Reitemakersrijge 12

Voor een dorpsjongen is de move naar een provinciehoofdstad soms een schokje of zelfs schok. Denk aan een Afghaan die naar Apeldoorn verhuist. Een koningskind dat naar een kostschool moet. Een hengst die in een circus verzeild raakt. De dimensies veranderen als Remkes’ humeur en jeneverzucht en worden zowel kleiner als groter, losser als strenger, wijder als enger.

Ben je in een dorp gewend aan grote tuinen, in de stad moet je je behelpen met een gemeenschappelijke tuin en geveltuinen. Voor een goed begrip: dat zijn geen tegen de muur aan hangende tuinen, hoewel dat best kan hoor (¹), nee het zijn veertig centimeter diepe strookjes tuin pal tegen je gevel aan. En zo breed als je huis is, minus 40 cm aan de kopse kanten. Visualiseer het eens door aan een duimstok op het dak van een flat te denken. Zoiets dus. Dichtte J. C. Bloem (1887 – 1966) niet al ‘En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant’?

De voordelen van geveltuinen zijn ontelbaar. Esthetische. Ecologische. Sociale. Economische. Je huis krijgt een make-over van jewelste: een saaie, lelijke, verweerde, uitgeslagen, bakstenen kolos krijgt iets puurs, verrassends, moois en zachts als een Catalaanse of Limburgse plattelandsvrouw na een bezoek aan een beautysalon (met een pas geopende epileerafdeling). Kostbaar hemelwater spoelt niet gelijk de riolen in om daar met uitgewaterd Leffe-Blond, coke- of covidresten te worden verdund, maar zet krulsla en Oost-Indische kers in bloei en groei. Voorbijgangers wenden niet geschrokken hun gezicht af alsof ze Danny Buys’ tattoos zien of hem horen vloeken en tieren, maar maken een ontspannen praatje met onkruidjes verwijderende eigenaren. Huizenwaarden stijgen als verkiezingspolls van Pieter Omtzigt.

Groningen kent diverse straten waar huis aan huis geveltuintjes zijn ingericht. Neem de Schuitemakersstraat. Het contrast met de Reitemakersrijge is groot. Zacht tegenover hard, groen tegenover roodgrijs, ecologisch verantwoord tegenover klimaatsceptisch. De gemeente, zich ervan bewust dat als je de klimaatdoelen wilt halen, je iets moet doen, bevordert uit alle macht de straatreparaties. Er is speciaal een behulpzame, binnen een paar uur op mails reagerende, ambtenaar voor aangesteld. Men heeft er zelfs een nieuw woord voor verzonnen: tegelwippen. Er worden wedstrijden aangegaan met andere provinciehoofdsteden waarbij Groningen, als haar FC in dubieuze kantoren van matchfixers, immer aan kop staat.

(¹) zie ook de ‘carton garden’ van Studio Carolijn Slottje