Ik dwaal graag wat door Stad. Inmiddels heb ik geleerd te slenteren en deze vaardigheid bevalt me. Daar is ze weer, zij die ik ‘Arib’ noem, nu op een stoeltje voor de Akerk. De spijkerbroek met scheuren heeft ze ingeruild voor een wijde rok met Riffijnse motieven. Ze wenkt me waarbij haar lange vlecht van links naar rechts danst en ik schuif een ijzeren stoel bij. ‘Je zier er goed uit,’ zegt ze lijzig. Geen enkelsokjes, witte sneakers of malle armbandjes.’ Ik ben perplex. Ze gaat door: ‘Ken jij Marokkaanse auteurs?’ Ik ben gek op vrouwen zonder omwegen, maar aarzel toch wat. ‘Eh, behalve enkele die in Nederland zijn komen wonen, eh nee.’
Dit is onze derde of vierde ontmoeting. Hoewel onze wiegen duizenden kilometers uiteen stonden delen we interesses. De liefde voor boeken bijvoorbeeld en die voor converserend van de hak op de tak springen. Ze gaat verder over ons beider nieuwe ontdekking: Anjet Daanje. ‘Daanje is Groningse, wist je dat?’ ‘Nou,’ zeg ik, ‘ze woont in Groningen, maar ze is Drents hoor. Net zoals Hermans vaak voor Groninger werd versleten maar toch een Amsterdammer was.’ ‘Interessant dat je Hermans noemt,’ zegt ‘Arib’, ‘beiden hebben Groningse achtergronden en in Daanjes De herinnerde soldaat ontdekte ik relaties met het werk van Hermans. In Hermans’ De donkere kamer van Damocles speelt fotografie een bijzondere rol, gedoe met een donkere kamer. En guess what, beide hoofdpersonen van De herinnerde soldaat hebben een fotozaak. Ze fotograferen, retoucheren, fixeren en drukken wat af en ondertussen heeft de hoofpersoon een enorme existentiële crisis die me aan Hermans’ Dorbeck doet denken.’ En eindigde Daanje in haar laatste boek niet in een verzonnen Gronings dorp Barghuizen zoals Hermans Achtste Exloërmond in Drenthe verzon, waar een kamp was vanwaaruit Osewoudt ontsnapte?’
‘Dat je dat allemaal weet,’ zeg ik, onder de indruk. Ik krijg kippenvel en kijk naar haar mohair trui en zie een tattoo die verdwijnt onder de licht opgestroopte mouw. Ze stelt voor in de zon te gaan zitten op de kussens in de vensterbank bij verswarenmarkt Lente. Ze ziet mijn verbazing en schiet in de lach. ‘Ja, ik doe een bijvak Nederlandse Literatuur en stort me op auteurs die lange tijd in Groningen hebben gewerkt of nog werken.’ Terwijl Thomas van Lente groetend voorbij komt, gaat ze verder. ‘Ja, en de initialen WFH van Hermans komen bij Daanje prominent voorbij als de hoofdpersoon op zijn zoektocht door Duitsland zich een straatnaam probeert te herinneren.’ ‘Tot gauw,’ groet ik haar en koop verse gember bij Thomas.

In een redelijk gevulde bovenzaal van De Sleutel wordt ‘Lang leve de Familie’ opgevoerd in een interessante setting: een combi van diner en theater. Kleinschalig, nabij, intiem. Soms word je meegenomen in het spel als een opgewonden nieuwe verkering van de jongste zoon je uitbundig toelacht en bevestiging zoekt voor d’r strapatsen.

