Weer eens iets anders van ’t Hart: een thriller. De hoofdpersoon, farmacoloog Thomas Kuyper, gaat, smoorverliefd, op kroegentocht met een vrouw, Jenny Fortuyn, die later wordt vermist. Rechercheur Joost Lambert en Krijn Meuldijk doen onderzoek, ook bij de verdachte en zijn vrouw Leonie, die vooralsnog niets weet van het onderzoek, thuis. In bijzinnen schetst ’t Hart zijn wereldbeeld en komen bekende thema’s voorbij als (on)gewenste kinderloosheid, natuurobservaties, dromen, verleidelijke vrouwen voorbij, rattenonderzoek en kannibalisme bij ratten, maatschappijkritiek, subsidiebeleid bij wetenschappelijk onderzoek. Uiteindelijk wordt de verdacht opgesloten, alles wijst in zijn richting.
Thomas (vanuit de cel) en Leonie beginnen brieven te schrijven. T vertelt van zijn fascinatie voor Jenny de biebmedewerkster en Leonie vertelt over het onderzoek. Er is een vermoeden dat de ratten de vermiste vrouw hebben opgepeuzeld, iets wat Thomas weerspreekt.
Leonie beschrijft in haar dagboek hoe ze Thomas’ gangen nagaat en met mensen spreekt die Jenny goed kenden. Het kinderwensthema komt prominent naar voren. Ook gaat ze naar een vrouwenhuis waar over het vrouwelijk orgasme wordt gediscussieerd, ze probeert zich Jenny’s gedrag voor te stellen. Steeds meer kruipt Leonie in de rechercheursrol en onderzoekt ze wat er mogelijk gebeurd is, in het lab ziet ze zeekoeien op sterk water. Zijstraat: de mogelijkheid dat het lijk, diepgevroren, in flinters wordt gesneden en weggemoffeld doet denken aan het verhaal ‘Gevederde vrienden’ van Jan Wolkers.
Thomas is rustig bij het proces. Er blijkt weinig tot geen concreet bewijs tegen hem te zijn en hij wordt vrijgelaten. De vermoorde vrouw in een fles op alcohol is niet Jenny maar een andere vrouw. Leonie is uiteindelijk gerustgesteld als blijkt dat Thomas niet met Jenny naar bed is gegaan, hoewel hij dat wel had gewild. Als in een echte detective lopen er allerlei draden door elkaar en maken het boek een goed gewrocht geheel. ’t Hart schreef er drie jaren aan.


’t Hart wil feministische ideeën en overtuigingen toetsen aan zijn eigen ervaringen en inzichten. In ‘De vrouw bestaat niet’ relativeert ’t Hart het feminisme door fenomenen die het feminisme typeren te analyseren. Pippie Langkous, de koningin, Indira Ghandi, Krijnie Baks (de koningin van de straat). Margareth Thatcher: allen dominante vrouwen die sullige, trouwhartige, goedaardige mannen vaak de baas zijn. Jongens zijn in het onderwijs- en zorggebied vaak benadeeld tegenover gepriviligieerde vrouwen/meisjes, hoewel ze fysiek iets sterker zijn. Dat niet alle feministen op ’t Harts boek, dat zes drukken scoorde in zes maanden, zaten te wachten moge duidelijk zijn.
Een verhalenboek, deze keer met 12 (meest) jeugdverhalen. Na ruim 42 jaar herinner ik me het verhaal ‘Het longvolume’ tot in detail, weergaloos voor beginnende docenten, ik las het vroeger in elke klas voor. Verder veel interessante, mooie, onderwijsgerelateerde verhalen.
Tijdens een avondwandeling naar huis via een volkstuincomplex probeert de steeds verdwalende musicologiestudent / bakkerszoon Metten Anker zich alle vrouwen/meisjes die het herdenken waard zijn, naar wie hij onstilbaar en onheilspellend heeft verlangd op te sommen. Angela, baker tante Riekje, partner violiste Renske, domineesdochter Heiltje, oma Witsenburg, zijn schooljuf, zijn moeder, zijn zuster. Hij ontmoet een vrouw op een volkstuin en Irene de havenmeesterdochter.
Eén van ’t Harts bekendste. Ik was 24 toen ik dit boek las: autobiografisch en een soort ode aan, monument voor ’t Harts vader die op vroeg overleed. In twaalf hoofdstukken beschrijft Maarten ’t Hart de aangekondigde dood van zijn vader. Elk hf beslaat een verhaal waarin de dood ad orde komt..
In vier delen: Vrouwen en discriminatie, Biologie, Schrijvers en dichters, Reizen.
Het proefschrift van Maarten ’t Hart, mijn meest speciale publicatie van de meester is genaamd: ‘A study of short term behaviour cycle’, een ethologische studie naar het gedrag van de driedoornstekelbaars, compleet met een lijst van vijftien stellingen.
Meino Smit is een zeldzame koppeling van (biologische akkerbouw)boer en wetenschappelijk onderzoeker. Die zijn er dus ook. Dat werd tijd. Geen ontevreden LTO-zwalker, Farmer Defence overaldrager, omgekeerdevlagger maar iemand die met verstand van zaken nagaat hoe het echt zit. Dat zullen de verongelijkte standaardboeren, hun organisaties, Caroline van de Plas en Piet Adema de zwalker hem niet in dank afnemen. Leesvoer voor Wollaars/Tweebeke. Smit beschrijft een verschil tussen boerenlandbouw en ondernemerslandbouw en vraagt zich af waar de ethische en morele overwegingen in de landbouw zijn gebleven. Smit staaft zijn uitspraken met goed leesbare onderzoeken, weergegeven in duidelijke statistieken. Om hem zelf aan het woord te laten pak ik een interview met de Volkskrant uit 2021 erbij. Wat zegt Smit?

In deze Salamander pocket (een goedkope pocketboekenreeks van 1934 tot 1984) staan acht verhalen, waarvan vijf in eerdere bundels verschenen. ‘De dorstige minnaar’, ‘De vloekende dievegge’ en ‘Ongewenste zeereis’ zijn nieuw. Het eerste verhaal koppelt een oom die een perpetuum mobile wil maken aan een gedresseerd puttertje dat wordt geleerd water op te hijsen in een emmertje aan een kettinkje en dan als beloning kanarievrouwtjes mag bevruchten. Het tweede gaat over een kauwtje dat ‘sodommieters’ kan zeggen op een begraafplaats en daar twaalf jaar blijft.
Zestien drukken in tien maanden; eind ’70 breekt veelschrijver ’t Hart (ik bereken dat hij één pagina daags schrijft) door met ‘Een vlucht regenwulpen’, misschien zijn bekendste, later ook verfilmde, boek. Er worden 1 miljoen van verkocht. Je leest over volwassen- en kindertijd van de hoofdpersoon. Een 30-jarige bioloog maakt voordat hij naar Bern afreist een afspraak met het zusje van Martha, de vrouw op wie hij verliefd is. In zijn solistische jeugd speelt hij, druivenkwekerszoon, vanwege een gebrek aan vriendjes, met zijn moeder. De ik-persoon wordt beheerst door dwanggedachten, bijvoorbeeld dat zijn moeders kanker te wijten is aan zijn ongelovig zijn, dat hij niet over schaduwen mag stappen, pleinangst, enz. De liefde voor Martha beheerst zijn leven, en route naar Bern in de auto praat hij tegen de afwezige zus van Martha.