Deze briefwisseling van 133 brieven, geschreven tussen oktober 1917 – april 1924 werd opgetekend door Auke van der Meulen en Duotsje Westra in 2013. De brieven van (pake) Pieter en (beppe) Tjitske zijn aangevuld met enkele geschreven door hun vriend(inn)en en hun ouders.

-1-
Wierum 20-4-1917.
Geachte Vriend
Volgens afspraak verwacht
Ik u zondagavond om 9uur
nieuwe tijd.
Groetend
uw vriendin
Tjitsche Smidt
-2-
Wierum 24-10-17
Geachte Vriend!
In antwoord op uw schrijven, kan ik
u melden, dat ik liever nog wat
wacht. Het is nog zoo kort geleden
en wat mijn gestel betreft,nu dat
is nog het zelfde ik ben wel gezond
maar soms zoo pijnlijk, en daar
het nu tegen de winter loopt
zal ik er eerst maar van afzien.
Het blijft natuurlijk een geheim
tussen ons beiden. Maar dan
moet u het niet aan uw vrienden
schrijven, de vorige keer was het
al in den Helder, voor dat ik in
Nes geweest was. En zoo als we
afgesproken zijn blijven wij beiden vrij
Aan de zij kant van de brief staat nog:
Ik zal het ook niet gaan vertellen.
Dan volgt als slot van de brief:
Hopende dat ge dezen in gezondheid
mag ontvangen zoo noem
ik mij uw Vriendin
Tjitsche Smidt
Wierum
-3-
Nes (WD) 1 Jan 1918
Waarde Vriendin!
Het zal je misschien
wel wat vreemd voorkomen, dat ik je
nu ga schrijven, omdat ik oudejaarsavond
nog bij jullie geweest ben. (Het stijve u
laat ik maar varen, dat klinkt zoo hoog)
Nu zal ik je dan ook maar direct be
kennen, dat ik eigenlijk van plan was om
toen even met je te spreken, maar zooals
je weet is er bijna geen gelegenheid voor
geweest. We hebben wel een paar minuten
bij elkaar gezeten, maar de deur bleef op
een kier, zoodat we niet met elkaar konden
spreken zonder gehoord te worden.
Toch spijt het me, dat ik toen je niet even
gevraagd heb om even met me op een af-
zonderlijke plaats te komen, temeer, wijl
ik meende in je ogen verlangen te lezen.
Ik heb dan ook bijna de halve nacht
wakker gelegen, omdat ik me zelf verweet
zoo dom geweest te zijn. Daar is nu
echter niets aan te veranderen.
En daarom wil ik het over deze boeg
wenden. Ik had je dan willen vragen
om weer verkeering aan te knoopen. “t Is
nu na ernstig beraad, dat ik er toe over ga
om je weer te vragen, en ik verwacht,
dat jij ook je ernstig zult beraden.
Verkering toch is geen spel, want
het is toch de schakel, die leidt tot
de band, die voor het leven bindt.
Daar we echter morgen mijn tante
begraven zal worden, wilde ik nu
a.s. Zondag nog maar niet komen, maar
nog een 14 dagen of 4 weken wachten.
Omdat ik nu echter gisteravond niet met
je heb gesproken doe ik het nu maar direct
per brief. Is het nu echter, dat jij denkt
dat het beter is om Zondag direct
maar te beginnen, dan heb je dat maar
te schrijven. Ik verwacht natuurlijk
-4-
in ieder geval bericht deze week. Jij hebt
dus te beslissen ja of nee, en zo ja, wanneer
dan te beginnen. Wil je liever eerst
nog eens mondeling met me spreken dan
kan dit ook wel b.v. Vrijdag of Zaterdag
avond of als het beter voor jou uit komt
op een avond in de volgende week. Maar
liefst niet op Donderdag want dan zal de
Jong. Vereniging G.Faber de laatste
eer bewijzen, door hem naar het kerkhof te
dragen, en dan zijn we ook verzocht op begra
fenis, en de volgen de week zullen we misschien
wel weer naar de catechisatie moeten
Wacht s.v.p. niet al te lang met schrij
ven, want wachten is moeilijk werk.
In de hoop dan, dat je met mij van de
zelfde gedachten bent, en dat ik dus een
verblijdend antwoord van je zal ontvangen
wensch ik je des Heeren zegen toe in
het jaar 1918, want als de Heere met
en voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?
Hiermede groetend
teken ik mij
je toegenegene
P. v.d.Meulen.
P.S.
