ZONDAG Hoe reageert mijn omgeving op ons plan naar Maastricht te fietsen op één dag? Van vijf of zes kanten kreeg ik het welgemeende advies meer te drinken, dat zou kramp tegengaan. Supplementadepten zweren bij magnesium. Voorbij jaloezie kijkend zijn de reacties vooraf: in het algemeen goedbedoeld(e adviezen), licht kritische (waarom zou je dit willen?), positieve (spannend, mooie uitdaging) tot zuinige (zwijgende) commentaren. Tenslotte: als natuurfietser ben ik niet het archetype van de racefietser, wel van de op veiligheid gefixeerde: van hard rijden in grote groepen moet ik niets hebben en ik ben een vurig pleitbezorger van verplicht handschoenen dragen en natuurlijk een spiegeltje in de linker beugel.
MAANDAG Met mijn ploegleider bespreek ik de route en of we naar of vanuit Maastricht rijden. De wandelvierdaagse in Nijmegen maakt de vrijdagse route zeker 10 kms langer want we gaan Nijmegen oostelijk ronden. Het plan luidt: Groningen – Meppel – Apeldoorn – Nijmegen – Someren – Maastricht. Mijn grootste zorg is Marks tempo. Meer dan ik aan hem moet hij zich aan mij aanpassen. De wind is niet supergunstig op vrijdag.
DINSDAG Fietsenmaker Dik prepareert Giant. Ze krijgt d’r tweede servicebeurtje met extra aandacht voor haar bandjes. Ik schrik als ik hoor van de val van broer II en word wat onrustig. Hij komt er met een blauwe bil nog genadig vanaf. Ik troost ‘m met een liedje van de Blaubilgorgel van Buddingh’. Het risico van een ongelukje calculeer ik, zij het met moeite, in. Een matineuze (zw)erfkat tussen de spaken om 04.30 uur voorbij Assen kunnen we wel missen natuurlijk. Vrouw I, nog herstellende van een heupfractuur na een val zegt toe in geval van nood tot Deventer als ophaalservice te willen fungeren. De schat. Ze heeft megaveel vertrouwen in een goede afloop.
WOENSDAG Terwijl ik me voorbereid op de mentale en fysieke inspanning maken sommige mensen in mijn omgeving er een existentialistische queeste van. Ik onderzoek mijn grenzen en wil nagaan of een jaar lang wekelijks een boek (her)lezen van (heel lang één van mijn favo auteurs, maar de laatste jaren teruggezakt naar de onderste regionen van mijn top-tien) Maarten ’t Hart louter plezier of een opgave is. Of na enkele maanden wat extra trainen een fietsrit van 325 kms voor mij als topfitte 68-jarige te doen is. Het is voor mij een dag plezier die stevige herinneringen oplevert, ook als het niet lukt. Ik wil mezelf (en mijn omgeving) nog beter leren kennen. En tot troost voor de vragenstellers: niet alles is te begrijpen. Sommige (hermetische) poëzie, abstracte beeldende kunst, onbekende (klassieke en ultra-moderne) muziek, er zijn hoofdstukken die voor altijd gesloten zullen blijven. Dat is precies de reden waarom fietsers – lees ‘Mythische fietstochten in Europa’ – gek zijn op onalledaagse tochten.
DONDERDAG In de rugzak prop ik 2kgs aan ballast. Dan voor onderweg nog 2 bananen, 6 40-grams repen, en 2 bidons.



Onderweg ontmoet ik een paar vitale, bruisende, sportieve, ouwe pikken; vrienden voor het leven. Ted in Emmen en Rob in Odoorn. We bespreken het leven, de Nederlands politiek en kleinigheden. Waarom het verkoelende thermische ondergoed de Nederlandselftalspelers toch niet kon redden. Zijn onze docenten Engels echt zo veel beter dan de Franse? Welke waarde hebben felicitaties op groepsapps? Waarom nazaten van good-old Salomon Levy net iets pregnanter hun afkeer kunnen uiten van de vrouwen vernederende Joodse orthodoxen die hun eigen zonen onder het mom van religiestudies uit het leger houden. De invloed van nature en nurture op antisemitisme en rabiate Palestijnenhaat. De schitterende utopische ideeënwereld van Rutger Bregman.
