Wit, grijs, zwart

Natuur in Zuidoost-Drenthe is Van Gogh:
Grijsgetint, ouderwets, soms ingetogen;
Bekeken door een bus bebrilde ogen,
Op zoek naar gulden snee, gezichtsbedrog.

Dan weer is de natuur een bont palet
Van beelden, kleuren als een druppel olie
Op een weg, schittering van zilverfolie,
Een kermis, voorjaarstinten van Monet.

Als contrast ontwaart men, reeds op afstand,
Zwartwitte vogels vliegend, soms een grijze,
Knisperend en fladderend, dissonant
In rust, stilte-infiltrant, ten bewijze

Van vooruitgang, hier een reep, daar een flard
landbouwplastic, lappen wit en zwart.

26 x Mavo Allee 1978/79

Na 35 jaar is meer dan een derde uit de tijd:
Mooie, veelkleurige herinneringen aan het tiental
Bult, Hendriks, Klabou, Kuipers, Scheffer,
Stoker, Van der Wal, Weerman, Wolters,
Zwierstra. Van een aantal ben ik niet
Helemaal zeker, dichten is geen pokeren.

Levend op mijn beeldscherm en in het echt:
Bonkes, Bontjer, Geertsema, De Groot,
Harkema, Van der Hei, De Jonge, Klewer,
Klok, Meiringh, Slomp, Venekant,
Wielaert, Paulusma, Van der Wouden.

Spaarzegels voor elke naam die u zich herinnert,
Een plakplaat voor een hoofd, een andekdote
En 3 verlofjaren van de geheugenpoli.
Een fles wijn voor een volle stempelkaart!
Voor de geheugenlozen een gereserveerde stoel
In troostplaatsen De Bleerinck, Holdert, of De Horst.

Wit grijs zwart

Natuur in zuidoost-Drenthe is Van Gogh:
Grijsgetint, ouderwets, soms ingetogen;
Bekeken door een bus bebrilde ogen,
Op zoek naar gulden snee, gezichtsbedrog.

Dan weer is de natuur een bont palet
Van beelden, kleuren als een druppel olie
Op een weg, schittering van zilverfolie,
Een kermis, voorjaarstinten van Monet.

Als contrast ontwaart men, reeds op afstand,
Zwartwitte vogels vliegend, soms een grijze,
Knisperend en fladderend, dissonant
In rust, stilte-infiltrant, ten bewijze

Van vooruitgang, hier een reep, daar een flard
landbouwplastic, lappen wit en zwart.

Noorderplein 2.0

Het Noorderplein is je warme jas, je ware huis; de rifrafvriend biedt
lustkappers, autokrassers en spuiters tijdelijke ruimte, een dak
voor niks, eurovrije zone; warm licht voor stuurloze fietsers,
hopeloze gevallen; kwijlend voor Hema-uitvaarttarief en rookworst
staan stokoude mannen van zestig, zoekend naar de 4e dimensie;
voor een habbekras eten in Holdert, stappen schrijven namen
in sporen zand; de erectie van de Grote Kerk beschut je,
je was iemand, je dirigeerde in lucht; nu slaap je waar
de traverse je laat mistasten naar de harde, hoge,
kolossale, stenen dijen; je tong klakt, je proeft,
brokkelig beton proef je, denk je, je gedenkt
na 10 jaar met eerbied het wandelvrouwtje,
ooit wereldnieuws, predikers waren hier
kyrie eleison zingende plastic herders;
de marktkoning begraaft z’n broer
en smaak; via vetrode lopers
wordt je iets aangedaan
op koopjeklaarzondag;
weggezogen in haar
die je koestert,
‘t stadshart,
Emmen:
je thuis;

dikke prima

Nieuwe inwoners

Haar winterkleed gaat in de zak voor Polen,
Hij past de zomerjas die Emmen heet.
De ijssalon is als een smaakmagneet;
Toyisten zijn de nieuwe gladiolen.

Het leescafé, de oude melkfabriek
Vervangen glas-in-lood en bleke beelden.
Een paarsbepruikte nimf met billenweelde
Danst in de eredienst op jazzmuziek.

Het stadsbestuur staat klaar met gratis koek,
Een bronzen brassband steekt de loftrompet.
Men toont de plannen voor een nieuwe look
Die Emmens stadshart op de kaarten zet.

Het kost wat, maar dat doet ook het silhouet
Van afbraak, neergang, krimp en vorstverlet.

Reigers in de dierentuin

Verdwaalde reigers in de dierentuin:
De nieuwe burgerservicenummerlozen.
Ze zitten wat, ze denken, praten, vozen;
De lange snavels recht, de koppen schuin.

Hun vale, paarse, blauw is eerder grijs.
Ik tel er zeven, of toch acht, nee zeven,
Acht is een aap, één zonder hondenleven,
met elke dag een vrij entreebewijs.

Ze snaaien verse vissen bij de vleet
En schuilen schichtig bij de nachtverblijven.
De koude mist verhult hun lange lijven,
Gastvrijheid is hier gratis, kamerbreed.

Ze hopen dat de zoo nooit weg zal gaan,
Maar nu en eeuwig hier blijft voortbestaan.

Op fietse naor Emmen

Niet meer van deze tijd, voorbij, verworden;
Er zijn veel dingen waar je zonder kan:
Kwakzalverij, Hemelvaart, ramadan,
Een roomse rector zonder paapse orde,

Ledlichten onder oude lampenkap,
Bermen maaien, vlaggen zonder pompeblêden,
Staartbot, encyclopedie, waterschap,
jagershut, twintig soorten Sandwich Spreaden,

‘n Koning, schaamluis, Argentijnse koningin,
Borsthaarschaar, kraantjeskan en tussenzin,
Griepprik, omroepgidsen, blauw bakeliet.

Maar zonder boek, Bach, op fietse naor Emmen,
Kibbelingen van de markt, vrouwenstemmen,
Koormuziek, sportbeha’s, gaat leven niet.