Reitemakersrijge 8

Voor cultuurliefhebbers is de omgeving van de Reitemakersrijge als een ui, een Staphorster klederdrachtdraagster of het koetswerk van een antieke sexy DS: onder elke pas afgestroopte laag komt een volgende en een volgende en een volgende; als je bij de vijfde en laatste bent, ben je als kijker afgepeigerd als een fruitvlieg op een nectarineschaal na een warm weekend.

Voorbij het mooist denkbare pisbakhuisje met die kenmerkende geur die je ook ruikt als je stadsfoto’s bekijkt van Ed van der Elsken, valt de achterdeur van het Scheepvaartmuseum op. Een middeleeuws straatje voert naar een schip op het droge. De Alida. Van Ploeglid Alida Pott waarschijnlijk, want de oude Ploeg is in Groningen overal dichtbij en bijna voelbaar als stoppels onder een sluier.

Wat verder slenterend zie ik een fier schilderij van Alida Pott aan de gevel van het Groninger Museum. Wat een vrouw! Wat een gevel! Wat een museum! Met dank aan Haks, Mendini, De Lucchi, Starck en Himmelb(l)au werd het modernistische museumontwerp een toeristische trekpleister van jewelste. De duizelingwekkend mooie buitenkant straalt durf, verleiding en vernieuwingsdrang uit. Ook het interieur parelt en verrast bezoekers. Maar sommige huiscollecties ogen geamputeerd. Zeker, er is een schitterende collectie Ploegwerk, met een unieke portrettengalerij van Ploegschilders. Maar voor een museum dat pretendeert oog voor hedendaagse kunst te hebben ontbreekt er veel. Te veel.

De inmiddels meer dan honderdjarige kunstenaarsvereniging De Ploeg wordt getoond alsof het leven na de vijftigste verjaardag is gestopt. Afgebroken. Geëuthanaseerd. Alsof De Ploeg alleen maar bestaat uit Altink, Jordens, Werkman, Pott, Martens, en andere begravenen. Het museum gaat compleet voorbij aan de vitaliteit van de nog steeds springlevende vereniging. Het mogen nog geen gevestigde namen zijn, maar ook ontwikkelingen in de kunst horen bij educatieve instituten die musea nu eenmaal zijn. Andreas Blühm, inmiddels hoogleraar kunstgeschiedenis, waar zijn de lijnen en verwijzingen naar de Ploegleden van nu? Corsius, Benniks, Busman, (Thomas) Dijkstra en Van Holten, om maar een aantal te noemen? Van hen is niets te zien. Geen spoor. Nul. Nada, Neat. Niente. Nichts.