Suïcidale luchtvis

Dobber, waar bent u gebleven in dit tableau,
Boven of onder de werkelijke, weidse wereld, daar
waar de dreigende haak mij zoekt; spiedend
Langs gehavende Belcampo-indrukken,
Een Blauw Dorp, of Groninger land;
Tegeltjeswijsheid: wie de vis heeft, heeft de graat;
Ik spoed me over de lokkende, lonkende trompetten
Van groot hoefblad dat zich als een vagina dentata
Prijsgeeft als open schelpen, badend in
Schemerlicht met bomen behoedende maan,
Ver voorbij haar die een stam knotte als een
Kaasschaaf een Parmaman zonder overdreven
Gevoel zou inkorten en ontdoen van de fallus
Impudicus, die hem maakt en drijft.
Boot, waar verstopt u de wijkplaats, zeppelin
Van het water, bolknak, drijver in luchten, waar vind ik
Het anker, de ketting naar leven, naar lucht…

‘Suïcidale luchtvis’ werd geschreven bij het schilderij ‘Luchtvis’ van Hans Busman