Heeft master organist Zijlstra de volgorde van zijn muziek veranderd met als gevolg dat hij al buigend het applaus staat te ontvangen terwijl het publiek nog niet begonnen is met klappen? Een prachtmuziekavond is het met kalknagels in wittig uitgeslagen museale sandalen, zweetplekken van oksels tot ellebogen, natte matjes, harige mannenkuiten onder een stoere driekwarter, sexy spatadertjes onder zomerjurkjes en windvlagen door de kerkruimte. Ik denk echt even dat die worden veroorzaakt door Eeuwe’s intense spel, per slot van rekening zijn orgels blaasinstrumenten, maar het zijn slechts de vier plafondventilators in combinatie met de twee bevroren bazuinblazers op het orgel. Zijlstra activeert registers, pijpen, tongwerken en windlades die lang onder het stof lagen en waarvan ik het bestaan amper vermoedde. Bij orgelconcerten heb je de kijkers en de luisteraars. Ik hoor tot beide. Eeuwe zwiert met zijn linkerarm als Rieu op het Plein van de Hemelse Vrede terwijl hij met rechts een flitsende fluittoon produceert. Hij kromt zijn rug als Epke na een Gaylord II en ontspant vervolgens als een paaldanser na een personeelsuitje bij de Franse Alliantie. Mijn avond was toch al goed begonnen. ‘Út Damwâld, ik wenne tsjinoer Eeuwe, ik ha wol mei him boarte,’ zei de eerste concertbezoekster toen ik vroeg waarvandaan ze kwam. ‘Ik spylje oargel by Eeuwe.’ ‘Mar giest dan ek yn Dokkum nei skoalle?’ ‘Jawis.’ Mijn hersenen begonnen te tollen. Had ik haar in mijn jeugdige verlegenheid ooit over het hoofd gezien? Ik dacht dat ik alle meiden uit de Friese wouden wel kende. ‘Hoe âld bisto, ik bedoel fan hokker jier bist?’ ‘Ik bin seisenfyftich,’ antwoordde ze met een alles verzengende lach. Haar leeftijd en het feit dat ze gymnasiaste was, verklaarden waarom ik haar eind jaren zestig in de fietsenkelder naast de Dokkumer Ee had gemist, daar waar alles gebeurde wat rector Heukels, stoker Brouwer en onzelieveheer verboden hadden. Als ik de bijsluiter bij het concert lees, zie ik dat Zijlstra als alle organisten lijdt aan de hoofdletterziekte. Er hoeft maar een diploma voorbij te komen, of, bij andere muzikanten, een snoepreisje naar Dresden, Kampen of Montpellier, of de hoofdletters dansen over het papier als afzwaaiers van Huntelaar of Serena Williams in het stadion. Na een hogeschoolvertolking van Post, Bach, Andriessen, Langlais, Cocker en Gárdonyi staat Zijlstra op en buigt. Bovenste beste humor vanaf de kraak. Ondertussen pijnig ik mijn hersens met Goaitske, Eabeltsje, Engeltje, Hemke, Hendrikje, Geertje, Tetje, Neeltje…..
Categorie archieven: Muziek
Inloopconcert Henk Stekelenburg en Janet Emmelkamp 21 juli 2018 Grote Kerk Emmen
Als je Where e’er you walk kent en je hoort daarna bij een inloopconcert op een bloedhete zaterdag in juli 2018 in de Grote kerk te Emmen Janet Emmelkamp, begeleid door organist Henk Stekelenburg dit stuk van Händel zingen, beluisterd door een 140 luisteraars en bekeken door portretten van Ellen Kroeze, onder meer van een zeer strenge,
misschien geschrokken kijkende, fronsende vrouw, dan denk je: prachtig gedaan Stekelenburg, Emmelkamp en Kroeze en je verwondert je des te meer over de muziek die je kent van counter-tenors Andreas Scholl en Philippe Jaroussky.
Voor de rest staat er deze middag uitsluitend Engelse orgelmuziek op het programma van mannen als Walton, Campion, Dowland, Purcell, Camidge, Wesley, West en Quilter. Typisch van de Engelse orgeltraditie is dat er gespeeld werd op klavierorgels die geen pedalen hadden. Als gevolg van de brexit van de katholieke kerk in Engeland en de take-over van de Anglicaanse werden er nogal wat kerken omgetoverd in ruïnes en kerkinterieurs kort en klein geslagen. Later kwam er een revival van de orgelmuziek.