ZONDAG, eilanden. Het eilandenboek van Adwin de Kluyver zet me aan het denken over mijn eigen eilandervaringen. Het uitdagende verlangen eilanden te bezoeken, doorgronden en veroveren, herken ik zeer. In een plantsoen in mijn geboortedorp was een minuscuul eilandje in de vijver. Varend op een wankel vlot veroverden wij het op de ongelovige honden van de openbare school en bezetten het. Wat een teleurstelling toen in een winter het halve dorp het eiland over het ijs kwam bezoeken, in onze ogen bezoedelen. Veel later, op vakantie in Poncin trok een eilandje in de Ain ons gezin als een gek. Met een rubberbootje trotseerden we de stroming en barbecueden er als ware Robinson Crusoes. Nog een eiland dat in onze familie bekend werd is Clare Island waaraan mijn (inmiddels overleden) oudste zus en (nog levende) zwager hun hart verpandden. Jaar in jaar uit bezochten ze dit in hun ogen magische, zo goed als onbewoonde, maar door schapen en hun onvermijdelijke aarsmaden overwoekerde, eiland, waar de tijd en alle erbij horende ontwikkelingen leken te hebben stilgestaan. Voor gewone vakantiestervelingen een godverlaten oord met een bevolking die uit een soort van wanhopige diabolische overlevingsstrategie had geleerd supergastvrij te zijn en die gastvrijheid leert te vermarkten. Na de scheiding bleef mijn zus het eiland bezoeken. Uit door De Kluyver genoemde bewonersaantallen moge blijken dat wijlen mijn zuster met zo’n zeven % van de mannelijke bevolking het bed of een bedstee of een hooizolder boven een schapenstal heeft gedeeld, een feit dat me met broederlijke trots vervult. Dat die trots breed wordt gedeeld blijkt uit het feit dat twee broers zusters as sacraal, liefdevol en ritueel hebben verstrooid op Clare Island onder het toeziend oog van veel bewoners.
MAANDAG, Minerva I. We bezoeken vier van de dertien locaties van de Graduation Show en maken kennis met afgestudeerden. We spreken dan over hun, vaak wel, soms minder interessant, eindexamenwerk. Ook vraag ik stelselmatig: ‘En nu?’ De antwoorden: ‘Doorgaan op deze weg. ‘k Ga een gap-year doen. Proberen subsidies te krijgen. Wellicht werken in de evenementenbranche. Zelfstandig kunstenaar worden. Ik heb een parttime baan. Nog een opleiding volgen.’ Of ze denken een inkomen te kunnen krijgen en of Minerva ze heeft voorbereid op het thema financiën? Ik hoor: ‘Ik heb weinig geld nodig om te leven. Mijn vriend is bakker. Misschien het onderwijs in, maar de ROC-stage beviel me matig. Ik wil onafhankelijk worden van mijn ouders. Er zijn lessen gewijd aan hoe je subsidies of fondsen kunt verwerven (maar die lessen kon ik niet bijwonen)’. Als ervaren ansichtkaartenkopers en proberen we mooie kaarten te kopen. Bij twee van de drie is niet bekend (en na enig zoeken onvindbaar) wat ze kosten. Het van een wasmachine naar een zetel getransformeerde object was nog niet te koop.