Geheimhouding verzekerd.
-5-
Wierum 3 jan. 1918
Geachte Vriend
Ik heb je brief ontvangen, en daaruit
gelezen, dat het je een zaak van ernst
is om mij te vragen, Nu het is dan
ook zo je schreef: geen spel. We Mogen
den Heere er wel met ernst om bidden
dat Hij ons zoo bestuurt dat wij voor
af alle dingen goed overdenken, op
dat zoo wanneer wij beginnen,
weten het ook te volbrengen in de
kracht van Hem die ons beide
dit pas begonnen jaar nog doet beleven
Je schreef mij dat je deze week bericht
verwachte, daar om schrijf ik nu
maar even. Doch het doel van
je brief kon ik niet eerder beant
woorden, dan dat ik er een recht
inzicht van heb b v met een week of
vier of vijf of misschien wel eerder
Dan zal ik je wel even schrijven
en verder geen nieuws.
Maar de wench dat God je ten allen
tjjde mag bewaren want als wij
ons maar meer in zijn nabijheid moch
ten gevoelen leefden we ons niet zoo
in opstand, nu zal ik heusch
eindigen en mij noemen
Je Vriendin
Tjitsche Smidt
De briefeindig met onderstaand gedicht.
Dicht bij den Heiland
Daar is het goed
In zijn nabijheid
Is t zalig en zoet
Brengt u de wereld
Onrust en smart
Jezus geeft vrede
Ook voor uw hart
-6-
Wierum 22 -1-18
Beste Vriend
Ik vat de pen op om je eenige let
ters te schrijven, als antwoord op
je vraag, Het heeft nog al eenige
tijd geduurd ten eerste omdat
het mij een zaak van ernst is en
ten andere dat ik tegenwoordig
weer onder de behandeling van
dokter ben. Nu is het niet
heel slim, want gisteren zei de
dokter, dat ik er wel weer uit
mocht, Maar daar is Moeder
niet voor zoo direct in den winter
Ik kan je dan schrijven, dat ik
je a s Zondag 27 jan verwacht,
doch liefst niet al te laat, daar er
een maar aanwezig is Vader
heeft namelijk gen zin om
s nachts op te zitten, daar dit
voor mij nadeelig is.
Zou het niet kunnen, dat je
alle zondags des avonds kwam, al
kwam je dan wat vroeger, dat
hindert niet het is wel geen
mode maar dat zal toch niet
hinderen. Ik verwacht hierop
enig antwoord, indien het je
niet naar genoegen is, dan moeten
we de verkeering nog een poosje
uitstellen.
Hartelijk groetend
Van jeVriendin
Tsjitsche Smidt
-7-
Nes (WD) 22 jan. 1918
Waarde T.!
Ik heb je brief ontvangen en
het verblijde me, hieruit te kunnen
lezen, dat je me a.s. Zondag verwacht.
Ik zal dan ook DV. hieraan voldoen,
och, nu is er van mijn kant ook een maar.
Je schrijft n.l. om niet al te laat te
komen, en daar heb ik opzichzelf geen
bezwaar in. Maar nu is het Zondag
mijn beurt om wat op de koeien te passen
en dan is het gewoonte, dat we ’s avonds
om 7 uur nog eens naar de boer gaan. Dan
gaan we nog eens even bij het vee langs, en
drinken er koffie. Daar gaat in de regel
een klein uur mee heen. Nu zal ik echter
een kameraad vragen, of die zich daar
voor dezen keer alleen mee wil tevreden
stellen. Dat zal hij denk ik ook niet
weigeren, maar mocht dit het geval eens
wezen, dan moetje me niet voor half negen
verwachten. Doch er is niet veel kans
op. Je kunt zou ik zeggen wel verwachten
dat ik om half acht, kwart voor acht, of
zoo bij je ben. Dan ga ik met de pauze uit
de Jong. Vereen. Je kunt dus maar op
7.30 of 7.45. Mocht het anders uitkomen
dan weet je, waaraan dit toe te schrijven is.
Ook heb je het er over of ik niet alle
weken kan komen, en dn niet zoo lang, omdat
je er niet tegen kunt om op te zitten.
Nu, ik had wel verwacht, dat je daar
bezwaar tegen in brengen zoudt, om je gestel,
en ik kan ook niet zeggen dat ik er iets op
tegen heb Hierover kunnen we ook Zondag
nog wel eens even spreken.