In tijden dat de meeste kerken door multifunctioneel te worden het vege lijf kunnen redden, ongeveer als belastingkantoren voor leden van de koninklijke familie, zet de Grote Kerk te Emmen de toon met een combi van beeldende kunst, orgel- en pianomuziek met niet-alledaags kwalitatieve zang. En het werkt en hoe. Deze middag moeten er zelfs stoelen worden bijgezet en aanstaande maandag staat er een goddelijke biertap en worden er uitstekende wijnen geschonken . . . .
Stekelenburg is een uitstekend organist die met Passacaglia van John E. West, de Introduction and aria cantabile van Samuel Wesley en Händels Where e’er you walk op zijn best is. Het draaiorgelintro van Matthew Camidge in ‘Con Fuoco’ (‘met vuur’) mag er ook zijn.
Het concert wordt besloten met My lady greensleeves en Drink to me only with thine eyes en nee, dit laatste nummer is geen drank- maar wel een liefdeslied. Beide nummers ken ik door en door, want ze stonden ooit op het repertoire van het koor in Sleen (waarin ik van 1995 – 2005 zong). Stekelenburg begeleidt Janet Ekkelkamp op de piano en ze vormen een uitstekend team. Als we de kerkruimte verlaten denk ik alvast aan de presentatie van de Gouden Pijl die hier aanstaande maandag zal plaatsvinden met

de kuiten van Kjeld Nuis
gasten als Kjeld Nuis, die behalve een sympathieke uitstraling, een puntige sik gestroomlijnde kuiten heeft. Good old Hennie Kuiper is er dan ook bij. In drie dagen twee keer naar de kerk. Mijn moeder zou zich, knipogend en glimlachend, in haar graf omdraaien.
Minne Veldman Bachconcert 11 juli NH kerk Coevorden (€ 9,-)
Waarom organisten liever Bach spelen dan The Beatles is een eenvoudige vraag. Veldman speelt Bach alsof hij niet anders doet en dat doet hij wel. Zijn jaarprogramma van ruim veertig concerten telt maar twee Bachspecials. Veldman is de eerste organist die ik in Coevorden hoor spelen die zijn merchandising op orde heeft met een meterslang rek met bladmuziek en c.d.’s in de verkoop; incl. een bordje ‘pinnen mag’ en een verkoopmedewerker (die tegelijk registrant is). De winkel is compleet met een twee meter hoge poster die zijn orgelspel aanprijst. In 2019 viert Minne zijn zilveren organistenjubileum met een tour door steden als Rotterdam, Den Haag, Maassluis, Groningen, Kampen en… Parijs. Deze man weet wat hij wil en wat hij kan. De tijd dat commercie zure reacties opriep ligt achter ons.
Uit Bachs kolossale orgeloeuvre van 250 stukken heeft Veldman een goede keus gemaakt. Als amateurluisteraar geniet ik van zijn spel dat begint met een soort première, het Praeludium et Fuga A-dur BWV 536 staat voor de eerste keer op het programma. Veldman speelt dit jeugdwerk van Bach met flair, de warming up is goed gelukt. Op mijn telefoon waarmee ik een foto maak, zie ik dat Treppier Engeland op 1-0 zet als Veldman de eerste toets aanslaat. Sommigen noemen dit de voorzienigheid. Dan voor mijn gevoel een stuk of twintig

Minne Veldman (fotografie Carel Dicke)
variatiemelodieën in Sei gegrußet, Jesu gütig, (gek, Veldmans bijgesloten info houdt het op elf variaties), stuk voor vrolijke melodielijnen. De zon volgt Veldmans rug als een langzame volgspot. Een meesterstuk voor elke organist heet het drietal Sonates 4 e-moll. Dat Bach een heethoofd was, een obstinate conflictzoeker, een opvliegende stijfkop, het zij zo. Er zijn kenners die menen te kunnen horen dat Bach zelf organist was. Zou kunnen. Wat opvalt is dat hij na 1708 niet meer als organist in functie was en toch de beste orgelmuziek componeerde. Terug naar Veldman die Vivaldiëske stukken speelt, Concerto a-Moll: Bachs bewerkingen voor orgel van Vivaldi’s concerten voor strijkers. Als je dat van tevoren weet of leest dan hoor je vanzelf Italië doorklinken in de muziek. Ook Veldman doet het: het mooiste bewaren voor het laatst: Passacaglia et Fuga c-moll: alweer een vroeg fluwelen jeugdwerk; door M. ’t Hart een weergaloze wondercompositie genoemd en wij weten: ’t Hart liegt nooit. De muziek omhelst het publiek als een oude vriend zijn kameraden op een reünie. Zestig luisteraars zien en horen Veldman met gemak het WK voetbal verslaan.