DINSDAG Minerva II. Tegenover ons huis staat ineens een minimalistische ouderwetse groene schaftkeet, een tandemasser met halfzachte banden. Het contrast met het glazen parkeergaragetrappenhuisje van glas, beton en staal kan niet groter zijn. In de keet: artistieke, ingenieuze op duurzaamheid gerichte eyecatchers. Koos Buist exhibitioneert zijn afstudeerproject. Enkele t.v.-schermen tonen een in het licht van een nachtcamera actieve rat. Een wildcamera legt kraaien, reeën, hazen en een graafmachine die een sloot graaft vast. Een laboratoriumopstelling voor de analyse van slootwater met microscopen. Topstuk is de ‘Deurbel voor het huis van de dode slak’. Trekkend aan een touwtje gaat een ingenieus radertjessysteem tergend langzaam draaien. Buist is behalve kunstenaar filmmaker en ontwerper van groene daktuinen, hij combineert kunst graag met natuur en educatie.
WOENSDAG, fietsen. Mijn fietsinspanningen beginnen vruchten af te werpen. Betrekkelijk gemakkelijk doe ik een ritje met één caféstop te Dokkum: Groningen, Gerkesklooster, Kootstertille, De Westereen, Damwoude, Dokkum, Lauwersoog, Eemshaven (waar ik een selfie maak bij de 1500 ton zware, 100 m lange monopiles), Roodeschool, Ten Boer, Groningen: 174 kms. Gemiddeld 26,8/uur. Het ritueel na thuiskomst: de licht verstoorde vochthuishouding op peil brengen met een Radler\bietensap en rekken en strekken in bad. In beide benen schiet soms even een verrotgemene, pijnlijke kramp die weer verdwijnt door enkel aan masseur Yara te denken. De 55 kms lange streep van Lauwersoog naar de Eemshaven, die evenmin van lucifers nabij LNG-tanks als van fietsers houdt, was naast een fysieke ook een mentale beproeving.
VRIJDAG. Ik ken steeds meer mensen die denken dat Memphis de naam van een illegaal wedkantoor is. Ze zitten bij een concert van organist Leo van Doeselaar en fluitist Marten Root in de Lutherse kerk te G. Ik hoor werk van Bach dat ik niet kende. Als ik Bach zeg bedoel ik Johann Sebastian en niet Carl Philipp Emanuel die ook voorbij komt. Over het Zuiderdiep lopend volg ik een voetbalwedstrijd op tv’s in cafés. Thuis kijk ik nog even naar een uiterst vermakelijke uitzending van ‘Makkelijk Scoren’. Deze keer met Van Stekelenburg die zichzelf interviewt door voetballers meerkeuzevragen te stellen en zelf de antwoorden voorkauwt.
ZONDAG, belastingmoraal I. Maart 1969. Dokter Sjouke Bakker uit het Friese Kollum zet zich in voor Biafra. De Kollumer Courant schrijft en hervo/grefo predikanten preken over hem. Wij hebben een grote tuin die bomvol staat met eigenwijze narcissen (de enkelvoudige fijnbloemige Tazetta Narcissus). Met mijn jongste zus opper ik het plan narcissen te verkopen voor dokter Bakker. We krijgen – gek genoeg – toestemming (want tuinbloemen afknippen is geen gewoonte). Tien stuks in een plastic boterhamzakje. Ik herinner me dat we 88 zakjes huis aan huis verkopen. Op het moment dat wij de poet gaan aanbieden aan het Sjouke-Bakker-comité zegt heit dat hij het bedrag met 37 gulden naar boven afrondt. Dat is het goede nieuws. Het slechte: i.p.v. met een zak guldens (die we met de dag hebben zien voller worden) bieden we een kale giroafschrijving aan. ’s Avonds aan tafel krijgen we les één van fiscale giftenaftrek.
