JOURNAAL WEEK 46 (2025)

ZONDAG Rooie Rinus & Pe Daalemmer in Winschoten. Twee bijna zeventigers, rockende gitaristen, verwijzingen naar muziekbronnen The Beatles, Abba, Everly Brothers, The Kinks, prachtige uitsluitend Groningse liedteksten, een uitgelaten volle zaal die het hele nummer Boukelien meebrult of massaal het framenummer van een gejatte fiets. 2,5 uur lang, eersteklas vermaak in Sodom. Bij cabaret hoort een kritische noot en verdomd, die komt ook bij Pe en Rinus: na het nummer over schrale vluchtelingenhulp sneert Rinus ‘Mörn in Winschoter Kraant: Pe en Rinus radikaliseert!’ Waarom Winschoten Sodom heet vertelt een kleine plaquette aan het stationsgebouw: 500 Joodse Winschoters werden in W.O.II afgevoerd naar Westerbork. 494 werden in Duitse concentratiekampen gedood.

MAANDAG Maastricht is de grote roomse pendant van protestants Deventer: veel historische gebouwen, daterend tot de middeleeuwen, smalle binnenstadsstraatjes en een bekende rivier. De oude binnenstad met twee beroemde pleinen (het Vrijthof en Onze Lieve Vrouwe-plein) telt talloze terrassen, bijna zonder uitzondering van klimaatonvriendelijke heaters voorzien. Ook de steeds luidere roep om rookvrije terrassen gaat aan Maastricht voorbij.

DINSDAG Ik vraag de ober een in de hotelontbijtruimte getoonde fles Moët & Chandon te ontkurken. Hij doet t met een smile. Ook Maastricht. Lekker. Maastricht zit verder overvol met gebruinde koppen en miniatuurhondjes die in binnenzakken of onder de revers lijken te zitten gekleefd: hun schrale vochtige hondenpikkies en konten met verstopte anaalklieren onder de pochet. Op het Vrijthof en de Grote Markt schijnt de zon en heerst om 11.11 uur op 11 november een serene rust.

WOENSDAG Het Bonnefantenmuseum (van architect Aldo Rossi) is sterker in conceptkunst dan in al dan niet figuratief schilderwerk. Toch hebben we het er met ‘Four times two: half a century of art from the collection’ erg naar de zin. We verbazen ons even erg over de hoge gemetselde muren en het vreemde torentje als over de getoonde kunst. Er is superveel studioruimte voor workshops en instructie; alleen ontbreken deelnemende leerlingen.

DONDERDAG De Kast en het NNO: symfonisch en poppy, een kasteel van geluid in een met 1600 personen uitverkochte Oosterpoort. Zanger, bandleider en ver familielid Syb van der Ploeg leidt de zaal naar waar hij wil: zwaaien, roepen en vooral keihard meezingen. De teksten leggen het af tegen de muziek: een gewaagde en goed uitgepakte combi met het NNO en wow, wat een stem. En wat een prachtige mix van Fries en Nederlands; Syb kan niet laten de voor de helft met Friezen gevulde zaal in te wrijven dat Groningen 500 jaar geleden gewoon Fries was.

VRIJDAG Museum aan de A presenteert zich in het Groninger Museum met ‘Wie schrijft geschiedenis?’ Eye-catcher is een robotarm die op glas schrijft. Bezoekers mogen, door commentaren te schrijven onder vragen bij getoonde museumstukken, meepraten over de toekomstige museuminhoud. In de inleidingen komen al existentiële vragen als ‘wat en voor wie is een museum’ aan de orde.

ZATERDAG Rik Zaal schreef een voor (bijna) zeventigers onmisbaar boek: ‘Zeventig, notities over het ouder worden’. Natuurlijk zullen zeven talen leren, wielrennen, padellen, walking football, schaken, golfen, zingen, puzzelen en valpreventielessen niet veel kwaad kunnen, maar Zaal zweert bij iets anders voor ieder die 70 is of dat van plan is te worden. Hij propageert: maak vaak korte reisjes die je ervaringenbuidel voeden, ben je gelijk af van oudewijvenpraat als ‘wat vliegt de tijd’. Wissel daarbij zoveel mogelijk van hotels en restaurants. Extra levensverlengend: houd de belevenissen bij. En, wellicht een gevoelig en gewaagd adviesje voor monogamisten: wissel regelmatig van partner: levensverlengend!

