veeg witte verf (Raoul De Keyser).

Echt een museum voor kinderen. In de centrale ruimte is een collectie miniatuurautootjes (Rosemarie Trockel) opgesteld die meer plezier uitstralen dan de volledige crew van Verstappen na weer een netnietoverwinning. Ook prachtig voor jong en oud de indringende schilderwerken (modern èn kunst) van Marlene Dumas, mooie koppen en, de gewaagdste,  schitterend gepenseelde vulva’s van voorover gebogen vrouwen die pesterige wijsneuzige kinderstemmen uitlokken die aan de derde vriendin van pa vragen: ‘Heey Susan, ben jij dat?’ Een plaatselijke grootheid Marc Mulders die als geen ander (pioen)rozen schildert in dikke kwakken olieverf die op de plant snap app onvindbaar zijn maar binnenkort in de betere behangwinkel hopelijk voor alle Tilburgers verkrijgbaar.

Voor zestigplussers die zo nodig samen op de foto willen voor de eerstvolgende en wie weet allerlaatste kerstkaart is er een gebogen stuk staal dat liever glas was (Anish Kapoor) en de wonderlijkste spiegeleffecten als onderdoorkijkpassages biedt die bij goed kijken en een herberekening van de route er niet zijn. Philip Vandenberg die een meer dan interessant beeld van de koning geeft die naakt rennend (‘Susan, is dat Willem Alexander?’) zijn aambeien en pielemuis aan wolven offreert. Kinderen, neem je ouders mee! En dan nog het mooiste museumrestaurant & een intieme binnentuin met stapels niet opgeruimd vuil serviesgoed die bewijzen dat corona de publieksstroom, al dan niet herberekend, niet heeft afgebroken. Mooi zo.