
bachelor-party-tijgers
Het is zaterdagmiddag, twee uur. We gaan zitten op een door de zon verwarmde marmeren bank op het mooie Plaza Tendillas. Lekker even een boek lezen in de zon. Het is er gezellig druk. We zien mensen die naar een feest gaan, oude wandelaars, uitbundig goed geklede bejaarden, bachelor-partytijgers, jongeren die wat rondhangen, een meisje dat de nagels van een hondje vijlt door het liefdeloos achter zich aan te sleuren, opa’s die duiven voeren en een handvol toeristen. Iedereen lijkt tevreden en gelukkig. Ik zie geen jongeren die hun gezichten verbergen onder hoodies met bontkragen.

drie aardige jongens
Geen rondraggende scooters te zien. Ik probeer met passanten een gesprekje te voeren over het leven in Spanje. Eerst spreek ik drie aardige jongens aan. Hun Engels en mijn Spaans blijven achter bij onze bereidheid tot praten. Dan drie iets oudere personen, van wie er één wat Engels spreekt. De mevrouw van wie ik de leeftijd op 19 à 20 schat blijkt 39 jaar oud te zijn. We lachen er allemaal hartelijk om. Ze

links de 39-jarige
werkt zes dagen per week acht uur per dag bij een groenbedrijf. Ze is zeer tevreden met het leven in Cordoba. Mijn Spaans is te slecht voor een vlotte conversatie. Als ik net weer begin te lezen komen er vier jongeren op me af. Een microfoon vastgeknoopt aan een mobieltje. “Mogen we u wat vragen over het beroep van ….. leraar?” “Tuurlijk, leuk. Maar daarna wil ik jullie wat vragen.”
Carmen, Maria, Miguel en Juan zijn vijftien jaar oud en ze zitten in het laatste jaar van hun schoolopleiding. Na dit jaar gaan ze naar het twee jaar durende Bachillerato en daarna willen ze naar de universidad, in Cordoba, Madrid, Jerez en Granada. Ze kiezen merendeels voor grotere steden dan Cordoba, want die zijn interessanter. De gewenste studierichtingen zijn: marketing, onderwijs, digital design en piloot. Ze vinden alle vier het leven in Cordoba prima. Het is een fijne en gezellige, kleine stad. Het onderwijs voor jongeren is gratis. Op Juan na, denken ze in de toekomst allemaal in Spanje te blijven. Juan overweegt Amerika. Cordoba is een veilige stad, tenminste het centrum. Misschien dat enkele andere wijken wat minder veilig zijn. Natuurlijk is er in Spanje sprake van een hoge jeugdwerkloosheid, maar alle vier zijn het erover eens dat als je hard wil werken en studeren, er banen te krijgen zijn. “Het ligt ook aan jezelf.” Als ik ze vraag naar hun politieke voorkeuren noemen er drie de nu regerende P P, de Partido Polular, en Miguel weet het nog niet. Zonder aarzelen noemen ze desgevraagd de naam van Mariano Rajoy als Spanjes eerste man.

Carmen, Maria, Juan, Miguel
Ook zijn ze het er alle vier over eens dat de Europese Unie goed is voor Spanje en voor de andere Europese landen. Dezelfde munteenheid en gemakkelijk reizen zijn belangrijke voordelen. Misschien dat eruit stappen voor Engeland wel beter is. Opvallend is dat ze niet (meer) actief sport beoefenen. In het verleden wel. Genoemd worden dansen, basketbal, volleybal en voetbal. Naast FC Barcelona en Real Madrid wordt Real Betiz genoemd als favoriete voetbalclub.