JOURNAAL week 44 (2025)

ZONDAG Galerie Peter ter Braak presenteert twee beeldend kunstenaars: meubel- en lampenmaker Hans Endendijk en schilder Joyce Eijkhout. Endendijks truc: zonder lijm of schroeven maakt hij zitmeubelen met prachtige ronde vormen. Zijn techniek: er worden stalen kabels gespannen door gaten in houten balkjes die afgeschuinde zijkanten hebben. Door de kabels strak te spannen ontstaan de vormen. Bij Eijkhout valt het tweelingthema op. Koele, stoïcijnse koppen: vervreemdend en surrealistisch.

MAANDAG In de film ‘All that’s left of you’ wordt hartverscheurend pijnlijk duidelijk waar het misging en -gaat in het conflict tussen Palestijnen en Israëliërs. Vier generaties wordt een Palestijnse familie gevolgd, van misselijkmakende brute vernederende landonteigening tot het doodschieten van een Palestijnse jongen, gevolgd door het morele dilemma van al dan niet organen ter beschikking stellen met als kans dat die terechtkomen in het lijf van een Israëlische soldaat die weer moordend de straat op gaat.

DINSDAG Bijna 400 pagina’s schrijven over reizen en dan als titel ‘Reizen is onzin’: typisch de ironie van Frank Heinen. Een prachtig boek over fietsreizen in Europa (inclusief medelijden met autoreizigers en staartbotjepijn) en een (vlieg)reis naar China, waarbij de reis belangrijker is dan de bestemming

WOENSDAG Ineens gonst het in je bubbel over vaccineren tegen gordelroos. Na verhalen over apneu, de onzin van supplementen, voordelen van deelauto’s en het effect van de deelauto op het woningnoodprobleem, gewenste racefietsbandenspanning, toiletpapier van The Good Roll, verhuizen naar de bible belt, seniorisme bij de NPO, valpreventielessen voor zestigers en zeventigers: ja of nee? en bullshitbanen onder hoogleraren, gonst het nu van de verhalen over inenten tegen gordelroos. Jopie, onze witte jas (in een voormalige woonplaats, Sleen hadden we een huisarts die Joop heette en sindsdien heeft elke witte jas de koos- of knuffelnaam Jopie) meldt desgevraagd dat er zelfs onderzoeken zijn die aantonen dat deze injecties ook dementie tegengaan. Interessante bijvangst.

DONDERDAG Het is zeven november en de eerste kerstkaart ligt op de mat. Een papaverzaaddoos, symbool voor nieuwe planten en tegelijk de oerbron van morfine, sommige jaren vragen om een pijnstillende verdoving, wordt 26 een rampjaar?

‘Dust my broom’ & Bert Lawant

Stel je voor: als je een jaar of 30 geleden je intensief interesseert voor een onderwerp, schrijf je er boekjes over. Nou ja, niet iedereen natuurlijk, maar Bert Lawant wel. Leraar, talenmens, popmuziek- en boekenliefhebber, vader, voetballer, echtgenoot. Na eerst de blues afgewezen te hebben raakt hij na gesprekken met blues- en jazzliefhebber Ruud Vreeman in de jaren zestig in de ban van deze muziek. In de jaren negentig brengen de muziekjes van de Sterreclames hem op het spoor. Hij raakt betoverd door het nummer ‘Dust my broom’ (Amerikaanse slang voor ‘wegwezen!’, ‘er vandoor gaan’, (vergelijk: de Nederlandse uitdrukking ‘de plaat poetsen’) in de originele versie: ‘I believe I’ll dust my broom’) van Elmore James. Lawants interesse wordt een soort archeologisch onderzoek naar muziek met misschien eeuwigheidswaarde. 

