Nun danket alle Gott

Eenenvijftig was ik op de eerste schooldag. Mijn werkgever had gevraagd wie op een andere locatie zou willen werken. Waarom niet naar Oosterzwaag oftewel Eastersweach, bijna hartje Friesland? De Anne Wadman Skoalle Mienskip telde vijf locaties, waarvan Eastersweach de kleinste. Lekker uitbuiken in een echte dorpsschool, waar, zo fantaseerde ik, de conciërge je koffie bracht in het lokaal. Mijn voorganger, Beint Eigenman, had gezegd: ‘Jij past daar wel.’ Bij mijn kennismakingsbezoek: ‘De toetsen heb ik weggegooid, ik dacht, dan loop ik je niet voor de voeten.’ Sprakeloos was ik.

Ik kreeg de klassen één tot en met vier, de meeste op twee niveaus, een enkele klas zelfs op drie. Voor elke klas moest ik nieuwe toetsen maken: proefwerken en schriftelijke overhoringen en dan nog de extra toetsen voor schrijven, luisteren, lezen, enz. Om niet te spreken van tentamens. Locatie Eastersweach, dat vroeger Bjinse Jonkersma MAVO heette, was op sterven na dood geweest. Fuseren met, zeg maar overname door de Anne Wadman Skoalle Mienskip, betekende redding van een gewisse en langzame dood. Zelden vertoonde het woord fusie meer semantische verwantschap met het woord infuus, dan hier. Het schoolgebouw was oud. Gedateerd, noemde Antsje Fokkema, voorzitter van de medezeggenschapsraad, het. ‘Enkel glas is toch veel gezelliger,’ was een gevleugelde uitdrukking van conciërge Fûgeltsje Jongen. Druipende strepen op altijd natte ramen. Er was niemand die mooier kersttaferelen op de natte ramen kon tekenen dan zij. Antsje Fokkema had ooit eens voorstellen ingediend om het gebouw te ‘updaten’. Omdat mopperen in Eastersweach altijd goedmoedig bleef, haalden voorstellen tot verbeteren niets uit.

Klas 4b telde negenentwintig leerlingen. Woensdagmiddag het zevende en achtste uur hadden ze Engels. Directeur Iebeltsje Feringa vertelde me nog dat ik eventueel lastige leerlingen apart aan het werk mocht zetten in een aanpalend lokaal. Dat zou ik niet doen, want veel collega’s hadden de vreemde gewoonte om de lokaaldeuren open te zetten tijdens de lessen. Dat leidde tot een wonderlijke, bij vlagen surrealistische, kakofonie in de gangen. Waarschijnlijk om passanten te suggereren dat er wel gewerkt werd. Zelfs in vrije lokalen heerste geen rust om zelfstandig taken uit te kunnen voeren. Dat kwam ook door de dunne, ongeïsoleerde, wanden. Stond je een keer flink te plassen in het invalidentoilet, dat tevens dienst deed als personeelstoilet, dan hoorde je gegier van meisjesstemmen in het leerlingentoilet naast je.

Daar waren ze. Slechts vijf minuten te laat. In Eastersweach had men de schoolbel afgeschaft, want die bezorgde de leerlingen stress. Op deze wijze duurden pauzes twee keer langer dan normaal. De les voorafgaande aan de pauze was vijf minuten korter en de erop volgende les begon minimaal vijf minuten later. Er werd gefluisterd dat bepaalde collega’s al maanden waren gestopt met beginnen.

