Vijverbrinkenweg

Als ik mijn ogen sluit zie ik een schone schare
Cherubijnen van de allermooiste soort en kleur;
ze zingen, spelen, morsen wat met etenswaren
die ze juist kochten bij de grotestadstraiteur.

De voorste van de groep schrikt zich een ongeluk
als hij de zuidas van de Vijverbrinkenweg passeert;
zijn hart en trommelvliezen barsten bijkans stuk
bij ’t horen van een knal: een melkbus explodeert.

De hangjeugd juicht en klapt de handen rauw,
maar één van hen bedenkt zich en snelt gauw
naar ’t pas verbouwde Slener MFC, waarna hij,
op zijn opgepimpte Honda teruggekeerd,
het bijna dode engeltje met veel gevoel defibrilleert.

Ik doe mijn ogen open en begin te mijm’ren
over het nut en de moraal van dit verhaal:
daar is het al: wees wakker en vooral heel gis
en zorg dat, zo voor nieuwjaar en na kersemis,
je brommer altijd volgetankt en in topconditie is.

Vrede met Finkers, Hans Teeuwen of Freek

De sloten bevriezen, de haard vat weer vlam,
De hele dag lezen, het schaap naar de ram.

Een bokbier van Grolsch, een Leffe van ’t vat,
Een Cantate van Bach, een worst van de lat.

Een boek van Mark Haddon, wat langer in bad,
De kaarsen vol vuur, een muis voor de kat.

Een bol uit de olie, een vis uit het zuur,
Gezang in de verte, een bal uit de muur.

Op zondag een kuier, een kop hete snert,
wat hooi voor het paard, en op naar ’t concert.

Een snoek uit het meer in de luwte van Sneek,
Vrede met Finkers, Hans Teeuwen of Freek.

Café Perkaan bij kerst

Met kerst gaan zelfs de wildste sprookjes leven:
Het wordt smoordruk bij het café Perkaan
Waar onderkleren op de kapstok gaan
Serveersters schenken drank en nageslacht
Aan Drentse drinkers met verbeeldingskracht
Ook dit geheim wordt niet graag prijsgegeven:
Met kerst gaan alle sprookjes ooit weer leven
Hier knellen ware tijd en ruimte niet
De herdertjes wachtten er onbespied
Tot het magische kindeke er werd geboren,
In Wezup! Wie wil dat niet horen?!?
Twee eeuwen duren hier maar even:
Met kerst gaan alle sprookjes leven.
Elk jaar wordt de verjaardag weer herdacht
Met glühwein, bal en piek in kleurenpracht
Met Kerst staat Wezup stevig op de kaart
Waarna de drukte langzaamaan bedaart.
Met Kerst komt zelfs het kleinste dorp tot leven
Gelukkig duurt die gekkigheid maar even.

Gedaanteverwisseling aan de Oude Meerdijk

Daar ginds is een manege in de straat,
waar vaak wat knollen worden uitgeladen.
Een paardenstaart kamt op de automaat
Haar forse kameraad, heel vastberaden.

Gedecideerd geeft zij haar vriend de sporen;
Haar zweepje losjes in de linkerhand.
Maar als de vos verrast zijn spieren spant
Slaakt zij een schrille gil en duikt naar voren.

Een uurtje draven in de oefenbak,
Verveeld wat lummelen en rondjes maken;
De juryblikken doen gesprekken staken:
Een onvoldoende zegt het mantelpak.

De paardenstaart wordt minzaam nagestaard;
De toekomst van de vos: een karrepaard.

Sleen

De mooiste Drentse brink, met dertig eiken,
of zelfs nog meer, ik weet het niet precies.
Er is geen dorp dat zich met jou laat vergelijken;
jouw bakker bakt de lekkerste biscuits.

O Sleen, de fraaiste dames draven langs
je straten, stegen, via Pieters Pad;
ik zie ze wuiven, lachen, eersterangs!
en werk weer verder aan mijn tafelblad.

Maar Sleen, al ben je bakermat van Bartje,
al koop je hier nog waterijs per kwartje,
je hebt één nadeel, zeg ik heel riskant;

in dit wonderschone Drentse zandland,
met de allerhoogste spitse toren,
kan men de Friese taal te weinig horen.