Bert Lawant (1949 – 2003) werkt in de bibliotheek, studeert vervolgens Nederlands en wordt leraar Nederlands en maatschappijleer. Hoe gaat dat, hij ontmoet Ruud Vreeman op een feestje en ze raken in gesprek over muziek. Bluesman Vreeman spreekt gloedvol over Muddy Waters, John Lee Hooker, Elmore James; Lawant, liefhebber van Fleetwood Mac, Neil Young, The Beatles is meer van de popmuziek. Maar dat verandert allengs, hij gaat (cassette)bandjes fixen met bluesmuziek en verdiept zich o.a. in Amerikaanse zwarte en Engelse, Friese en Drentse witte blues. Het worden maar liefst 178 versies van hetzelfde nummer.

Klassiekemuziekliefhebbers kennen Bach-vorsers die boekenkasten vol schrijven met feiten en weetjes over Bach, o.a. over zijn invloed op de popmuziek¹. Nieuw voor mij: mensen die jaren besteden aan onderzoek naar een enkel bluesnummer. Zo’n mens is Lawant. De Deen Dyrsting en Henk Maaskant uit Bergen op Zoom delen Lawants compulsief-obsessieve belangstelling en ontsluiten via www.dustmybroom.nl (met 2.200 versies) de specifieke wereld van deze blues variant. 

Lawants queeste resulteert in vijf boekjes en een reisverslag, alle in kleine oplaag en opvallend genoeg anoniem uitgegeven. Over bescheidenheid gesproken. Natuurlijk heeft zijn gewroet en gezoek licht manische trekjes: wat freaken over enkele noten, een oneindige rij varianten van ‘Dust my broom’ opnemen, elk jaar verzamelbeurzen in Groningen en Utrecht bezoeken om in LP-bakken te struinen en uiteindelijk, in 2000, een half jaar verlof opnemen en in die periode zeven weken door Amerika reizen, van New Orleans naar Chicago, lekker zijn bezem poetsen op jacht naar de blues.

En is deze muziek Lawants enige triggerpoint? Welnee, daarnaast is hij gegrepen door de in bepaalde bubbels immens populaire en niet door alle Amerikanen gewaardeerde humoristen The Marx Brothers.

Dat er nog steeds boeken en cahiers op kleine schaal worden gewrocht bewijzen Ronny en Ruud Vreeman die met de publicatie van ‘Dust my Broom’ èn Bert Lawant èn Elmore James eren. In het boekje is de tekst van Ruud Vreeman en de werkelijk prachtige schilderijen zijn van de hand van zijn vrouw Ronny Vreeman.  

Op donderdagavond zes november 2025 overhandigt Vreeman het eerste exemplaar van ‘Dust my broom’ aan Berts weduwe, Constance Lawant, in het bijzijn van zo’n zeventig vrienden en bekenden in boekhandel Van der Velde. 

¹Of Bach de blues direct beïnvloedde? Geen idee, maar via de popmuziek zeker wel.

 

Het Groninger stadhuis bezocht

De gemeente Groningen is supertrots op het (verbouwde) stadhuis en draagt dat graag uit. Op velerlei manieren worden inwoners uitgenodigd eens langs te komen. Ik maak voor de vierde keer in nog geen vijf jaar gebruik van de uitnodigingen. Na een inspraakavond over de emissievrije zone (het terugdringen van luchtvervuiling in de binnenstad), een rimpelloze door Schuiling strak geleide raadsvergadering en een Groninger avond, nu een door onze buurtvereniging georganiseerde avond over verduurzaming in het neoclassicistische stadhuis. In felle kleuren worden we welkom geheten. Onder de gasten: eigenaren van een al dan niet verwaarloosd monumentaal pandje, eigenaren van een monument-light, of een karakteristieke woning, in erfgoed geïnteresseerden en kritische gasten die willen weten of subsidies op de juiste plaats landen.

De raadszaal, die werd vergroot na de laatste gemeentelijke herindeling, behoort tot de mooiste van Nederland. Ademloos luisteren we naar hoe het stadhuis van fossiele energieslurper werd getransformeerd naar gasloos. Na de laatste verbouwing van het stadhuis steeg (of daalde) het energielabel van G naar A+++. En dat terwijl het totale budget van 19,2 miljoen niet werd overschreden. Een gevoel van plaatsvervangende trots overvalt me. Dat er niet met geld werd gesmeten bewijzen de marmeren pilasters in de gangen: In plaats van duur Italiaans marmer uit de Toscaanse steengroeven van Carrara zijn het gipsplaten uit de bouwmarkt, geschilderd in een kunstige, nauwelijks van echt te onderscheiden, marmerlook.