Ik heb al reeds gehoord, dat je ongesteld
was en ook, dat het al weer wat beter was
dan kort geleden. Toch was ik nog verrast
vanavond reeds een brief van je te ontvangen.
Hiermee zal ik nu maar eindigen, met
je verder beterschap en den zegen des
Heeren toe te wensen Hartelijk
Groetend, je P.vd Meulen
-8-
Een met potlood geschreven brief
Wierum 26-3-18
Lieve Piet!
Daar wij gisteren bericht van
de professor, en de dokter kregen
dacht ik het maar even te
schrijven. Het komt heel niet
met mijn meening over een
De professer kan namelijk
niet veel vinden, douh hij
achtte het nodig dat ik een
rustkuur onder ging, en wel
heele dagen liggen, en s middag
2 uur opzitten b.v. van 2 tot 4
je kunt begrijpen dat het mij
heel niet naar de zin is. ik
hadt mij voorgesteld om misschien
wat te wandelen om dans middags
op bed. Zoo valt dan mijn
plan ook weer in duigen
Ik was gister eerst erg ontevreden
maar Moeder zei je moet
het beste er maar uit nemen
daar ik boven nog stil kan
liggen. Als ik eerst een
paar dagen stil lig, misschien
mag ik dan wel in zoon leg
stoel voor´t raam Het is
een beetje bloedarmoede, daar
voor krijg ik pillen en een
beetje extra melkdaags.
Anna heeft gisteren onze
loge van de tram gehaald
stevige meid waar Moeder
wel hulp van kan verwachten
Nu dacht ik P dat je mij
Zondag niet kwam bezoeken
liever heb ik
dat je s maandagmiddag
komt, dat is voor mij beter
we zullen het hoop ik in de
hand des Heeren geven en ge
-9-
zult dan ook wel zoo goed
wezen mij op te dragen voor
de troon des gebeds, waar we
toch al onze hulp
moeten
verwachten. Nu Piet als je
soms een mooi boek voor mij
hebt te lezen geef het Folkert
dan maar mee. Nu ga ik
eindegen want anders komt
Broekes De hartelijke groet
van je altijd van harte
lief hebbende
Tjitsche Smidt
-10-
Nes WD 26-3-1918.
Mijn Lieve Tjische!
Ik heb je brief ontvangen
en hoewel de inhoud niet verblijdend
is, ben ik toch blij, dat je mij direct
met je toestand bekend maakt.
Ik had er al iets van gehoord, want
Folkert is hier vanmorgen geweest,
maar het rechtstreeks van jou te
vernemen, deed mijn hart goed.
Overeenkomstig je wensch, zal ik
Zondagavond maar niet komen, maar
Maandagmiddag. ‘t kan zijn dat ik
dan om ruim 2 uur van huis rijd, zoodat
ik dan om half 3 bij je zal zijn, als ‘t
jou goed is ten minste, en als je ’t anders
wilt hebben zeg het dan maar even
tegen Folkert. Hij moet maar zoo
spoedig mogelijk komen dan liefst
op en tijd als ik thuis ben. Ik heb wel
een mooi boek voor je in huis “t Is
“Als door Vuur” ’t Is een van de Jong Ver.
Ik heb het gister eigenlijk per
ongeluk ( geluk nu) in mijn bezit gekregen.
en als ik een geschikt zie, a.s. Zondag
in de J. Ver, dan meen ik dat Maandag
ook nog wel mee. Daarom hoef je dan
dit eerst nog niet uitgelezen te hebben.
Dat het niet naar je zin is, dat je
bijna heele dagen op bed moet liggen
begrijp ik en het is ook mij een oorzaak
van droefheid. Maar we zullen
ons in de hand des Heeren moeten
overgeven vertrouwende, dat het geen
Zijn vaderhand over ons doet komen,
ons ten zegen zal zijn, al kunnen wij
dat nu vooruit niet inzien. Dat we
dan van Hem alleen ons heil mogen
verwachten en Hem ook danken voor
de weldaden die Hij ons nog schenkt.
Ik zal je dan ook niet vergeten in
-11-
het gebed, en ik verklaar je hierbij
ook, dat ik niet nu voor je zal
beginnen te bidden, maar dat ik dit
reeds lang gedaan heb. Ik hoop
echter ook, da jij mij niet zult vergeten.
