Groningen, café De Sleutel, vrijdagavond 14 april 2023.
In een redelijk gevulde bovenzaal van De Sleutel wordt ‘Lang leve de Familie’ opgevoerd in een interessante setting: een combi van diner en theater. Kleinschalig, nabij, intiem. Soms word je meegenomen in het spel als een opgewonden nieuwe verkering van de jongste zoon je uitbundig toelacht en bevestiging zoekt voor d’r strapatsen.
Ik zit naast drie leukste vrouwen van Groningen en tussen de bedrijven door bespreken we wat we zien en verweven dat met eigen levens. In de pauze spreek ik een GGZ-therapeut die haar hele leven ontspoorde mensen als jij en ik heeft begeleid. De laatste jaren als echtparentherapeut. Het wordt een feest der herkenning. Smullen.
Kijk in je eigen familie rond en vergelijk wat je meemaakt met wat je, uitvergroot, want theatraal, ziet passeren aan al dan niet moedwillig onbegrip, contactstoornissen, overgevoeligheden, egoïsme, lijnentrekkerij, overjarige bekentenissen, onversneden rancune, diepe onverschilligheid, metacommunicatie met factor tien, en, als het erop aankomt eenzaamheid. En dat dan allemaal overgoten met een lekkere, soms vette, groteske en soms lichte, ingetogen, humorsaus. Het toneelspel wint het met gemak van de tussen het spel door geserveerde gangen, terwijl die, vega, vlees of vis, lekker zijn. 
Het publiek zit op het podium. De spelers lopen en rennen van en naar drie tafels (en ver daarbuiten) waar het spel zich ontrolt. Op zich is de handeling, een verjaardag van de moeder, bijzaak. Natuurlijk mankeert er weer iets aan de cadeaus, de gekregen klok deugt niet en de plantenhanger evenmin. Centraal staat het gedrag van de familieleden: vader, moeder, twee zoons en twee vrouwen van de koude kant. Alles bij elkaar gehouden door de lijm van speelster, commentator, dorpsomroeper, regelaarster Philippien Bos die, al pruiken wisselend, vijf rollen speelt. Meesterlijk. Geweldig. 
Aan een lange tafel zitten de vader (Dick van Veen) en de moeder (Marion Nieborg – Juch): beiden aan de uiteinden. De afstand kan niet groter zijn. Hakketakken, bekvechten, steken onder water, al lang verjaard overspel besprekend van de moeder met de broer van de vader overdag in een auto op de parking naast de tennisbaan, waar vader, godbetert, voorzitter was. Vader in een driedelig slobberpak en moeder in een kakkineuze vrouwvandetennisverenigingvoorzitteroutfit met foute, oversized bril. De nieuwe verkering (Inge Wijers) van de
zoon (Siebren van der Schueren) steelt de show. Nog wat onwennig met het gedrags- en taalregister van de familie zet ze het op een zoenen met haar lief en roept ze in een geile bui luid dat ze wil neuken. Sja, waarom ook niet.
Waar je ook kijkt, het gaat maar door met misverstanden, valse steekjes onder water, onbegrepen signalen, obsessiefcompulsief handen inwrijven met een nattekleddergel van de echtgenote (Saskia Broertjes) van de oudste zoon (Bas de Bruijn), langzaam beginnend en steeds sneller tot een bijna orgastisch en in het rond spattend einde. (En dat op nog geen vijftig centimeter afstand van de dichtstbijzittende toeschouwer, hè). Oudste zoon en echtgenote spannen de kroon als het op valse, echtelijke communicatie aankomt.
Het speelplezier spat er vanaf. Wat een energie, wat een power. En kijk, daar komt Groningen nog even voorbij als de (ex-)hoerenbuurt van de Noorderhaven wordt aangehaald. K o m t d a t z i e n!


