Week 48
Mijn realiteitsgevoel groeit als hoop onder seizoenkaarthouders van FC Emmen of zelfvertrouwen onder Grootkoorleden die in december optreden met diva La Bloemen. Als ik hoor dat er in elke Friese stad een stempel binnengeharkt moet worden stel ik, enigszins verontrust, mijn rijtijdenschema bij als Carola de stikstofplanning. Tien keer een stempel halen met een korte onderbreking is al snel 150 minuten: een kleine 2,5 uur. Dat wordt op de racefiets dus minimaal 10,5 uur en op de atb of de Gazelle Chamonix met ligstuur uit 2008 12,5 uur. Zonder tegenslagen. Zou er een uiterste eindtijd zijn? Ook lees ik in blogs van deelnemers dat niet de hele route is uitgepijld. Blixems, dat gaat, zo weet ik uit ervaring, misverstanden, omleidingen en wegversperringen opleveren. Zou best een uurtje extra kunnen betekenen. En ergens lees ik dat de totale afstand niet 200 maar 205 km is. Dat brengt mijn nieuwste tijdprognose op: 200 km wordt 205, vermeerderd met 10 km omrijden en afronden naar boven: 220 km. Per atb met 20 km/u: 11 uur, plus 10 kwartier pauzes = 2,5 uur = totaal 13,5 uur. Bij een start om 07.30 wordt dat een eindtijd van 21.00 uur.
Ik laat mijn racefiets een beurt geven, het wordt een slechtnieuwsgesprek: nieuwe ketting, nieuwe tandwielcassette, revisie trapas, beurt, remblokken en het ongevraagde, maar gewaardeerde gratis advies om een nieuwe bike aan te schaffen.
Ik probeer bij de tourorganisatie antwoord te krijgen op vragen over verlichting, voeding, bepijling, eindtijd, en meer. Elk antwoord roept weer nieuwe vragen op, een beetje als bij een journalist die Dijkhoffs wachtgeldregeling uitpluist of Ruttes geheugen na zeventig oorlogsdoden. Het valt me op dat mijn zin in de tocht geen deuk oploopt. Voor een extra trainingsrondje offer ik graag een paar hoofdstukken over simulant, solist, aanvoerder, verkeersbrokkenpiloot, geldwolf, zenuwlijder, stervoetballer, intrigant, familyman, Spanjeman, schoolstaker Jopie Cruijff op. Week 48: twee keer Nieuw-Dordrecht/Exloo: 2 x 55 km en MM-Gramsbergen v.v. 65: totaal 175 km.


Wat ga ik tegenkomen in Hardenberg op 21 november? Geen gekkigheid met bubbels, liflafjes, of een overdaad aan bloemen maar gewoon schitterende muziek in de Stephanuskerk, een rechthoekige sobere kerkdoos met een ingenieus schrootjesplafond dat een perfecte akoestiek biedt en een orgel dat, roodbruin gekwast en piekfijn gerestaureerd, staat te shinen en te spinnen als een gerestaureerde Jaguar op een autobeurs. Een mevrouw in gele panteroutfit loopt naar voren, checkt de microfoon en knipt een lampje aan en de orgelcommissievoorzitter verwelkomt ons. We horen dat het orgel, stammend uit de loopfietstijd, elke vijftig jaar werd gefacelift. Door twee eeuwen heen werd het een bescheiden en rond klinkend orgel dat ‘heel lekker speelt’, aldus E. de Jong.