Fries Accordeonorkest, CityProms, Wilhelminaplein 1 juli 2018 (gratis)
Was de accordeon vroeger onder de muziekinstrumenten wat de kermis onder de familie-uitjes was, de schar onder de platvissen; nu is het prachtige instrument zo gewoon en geaccepteerd als pasta op de restaurantkaart, als een vrijdenker bij het CDA. Een veelzijdig instrument met enorm veel muzikale mogelijkheden. Onder de paraplu van het op klassieke muziek gerichte CityProms in Leeuwarden, beluisteren we een concert met meer dan 100 (zegge en schrijve honderd) accordeons. Acht Friese verenigingen leveren muziekmakers: jong, oud, man, vrouw, zo goed als allen wit.
De brandende zon zorgt voor een broeierige sfeer. Het is ruim 24 ⁰ en dat betekent dat er rodekruismedewerkers worden opgeroepen. Om je heen zie je spiegelbrillen, colberts boven driekwartbroeken, witte sokken in sandalen of zwarte schoenen, vrouwen die soms moeite doen de wind onder hun rokjes vandaan te houden, maar vandaag is alles goed. 
Dirigent Tim Fletcher kondigt de nummers aan en geeft nuttige informatie. Er zijn vier solisten: een violiste, trompettist, accordeonist en een klarinettist, beste spelers hoor, maar zij hadden net zo goed thuis kunnen blijven. Vandaag draait alles om de 100 accordeons die het dikke prima alleen af kunnen. Terwijl een Burgumse mevrouw mij in mijn oor fluistert wat het verschil is tussen een bandoneon en een accordeon, begint het spektakel.
Fryske Franje heet het eerste stuk dat speciaal voor vandaag is gecomponeerd door Herman Peenstra: een zwierig stuk muziek met onmiskenbaar folkinvloeden. De toon is gezet. Dan vijf dansen, snelle en langzame uit de Suite van Johann Krieger. Ik zie hier en daar al meedansende polsen en ellebogen als van overijverige pianisten die camera’s op zich gericht weten. Ze hebben er zin in, weet je dan als toeschouwer. Naar een van de mooiste, oude buurten in Leeuwarden, de Vegelinbuurt, werd de Vegelin Suite van Jacob de Haan genoemd. Een ijzersterk begin, midden en eind. De muzikanten zijn op stoom, het publiek ligt aan hun voeten en de waardering voor de accordeon stijgt met de minuut. Natuurlijk is de Jupiter Hymne van Gustav Holst met een bijna Wagneriaanse start, een beetje zwaar voor deze luchtige middag, maar niemand die erom treurt. Vooral als de accordeonisten wat meer kabaal maken zit ik op het puntje van de houten bank. Concentratie alom.
La Valse d’Amelie van Yann Tiersen dient zich aan, filmmuziek en tegelijk studiemuziek voor piano. Zoals bij maaltijden en seks vaak het lekkerste tot het eind wordt bewaard, wordt het bijzondere concert afgesloten met Pachalbels meer dan beroemde canon en… Astrid Piazzolla’s Libertango. Hier klinkt de gearrangeerde tango nuevo nog beter dan toen het bijna even mooie Adios Noninos werd ondersteund door Maxima’s traan bij het huwelijk van Willem A en Maxima. Klassieke muziek en accordeons? Vijf sterren. Goud.
Sacred Concert van Duke Ellington, NHL Stendenkoor, Big Band Friesland, special guest Ruben Hein, dirigent Hans de Wilde in de Grote Kerk Leeuwarden; 30 juni 2018 (gratis)
Als onderdeel van CityProms bezoeken we een gloedvol concert in de Grote Kerk in Leeuwarden, Europa’s culturele hoofdstad. Swingende big-bandmuziek, een goedwillend koor, een begenadigd zanger/pianist en een begeesterde dirigent. Mooie ingrediënten voor een schitterende muziekavond in Leeuwarden. De Grote Kerk, evenals de andere Leeuwarder protestantse kerken inmiddels zo multifunctioneel als een CPN-partijbureau in Oost-Groningen, is overvol met meer dan 500 enthousiaste bezoekers. Het door de witte kerkmuren ingeklemde Müller-orgel kijkt streng toe op wat er aan frivools staat te gebeuren. Immense pilaren vernauwen het zicht en focussen op het goed zichtbare koor. Van de muzikanten is, zoals gebruikelijk bij kerkconcerten, voorbij tien meter niets meer te zien.
