Reitemakersrijge 6

Verhuizen heeft aparte bijeffecten. Mensen in je omgeving gaan je ongevraagd raadgeven alsof je hebt aangekondigd van de ABN naar een bank in de bovenwereld te willen overstappen. Bezorgde vrienden waarschuwen: met al die studenten naast je, gaan de bloembakken in no time naar de gallemiezen. Wij zijn rasoptimisten van aard en plaatsen, de raadgevers dankend, drie bloembakken. Dagelijks bestuderen we de groei en en passant de superieure metselstijl aan de achterzijde van Minerva. Als schoonzoon van een bouwer vallen me vooral de laagjes net onder de dakgoot op, die verraden kunstenaarschap Dat het vroeger een museum was, zie je zo. Ook de tegenover ons liggende huizen hebben schitterend gemetselde gevels, wat een contrast met het modernistische en toch subliemmooie pisbakhuisje van Koolhaas/Olaf naast het Pomphuisterras.

Een handvol studenten beproeft na sluitingstijd geregeld de wankele balkonconstructie. Liever dan hun aandacht op onze plantenbakken te richten bespreken ze luidruchtig de nadelen van het leenstelsel, dat ze nog nooit van Nicolien Mizee hebben gehoord en dat rum van de billen van een sloopkogel of kapstokhertje likken tot uitgestelde dronkenschap leidt. Gaaf!

Tussen de Museumbrug en de Reitemakersrijge ligt ‘Een oase in de stad’ van Noud de Wolf. Het is het mooiste, intiemste, meest onbekende parkje van heel Groningen. Water, een fontein, voorbij varende schepen, een stalen sculptuur dat als entree dient, een monumentale museummuur, bomen, een slingerpad en meer. Op zijn smalst vijf meter breed en in totaal, wat zal het zijn, 50 meter lang?

Wat in Dokkum, Easterlittens, of Hindeloopen tot het gewone verkeersbeeld behoort, zorgt in Groningen voor opwinding. Een gestreken zeil van de bruine vloot vaart voorbij: een tjalk, Hasselter aak of skûtsje. Een roer als een buitenmodel schoepenrad. Een kapitein met een BMI van 25, op sokken. Lange lokken onder de pet. In plaats van spetterend buiswater of een frisse Friese wimpel de sleetse driekleur. De Museumbrug is voor boten dicht als podiumgordijnen in coronatijd. Brugwachters, op zondag driedubbel betaald, pauzeren langdurig, liggen oostwaarts biddend op een mat of bellen met moederdevrouw dat het wat later wordt. De sfeer langs de A is die van een Christenunievergadering waar Carola met lipstick binnentreedt. Opgewonden mannen. Men stoot elkaar aan, wijst, knipoogt roept. Koffiekopjes trillen op terrastafels. Knieën beuken tegen tafelbladen. Excitement alom. De Pieternella vaart rustig voort.