Bij de presentatie van Rob Stokers derde boek werd even gesteggeld over de vraag hoe je Verslagen Vriendschap moet noemen: een roman, een literaire of psychologische thriller? Waarom de, excusez le mot, luie uitgevers (het boek bevat nogal wat taalfouten (¹)) niet gewoon op ‘jeugdboek’ of zelfs ‘jongensboek’ kwamen is een raadsel.
29 jaar na het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal met het inmiddels beroemde ‘przewalskipaard’ van Kees Fens waagden op twee november 2019 negen personen zich aan het meeschrijven met het Nationaal Dictee in de bibliotheek in Emmen. Dat is twee meer dan vorig jaar. Via een narrowcasting-systeem konden de deelnemers de landelijke uitzending in Zutphen volgen. Voorlezer dit jaar is Gerdi Verbeet en Wim Daniëls heeft het dictee geschreven. Daniëls brak vorig jaar met de vanaf het
begin breed gedragen traditie het dictee te vullen met woorden die enkel door trouwe lezers van het Groene Boekje gekend werden. Dat het dictee daardoor nu heel eenvoudig werd, nou nee.
Een kwartet mannen bespeelt samen een muziekinstrument of twaalf (piano, kazoo, basgitaar, akoestisch gitaar, saxofoon, ukelele, dwarsfluit, tig soorten percussie, mondharmonica, accordeon). Liefdevol zingen ze Willem Wilmink tot leven.
De muziek, ah, de muziek klinkt als een klok en is op zijn mooist als het keyboard even een Hammondorgel wil zijn, wanneer de saxofoon bescheiden uithaalt en de basgitaar de akoestische steunt zoals Wobke Willem op het spoor hield, de accordeon mee het publiek in mag en wanneer drie mannenstemmen klinken als een kozakkenkoortje. En vergeet vooral niet de uitsmijter met troost voor mannen met rotkoppen die de mooiste vrouwen krijgen: Wilminkiaans, want een mooi contrast met het eerder gehoorde verhaal van een kniezende ex-man die in psycho-analyse moet. Dwaze moeders die over de hele wereld tegen onrecht strijden, de oude school, de Javastraat, en Ben Ali Libi ……. En meer.
Noordbarge, het verhaal van zien bewoners is een kloek boek geworden, 1.700 gram papier voor € 24,50. De omslag met mooie foto’s, omvat in een stijlvolle kleur, geeft goed de sfeer van het boek weer. De redactiegroep heeft er een kleine vijftien jaar aan gewerkt. Mijn eerste reactie: ik heb genoten. Mijn tweede: toch mis ik nog wat.
Hoewel er enkele prima fietslaantjes zijn aangelegd biedt Valencia nog veel te weinig ruimte aan fietsers. Vanaf de achtste etage van El Mirador del Ateneo kijk je neer op Plaza Ayuntamiento: voor alle verkeersdeelnemers zijn er hulplijnen maar fietsers lijken niet te bestaan. Er zijn meer milieuslagen te maken: de stad is niet bepaald autoluw, de bussen zijn bijna allemaal diesels en stoplichten staan voor voetgangers korter op groen dan voor auto’s.
Op zondagmiddag zijn er matineeconcerten in het Palacia de les Artes Reina Sofia. Vandaag doet het Palacia moeite op een kreeft te lijken. Het concert is zo goed als uitverkocht. Tickets kosten slechts € 5,-. De 1.400 toeschouwers, toeristen, kinderen, Valencianen, allen muziekliefhebbers genieten van Dvořák en Montsalvatge. De ticketcontrole is extreem effectief zodat de plaatsen snel worden ingenomen. De akoestiek is excellent. De violisten van het Kamerorkest van de gemeente Valencia spelen staand. Dat maakt de sfeer minder statisch. De muziek klinkt prachtig.
Bussen en trams rijden tot vlakbij het strand. Het zand is fijn als straatmakersvulzand. Half oktober is het nog 27 graden. Toeristen en locals liggen op te kleine handdoeken te zonnen, te lezen of elkaar in te smeren. Door je oogharen zie je moderne varianten van taferelen van Jongkind en Israels. In de verte doen Spaanse vissers hun best om de aanvoer voor de Mercato Central veilig te stellen.
Op nationale feestdagen zijn musea in Spanje gratis. Niet dat dat direct een run oplevert, bepaald
niet; we zien met knuppels (!) uitgeruste zaalwachters die urenlang staan te tinderen of facebook bijwerken. Het relatief kleine Museu de Belles Arts de Valencia heeft zalen middeleeuws tot modern werk. Picasso contrasteert met oude meesters als Valencia’s Ciutat Vella met Ciutat de les Arts & Les Ciènces. Museum IVAM heeft prachtige toiletten, Nederlandse schilders (Ket, Wilmink, Toorop) uit het interbellum en ruim geëxposeerde moderne kunst waar zaalwachters van gaan gapen. 

een cultuurpaleisje in een voormalig klooster. Dit museum bewijst dat bomvolle muren niet altijd een pre zijn, ze leiden maar af van het prachtige gebouw met de witte ruimtes die je automatisch tot contempleren brengen.
Valencia noemt zich evenals Sittard, Florence, Parijs, Hindeloopen en Brugge de stad van het licht. In het najaar kan nazomerlicht een brokkelige stenen muur in goud veranderen. Daarnaast is de agglomeratie V de stad van 1.8 miljoen mensen, een onneembare hoeveelheid wijken met honderden pleintjes en een kleine duizend straten en straatjes, sommige te klein voor haastige cartografen. Prima openbaar vervoer, een schone historische binnenstad, een interessante horeca en een aparte, twaalf kilometer lange tuin, Turia Jardin, die vroeger een rivier was en nu de stad in tweeën deelt. De gecultiveerde rivierbedding werd, na een overstroming in 1957, omgetoverd in een stedelijke oase, bedoeld voor sporters, recreanten, wandelaars, bejaarden, kinderen, hondeneigenaren en vooral toeristen die, betaald, in groepsverband een fietstochtje maken van een uur of drie en daarbij ongeveer 15 km kopstaart fietsen.
samen beroemd door het operagebouw Palau de les arts Reina Sofia. Dit gebouw heeft evenveel bijnamen als Nederlandse adjectieven die dierenmishandeling aanduiden.
Applaus klinkt als de stier bijna iemand aan de hoorns spiest. Jaarlijks miljoenen pasgeboren haantjes shredderen, melkkoeien na 5,5 jaar uitmelken naar het slachthuis leiden, stierkalfjes tot worst vermalen, plezierjacht en vissen faciliteren is natuurlijk heel wat anders.
feestverstierders, een stoet communisten, LHBT’ers, regionalisten, veel pelotons ME’ers, lokale politie, nationalisten, populisten, hordes gezagsdragers en veel toeristen maken er een waar carnaval van. Zeker, er zijn overdag enkele spanningen, maar de politie weet door de demonstranten te scheiden, erger te voorkomen.
goedgeluimd personeel zit. Aarzelend als opkomend verzet tegen stierenmishandeling, worden fietsroutes aangelegd, soms zelfs met terechte snelheidsbeperkende maatregelen voor snelverkeer. In elke straat lijkt een fietsverhuurder te zitten. Er is een zeer uitgebreid metronetwerk dat tot ver voorbij Valencia’s centrum gaat. Noordwestelijk tot zelfs 25 km.