Er wordt gehaald, gegraaid, geruild, gebracht, gefotografeerd en op het bankje gezeten. Na wat aanloopaarzelingen begint hij op mijn eigen boekenkast te lijken: Hermans, Campert, Ir. H. A. Schuringa, Siebelink, Lanoye en een Spaans schoolboek (helaas niet over de presente de subjuntivo maar over la contabilidad). Het is de week van fietsconditieherstel na de c-klem. In mijn derde fietstochtje, Zoutkamp, Hornhuizen, word ik gelukkig van de K-stijging ten opzichte van de T. De va/FTF- daalt. Ik probeer de 75%-TourdeFrancenorm te halen. Im Großen und Ganzen gelukt (¹). Fietsend gedenk ik drie overledenen: twee stokoude mannen en een vrouwelijke leeftijdsgenoot. Ik betreur de verloren tijd in de bioscoop bij de première van ‘Speak No Evil’.
of we goede vriend en openbaaronderwijsman Rob Kraakman bij zijn afscheid wel voldoende recht hebben gedaan met de zin: ‘Als je meer dan veertig jaar het onderwijs hebt gediend als leraar, teamleider, sectievoorzitter, leesbevorderaar, zorgteamcoördinator, heb je aan de eigenschappen atletisch, ambitieus, bedachtzaam, collegiaal, daadkrachtig, empathisch, flexibel, goedaardig, hoogbegaafd, idealistisch, joviaal, kritisch, loyaal, meelevend, nuchter, onvermoeibaar optimistisch, plichtsgetrouw, quirinus, realistisch, standvastig, toegankelijk, uitbundig, (vrouw)vriendelijk, welbespraakt, xenofiel, yup en zorgzaam, wel iets: Rob in één woord.’
loop ik mee met Provinciale Staten. De male chauvinist pig in mij hoopt op een evenbeeld van 


Het voelt als een verjaardagsfeestje met wat stokoude ooms en tantes en neven en nichten die zich op hun vijftigste nog jong en sexy noemen. Ik denk na over de ondertitel ‘Springlevend’. Dat zeggen verpleegsters ook van oude aan staar, artrose, prostatitis en alcoholzucht lijdende mannetjes. Midden tussen glimmende eksterhebbedingen is Ploegwerk uitgestald. Als gelouterde Ploegwatcher maak ik graag een ronde en test mijn geheugen dat hoewel springlevend gaten heeft als Groningse landbouwweggetjes.
Alkema blijft boeien. Uitsluitend geheimzinnige zwarte verfspatjes en kringelende fijne lijntjes op wit stimuleren mijn grenzeloze fantasie. Ik zie spannende volumineuze vrouwen die net in het licht staan en van wie slechts de contouren zichtbaar zijn. Ik zie een soort genenplanning van een besluiteloze schepper die nog alle kanten op kan. Dik Breunis raakt de actualiteit en mij met een houten aardbevingbestendig huis op een van ijzeren spanten gewrochte terp, dit werk torent uit boven Breunis’ amorfe houten boomdelen, soms door een stuk staal in toom gehouden. Annelies Gommer blijft imponeren met wat ik oneerbiedig parkeergaragewerk noem. Deze keer zien we een voetgangerspassage boven een snelweg. Stil, strak, glanzend, geheimzinnig: een filmstill.
Een Minervastudent met interesse voor orgelmuziek? Zou maar zo kunnen. In ieder geval een omdenker die zich de lumineuze en onmogelijk geachte taak heeft gesteld om orgelpijpen te construeren die niet geluid maken door op toetsen te drukken maar eraan te trekken. Heerlijk! Gezien in de mooist denkbare expositieruimte in Scheemda, de steenfabriek.
