Vooral (g)een nieuwe kijk op 2 0 1 6

De nieuwe superman is nu een vrouw
Een egeljasje voelt als zachte zijde
Straks komt er nog een vijfde jaargetijde
‘Tyf op!’ betekent ooit ‘ik houd van jou’

De koningin werkt in de akkerbouw
De paus heeft zich succesvol afgescheiden
Een slager bakt nu broden op de heide
En stierenpis smaakt als een glaasje dauw

De opschepprijs is voor de noorderlingen
Een slak wordt winnaar van de steeplechase
Ús Epke duvelt daaglijks uit de ringen

I S’ers eten zondags varkensvlees
Softporno wordt gemaakt voor kloosterlingen
Maak zelf een keus: worden het ja’ s of nee’s?

Bavianenman

De toppen zijn voor u niet hoog genoeg,
Men komt u gretig vlooien, aaien, luizen
Een rauwe sneer voor wie zich niet gedroeg
Wie u hier treft wil enkel maar verhuizen

bij u wordt ieder automatisch onderdaan
Regeren, heersen, is u aangeboren
en wie uw wensen wilde misverstaan
wordt en public gewassen en geschoren

u fronst uw ogen, spitst vol achterdocht de oren
uw harde handen jeuken permanent
uw opponent heeft al vooraf verloren
druipt af, bindt in, staat stil, voelt zich ontkend.

Maar als u staat, valt iedereen snel op:
uw trotse stok: niet langer dan een vingertop;
• Een mini-apparaat, al staat hij fier rechtop;
• Uw mannending is zelfs rechtop een fletse flop;
• Uw pielemuis: een rozerode speldenknop;
• Uw speeltoestel verliest het van een spinnenkop;
• Verzuipt uw korte joystick in een vinger sop?

Reserve assistent-scheidsrechter

Je was twaalf en de geur van pas gemaaid
Gras bedwelmde je, maakte je dronken;
Het geluid van noppen op de kleedkamervloer
Had geklonken als trommelstokjes van de tamboer.

Nu achtendertig, je hartslag is wat hoger dan normaal
En ook moet je ineens veel vaker plassen.
De veters worden aangesnoerd als in een rijgkorset,
De schoenen glad, je lange blonde haren pas gewassen.

Je moet je uren voor de wedstrijd melden,
Dan krijg je lauwe koffie en een bleke weke boterham
Met cervelaat of natte knak; voetbalmannen
Smeren de warmte van je billen aan hun grage vlakke handen.

Verzetten wil je je, maar wist je maar hoe,
Als je mee wilt doen, dan pik je veel.
Was reserve zijn een spel, jij was de kampioen,
Je gaf je leven voor een club, een veld, een doel.

(Vluchtende) Madonna

Leuker dan het is klinkt het: gearrangeerd huwelijk;
ouder dan hij was, leek hij, al jaren veertig;
En zij zestien: verre nicht, nog verdere neef;
Nu Madonna die acht moederschappen eert.
Boko fokking Haram, Al Qaida, woorden,
Namen van het kwaad, schenden, moorden,
< Alles uit naam van hem die daar Allah heet >
Vrouwen van toen, nu, mannen, gezinnen
Op weg naar toevluchtsoorden, godinnen
Op naar vrijheid, hoop, toekomstplan
Voorbij de duurste einders herbeginnen.

In de boot wordt stiekem en onhoorbaar
luid gevloekt; wie had de boot zo volgeladen
Wanneer was het tripje volgeboekt?
De Libische koopman had zich lang beraden,
Lampedusa was het doel, IS de kwade
Genius, voor drie duizend dollar kochten
Ze brokjes toekomstdromen, een scherf genade;

Hebben ze geluk komen ze in Ter Apel,
Middelstum, Houwerzijl, Midwolda, ’t Waar;
Eten ze poffert, appelmoes, kolen van boeren.
Leren de mooiste woorden als Goud Laiverd.
Ruime harten wandelen langs koolzaadvelden buiten
Roswinkel met uitzicht op blauwe luchten & leven.

(geschreven bij schilderij ‘Vluchtelinge’ van Mary Velthoen, Middelstum)

Wiebe Hayes, held van Winschoten

Wanneer wordt een mens een held,
Hoeveel daden kost die naam,
Wanneer krijg je wereldfaam,
Ruimen angst en lafheid veld?

Geef Toos een man in d’r kunstenmakerhanden en ze kneedt,
Ze kneedt een man tot kerel, een verhaal tot wapendrager,
Winschoter vechter, soldaat, no bloody guts no glory, dat telt;
Wat telt dat is ingrijpen, niet wegkijken, dat maakt de held.

Een kloeke kop, een ruige baard,
Een verre blik kijkt onvervaard;
Een mensenredder is geboren,
De duivel wordt te zwaard bezworen.

Daar staat hij frank en vrij en fier te wezen
En overleeft met groot gemak vergetelheid.
Toos’ brons schenkt hem onsterflijkheid,
Zijn heldendom in woord en beeld geprezen.