De eerste leerling, Romke Zwerus, liep naar het raam, opende het en spuugde eens lekker naar beneden. Wicher-Jaitse snoot zijn neus met het geluid van een uitlaatloze zandzuiger. Hoite Snitsma vertelde me dat hij van Engels niks begreep en dat zijn ouders het een onbelangrijk vak vonden. Die opmerking had de teamleider, Halbe Goslinga, eens de wenkbrauwen doen fronsen, tijdens een ouderavond over multimediale didaktiek, waarbij mevrouw Snitsma, men zei hier vrouw Snitsma, eens een boekje open had willen doen over het belang van het Fries in relatie tot het Engels. Halbertsje Oeversma legde een extra grote knoop in de voorpanden van d’r bloes, duwde de broeksband zo laag mogelijk, zodat haar navel eens lekker de ruimte kreeg en nieuwsgierig om zich heen keek. Dat haar borsten behoorlijk opbolden, doordat die in gevecht waren met de ongenadig naar beneden getrokken stof, stelde haar gerust. Menso Boskma stak zijn hand in zijn broek en legde zijn apparaat iets meer naar links, met de vrije rechterhand trok hij Wikke Vrooms string omhoog, waarop Wikke haar tas mikte op de wateremmer onder het bord zodat de juist passerende Tjibbe Wiersma opsprong en zijn hoofd bezeerde aan de vlijmscherpe bordrand. Van Menso werd tijdens een rapportenvergadering door collega Tonke Dragtstra verteld, dat hij de punten uit zijn broekzakken had geknipt, zodat hij meisjes die met hem op schoolavonden dansten gemakkelijk kon laten voelen waar die stevigheid die uit zijn broek opwelde, vandaan kwam. Tonke bezwoer ons dat ze dit van Menso’s stiefmoeder had gehoord, en nee, ze had geen geheimhouding hoeven te beloven. Uran Malkiç riep luid om hulp. Iedereen negeerde hem en Tjibbe depte met Wicher – Jaitse’s zakdoek de bloedsporen onder zijn rechter oog. Wisse bestudeerde zijn padvindersmes, mèt bloedgleuf, en wees ermee naar Duotsje, die Carola fluisterend een tampon aanreikte uit haar lunchbox.

‘Hi guys, welcome. My name is Mr Miller, Mr Nick Miller and I’m your new English teacher. Please take a seat, find a piece of paper and listen to the following recording. On the blackboard you will find twenty questions. Time starts running in fifteen seconds.’ If you’re Lucky this lesson will end in fifty minutes.

Sieds, Minke, Ealtsje, Bearn en Jildou zaten al klaar, tuk op proeftoetsen. Minke, met een glimlach van oor tot oor en ragfijne pluisjes in haar mohairtruitje. Minke was net voor mijn les in de weer geweest met lipstick. Scarlet Fever, las ik op een verpakking naast haar stoel. Haar stem was zacht als vloeipapier: ‘Thank you sir. New shoes? Jildou ging hier overheen met een gemeend klinkend, poeslief: ‘English is my favourite subject, sir, always has been.’ Een por van Minke deed haar zwijgen.

Ik startte de cassetterecorder, een nog goede Philips C68 in een zwarte skaihoes, met een tellermechanisme waarbij de 9 en de 0 niet van elkaar te onderscheiden waren. Het kijkglaasje boven de teller was, gek, enigszins beslagen. Een alles overheersende, gelukzalige, bloedstollende, rust trad in. Ik liep naar het raam en keek naar buiten. Ik peuterde velletjes van mijn duimnagelriemen en bestreed een lichte jeuk aan mijn schenen met de hak van mijn schoen, iets wat ik volgens collega verzorging Ruurdje Rompersma beter met uierzalf, dat was immers overal goed voor, kon bestrijden. Had zij immers niet een keer een rode vlek op haar rechter bil, zeg maar net onder de heup, met uierzalf genezen? En haar man had eens uitslag in zijn lies… Collega Gjalt Gaukema, zag ik door de halfbeslagen ramen, was weer eens te laat. Op het plein parkeerde Gjalt zijn oude tractor, een Deutz 3006. De groene verf vertoonde roestplekken. Aan de zwarte vlekken op de pleintegels zag je dat hij wat olie lekte. Gjalt had eens verteld dat de aftakas en de hef een beurt wel konden gebruiken.

Na twintig minuten drukte ik op de pauzeknop. ‘We will now have a short break. Please don’t talk, just relax and make sure you’re ready for part two. Go ahead.’ Ik drukte op de play-toets, negeerde drie opgestoken vingers en deed alsof ik ‘Mijn kut staat op springen,’ niet hoorde.
Lessen zeven en acht werden gedeeld door een pauze. De cassetterecorder en ik negeerden eendrachtig de niet-bestaande bel en vijf minuten na het pauzebegin liet ik klas 4b gaan en drukte hun op het hart om vooral op tijd terug te zijn, binnen 9 minuten en 45 seconden, sharp! voegde ik er nog even aan toe, voor de bespreking van de luisteroefening. Onhoorbaar luid neuriede ik ‘Nun danket alle Gott’ en ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’ en al lucht dirigerend liep ik de trap af naar de leraarskamer.

In de pauze bestudeerde ik het gezicht van collega Hannes Aeikema voor wie mijn goede vriend Theodorus Simonides me had gewaarschuwd. Hannes had zich dermate misdragen tijdens een 10-minutengesprek op Theodorus’ school, het hoofdgebouw van de Anne Wadman Skoalle Mienskip dat Theodorus, de stress nog in zijn benen, na afloop van het gesprek zijn auto enthousiast tegen een betonblok reed.