In een bijzaaltje naast de raadszaal waan je je in een expositie van Sterren-op-het-doek: een niet helemaal complete galerij van geschilderde burgemeestersportretten. Soms aandoenlijk amateuristisch, soms van een superieure kwaliteit, waarbij dat van Wallage, by far, de show steelt.

In de gangen kunst van Ploegleden, waarbij pijnlijk nauwkeurig is voorbijgegaan aan de huidige Ploeg, met extra aandacht voor de relatief onbekende autodidact Arie Zuidersma. In de kamer van B&W staat een ovale tafel die zo groot is dat hij tijdens de verbouwing niet naar elders kon worden verhuisd. Op een met gouden sterren beschilderd diepblauw plafond kan de geoefende topografiekenner de locatie van alle dorpen en steden in de provincie herkennen. Zoveel moeite als besteed is aan dit ingenieuze schilderwerk, zo weinig aandacht is er voor de Groninger taal: gain fits of foazel.

JOURNAAL week 43 (2025)

ZONDAG 600 pax in de Martinikerk luisteren naar Mariavespers van Monteverdi, uitgevoerd door het Luthers Bach Ensemble. Vriendin E is ontroerd, zegt ze. Superieure muziek, denk ik, uitgevoerd op het scherpst van de snede, geen wanklank te horen, strak, zuiver, dynamisch en glad. En wat een solisten! Schitterend gezongen echo’s van achterin de kerk. Paars licht op de plafondbogen. Teksten op een enkel woord na onverstaanbaar. Vertaling maakt me niet vrolijk, over heidenen die worden geveld. Centraal: de moeder van de zoon van een verzonnen god. Zij wordt door een wereldreligie aanbeden en in roomse muziek met Italiaanse overdrijving in extremis verafgood. Een vergelijking dringt zich op. Wat de Matthäus is voor de protestanten is de Mariavespers voor de katholieken. Wat me bij Bach niet en bij Monteverdi wel gebeurt: halverwege kijk ik stiekem hoe FC Groningen wordt afgedroogd door Sparta. Vooruit, dankzij onze gast Drew Santini: vier * * * *. Maar wordt het niet eens tijd om de teksten en (gefilmde) beelden van zangers en musici, zoals bij megaconcerten of door te veel publiek bezochte rechtbankvonnissen wordt gedaan, op screens aan te bieden, zodat ook laatkomers een goed zicht wordt geboden?

MAANDAG Wat staat in mijn medisch dossier over het verwijderde melanoom? Microscopie: superficieel spreidend melanoom Breslowdikte: 0,4 mm Ulceratie: afwezig Regressie: afwezig Microsatellieten: afwezig Snijvlakken: vrij. De woorden ‘afwezig’ (drie keer) en ‘vrij’ klinken als muziek.

DINSDAG De eerste controle bij plastische chirurgie na de operatie. Oei, ik was iets te optimistisch. Mijn dossier toont positieve berichten maar de patholoog oordeelt dat er meer weefsel weggesneden moet worden om een veilige marge te krijgen, iets dieper en wijder dus. Men zet er vaart achter om risico’s te vermijden. Paar weekjes uitstel dus, nog niet zwaar belasten.

WOENSDAG Ik lees een bijzonder verrassend boek, door Tom Lanoye ‘uitgekookte politieke satire’ genoemd, ‘Het geschenk’ van G. Schoeters: Berlijn raakt overspoeld met olifanten, een geschenk van Botswana’s president. Wat gebeurt er als 20.000 olifanten voor een crisis zorgen, hoe gaat bondskanselier Winkler deze aparte terroristische aanslag aanpakken? Compleet met olifantologe, mestfraude, nerveuze politieke interventies, een heus spreidingsplan voor de invasieve exoten? Idd bijzonder. En bijzonder humoristisch.