The Sacred Concerts werden door Edward Kennedy Ellington, vanwege zijn chique verschijning The Duke genoemd, op latere leeftijd gecomponeerd. Ellington schreef zowel de feestelijke gospelmuziek als de teksten.
De Big Band Friesland kan knallen als vuurwerk na een dorpsfeest. Het risico dat de band door de gevoelige kerkakoestiekgrens boort en het koor gaat overheersen voel je op je klompen aan. Deze keer is het niet erg. Je hoopt er zelfs op. Meer dan het koor zorgt de band voor de muziek, de jazz, de swing. Als je rondkijkt zie je meedeinende hoofden. Hoe jonger de luisteraars, des te meer beweeglijke onrust. Het koor zorgt voor de lassende verbinding. Je voelt dat de koperblazers het liefst de witte textielversiering onder het kerkdak aan flarden willen spelen. De aan lange lijnen gespannen witte kledingstukken, van overhemd tot gulploze mannenslip, van trouwjurk tot doorkijkblouse, toneren artistiek onder het crèmekleurige plafond. Het zorgt voor een vrolijk makend, mooi contrast. Steeds als de muzikanten te ver dreigen te gaan horen we de koorstemmen die de boel bij elkaar houden, als een net om een school gevangen vissen. Ook pianist/zanger Ruben Hein etaleert zijn muzikale klasse.

Ruben Hein centrale man
Zijn fluwelen, jazzy stem die nooit rauw klinkt, heeft een flink bereik en heeft hier hetzelfde effect als in een rokerige jazzclub. Dirigent Hans de Wilde organiseert de boel. Hij jaagt aan en temporiseert wanneer nodig en dirigeert met een mooie, hippe slag. De koorleden volgen hem als hongerige scouts hun akela. Het koor functioneert als een extra instrument. Dat niet alle inzetten spot on zijn, soit. Dat 90 procent van de teksten onverstaanbaar is, maakt niet uit. Vijftig tot zestig stembanden organiseren is iets anders dan op tijd lucht persen door metalen sax- of trompetkleppen. Een sexy jonge drummer van wie de testosteron bijna via zijn handen door de stokken naar buiten stroomt ontlokt het publiek een dubbelapplaus; de meest drieste bezoekers wagen zich aan vingerfluiten. Wat we horen is de drive om samen mooie muziek te maken op een warme zomeravond. Enthousiasme, plezier en goede wil zorgen voor spirit.
Maar goed dat er geen teksten worden bijgeleverd zoals bij andere combi’s van muziek en zang veelal gebruikelijk is. Vanavond kunnen we heel goed zonder het lamlendige geknisper van turning pages. Het Friese publiek reageert op zijn gevoel, ingetogen en opgetogen tegelijk, en natuurlijk wordt er wel eens te vroeg en te vaak geapplaudisseerd. Natuurlijk lopen er enkelen rond die zo nodig willen fotograferen. Het zorgt allemaal voor een ontspannen en prachtig zomeravondconcert. Wauw wat mooi!
Erwin Wiersinga, orgelconcert Coevorden 30 mei 2018, € 9,-
Een terugblik op het concert van Wiersinga, volgens mijn standaardformule: A = { C(³)M(²) . S<p.e[fd]>} -> 510, waarbij w = aantal woorden, S = sfeer, bestaande uit de componenten publieke belangstelling (p), faits divers (fd) en entourage (e), vermenigvuldigd met de zwaarder wegende componenten Concert (C) en Muziek (M): een artikel (A).
In de week dat er in Groningen een cd verschijnt met de liedjes van Ede Staal, gespeeld op een kerkorgel, dat Nanne van der Werff het atheïstische requiem Un requiem Athée van Onfray op muziek zet, komt eredivisionist en international Erwin Wiersinga in Coevorden spelen op het Van den Berg en Wendt-orgel in de NH kerk. Wiersinga is orgeldocent in Berlijn en titulair organist op het barokorgel in de Martinikerk en huisorganist in Roden. Vanavond is het zweten voor hem. Overdag is het bijna 30⁰ en de afkoeling is minimaal.