DONDERDAG, kunstacademie. Minerva en Instituut Frank-Mohr exposeren op 13 locaties in Stad de eindexamenwerkstukken van hun studenten. De tijd dat kunstacademies uitsluitend opleidden voor banen in het onderwijs is passé. Wel staat het beroep kunstenaar in de hoogste regionen van de rankings van bullshitbaanoverzichten. Aan Reitemakersrijge staat een schaftkeet met een op duurzaamheid gericht afstudeerproject van
ZATERDAG Een kleine groep (internationale) demonstranten en studenten loopt door Stad. Ik herken 
ZONDAG Lale Gül treedt op voor volle zaal in Forum. Niet eerder betaalde ik € 10- om een interview bij te wonen. Dit is waarschijnlijk ook de laatste keer. Als je het (dag)boek hebt gelezen, hoor je hier enkel oud nieuws. Interviewster Lotte Lentes heeft zich goed voorbereid maar blijft in de bewondermodus hangen. Ze is niet kritisch op Gül, vooral daar waar ze constateert dat Gül zonder serieuze prijzen blijft. Gül wijt het aan vooringenomenheid van jury’s. Iedere geoefende lezer, waaronder toch ook zeker Lentes, ziet dat Gül het moet hebben van publieksprijzen. Voor literaire prijzen is Güls stijl niet goed genoeg: het is overduidelijk (te)snel geschreven is: er zijn veel herhalingen en het lijkt alsof Prometheus heeft bezuinigd op redactionele assistentie. Er zijn nogal wat taalkundige missers, zoals een Prometheus-bureauredacteur het noemt: harde fouten. Gül wijst naar veelschrijver Brusselmans die voor geen van zijn 100 romans een literaire prijs kreeg. ‘Beste Lale, dat komt niet omdat veel- en snelschrijver Brusselmans over de recensenten onwelgevallige onderwerpen schrijft, maar omdat hij kwaliteit mist.’
WOENSDAG Kunstacademie Minerva meent het roken tegen te kunnen gaan door in slappe fletse blauwe kleur de boterzachte aankondiging ‘rookvrije generatie’ aan de muur te spijkeren. Dat zet geen zoden aan de dijk. Een deel van het personeel en een handvol studenten zijn of analfabeet of hardleers of beide. Ze lappen de goedbedoelde raadgeving aan hun laars (hoewel, zie ik de laatste tijd een kentering ten goede?). Nee, dan de felrode verbodsborden van de universiteit.
DONDERDAG Er zijn in Groningen 125 adressen waar gestemd kan worden. Sommige met 2 of 3 stembureaus. De gemeentelijke organisatie grenst aan perfectie. Ik werk mee in Maartenshof waar twee bureaus zijn, elk met zeven medewerkers. Ben van 06.45 – 22.00 uur in touw. Twee pauzes. Het is erg leuk werk en heel gezellig. Ik houd van een gebbetje en de hele dag messcherp blijven is dan lastig. Eén keer vergis ik me. Ik word gered door twee junioren, beiden student. In ruil haal ik koffie en thee. Als vergoeding vangen we ruim € 10,- per uur.
ZONDAG Ik noem mezelf een natuurfietser, maar anders dan mijn voorbeeld Monegask Mollema houd ik wel van belasting betalen. Voor mij geen hartslagmeter, supplementen, gelletjes of spierversterkende poedertjes in bidons. Luisteren naar je lijf, veel slapen, veel lezen, wat schrijven, dagelijks een bordje oesters, halve liters Leffe Blond ruilen voor of aanvullen met bietensap, veel bewegen en niet te hoog van de toren blazen. Deze maand fiets ik ruim 1.000 kms, verdeeld in wat langere stukjes en de standaard 40-km-routes.
MAANDAG Alida wordt opgetild, neergevlijd en afgevoerd. In de buurt heet het skûtsje Tante Alida, kortweg tante Alie. Met liefde en deskundigheid wordt ze door twee kranen opgehesen, even neergelegd op de museumoprit en dan door één kraan op een verlengde dieplader gelegd en getransporteerd naar Wehe den Hoorn. Het voormalige scheepvaartmuseum wil nieuwe wegen inslaan en gaat samenwerken. Bingoënde drag queens moeten bezoekersaantallen die dalen als grondwaterstanden in door waterschappen beheerde landerijen opkrikken.