Er zijn cursusruimtes, een auditorium, expositiezaal, uitzicht op zee en een cafetaria. Op vrijdagavond bezoeken we een jazzy concert: romantische, klassieke jazz. Gratis. Het kwartet heeft meer dan genoeg power en kwaliteit om de aangrenzende carnavalsvoorbereiding te overstemmen. Torremolinos is een mooie vakantiebestemming, vooral, of misschien uitsluitend, in het voorseizoen. Sinds eind vorige eeuw is het losgeweekt van Malaga en een zelfstandige gemeente. Het telt ruim 70.000 inwoners. Veel Nederlanders hebben de ‘frites van Piet’-reflex bij het horen van de Spaanse naam voor Torenmolen.
Paseo Marítimo, onderdeel van het 180 km lange Kustpad, schoon zwemwater: deze ideale combi bestaat. Torremolinos ligt aan de Costa del Sol, een van de eerste populaire zonbestemmingen voor veel Nederlanders. Voor ons is februari in Spanje voorjaar; voor Spanjaarden is het nog winter. Moet ons vliegtuig op Schiphol nog ontijsd worden, vijf uur later smeer ik me in de zon op het strand in met factor 30.
€ 10,-. Supermarkten hebben een met Nederland vergelijkbaar prijspeil. Culturele activiteiten zijn goedkoop. Een klassiek concert in het Auditoria ‘Principe de Asturias’ doet € 8,-. Daartegenover staat dat je geen pijl kunt trekken op openingstijden. De botanische tuin is in februari open van 16.00 – 18.00 uur.
In Torremolinos zijn veel hotels, een oud centrum, vele playa’s en een drukke vissers- annex jachthaven. Opvallend is een op de stadskaart als ‘LGBTI-friendly area’ aangeduid gebied. Voor rolstoelers, scootmobielen en rollators zal niet elke straat of passage prettig zijn. Er zijn vele -soms autovrije – plaza’s en in het algemeen zijn de straten, op een enkele hondendrol na, schoon.
een vals nootje produceren. Dat ontlokt het publiek een glimlach, wat weer leidt tot meer generositeit in de pet. Ze lichten hun presentatie toe in, voor muziekdocenten, redelijk goed Engels. De verhouding Spanje/Engels is een beetje als water/vetvlek: het werkt uiterst moeizaam. Net als in Italië, waar zich hetzelfde manco voordoet, schrijf ik dat deels toe aan de televisie: alles wordt nagesynchroniseerd. Niet voor niets staat Spanje op de 18e plaats in de English Proficiency Index en Nederland derde (en Italië 24e).
De voor Burkina Faso kenmerkende lemen architectuur kom je tegen in Emmens WildLands, maar ook in Torremolinos’ Crocodile Park. Het ligt naast de botanische tuin, de gemeentelijke plantenkassen, Aqualand, tegen een dennenbos aan. Het schijnt dat je daar een jonge krok mag knuffelen. We vragen ons af waarom in de gemeentelijke plantenkassen geen werkgelegenheidsproject voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is georganiseerd. Per slot van rekening kent Spanje (nog steeds) een hoge werkloosheid (in januari 2018 16,5 % tegenover 23,5 % in 2015). Onder jongeren lag het nog hoger: boven de 35 % in december 2017.
criminaliteit. Een juwelier stalt een display met ringen uitdagend buiten uit. In het gemeentehuis spreek ik een advocaat die papierwerk afhandelt. Ze vertelt dat het in Torremolinos meevalt met de kwade zaken. Een mevrouw op straat heeft hetzelfde verhaal. “Mijn ouders emigreerden zestig jaar geleden vanuit Denemarken naar hier. Misschien dat het bij de stranden voorkomt, maar we merken van criminaliteit niets.” De eigenaresse van ons appartement zegt: “Je hoeft de deur niet eens af te sluiten, want hier gebeurt nooit iets.” Deze verhalen zet ik af tegen de beveiligingsinstallaties bij huizen en winkels. Bijna alle ramen zijn voorzien van tralies. Om alle tuinen staan hoge hekwerken. Voordeuren, vaak dubbele, hebben doorgaans een drie- of vijfpuntssluiting.

Onder het mom van ‘een model inhuren’ was er veel mogelijk, ook in Veenoord. Van Gogh maakte ontdekkingstochten door de veengebieden en zijn doel was de gewone mens, de landarbeider, te schilderen. Maar het was voor de gesjeesde theologiestudent annex domineeszoon Van Gogh natuurlijk niet alle dagen feest in Drenthe. Met de trekschuit De Snikke was Vincent vanuit Hoogeveen neergestreken in Veenoord. Volgens museummedewerker Anne de Vries werd hij ternauwernood als gast geaccepteerd door hoteleigenaar Scholten. Ma Scholten laat hem binnen en Van Gogh krijgt een prachtig bovenkamertje. In dit nagemaakte hotelkamertje zouden zich enkele onbehandelde planken bevinden uit de periode dat Vincent van Gogh hier logeerde, aldus De Vries. Nog een overblijfsel uit de periode met de beroemde gast is een lampetset die via de kleindochter van mevr. Scholten boven water kwam. Geldgebrek, eenzaamheid, rusteloosheid en melancholie zouden Van Gogh na een maand of drie (andere bronnen spreken van twee) weer uit deze contreien hebben verdreven. De gezelligheid in het café op de begane grond was voor de kunstenaar of niet bereikbaar of niet genoeg. Vanuit Veenoord bezocht Van Gogh Zweeloo, waar Berlijner Max Liebermann, nog zo’n fervent Drentheganger, verbleef. Drenthe inspireerde Vincent, hij schreef er ruim twintig brieven en hij maakte er veertig kunstwerken. Dat Van Gogh een werkzaam leven leidde bewijzen de 1100 schetsen en studies, 900 olieverfschilderijen en aquarellen en de zowat 1000 brieven die hij naliet. Ook verhuizen vergde veel van zijn tijd. Na Groot-Zundert, Den Haag, Londen, Parijs, Ramsgate, Dordrecht, Amsterdam, Brussel, Hoogeveen strijkt Vincent neer in Veenoord/Nieuw-Amsterdam. Latere woonplaatsen zijn nog Nuenen, Antwerpen, Arles, en Auvers-sur-Oise.
geven een goede indruk van de toestand vroeger. Met een periscoop (!) kunt u op de zolder kijken waar oude spullen uit de tijd van Van Gogh zijn uitgestald.