ZATERDAG Bij de tweede repetitie van het Grootkoor Groningen wordt bekend wie de solist dit jaar is: Donij van Doorn. Van Doorn werd bekend als solist in talloze opera’s en oratoria. Gedurende acht jaar werkte ze mee in het Johann Strauss-orkest van André Rieu. En nu dus in ons koor op 17 december in de Martinikerk Groningen.

Schnitger Festival – Vrijheidsconcert, ‘Op weg naar 100 jaar vrijheid’

Groningen 18 oktober 2025. Je komt door de A-kerkdeur en de geur van cultuur waait je tegemoet als parfumvleugen bij de Douglas: beeldende kunst uit Paramaribo, Groningen en Teheran. Amechtig prekende dominees zijn ingeruild voor poëzie, koorzang, schitterende orgel- en trompetmuziek, alles aan elkaar gesmeed door een presentator voor wie ik als een blok val: de vlotte, schitterend geklede, humoristische, prachtige, warme Shjazz. Het verschil met het wat lauwe, koel reagerende publiek kan niet groter zijn.

Godzijdank is er deze keer ook ruimte voor de Groninger taal: hèhè, Ede Staal is pontificaal ingeklemd tussen Bach, Händel en Poulenc. Organist Eeuwe Zijlstra verwelkomt het binnenstromende publiek met variaties op Staals evergreens en het door enkelen te laat herkende en daardoor veel te voorzichtig meegeprevelde Gronings volkslied. Natuurlijk maak ik in gedachten de vergelijking met wat in Leeuwarden zou zijn gebeurd als ‘Frysk blût tsjoch op!’ had geklonken: het dak ging eraf!

De artistieke commissie laat de avond beginnen met ‘Ombra mai fu’ van Händel, vanaf de kraak krachtig en prachtig gezongen door Judith Pranger, ongeveer even mooi als de uitvoeringen van Scholl en Jaroussky, begeleid door orgel en trompet. Later Bachs ‘Jesu bleibet meine Freude’, dan kan de avond niet meer stuk. Twee bovengemiddelde koren, ‘Diverdoatsie’ en ‘4 Mei Projekt, respectievelijk met kapiteins Cobien Nieuwpoort en Robert Ramaker transformeren de ouwe Schnitger van krakende oude doos naar jongemensenstemmen bij een warme zomerse beek, van spataderen naar strakke, geschoren wielrennerspoten, kortom wonderschoon.

Het wordt een avond die uitnodigt tot reflectie en bezinning. Filosofische, originele, heldere of tot in gelaagde metaforen verpakte bespiegelingen over de ware of gewenste aard van vrede komen tot ons. Nova Spier, Marjoleine de Vos, Cissy Joan, Ruth Ruijgers en natuurlijk Shjazz dagen het publiek uit tot nadenken. Wat knap dat de sprekers slechts tussen de regels door hinten op de genocidale barbarij die in Gaza tot een halt lijkt te zijn geroepen en de oorlogsmisdaden die in Oekraïne nog onverminderd voortwoekeren. Deze onderwerpen worden in de pauze, glaasje grenadine of wijn in de hand, tot op het bot gefileerd.

Zondagmiddag is in de Martinikerk een vervolg op het Schnitger Festival met een concert van Monteverdi’s Mariavespers door het Luthers Bach Ensemble en organist Vincent van Laar. Ik denk nog even na over het woord ‘festival’ en droom ervan dat het stichtingsbestuur en de artistieke commissie de knellende banden van historie, traditie en erfgoed eens los durven te laten en groot gaan denken. Mijn advies: nodig jonge, wilde, openminded, wellicht licht roekeloze, creatieve, buiten de antieke boxes denkende conservatoriumgasten met orgelmuziek in het pakket, begeleid en in toom gehouden door Shjazz, uit en vraag hun de ogen te richten op Anna – this makes me feel like a rock star –  Lapwood. Wie? A n n a L a p w o o d.