WOENSDAG Ik vraag deskundigen hoeveel je moet trainen voor een monsterfietstocht. ‘Per week opbouwen, de hele monstertocht praktizeren is niet nodig,’ hoor ik geruststellend.
VRIJDAG Ons autodeelproject CCP (Clio Coöperatie Pompplein) is een groot succes. Met zijn drieën delen we Clio en gezien de gereden kilometers zou er een vierde en vijfde deelnemer toe kunnen treden. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan het verdelen van de beschikbare, krappe, ruimte op wegen en parkeerterreinen in Stad. Zoals Groningens wethouder Rik van Niejenhuis graag in interviews debiteert: het kleine persoonlijke belang inruilen voor het grotere publieksbelang. Er lang over filosoferen primo maar ook hier is handelen beter dan oeverloze salontafelgesprekken.
MAANDAG. Met fietsmaat M spreek ik fantaserend over Maastricht – Groningen in één dag. Kortste route is 323 kms. Dat wordt 12 uren fietsen. Dan nog zes pauzes van 20 à 30 mits. Dagje werken zal het wel worden. Voor fietsmaat M is de grootste opgave zich aan mijn tempo aan te passen. Hij stelt een alternatieve route voor: vrijdag: Groningen – Amsterdam – Rotterdam – Vlissingen, zaterdag: Vlissingen – Antwerpen – Maastricht; zondag freewheelend met mij: Maastricht – Nijmegen – Zwolle – Groningen. Totaal 886 kms. Beiden blij.
Essen ligt nog in de onuitgepakte kratten, pakt u het zelf maar even. En nee, Lale Gül ligt nog niet klaar, is zelfs nog niet binnen. En dat terwijl mij op dinsdag was verzekerd dat het boek er zou zijn. Zonder een excuusje te mompelen gaat mevrouw in discussie en draait me op een bepaald moment zelfs de rug toe. Ineens denk ik aan het woord ‘angstcultuur’ waaraan de bedrijfsvoering in deze winkel zou lijden. Uitsluitend jonge, bedeesde, non-assertieve vrouwen die een lastige klant met slechts stilte tegemoet treden i.p.v. hem met een kopje koffie en een gesprek met de bedrijfsleider inpakken. Brrrr. In Maartenshof bel ik met de boekenzaak in Zuidlaren. ‘Ja hoor,’ ligt klaar, is gisteren binnengekomen.’
in Emmen. Van Ter Apel tot Groningen één rechte streeop. Voor twaalf terug.
ZATERDAG Lale Güls ‘Ik ben vrij’ leest als een trein. Bezig met mijn 38e van Maarten ’t Hart denk ik steeds: die Maarten groeide op met een star, vervelend, beklemmend geloof, maar beleefde daarnaast onbekommerde licht- en vrolijkheid en kon zijn ongezouten kritiek kwijt. Een uurtje zondagschool, een half uur catechisatie en later belijdenis, wat stelt het allemaal voor? Nee, dan die nare, door de staat gesubsidieerde, mistroostige koranschool op zaterdag en zondag van 10.00 – 16.00 uur van Lale Gül en die achterlijke, analfabete, alles verstikkende, agressieve, uit Turkije geïmporteerde gezinscultuur van haar islamitische jeugdindoctrinatie: vreselijk. Wat heb ik met haar te doen.
MAANDAG: Als ik met C een Groningse-Poëziewandeling maak tussen Milnsum (Middelstum, met zijn radiale wierdenstructuur) en Doord (Toornwerd) zien we dat er in Doord een AED aan een muur hangt. Om twee redenen is dit apparaat onbruikbaar: net als -bijna – alle aan de openbare weg hangende AED’s is hij niet vrij toegankelijk, want afgesloten achter een cijfercode, maar erger nog is dat het storingsnummer niet bereikbaar is. Ook wordt er niet teruggebeld. Pictogrammen die een mogelijke gebruiker op weg zouden kunnen helpen zijn verweerd en onleesbaar. Het tweede telefoonnummer levert wel een (slaperige) stem op, die er iemand naar zal laten kijken. Terug naar de poëzie. Hardop de gedichten lezend, valt ‘Mien Laand’ van opa Jan Boer, niet tegen. Enkele gedichtenborden zijn verweerd en minder goed leesbaar. 