We Zijn toch allen ieder ogenblik in
gevaar, en hebben altijd de zonde aan alle
zijden. Zij het dan steeds meer onze bede:
Leid ons niet in verzoeking. Maar verlos
ons van de booze. Verlaat je dan ook
steeds meer op Hem van Wien alles ons
toekomt, want Hij weet wat voor ons
het beste is. Hiermee zal ik nu maar
eindigen. Je stuurt Folkert maar
zoo spoedig mogelijk en dan zoo de
Heere wil kom ik Maandag je wel
eens opzoeken.
Ontvang de hartelijke groeten
van je hartelijk liefhebbende
P vd Meulen.
P.S.
Je moet er maar
niet naar zien d at de
letters soms eens wat
dansen, want het is nacht
nog eens hartelijk gegroet
Pieter
-12-
Makkum 9 augustus 1918
aan mijn innig geliefde Pieter
Wij zijn donderdag middag in de
beste welstand hier aan gekomen en
vonden het hier ook best in orde we
treffen mooi weer met het reizen. Door
tante Jantje afgehaald, zijn we direct
naar tante Lieuwkje gegaan daar staat
een orgel en we handden de zangbundel
meegebracht, dus konden we toen we
wat bekomt waren van de reis dade
lijk beginnen te spelen. Nu pieter
het is even grooter dan dat van jullie
er zijn 12 registers en 5 oktaven en er zit
haast wel zoon geluid in Marijke is
nog maar 10 jaar en toch kan ze al
flink spelen stukken met 3 mollen
probeert ze zoo maar. we hebben van
nacht bij tante Jantje geslapen Het was
bij half twaalf en toen we op bed gingen
en van morgen hal
negen toen we er af kwamen. Nu vlug
de kleren aan en dan gauw het dorp op
we hoeven gelukkig niets te doen
misschien zullen we morgen wel naar
een rijwielhandelaar op de thee die heb
ben ook een orgel en maar één zoon
een jongen va 16 jaar. je zult wel
zeggen wat heeft dat er mee te maken
maar dat komt ik denk zoo al weer
eenigste zoon en die weer bedorven
Trijntje zal hier nog wat blijven maar
we komen s maandag weer terug.
Tante Jantje zei ik moet hier nog
eens met jou komen. dus zal maar
op later gelegenheid wachten als
je soms eens in dienst moet nemen
we de tijd er maar af. Ik had er
anders wel zin in dat je hier zater
dag kwam. Maar we moeten maar
geduld doen. Het kiekje vinden ze
hier o zoo mooi en je besteld nog
-13-
even wat voor mij? Gister was hier
een geval van spaansche ziekte een
man van 47 jaar in een dag dood
dus ook wat voor zoonvrouw
nu verder weet ik geen nieuws als
je terug schrijft het aders is
Zweitse de Vries Bleekstraat
Makkum wees dan van mij gegroet
uw lief hebbende Tjitsche Smidt
ik ben heusch niet warm hoor!
-14-
Nes WD. 11 Aug. 1918.
Mijn dierbare Tjitschke!
Ik heb je brief van morgen
ontvangen en kan je tot mijn blijdschap melden,
dat ik vrij goed gezond ben. Uit je brief heb
ik begrepen, dat je me vandaag niet verwacht.
Nu, dat komt ook maar goed uit want ik
heb het op”t oogenblik erg d ruk. Haast geen
tijd eens om je te schrijven. Maar die tijd
moet er maar af, omdat jij het bent. Veel
nieuws kan ik je niet vertellen, maar
toch wat. We zijn Donderdag op bruiloft
geweest Als arbeiders met elkaar. Om 6 uur
begon het lieve leventje, en om tien uur was
het ongeveer afgelopen. Nu het is me
best bevallen. Ik wil zoo nog wel eens
weer. De maag vol met wijn, en taartjes en gebak,
en het hart vroolijk. Je kunt begrijpen,
dat het er van langs ging. Mijn pak is
nu ook thuis. Het zit me mooi, natuurlijk
wat groot, maar dat moet ook. Maar nu
zegt moeder, dat mijn p[et er niet bijstaat.
Daar zal dus ook nog een nieuwe voor
moeten komen. En dat moet je nu ook zoo
spoedig mogelijk zorgen, dat ik een paar
nieuwe strikken krijg. Als ik dan het hele
zaakje eens draag, dan ben ik haast helemaal
nieuw. Als je me dan nog maar kent. Maar de
liefde ziet scherp. Fokke heeft nog geen lijstjes
meegebracht. Hij had alles afgezocht, maar
kan ze nergens vinden. Nu zal het wel moeten
wachten, tot T. eens naar Groningen gaat.