Ongelovige orgelmuziekliefhebbers zijn als antikapitalisten die plaatjes van bankbiljetten sparen. Ze voelen zich aangetrokken maar ze begrijpen het niet altijd. Maar het proces van doorgronden is begonnen. In de orgelmuziek heb je van alles rondlopen. Ik spits mijn oren en luister. Vanavond hoor ik van de Feike-Asma-speler en de Nederland-Zingt-organist. Ik ken al de autodidactische kerkorganist, idem met enkele jaren muziekschool of een al dan niet afgeronde conservatoriumopleiding met een bachelor of mastertitel. Ze houden elkaar wel aardig in de gaten.
Af en toe als ik in een kerk kom en het orgel bekijk of beluister en omhoog kijk naar de eeuwige afbladderende of juist poetste, sekseloze bazuinspelers, denk ik aan een citaat van wijlen Harry Kuitert die zei dat alles van boven bedacht wordt door beneden. Kijk, now we’re talking, denk ik dan. 
Ruim veertig luisteraars zitten verspreid in de kerk. Er worden opnames gemaakt. Om in de stemming te komen luisteren we naar Bach, who else. Natuurlijk denk ik bij Bach ook aan de pruik, de rode konen en de getuite mond. Maar Bach is ‘beyond images’. Alleen wat je hoort telt. Het ‘Komm, Gott, Schöpfer, Heiliger Geist’ bereidt ons voor op een uurtje 18e en 19e eeuwse classics. Wat een mooi begin, lekker kort, dansend bijna. De Fuga in d BWV 539 is bijkans nog lichter en luchtiger, oorspronkelijk voor viool, maar who cares. De mix adagio/vivace-andante/un poco allegro klinkt als een onrustige besluiteloze stoofschotel maar wordt het niet. Wiersinga stoomt Bachs Sonate in e BWV 528 weloverwogen en rustig gaar. Dan iets van Boehm, het Vater Unser im Himmelreich, een in één woord prachtige aria.
Terug naar Bach met het ‘Fruhlingspraelidium’ en de door Wieringa bewerkte Variaties in cis van Schumann. Na de orgelsonates van Medelssohn Bartoldy naar Bachvereerder Boely met Bin ich gleich von dir gewichen, waarin, hoe kan het anders, Bach doorklinkt. Na afloop probeer ik Wiersinga uit te horen over aanstormende, jonge talenten die (dixit Wiersinga)’Hun talenten verkloten en blijven hangen als Feike Asma’s.’ En dan de vraag over het Coevorder orgel. Hij schaart het onder de tien beste in Drenthe. “Ik ben wel nieuwsgierig welke collega het bij de beste drie indeelde. Het is maar net waarmee je het vergelijkt. Het is een instrument uit de jaren 70, wat schel.”
Het Requiem van Duruflé, Herdenkingsconcert Coevorden 3 mei 2018; € 15,-
Herdenkingen van de bevrijding, festivals op 5 mei, twee minuten stilte, een sliert aan verzetsfilms op 4 en 5 mei, artikelen in de krant over hoe weinig Nederlanders verzet pleegden, vlaggen half- en heelstok, stramme oud-militairen die zowat bezwijken onder de medaillelast, dreigende rustverstoring op de Dam en herdenkingsconcerten. Nederland herdenkt wat af.
Met steigerpalen is een heuse tribune in de NH kerk in Coevorden gebouwd, niet voor het publiek maar voor het koor, het Concertkoor Drenthe. Daarvoor zit het Concertorkest Drenthe. Samen zo’n 70 personen. Tel daarbij op de crew en de vaste groupies en je komt op circa 80 personen, net iets minder dan het karig toegestroomde publiek.
Ik laat de econoom in mij (die in het programmaboekje allang geconstateerd heeft dat de Gemeente Coevorden smadelijk ontbreekt in de rij sponsoren) even rusten en geniet van wat ik zie en hoor: het Requiem van Duruflé. Maar voordat het begint vertelt Johan Stoffels van het Vier Mei Comité over Willem Mantel, een Coevordense verzetsstrijder die, evenals Stoffels’ vader, aan het eind van W.O.II werd gefusilleerd.