WOENSDAG: Fietste ik in ’23 de 165-km trip langs Holwerd en Uithuizen in één ruk, vandaag doe ik – met vage plannen Maastricht – Groningen nog eens in één dag te doen – een tot 147 kms verkorte versie met twee korte stops. Achterlampje aangebracht. Ik word voorzichtiger. Doel is een foto maken van de fake AED in Toornwerd. Het kost me moeite, ik beken dat de rit me tegenviel. Klein pijntje achterzijde rechterbovenbeen, gevoelige billen (schepte ik er ooit over op dat mijn billen gelooid waren als die van een in een versleten string getooide bejaarde Portugese stoephoer die 24/7 zon- of maanbeschenen efficiënt prostaat melkend Nederlandse mariniers voor een handvol escudo’s van hun onschuld beroofde) en een vlekje in de liesstreek. Mijn oude woonplaats Kollum is nog steeds in de ban van een omgekeerdevlaggenboer die veertig jaar lang heeft vergeten de juiste afslag te nemen en die nu argeloze passanten het dorp doet mijden als BBB stemgerechtigden die nadenken.
DONDERDAG: Nog even terug naar Toornwerd. Vaak wint het geromantiseerde verlangen naar in een dorp wonen het van praktische handelingen als onderhoud (de dorps-AED) en schoonmaak (de poëzieborden). De ware kwaliteit van het plattelandsleven vind je weerspiegeld in de sloten. Zelden zag ik een rijkere fauna en flora dan in en bij de sloten nabij Toornwerd en Middelstum. In de verste verten geen tulpen en/of leliekwekerijen, dat speelt natuurlijk mee. In vijf meter goed onderhouden sloot telde ik veertig kwakende kikkers. V e e r t i g.
MAANDAG Lig je in het ziekenhuis dan worden kleinigheden belangrijk. Even WhatsAppen, een kaartje, een blommeke, een doosje brownies, een bezoekje, een kaarsje. Kortom wat aandacht. Ik heb een sterk geheugen als het op kaartjes aankomt. Op mijn twaalfde kreeg ik een kaart van de boer en boerin waar ik een groot deel van mijn vrije zaterdagen in mijn jeugd doorbracht. Op de kaart onnatuurlijk geel stro dat me als boerenknecht fascineerde. We waren een half jaar getrouwd toen wij een kaart kregen met een slome volgevreten dulle man, een supersexy vrouw en een pakkende leuke tekst. Afzender onbekend. Op mijn 66e een kaart met de gebroeders Klinkhamer van de Kameleon in één waarvan de afzender mij herkende. Sommige ansichtkaarten blijf ik me levenslang herinneren.
WOENSDAG Als wij gasten ontvangen kijk ik altijd even op straat of er ook vuilnis ligt. Vaak niet, maar zo ja, dan pak ik de prikstok en maak een rondje. Het schijnt dat er in Groningen 3.500 inwoners zijn die dat met regelmaat doen. Ooit in Marseille of Palermo geweest? Beide steden vergelijken met Groningen is kantje boord natuurlijk. De ruim drie keer grotere Siciliaanse stad hangt van frauduleuze maffiose door de katholieke kerk gedoogde praktijken aan elkaar, wat zich o.a. uit in de haperende vuilnisophaalmores. Marseille (vier keer groter dan Groningen) doet haar best het epitheton ‘bruut’ of ‘rauw’ eer aan te doen en heeft eeuwenlang vergeten zijn inwoners op te voeden. Maar dan (het veel kleinere) Groningen. De binnenstad van Groningen kent nauwelijks graffiti en is superschoon. Afgelopen week ontvingen wij van de buurtvereniging Het A-Kwartier het complete college van B & W. Na de lunch in dovencafé Luhu maakten we een wandeling door de wijk. De dag eraan voorafgaand zag ik iets meer bedrijvigheid van veegauto’s. Zaterdag is het koningsdag en op vrijdag wordt de straat en de stalen steiger naast de A even extra schoongemaakt. Ook Groningen doet het: krijg je gasten dan sloof je je wat extra uit.