7000 Eichen, Joseph Beuys, Kassel, 1982

‘Doe ik elke morgen,’ zegt mijn derde zwager, zonder dat ik erom vraag. ‘Ook met koud water?’ ‘Ja,’ zegt hij terwijl hij zijn Javaanse Jongen rokend op het zeepplateau legt. Verbaasd kijk ik hem aan. Waar is zijn gêne? Snel haalt hij het ingezeepte rafelige washandje door de bilnaad. Even uitspoelen en dan vlotjes ‘lytse Goaitzen’ zoals hij zijn snikkel liefkozend noemt, afsoppen. Waarom alle mannen hun apparaat naar zichzelf vernoemen? Zeepvlokken maken de vloer glad. Een sterk behaarde Duitser, lid van de Eisenbahner Sportverein Freiburg, hoor ik binnensmonds Scheisse zeggen. Geroutineerd trekt mijn zwager de voorhuid vrij van de eikel en gaat met zijn pink langs het toompje. Daarna buigt hij zijn bekken naar voren totdat lytse Goaitzen over de wasbakrand hangt. Er volgt een bijzonder afspoelritueel, waarbij hij zijn bekken, als een tangodanser ritmisch naar voren en dan weer naar achter duwt en zijn lid voorzichtig afspoelt. Dit beeld van het waslokaal op een jarentachtigcamping te Kassel domineert mijn gedachten als ik aan de 7e Documenta terugdenk. Kiefer en Beuys, door artistiek directeur Rudi Fuchs als trekkers aangetrokken raken in mijn gedachten op de achtergrond.

Het Kasselse wastafeltafereel schiet me te binnen als ik voor de spiegel sta. Vanwege mijn enkelblessure, Foemani sneed een huidkankertje weg, is douchen er even niet bij. Poedelnaakt sta ik voor de nieuwe spiegel en geniet van de uitbundige verlichting, die ik, de sensor licht aanrakend, varieer van broeierig geel via blauwachtig naar iets wat tussen oranje en roze in zweeft. Waar ik kijk: spiegels. Zes littekens tel ik; twee, niet eens de oudste, bijna onvindbaar.

Ziek, of beter: met een fysiek ongemakje op de bank liggen, doet me altijd aan vroeger denken, midden jaren zestig vorige eeuw. Op twee ongemakkelijke zogenaamd gemakkelijke stoelen hangend in de voorkamer, geniet ik van de geluiden achter de schuifdeuren. Ik krijg als medicijn een ontpelde halve banaan in partjes.

Ziek zijn telde vroeger bij ons thuis niet mee. Je mocht één dag per jaar school verzuimen. Ziek zijn stond gelijk aan aanstelleritis. Daar denk ik aan als ik besef dat ik in deze week heel leuke attenties krijg van vrienden. Een werkelijk prachtig, nog anoniem, mysterieus door de brievenbus aangeleverd boek over duiven en thuiskomen, een superlief beterschappresent in een doosje, kaarten, korte en uitgebreide aanmoedigende vriendenapps die onveranderlijk uitmonden bij apneu, libidoproblematiek, prostaatproblemen en dit jaar dankzij mijn oudste kameraad ook retraites in roomse oorden geleid door jongejuffers, fijne bezoekjes en lange telefoongesprekken. De broers- en zus-app hijgt nog amechtig uit na een bombardement miniatuurberichtjes. Vrouw I geeft ze, de zuinigerds, gelijk. Wat stelt een weggesneden kwaadaardig huidkankertje in een moedervlek ook voor?

SkinVision XII

(In delen I t/m XI beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van een kwaadaardig huidkankertje op mijn knie en een lymfeklier in mijn lies en nu een melanoom op de linker enkel). Als plastisch chirurg Foumanie me vraagt of ik eerder een melanoom heb gehad, weet en zeg ik dat hij mijn dossier niet heeft bestudeerd. Ach wat, denk ik, als hij maar kan snijden. Na afloop overweeg ik welk cijfer hij verdient en denk aan Mei Li Vos, de nieuwe Eerstekamervoorzitter die ook enkele dagen per week basisschooljuf is: klein in de kritiek, groot in het compliment.