Wat bezielt een honderd toeschouwers om op krap geplaatste kerkstoelen te komen genieten van mooi gezongen onverstaanbare teksten op prachtige, doch volgens mijn luistermaat, zware muziek? Van de combinatie orgelspel, orkest en koor, die allemaal, beurtelings apart en dan weer gezamenlijk hun kunsten vertonen, daarbij aangestuurd door chef, menner, ploegleider, manager, aanvoerder, coach, dirigent Pruiksma.

dirigent Hoite Pruiksma in actie
Dat de koorstart wat aarzelend is, soit. Vanaf het Kyrie wordt er vrijuit gezongen. Kristusziele, wat klinkt dat mooi. Kippenvel als je vanuit de verte het orgel erbij hoort komen. Organist Erwin Wiersinga wordt geflankeerd door maar liefst twee registranten, nou, dan gebeurt er wel wat. De overgangen van orgel naar snaren is vaak ontroerend. Ik probeer mijn ongerustheid dat het misgaat te onderdrukken. Het gaat om rust, rust, rust. Dat je van de teksten hooguit een woord of flard verstaat is niet erg. De bijgeleverde vertalingen in het programmaboekje zijn zo mogelijk even ongrijpbaar. Bariton Martijn Sanders heeft een moment of fame wanneer hij de kalkranden van de muren zingt, wat een power, de rieten stoelzittingen spannen tot het uiterste. En dan mezzosopraan Netty Otter die vanaf de kraak het Pie Jesu zingt, daarbij beschenen door de zon die als een volgspot op een evenement haar uitlicht. Over lux aeterna gesproken.

mezzosopraan Netty Otter
Kijkend naar de musici vraag ik me af hoe het komt dat de verjonging in het orkest wel doorzet, maar in het koor niet? Luister eens naar de trompettisten die, bwam, spot on, invallen met het orgel. Loepzuiver, dynamisch en harmonieus tot op het bot. Als Wiersinga aan het eind enkele soli speelt, litanies van Jehan Alain, zie ik dat veel zangers even hun ogen sluiten. Nu al een power-nap? Nee man, een genotsmomentje. Tijd voor contemplatie. Goed idee, denk ik. Ik droom even weg naar het drama van Stoffels’ vader, mijn eigen ouders, de gifgasaanval in Syrië, het koor dat lekker losging in het In Paradisum, stofbanen die een obsessief-compulsief spel spelen met de net ontstoken kroonluchters en spinnetjes op de armen van de kandelaars, enkele vuige aardse genietingen, de to-do-lijst op mijn schrijftafel, jeuk aan mijn scheenbeen, de Spaanse imperativos irregulares en de datum 30 mei, wanneer Wiersinga hier weer het stof van de vloerplanken en de steren van de hemel komt spelen. Chapeau en Nederlandse Bach Academie bedankt! Volgend jaar naar het Requiem Cherubini van Luigi Cherubini.
Mano Bouzamour ‘De belofte van Pisa’
Het zit er allemaal in: analfabete ouders, een zoon die voor zijn moeder tolkt bij de dokter en vrijdagse haatpreken. Een overval op een AH-filiaal <met een bijl>, straatschoffies die met vijfhonderdeurobiljetten ijsjes kopen bij de Italiaan, naïeve politie en effectieve arrestatieteams. Rukken met links, onzekerheid over de techniek van vingeren en niet kunnen bidden met een stijve pik. Examenfraude, een overval op een geldtransport met een uzi en een granaatwerper, smerige sanitaire omstandigheden in de moskee van de lulkoekimam (sic!) en een in merkkleding helende Algerijnse kapper. Fietsters die met “Karren, kut,” worden begroet, zenuwachtig getrek aan achterstevoren gedragen rode Lacoste-petjes, ‘het zijn toch allemaal N.S.B.-ers’ als het over leraren gaat en Marokkaanse opa’s die aan polygamie, schotels en loeiharde Koranzenders doen. Op de achterflap staat dat ‘De belofte van Pisa’ is gebaseerd op de auteurs eigen leven. Marokkaanse moeders zijn kort, allemachtig dik en gehoofddoekt. Zusjes werken bij de A H hebben donkerbruine ogen en zijn ondeugend en meisjeskamers ruiken naar lavendel. Kortom: De Belofte van Pisa is een aaneenschakeling van stereotypen, clichés en plattitudes; als je ze allemaal aan elkaar rijgt door de eikels van de besneden hoofdstedelijke straatschoffies, dan heb je een groezelig doch lang lint, Van De Pijp naar de Arena en weer terug. Het boek heet een schelmenroman en doet erg denken aan Eus van Akyol.