DONDERDAG Lintjes en Koen Schuiling. VVD-burgemeester in het kneiterlinkse Groningen stampvoette schuimbekkend de longen uit zijn lijf toen hij constateerde dat de lintjescoördinatie in samenwerking met het middeleeuwse Kapittel voor civiele Orden, er weer niet in was geslaagd de old-boys-networks te doorbreken en inclusie was vergeten: slechts vier vrouwen en maar liefst 15 mannen. Één met een niet-Nederlandse achternaam. Schuiling, oud-leerling van de Jan Evert Scholtensschool en later de MAVO is een diplomastapelaar en weet als geen ander wat ervoor nodig is hogerop en in andere bubbels te komen.
ZATERDAG Het CGTC (Centrum voor Groninger Taal en Cultuur) heeft een gevarieerde avond, zeg niet bonte, aangekondigd in het Der Aa Theater met muziek van Hister en Bert Hadders, poëzie, een praattafel over poëzieworkshops en de aankondiging van een onlinecursus Gronings. Bert Hadders steelt de show: heerlijk gitaarspel & rake teksten in verstaanbaar Gronings. Hister is, ook na de vierde keer, wat lastiger te verstaan en de aankondiging van de onlinecursus is als een voorlichtingsavond voor ouders in HAVO-3: slecht voorbereid met een haperende beamer.
ZONDAG Twan Huys dringt in Buitenhof ongegeneerd zijn privémening op aan Omtzigt en meekijkend Nederland en trekt, als de getergde Omtzigt met een gekwelde blik te kennen geeft daar niet van gediend te zijn, publiekelijk het boetekleed aan. De onbetwiste geslotenvragenkoning draagt eraan bij dat politieke partijen als PVV, BBB en NSC zich afkeren van de publieke omroep en ervoor pleiten de NPO uit te kleden en te reduceren.
DINSDAG Groningen wordt geteisterd door woning- en kamernood. Vooral jongeren zijn de dupe. Woningen worden onttrokken aan de huizenmarkt en lucratief aangeboden in de hotelkamerbusiness, singles en kinderloze (gepensioneerde) echtparen bewonen zonder scrupules kasten van huizen en winkeliers verdommen het massaal bovenverdiepingen woonklaar te maken door een trap in de winkel te installeren. Gisse Minerva-studenten toveren de glazen ondergrondseparkinguitgang om tot huisje. Ramen, compleet met een hiergeenfietsenplaatsen papier, deuren met Nee-Nee-sticker, planten in de vensterbank en meer.
WOENSDAG Minibieb ‘Achter Minerva’ puilt uit: nu de orthodoxen of fundamentalisten de kerken de rug toekeren als grutto’s het Friese platteland (bekijk de film ‘Vogels kun je niet melken’), worden de boeken massaal weggedaan.
VRIJDAG Na de deelscooter, -fiets, -auto is er nu de leen-, deel-, lease-, ruil-, of logeerhond. Keuze uit alle formaten, kleuren, rassen; teef of reu, lang- of kortharig, bruut of bangelijk, alles is mogelijk. Passend bij elk interieur. Op de foto: energiek, jeugdig, blij ei Bobby die van verstopte anaalklieren nog nooit heeft gehoord en het gedragsprobleem ‘flight or fight’ alleen maar kent van de folders in de dierenartswachtkamer. Met haar zwart-witte looks, hangoren en deemoedige, trouwe, bescheiden oogopslag doet ze het goed doet in kleurrijke interieurs met een afgeleefde bank.