De ingreep verloopt voorspoedig. Op het gezellige af. Naast de van oorsprong Iraanse chirurg met aandachtsgebied reconstructieve chirurgie zijn er twee assistenten. Geen van drie is het Gronings actief machtig, wel praten ze alle drie graag mee over taalverwerving en het belang daarbij van de eerst geleerde moedertaal. Misschien nog belangrijker: ze lijken hun vak te beheersen en hebben er plezier in. Ze slagen erin mijn spanning (jaja) weg te laten vloeien als bloedstroompjes na het snijden.

De chirurg bestudeert mijn gespierde wielrennerspoten en suggereert concluderend dat mijn huid misschien krachtig genoeg is om zonder transplantatie gehecht te worden. Het idee een transplantaat  uit mijn bovenbeen te schrapen of te snijden laat hij varen.

Dat een assistent niets anders doet dan mij op mijn gemak stellen verbaast en bevalt me. Gezellig zitten we over van alles en nog wat te kouten. Reizen naar Slovenië, het effect van bloedverdunners, een te strakke spijkerbroek en de kracht van de lokale verdoving.

De chirurg snijdt een lapje huid van 3 bij 4 cm weg. Ik mag meekijken maar doe alsof ik er vanwege mijn gesprek met de assistent, niet aan toe kom. Hij legt uit wat ervoor nodig is om de lange zijden aan elkaar te hechten. Aan de uiteinden ontstaan dan een soort opbollende envelopjes van huidweefsel. Ik heb ergens gelezen dat deze snijlocatie veel bloed laat vloeien, maar ik leer bij dat de specifieke verdoving dat juist tegengaat.

Na een klein half uur wordt mijn steun, toeverlaat, rolstoelduwer en chauffeur vrouw I erbij geroepen. Zij aanhoort hoe lang ik per se rust moet houden en wat het verschil is tussen rusten, niet lopen, kalm aan doen, en niet belasten. Paracetamolloos kom ik de eerste nacht door, ik slaap bijna tien uren. Ik overweeg rapportcijfer 9,5. Nu nog een wakkere patholoog die zijn kunstje verstaat.

JOURNAAL week 41 (2025)

ZONDAG Goudenschepjeuitreiking in de Wolthoorn. Uit 21 genomineerden wordt gekozen: door het plakken van groene stickers worden twee tuintjes als prijswinnaars aangewezen en krijgen van Green-Office manager Dick Jager het felbegeerde gouden schepje uitgereikt: eigenaren Fikkers en Jelsma zijn voor een jaar lang fiere koningen van de geveltuinprijs. In het oergezellige, stampvolle achterlokaal van café de Wolthoorn vieren we de binnenstadsvergroening.

MAANDAG In Amsterdam deden 250.000 mensen mee met een Rode-Lijn-demonstratie tegen de genocidale Israëlische barbarij in de Gaza-streek. In Groningen lezen verdeeld over vijf dagen zo’n 250 mensen 24/7 namen voor van 69.000 Palestijnse en Israëlische slachtoffers: mannen, vrouwen, kinderen. De gelegenheid hieraan mee te doen grijp ik met beide handen aan. Graag. Van 06.00 tot 08.00 doe ik mee en ervaar het als indrukwekkend. Al namen lezend trekken foto’s van slachtoffers aan mijn gedachten voorbij.

DINSDAG mij bereikt het verzoek onze nicht Suzette Bousema in Den Haag te steunen in een kunstverkiezingstraject. Doe ik, bijna ongezien. Een dag later bekijk ik de andere inzendingen en word getroffen door de schoonheid van een filmpje over duiven met muziek van Ravel. Ga even rustig zitten en kijk.

WOENSDAG Plastisch chirurgie van Martini belt voor een intakegesprek, gelijk vanmiddag. Het plan van de dermatoloog vorige week blijft overeind: er wordt een stuk huid van 4 cm doorsnee weggesneden van de enkel. Dan een stuk huid van de bovenarm en dat wordt dan op de enkel gereset. Begin november al. De intentie alles wat met kanker te maken heeft binnen zes weken te opereren houdt stand bij Martini. Het laatste nieuws: ik ben a.s. maandag al aan de beurt. Daarna twee weken rusten, boekenstapel wegwerken.

DONDERDAG Met NS naar boekenstad Deventer voor een leuke stadswandeling met aanstekelijke smaakverkenning bij zestal horecatenten. Wat een rijk gedecoreerde, historische, romantische, kleinschalige, rustige, schone binnenstad. En lekker bijgepraat met ons gezinskwartet.