Hemingway

De lerares gedraagt zich als een heerseres
en geeft onzekerheid geen kans.
Haar uiterlijk weerspiegelt een balans
die niet bestaat, maar toch heeft het succes.

De tweeëndertig braveriken volgen haar
aandachtig, en laten zich gedwee
vervoeren naar de kennisplaatsen waar
zij wil: vandaag is dat Hemingway.

Haar ogen zijn onrustig, haar voeten
trippen door ’t lokaal. Ze voelt haar kracht.
En als de les ten einde loopt, ontmoeten
puberogen lang de hare, en klinkt het zacht:

Juf, ik hoop niet dat ik u te zeer ontstem,
maar schrijf je Hemingway niet met slechts één m?

Gepensioneerd

Men wandelt zonder doel, men leest en kuiert,
men doet de was wat vaker dan normaal,
men leest de krant drie, vier keer daags, en luiert,
men gaf zijn leven voor een klaslokaal.

Ze doen zo stoer, zo kwiek en energiek,
ze hebben veel te veel te doen – zo heet het –
maar duist’re weemoed knaagt en maakt hun ziek;
’t is heimwee naar hun oude school, ik weet het.

Bij ’t afscheid was er drank, gebak, een haring,
veel mooie woorden van de baas, een lied.
Het was een zeer uitputtende ervaring;
na afloop op de bank: kapoerewiet.

Nu is het feest, muziek speelt ongenadig,
de oudjes dansen als een kind zo blij,
ze drinken bier per fles, te overdadig,
het is op ’t randje van een slemppartij.

De toegangsprijs is voor Jan Lul zo’n dertig piek,
maar voor de vutters met bejaardenpas
kostte het niets, daarin schuilt nu de tragiek:
weer telt men niet echt mee, men steunt op charitas.

Wonderful world

Hun ouders zingen toegewijd van Schweinespeck
en Borstenvieh en houden permanent de dirigent
in ’t oog, als was hij vrouw met zeven borsten in een kermistent;
nooit heb ik zoveel maatgevoel gezien:
Nienke, Geertien, Kim, Josien.

Het liefste eten zij patat met mayonaise
en dromen van de Spice Girls of Tom Cruise
die op hun tienerkamer smult van een tompoes.
Nog eeuwen ver lijkt zeventien:
Nienke, Geertien, Kim, Josien.

Ze fietsen elke dag naar Emmen op en neer,
trotseren hagel, regen, wind en wagensmeer.
Komen de allersterkste meiden echt uit Slien?
Is het dan toch waar misschien?
Nienke, Geertien, Kim, Josien.

Op school lijken hun blonde lokken als van goud,
ze vragen: sir, are you a ladykiller?
Waarop ik zeg: nee, da’s m’n broer, noem mij maar Mr Miller,
en droom weer weg naar de Top tien:
van Nienke, Geertien, Kim, Josien.

Fietstocht

Holsloot per fiets, een lichte wind, de schuwe
zon schijnt mild, een kievit buitelt kopje als
een kind, de juffrouw op het plein ben ik;

de lucht van mest en ingekuilde grassen,
een ver geluid, gebries, gooien mij zeer ver terug
in ‘t diepe van mijn jeugd, immense vlakte tijd

trekt rimpelloze voren naar het nu; ik zie mezelf
als jongen met een pet, ik hoor een lach en zoek;

geluk ligt binnen mijn bereik en ik geniet
een helder hoofd, gedachten zijn weer vrij.

Bijverdienste

Haar zachte stem klinkt als fluweel
wanneer zij in de voorleeshoek
de schimmen uit het sprookjesboek
tot leven dwingt in haar gareel.

Het grut aanbidt in haar de kloek
die als een heks met bezemsteel
haar rol speelt op dit schouwtoneel;
acteren is haar invalshoek.

Maar ’s avonds als het donker wordt
vereist haar rol een ander spel
terwijl de inzet eender blijft.

Voor haar stopt menig nummerbord
met stijve mannenrug, ruim vel
dat zij masseert en lekker wrijft.