Reitemakersrijge 7

Gedachteloos fiets ik door de Museumstraat die op de Reitemakersrijge uitkomt. De derde keer door deze historische straat fietsend lees ik de naam Klaas en nog wat, in een onduidelijk handschrift. Mooi zo, denk je, deze klassieke voornaam is het waard overal genoemd te worden. De vierde keer langsfietsend, schiet me de beroemde graffito in Amsterdam te binnen, Klaas Komt. Deze in zwartwit gespoten hoofdzin staat inmiddels in alle kunstacademielesboeken voor aankomende graffitispuiters. Niks om als Klaas trots op te zijn. Maar de zesde keer, in sommige dingen ben ik niet de snelste, besteed ik er meer aandacht aan en lees, met extra zin kijkend, de verrassende inhoud: Klaas je bent de mooiste. Wow, ik ben even sprakeloos. Zonder me om de feitelijke inhoud te bekommeren is mijn onmiddellijk volgende gedachte natuurlijk: WIE? Wie schreef dit op de rode bakstenen muur? Wist zij dat ik hier kwam wonen? Dat het een vrouw moet zijn zie ik aan de smachtende letters. Mannen zouden de kwast steviger, duidelijker, netter hebben aangezet. Hoekiger, minder zwierig.

Ik fotografeer de tekst. Voor de archieven, de eeuwigheid. Even overweeg ik nog in een nacht langs te gaan om de letters aan te dikken. Vrouw I was het niet, zegt ze met een lach die maakt dat ik haar ‘Mijn grote liefde’ zal blijven noemen. Het kan natuurlijk over een andere Klaas gaan, maar dat geloof ik niet. Ooit schreef ik het gedicht ‘Zesentwintig’, dat in 1994 gepubliceerd werd in het Drents Letterkundig Tiedschrift ROET. Ik was ingegaan op de uitnodiging een ‘zelfportret’ te schrijven. Mijn zelfportret bestond uit de namen van 26 meisjes/vrouwen die ik in mijn jeugd in stilte had aanbeden. Hadden er gemakkelijk 52 kunnen zijn, dat ook nog.

Ik fantaseer dat één van die 26 op een veiling de inmiddels ‘stief utverkochte’ Roet-special (IK & ROET zölfportretten) van Narcissus aanbiddende schrijvers in Drenthe heeft kunnen verwerven. Vervolgens nam zij de kwast en een pot witte verf ter hand met het nu in brokkelige letters Klaas, je bent de mooiste tot gevolg. Dagelijks stop ik voor de tekst en vraag een passerende vrouw hardop voor te lezen wat daar staat. Hier gedachteloos langsfietsen gaat vanaf nu tot de onmogelijkheden behoren…