(geschreven bij het beeld ‘Wiebe Hayes’ van Toos Hagenaars, Winschoten)

Kinderen die de wereld hebben veranderd

In mijn jeugd kenden we het meisje uit Vietnam
Dat op de foto rende voor de napalmbommen
De tragiek die haar toen overkwam
Scoorde rake, vette krantkolommen
Hoe ze heette wist ik niet, haar naam was zoek
Tot ik las: ze leeft, ze heet KIM PHÚC

Ik las een boek over een Berlijnse meid
Die heel veel rookte, slikte, dronk en snoof
Voor wie haar waarschuwde hield ze zich doof
Haar leven was mislukt, haar puberleven dwangarbeid
In films en boeken krijgt zij nu verdiend reliëf
Haar naam leeft ongebroken voort: CHRISTIANA F.

Dit Pakistaanse meisje werd symbool van strijd
Nadat een kogel door haar hoofd schoot: BWAM
Werd zij pas goed beroemd, zelfs wereldwijd,
Haar moed en kracht raken niet uitgedoofd
Zij spreekt met koning, prinsen, president
Haar naam? MALALA, door alleman gekend.

En wil je zelf iets aan de wereld doen,
Wees dan vrij en Frank als Anne,
Nkosi, Wilma, Ruby, Andrew, Felix, Helen
Shin, Sadako , Urmila, Kesz, Nujood,
Rekha, Iqbal, Severn, Mattie, Aurora,
Ishmael, Basilio,
of schrijf hier je eigen naam:

(geschreven n.a.v. het boek Kinderen die de wereld hebben veranderd’ van Floris van Straaten & Els Kloek)

Tennistoernooi

De afgezakte broek raakt moe en zweet
besmeurt het altijd blauwgerande wit,
dat voor de wedstrijd nog wel proper zit,
maar naderhand de leeftijd niet omkleedt.

Men loopt vergeefs naar links, vervolgens weer
naar rechts; en tussendoor poogt men vol vaart
een bal te slaan, welks baan beklagenswaard
wordt nagestaard door Onze-Lieve-Heer.

Hier speelt tragiek een wedstrijd tegen tijd,
zo stel ik vast; een ander sprak geschokt
van vuige schennis van de eerbaarheid.

O heer, terecht verbood u spotternij,
doch geldt dat ook als het wordt uitgelokt
door tennissers, bekeken van dichtbij?

Foxel en Klazienaveen-Noord

Foxel is als ons Leymiat in Frankrijk,
Poncin Est is Klazienaveen-Noord,
De mooist denkbare middendorpen,
Met het Verlengde Scholtenskanaal,
Westelijke Doorsnede, Blues aan de Runde,
Een landgoed, dorpshuis en tattooshop skullhouse.
Wat had de waterplanteninkoper een goede dag;
De koperen handen van Wiebe Russchen
Gebieden de stroming van de Runde en
Tarten de messende zagen van het
Overbodiger dan overbodige waterschap.

Een Frans gezin verpandt zijn hart
en vakantiegeld aan Zuid-Oost Drenthe,
Zoals wij geluk onttrekken aan
Wat we, non-stop parole, parole, parole neuriënd,
Het stenenriviertje noemen.
Vanaf Cerdon, Rhône Alpe, naar de Ain-vallei,
Waar madame Toubelle het hele jaar rozen topt.
Wij zijn als familie Neuville uit Lille,
we voelen in hen wat noorderlingen voelen,
Ik kijk met de ogen van Philippe,
Damascus, Donetsk en Aleppo ontbreken
Fier op wegwijzers.

Zuidoost-Drentse Franse goden

De luchtballon blijft rustig verder varen
Wanneer zij Zuidoost-Drenthe hoog passeert;
De piloot, ja zo heet hij echt, opteert
Voor rust en blijft wat glazig naar de wolken staren.

Ver onder hen loopt doodgemoedereerd
Een verre neef van Ellert luid te zingen
Bedwelmd door iets anders dan seringen
Klinkt in de wolken hier zijn stem gesmeerd

Op aarde zien we rare varkens die
stinkend hun best doen om een hond te worden
niets is hier wat het is: een koe die ganzenbordde
de waarheid botst hier met de fantasie

in deze streken wordt op grote schaal
de cannabis sativaplant verbouwd
en al wat leeft en van een blowtje houdt
leeft hier als Franse God: fenomenaal!

Duiven in Noordbarge

De pluimen worden daag’lijks glad gestreken,
Hun vleugels strak, geen veertje in de war.
Ze zijn hier nu al meer dan dertig weken;
Zij: Caspar, Melchior en Balthasar.

Ze voelen zich al thuis en vliegen af en aan
En raken op de tuin niet uitgekeken.
Ze hebben, lijkt het, almaar dingen te bespreken,
Hun stemmen als een bas, tenor, sopraan.

Een Turkse tortel heet Gert-Jan, zijn bijnaam Vier.
Zijn partner is niet meer, ineens verdwenen,
Dit zijn zo van die eco-fenomenen,
Je wenst het niemand toe, noch mens noch dier.

Terwijl Noordbargers zich op schaatsen voorbereiden
Beleven duiven op de til hier gouden tijden.