Er is ook een andere kant in de roman. Die maakt het redelijk leesbaar voor een zonovergoten middag. De hoofdpersoon is een door geschiedenis en oorlogsverhalen geobsedeerde hard studerende leerling op het Hervormd Lyceum Zuid. Ook de liefde voor muziek komt, soms geforceerd, bovendrijven. De halfdove hoofdpersoon en zijn broer spelen piano op een g e s t o l e n vleugel. De ik-persoon is liefhebber van gregoriaanse koormuziek en van Bach en hij en zijn broer spelen Canto Ostinato van Simeon Holt. Verdomd nog aan toe, hoe enkele eenvoudig (doch zeer ongeloofwaardig) uitgewerkte elementen een boek draaglijk kunnen maken. Ik zou zeggen: Lezen en vergelijken met ‘Eus’ van Özcan Akyol. En als je durft met ‘Je denkt dat het komt’ van Meindert Talma. Een mooier sfeerbeeld van Turkse, Marokkaanse en Friese invloeden is ondenkbaar.
De kop wat dikker, het haar dunner, een schiere Audi, begin veertig en ‘zul de laifde nog kommen?’
Troubadour Jan Henk de Groot in Bistro Tante Sweel 14 januari 2018; entree € 15,-
Drenthe, 2018. Het is een grijze, koude, winterse dag tussen carbidschieten, midwinterhoornblazen en paasvuren in. Het enige lichtpunt in de verre omtrek is Jan Henk de Groot, ‘keunenk van Westerdaipsterdale’, die ons van 15.00 – 17.40 uur met zijn programma ‘Tachtig Tammo’, meeneemt naar het Groningen van zijn jeugd. ‘Tachtig Tammo’ is een spreuk die in de jaren 90 op verkeersborden langs de Kielsterachterweg, westelijk van Veendam, te lezen was en diende om automobilisten tot minder spoed te manen. Het onthaasten-thema komt enkele keren terug, evenals heimwee naar vroeger, jeugdliefdes en een lading jeugdherinneringen. Speelpunt is Tante Sweel, een minitheater in Zweeloo. Het publiek zit verspreid door de zaal achter donkere tafels, op barkrukken aan de bar; de theekopjes in de vensterbank, plastic baksteenbehang aan de muren. De tochtdeuren blijven lekker piepend zwiepen, en heel soms hoor je een telefoon (‘Sssttt, ja schat, ik kom zo, zet de aardappels maar alvast op.’) De entourage lijkt gemaakt voor Jan Henk.
Streektaalprijswinnaar De Groot, ooit persoonlijk begeleider in de gehandicaptenzorg, Zuidhorner, vader van drie, BG‘er (bekende Groninger), leraar ‘songwriting’ aan het MBO, burn-out-ervaringsdeskundige, is met recht een bard of troubadour te noemen. Deze jas past hem beter dan het moderne singer-songwriter. Door het land reizend in een Espace vol gitaren en geluidstechniek zit hij de ene avond in Houten (Utr.), de andere middag voor een uitverkochte zaal in Zweeloo. Een stuk of vijftig liefhebbers van het Gronings, of van de streektaal in het algemeen, luisteren een kleine drie uren (!), even onderbroken door een plas- bier- of theepauze, naar de mooie liedjes van Jan Henk de Groot.
De Groot ontpopt zich voor mij en mijn naast me zittende stad-Groningse poedie (wij horen hem voor het eerst, ja echt) als een 42-jarige romanticus die dweept met het platteland en de jeugd, de muziek van vroeger op vinyl en vuurtjes stoken. Hij schuwt emoties en gevoeligheden niet. Sentimenten liggen op de loer. Er komen teksten voorbij over de hond Bobo, over de jeugd die meer met ‘rapjederij’ en minicraft heeft dan met buiten spelen en in bomen klimmen. Over buurtschappen, touren in Noord-Groningen, de Kielsterachterweg, de twee huizen, over het bultje, in Westerdaiperdale en over de Sound of Music-achtige sfeer in zijn gezin tijdens een barbecue. Bij De Groot geen woord over FC Groningen, krimp, fabriekssluitingen, aardbevingen, de Nam, de politiek, of ‘het westen’. Zijdelings komt de pyromanie in ‘t Zandt voorbij. De inwoners zouden na de drukte wel aan wat vertier toe zijn, maar ze vonden The Voice of Holland natuurlijk weer belangrijker. Hij doet me aan Lohues denken. Soms, bijvoorbeeld bij het lied ‘Janneke’ aan de tekst ‘Frekie’ van Willem Wilmink.