We zien kunst waarbij broeder Blühm van het Groninger Museum zijn handen zou toeknijpen. Geen kunstdiscipline of hij wordt hier geëxposeerd. Op fijn schilderwerk na, misschien, maar daar hebben we de Klassieke Academie voor.
beschouwende, liefhebbende toeschouwer tot het uiterste uit. We zien driedimensionaal werk waarin alledaagse (soms op straat gevonden) objecten, (bouw)materialen, esthetisch worden hergebruikt en schilderijen waarbij de ogen van de kijker net zo hard moeten werken als die van de maker. Nijboer is geïnteresseerd in choreografie, free running, spiritualiteit & lichamelijkheid. Nijboer speelt met applicaties van verf en vraagt de kijker niet alleen met de ogen maar met het lichaam te kijken, de kunst te ondergaan.
Onder de elleboog van de dirigent door kijkend zie ik violisten, daarachter een klarinettist naast een fagottist en dan pas de twee rijen zangers van het koor. Natuurlijk heeft de zang extra mijn belangstelling. Als ik mijn mond dicht houd hoort toch niemand mijn neuriën? Zeker? Aan het eind heb ik er genoeg van; het fragment ‘Ich will Jesum selbst begraben’ <en vooral dat superlange op-en-neer-bewegende be-gra-a-a-a-a-a-ben> heb ik tijdens de Winterelfstedentocht zo vaak hardop geoefend, het moet er even uit en ach, wie hoort die extra stem uit onverdachte hoek?
Na een doorfietsperiode in herfst en winter, letten op gezonde leefstijl en Dry January ben ik er klaar voor. Wat heb ik er een zin in! De hele week bouw ik aan mijn fysieke ontspanning, de poten zijn strak en de gedachten vrij. Ik slaap van 21.30 – 05.00 aan de Emmakade in een mooie logeerkamer bij een eersteklas hostess. Dan koffie, krentenbol en 500 gram yoghurt met fruit en muesli. Bij de start zie ik kortgebroekte Mark. Ondanks zijn 80 kms op zaterdag moet ik deze Mollema loslaten. Het is fris maar niet koud, winderig maar geen storm. Ik pik aan bij passerende groepjes. Overweeg welk kopgroepje mij het beste past. Aanpikken, kleven, volgen, hangen past bij zesenzestigjarigen als dubieuze zwijgzaamheid bij praatprogrammaeconoom Barbara B, de R-bank en Siewerd van L.


Udo Jürgens bezingt het lot van de oudere jongere gloedvol in ‘Mit 66 Jahren’. Hij overtreft met verve het nerveuze Route 66 van de The Rolling-snuivers-Stones. Op je 66e verjaardag een theepot krijgen en een fles alcoholvrije wijn met een jeugdfoto in plaats van jenever of een neushaartrimmer is natuurlijk al een godsgeschenk. Vervolgens als eerste door twee Tinekes en de mannenkledingwinkel gefeliciteerd worden, heerlijk attent. Maar het mooiste present, op een vergesprek over boulderen met zoon II en een artikel over orgels in Noord-Nederland van zoon I na, was toen ik de krant opensloeg en zag dat er een roman is geschreven over het meest verguisde en onbegrepen dier in Nederland: de duif¹. 
De man, hobby: wandelen en wereldraadselen oplossen, is eigenzinnig en eigenwijs als een Moslim met druk op de borst die ja zegt tegen een varkenshart of een minister die de eed [dat ferklearje en ûnthjit ik] in het Fries aflegt. Hij neuriet ‘Jesu meine Freude’, FC Emmens clublied ‘Het is stil daar aan de overkant’ of fluit constant een iets te snelle versie van ‘Aus Liebe will mein Heiland sterben’. Hij onderdrukt <met moeite> de lust om in de lucht te dirigeren. Strooit af en toe
een handjevol duifvoer rond. Daarna kijkt hij schielijk achterom. ‘Goddomme, duiven voeren is verboden,’ hoor ik schuimbekkende duifhaters gnuivend smiespelen. Fluiten en neuriën wordt prevelen: ‘Duifje, duifje’. Ogen twinkelen. Zielsvol geluksgevoel stroomt bij het zien van door elkaar kroelende gevleugelde vrienden. 