zoon (Siebren van der Schueren) steelt de show. Nog wat onwennig met het gedrags- en taalregister van de familie zet ze het op een zoenen met haar lief en roept ze in een geile bui luid dat ze wil neuken. Sja, waarom ook niet.
Er wordt gehaald, gegraaid, geruild, gebracht, gefotografeerd en op het bankje gezeten. Na wat aanloopaarzelingen begint hij op mijn eigen boekenkast te lijken: Hermans, Campert, Ir. H. A. Schuringa, Siebelink, Lanoye en een Spaans schoolboek (helaas niet over de presente de subjuntivo maar over la contabilidad). Het is de week van fietsconditieherstel na de c-klem. In mijn derde fietstochtje, Zoutkamp, Hornhuizen, word ik gelukkig van de K-stijging ten opzichte van de T. De va/FTF- daalt. Ik probeer de 75%-TourdeFrancenorm te halen. Im Großen und Ganzen gelukt (¹). Fietsend gedenk ik drie overledenen: twee stokoude mannen en een vrouwelijke leeftijdsgenoot. Ik betreur de verloren tijd in de bioscoop bij de première van ‘Speak No Evil’.
of we goede vriend en openbaaronderwijsman Rob Kraakman bij zijn afscheid wel voldoende recht hebben gedaan met de zin: ‘Als je meer dan veertig jaar het onderwijs hebt gediend als leraar, teamleider, sectievoorzitter, leesbevorderaar, zorgteamcoördinator, heb je aan de eigenschappen atletisch, ambitieus, bedachtzaam, collegiaal, daadkrachtig, empathisch, flexibel, goedaardig, hoogbegaafd, idealistisch, joviaal, kritisch, loyaal, meelevend, nuchter, onvermoeibaar optimistisch, plichtsgetrouw, quirinus, realistisch, standvastig, toegankelijk, uitbundig, (vrouw)vriendelijk, welbespraakt, xenofiel, yup en zorgzaam, wel iets: Rob in één woord.’
loop ik mee met Provinciale Staten. De male chauvinist pig in mij hoopt op een evenbeeld van 


Het voelt als een verjaardagsfeestje met wat stokoude ooms en tantes en neven en nichten die zich op hun vijftigste nog jong en sexy noemen. Ik denk na over de ondertitel ‘Springlevend’. Dat zeggen verpleegsters ook van oude aan staar, artrose, prostatitis en alcoholzucht lijdende mannetjes. Midden tussen glimmende eksterhebbedingen is Ploegwerk uitgestald. Als gelouterde Ploegwatcher maak ik graag een ronde en test mijn geheugen dat hoewel springlevend gaten heeft als Groningse landbouwweggetjes.
Alkema blijft boeien. Uitsluitend geheimzinnige zwarte verfspatjes en kringelende fijne lijntjes op wit stimuleren mijn grenzeloze fantasie. Ik zie spannende volumineuze vrouwen die net in het licht staan en van wie slechts de contouren zichtbaar zijn. Ik zie een soort genenplanning van een besluiteloze schepper die nog alle kanten op kan. Dik Breunis raakt de actualiteit en mij met een houten aardbevingbestendig huis op een van ijzeren spanten gewrochte terp, dit werk torent uit boven Breunis’ amorfe houten boomdelen, soms door een stuk staal in toom gehouden. Annelies Gommer blijft imponeren met wat ik oneerbiedig parkeergaragewerk noem. Deze keer zien we een voetgangerspassage boven een snelweg. Stil, strak, glanzend, geheimzinnig: een filmstill.
Een Minervastudent met interesse voor orgelmuziek? Zou maar zo kunnen. In ieder geval een omdenker die zich de lumineuze en onmogelijk geachte taak heeft gesteld om orgelpijpen te construeren die niet geluid maken door op toetsen te drukken maar eraan te trekken. Heerlijk! Gezien in de mooist denkbare expositieruimte in Scheemda, de steenfabriek.
We zien kunst waarbij broeder Blühm van het Groninger Museum zijn handen zou toeknijpen. Geen kunstdiscipline of hij wordt hier geëxposeerd. Op fijn schilderwerk na, misschien, maar daar hebben we de Klassieke Academie voor.
beschouwende, liefhebbende toeschouwer tot het uiterste uit. We zien driedimensionaal werk waarin alledaagse (soms op straat gevonden) objecten, (bouw)materialen, esthetisch worden hergebruikt en schilderijen waarbij de ogen van de kijker net zo hard moeten werken als die van de maker. Nijboer is geïnteresseerd in choreografie, free running, spiritualiteit & lichamelijkheid. Nijboer speelt met applicaties van verf en vraagt de kijker niet alleen met de ogen maar met het lichaam te kijken, de kunst te ondergaan.
Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?
Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.
