Groninger Museum, de Kinderbiënnale

Een museum is geen kerk. Kunst is niet gelijk aan godsdienst. Sommige in het nauw gedreven gelovigen maken rare denksprongen. Vrijheid van godsdienst? Mijn reet! Als ouders religies niet met dezelfde power in de kinderhoofdjes zouden persen als industrieboeren biest in de monden van pasgeboren kalveren, zou het met religies snel afgelopen zijn. Dit vrijheid noemen gaat wat ver. In dit opzicht is godsdienst als kokkerellen of museumbezoek of vogels spotten: onderzoek leert dat museumbezoekers doen wat hun ouders deden: musea bezoeken. Panikerende ouders die wanhopen dat hun kinderen nooit een museum van binnen zullen zien kunnen gerust zijn: heb je het voorgedaan dan komt het goed.

Het Groninger Museum doet iets goed. Niet alleen maar in de slappe tijd iets voor kinderen organiseren en dat dat aanstellerig biënnale noemen, maar ook iets doen aan de landing, de inbedding. 30 scholen is verzocht een kunstambassadeur aan te stellen. Die ambassadeurs leverden de uitstekend verwoorde bijschriften bij de zeer gevarieerde kunsten. Bij een goede aanpak [kom, museum, verknal het niet; zorg ook voor een follow-up en doe als alle schoolvakken: bied iets aan, plaats het in een groter kader, bespreek het en reflecteer er in een later stadium op, kan heel goed zonder cijfers hoor, gaan de kinderen musea bezoeken gewoon vinden als The Voice Coaches meisjes en vrouwen intimideren. Dit heet vooruitkijken.

Maar eerst nog flink kauwen op het volwassenenconcept. Veel & eenvoudig mechanisch geproduceerd & buitenlands etiket. Bewerkte bulkfoto’s, soms simpel in een lijstje, vaak opgeblazen, soms ingenieus gefotoshopt. Altijd met een Engelse saus. Vooral heel veel. Inclusief een weekmakende bijsluiter voor de kritische kijker: I CONSIDER MYSELF AN ARTIST MORE THAN A PHOTOGRAPHER. FOR ME PHOTOGRAPHY IS ONLY ONE STEP IN THE PROCESS. jr.

Hierna begint de echte kunst in de kinderbiënnale. Supermooie constructies van Harry Arling, een leuk Bamboe Bibber Bos van Schoeren, graffiti van Werc Collective en een installatie van Nou&Herkauw. Mooist: de joekels van aanraakbare, opblaasbare tollen: honderd keer spannender dan de aan de museumbinnenmuur gemonteerde gevriesdroogde statische glazen kermisblommekes van Dale Chihuly waar het spaarzaam toegestroomde publiek levenslang van zal moeten genieten, ben  ik bang.

Jammer dat de begeleidende folder weinig extra Kinderbiënnale info biedt. Op de website is wel alles te vinden. Zal een educatie-angehauchte bedoeling achter zitten: kom lekker zelf kijken!