VRIJDAG Ik overweeg om naast mijn functie als taalcoach van drie expats (een Palestijn, Sloveen en Turkse) greenkeeper van de Blockhouse-binnentuin te worden. Die kan wel een groene hand gebruiken. De onderhandelingen starten volgende week. 

ZATERDAG Op 17 december is ons Grootkoorkerstconcert in de Martinikerk, en op 19 december geven we een benefietconcert in het Concertgebouw. Vandaag is de eerste van vijf repetities in Haren. Veel bekende koppen, bekende kerstnummers. Het koor telt ongeveer 200 pax: ik schat 80 alten, 80 sopranen, 13 bassen en 12 tenoren. Vijf koorleden vormen een vast tenorengroepje. Wat hebben we lekker gezongen, ik ga ‘n paar uurtjes helemaal los en heb een ochtendje lak aan noordelijke nuchterheid als ik ergens een – onhaalbare – hoge C ontwaar. Sommige nummers herken ik van mijn eerste keer: 2019, Assen, met Karin Bloemen. Dit jaar werken we met soliste Donij van Doorn. De voorverkoop, tickets à € 20,- is gestart.

SKINVISION XI

(In delen I t/m X beschrijf ik mijn reis langs witte jassen na het diagnosticeren en wegsnijden van een kwaadaardig huidkankertje op mijn knie en een lymfeklier in mijn lies). Ik hoopte dat aflevering X het laatste artikel was maar er komt een vervolg. Na het nemen van een biopt vorige week, het zwarte puntje centraal in een moedervlek op de linker enkel werd verwijderd, kijk ik dagelijks even op MijnMartini.nl. Vandaag is het raak.

Ik lees wat ik hoopte te missen: een spreidend melanoom maar gelukkig wel superficieel, oppervlakkig, maar spreidend is wel spreidend. Godzijdank geen ulceratie (zweervorming). Maar dan: Invasieve tumor: ja met een Breslowdikte 0,4 mm. Heel ernstig is het allemaal niet. Na 5 jaar leven 95 % van de mannen nog en 90 % na tien jaar. Godver, denk ik, dat wordt wel weer opereren. Een cm eromheen wegsnijden.

Op de fiets, ergens bij Woudbloem overdenk ik de situatie en vloek ik enkele keren hartgrondig. Tegelijkertijd ben ik opgelucht en blij dat het een dunne huidkanker is. Voorbij Harkstede, bij Lageland en Luddeweer nog een paar keer godverdomme en dan is het klaar. Rustig pedaleer ik naar huis.

Als oud-docent geef ik nog graag cijfers. Een week geleden gaf ik de dermatoloog nog tien uit tien. Maar of ze dat ook echt verdient? Ik wees haar namelijk zelf op mijn enkel en op het zwarte pitje midden in de moedervlek. Zou ze het zonder mijn aanwijzing gezien hebben? Dat vraag ik me sterk af. Ik ga haar een volgende keer als ik haar zie adviseren bij consulten de patiënt te vragen of men wellicht zelf ergens ongerust over is, of ze zelf een plekje op het oog hebben. De meesten zullen zelf een idee hebben. Die hebben vooraf de SkinVision-app gebruikt. Even nauwkeurig koekeloeren en je weet bijna net zoveel als een jeugdige dermatoloog met een haastige blik.

Zij belt en vertelt: voor haar was het ook een verrassing dat de moedervlekkern een melanoom is. Vanwege de locatie, superstrakke oude atheïstische gelooide wielrennershuid bij de enkel, stelt ze een plastisch chirurg voor. Die zal, na een intake, 1 cm huid om het melanoom heen wegsnijden en dan, afhankelijk van de bevindingen, evt. kiezen voor huidtransplantatie; ik vraag vrouw I of ze een zacht bruin velletje wil afstaan. De weggenomen huid wordt vervolgens besnuffeld en beoordeeld door een patholoog en dan wordt bezien of er verdere stappen (lymfklierverwijdering) nodig zijn, iets wat niet wordt verwacht.