De Groot, ooit gestimuleerd door opa, met wie hij nog een gitaar maakte, maar die ook verrekte irritant kon wezen, speelt prachtig gitaar, soms begeleidt hij zichzelf op de mondharmonica. Zijn stem heeft een groot bereik, zowel in de hoogte als in de breedte, de verte en de diepte. Heel soms vrees je dat hij bij een fenomenale uithaal ‘achter de poest’ zal raken, maar dat gebeurt mooi niet. Fraai is een vocale vioolsolo en later hoor ik een gezongen zingende zaag. Het geluid scoort deze middag een tien.
In leuke begeleidende en verbindende teksten licht De Groot zijn liedjes toe. Mooie, uitwaaierende verhalen met prachtige Groningse woordvondsten als ‘scharreltjederij’, ‘verkeringderij’, ‘soundcheckderij’ en meer. De mooiste nummers zijn ‘O, o, o, Janine’ over een onzekere, onstuitbaar verliefde beugelpuber die extatisch en tegelijk liefdevol Janine (Albring) bezingt en ‘Dubbelcassettedeck’ over lang vervlogen tijden en de onuitwisbare herinneringen aan de oneindige mogelijkheden van het dubbelcassettedeck, een jongensding dat net zo gelukkig maakte als een multifunctioneel Zwitsers zakmes.
Als toegiften krijgen we ‘de moeder van Michel’ en Spiekerboor, over een negenjarige die onder de indruk is van de topless zonnende moeder van een vriendje onder de strakblauwe lucht in de strakblauwe sloggi en over het begin van des zangers muzikale talenten. Na het dankwoord van de Sweel-Cultureel-voorzitter krijgt De Groot nog heel royaal drie flesjes plaatselijk gebrouwen bier aangeboden.
Orgelconcert Ronald IJmker in Coevorden op 31 mei 2017
Just as I am (van Lennart Morée; 1988) klinkt als een titel van Daniël Lohues en met dit heerlijk langzame werk stelt millennial IJmker (1981) zich aan ons voor: de kop is eraf, de toon is gezet en wat voor één. We luisteren, met de zon op het orgel als een natuurlijke volgspot, naar een vakbekwame organist. De overgang, we gaan zo’n tweeënhalve eeuw terug, naar grootmeester Bachs Fantasia und Fuge en Sicilienne kon niet groter zijn; en dan Air, evenals veel werken van Bach (de koralen bijvoorbeeld) een stuk muziek dat ooit in je hoofd terechtkwam (in mijn geval via de band Ekseption in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw) om er daarna nooit meer uit te gaan; ik moest veel moeite doen om niet te hard mee te neuriën. Hetzelfde geldt in iets mindere mate voor Mendelssohns Choral mit variationen. Prachtig gespeeld. IJmkers interpretatie van Prélude Fugue et Variation van C. Frank is er één van de begenadigde liefhebber. Doordacht, liefdevol en begeesterd tegelijk. Fris en degelijk. Of Skizze van Schumann nou schetsen of concepten zijn, bij IJmker klonk het meer dan conceptueel of schetsmatig; ik hoorde beweeglijkheden in tempi waar aritmische typen het Spaans benauwd van krijgen. A. Pompers Andante con moto: wat een mooie muziek, aan het eind van het stuk dacht ik te kunnen horen dat Pomper een beiaardier is geweest. Dat Pomper op zijn zesde blind is geworden maakt zijn muziek misschien nog specialer. Fantasie over het Lutherlied Een vaste burg is onze God van J. Zwart kan met recht een fantasie worden genoemd; meer variaties op hetzelfde thema hoor je niet vaak: schitterende muziek. De muziek werd prachtig verklankt door de jonge IJmker, die vanavond bewees de muziek verinnerlijkt te hebben. Eenendertig mei 2017: de wereld en ik liggen achterover; de wereld van de warmte en ik van IJmkers orgelspel. En die nieuwe c.d. die nog niet klaar is? Dat werkt als een uitgesteld softijsje op een zwoele zomeravond: later is lekkerder.