Haar mondspieren lijken strak. We lezen dat het om Hoppers vrouw gaat die haar man te verstaan heeft gegeven niet langer van modellen gebruik te maken maar dat hij haar moet schilderen. Een eenzame vrouw, denk ik, als ik haar bekijk. ‘Verdomme, waarom moest dat raam zo nodig open,’ denkt ze. ‘Straks zal Ed wel weer zeggen dat het alleen om het licht om de muur ging. Wat gaat hij met mijn okselhaar doen en mijn artrosevinger? Als dit maar goed gaat.’
Een muf ruikend henneptouw biedt houvast bij paniekaanvallen. Boven je kiert een baan licht en zijn duiven, rustgevend als altijd, hoorbaar. De wind suist om de taps toelopende torenspits. Bij elke stap dwarrelt stof op. Je verbaast je telkens weer over de ingenieuze pengatverbindingen die de balken spijkervrij aan elkaar kluisteren. Hier en daar een krijtstreep als een spoor van je voorganger, een halve eeuw geleden.



Jennifer Koning presenteert realistisch en impressionistisch geschilderde (huis)dierenportretten. 

en, en minstens evenveel (groot)ouders aan hun spel met de dieren muis, vos en tijger. Met flair en kunde bespelen ze unieke muziekinstrumenten en het piepjonge publiek als Beethoven zijn klavier. De iets oudere kinderen, vanaf ongeveer zeven jaar, blijven op veilige afstand. Van alle zijden opperste concentratie. Het plezier spat eraf als verfspetters op een doek.

ven voorbij aan het polyinterpretabele van deze zin, het is per slot van rekening feest. Hij bedankt het bestuur voor de werklust en inzet. Hij droomt even weg naar vorig jaar toen het bestuur bestond uit drie vrouwen. Uit de woorden ‘het heeft erom gespannen’, ‘kantje boord’ en ‘met de hakken over de sloot’ duidt Corsius aan dat het niet altijd feest is geweest. Vergeleken met landelijk bekende kunstenaarsverenigingen als het Haagse Pulchri en het hoofdstedelijke Arti et Amicitiae, verenigingen die honderden leden tellen, is De Ploeg een kleine club. Niet alle tweeëntwintig Ploegleden zijn op het feest aanwezig, ik mis een handvol.
Het wordt dan wel geen hossende polonaise, maar een lichtkens wiegen, een minieme heupswing, een schoenvol vibrerende tenen, die voorzichtig pompom tikkend de maat volgen, dat zeker en vast. Het eeuwfeest kan beginnen. En zoals op elke verjaardag enkele tandeloze tuberculeuze ooms en tantes het jarige neefje vergeten en pas op komen dagen als ze hardhandig in de zij worden gepord en hun rollator met de neus in de juiste richting wordt klaargezet, doen we het deze keer zonder Hendrik, Ebrien, Jaap, Fleur, Sipke, René en Mariëtta (**).
Ik spreek een vriendelijk echtpaar dat relaxed op hun beurt wacht met een grote lijst voor zich, ingepakt in een wit laken van het logeerbed. Veel meer dan dat het een werk van Werkman is, kom ik niet te weten. Dat het niet een olieverfschilderij is, wil de meneer nog wel kwijt. Als bij griepvaccinaties bij de huisarts wordt af en toe een achternaam opgeroepen en dan tijgt men naar voren.Achter een tafel zit een secretaresse die streept en schrijft en turft en afvinkt dat het een lust is en de kunstdragers, met of zonder boodschappentassen, naar Ter Borg dirigeert.
echte Arie Zuidersma. Ik ben best benieuwd wat de taxatie zal zijn.” Later zie ik de jongeman weer, buiten terwijl hij het parkeerplein oversteekt. “En, hoe ging het?” vraag ik hem. “Niet slecht, het werd op zo’n € 600,- tot € 800 getaxeerd.”