Als die dan eens een paar meeneemt, of als
jij Maandag in de gelegenheid komt te
Leeuwarden, dan kan je wel een paar mee
nemen. Als je teen minste de maat bij je
hebt. Ik zal wel; een stuk of wat kiekjes
bestellen. Dat zal denk ik wel voorelkaar
komen. Anna is ook mee, heb ik begrepen?
Nu dat kan je ook tezamen huis wel
weer vinden. Meer nieuws weet ik op ’
t oogenblik niet en ik heb ook geen
-15-
tijd meer om lieve woordjes uit mijn geheugen
op te diepen. Wees dus hiermee hartelijk
gegroet van je teeder liefhebben de
P.vd Meulen
Ik zit te zweeten
Dus wel warm.
-16-
Mijn lieven pieter
daar Oom Kornelis
wel een huishoud ster
heeft maar dat is een
die niets waard is daarom
is er meer mee verle
gen dan er om, nu hebt
we met elkaar afgespr
ken dat ik er morgen
vroeg heen zou maar
daar ik liefst niet
weg wil zonder nog
eens met je gesproken
te hebben schrijf ik
dit briefje doch als kan
kom vanavond
en maak ook even een
boodschap, doch
heelemaal onnozul
hoor vooral geen
argwaan je
liefhebbende Tjitsche
Bovenstaande vonden wij op een kladblaadje.
-17-
Hollum
23,9 mijn teerbeminde Pieter
Door Folkert naar Holwerd ge
bracht, moest ik gister met sieberig
over Het schip was overvol en het
waaide nog al hard, maar ik
heb toch geen last van zeeziekte ge
had sieberigje was er vrij van
die heeft nog al even gehuild
we kwamen te Nes aan en het
water loop over de dam dat we
zijn met een wagen afgehaald
er waren twee rijtuigen van Nes
naar hollum maar die waren vol
nu waren er nog twee mensen die
ook naar hollum moesten we hebben
mooi even 3 kwartier gewacht
want loopen konden we niet
Nu wat de huishouding hier
betreft is in een slechte toestand
het is allemaal even vuil en stuk
de huishoudster is nog veel minder
ik was vanmorgen al voor haar
uit bed,want ik heb er vannacht
niet omgeslapen er staat een
hoop te wachten en wat schoon
heet is allemaal stuk ik heb
gister direct om een laken geweest
nu ik mag wel bidden dat
de Heere mij kracht moed en
opgewektheid wil geven want
dat heb ik hier wel van noode
want o pieter het is, hier een
lastige boel want dit is
niet in een oogenblikje gebeurd
Nu verder geen nieuws doe je
de groeten aan alle mijn vriendinen
en voor al aan je vader en
moeder je mag de brief haar
ook wel lezen laten maar het
moet onder ons blijven
kon ik nu en dan maar even bij
je wezen. maar het oog maar
-18-
naar boven van daar komt
ook de kracht jaantje gelooft
nergens aan als wij zitten te
bidden zit ze met open oogen
nu ik besluit met de pen maar
niet met het hart want het
is mij op ’t oogenblik vol.
Nu hartelijk groeten en een kus
noem ik mij je liefhebende
Tjitsche
Het adres is
Cor Smidt
opzichter
Hollum Ameland
Dag !!
-19
Nes (WD) 25 sept.1918
Mijn inniggeliefde Tjitsche!
Ik heb vanmorgen je brief ontvangen
en ik kan je tot mijn blijdschap schrijven door ’
s Heeren goedheid ook in gezondheid. Nu
dacht ik je ook maar direct weer te schrijven,
want je zult wel naar eenig bericht uitzien.
Het verblijde mij, dat je geen last van
zeeziekte gehad hebt, want ik geloof niet dat
dat veel moois is. Maar wat zei je oom toen
hij je zag? Was hij niet boos op je; en wat
zegt Jaantje er van? Daar moet je mij vooral
ook eens wat over schrijven. Dat het voor
jou een moeilijk stuk werk is, kan ik best
begrijpen, en ik kan je dan ook geen beter
raad geven, dan maar het oog naar boven,
vanwaar we al onze kracht moeten verwachten.
Ook mijn gebed rijst gedurig op voor je.
Ik heb vandaag ook met Tj. Gesproken.
Ik vroeg haar of ze ook boos was op je, en
toen zei ze van woedend, maar ze zei het
met een glimlach op het gezicht. Dus niet
gemeend. Ik was gister en eergister
ook al een paar keer bij hun op de hoek
geweest, maar toen kon ik haar niet
treffen. Daarom heb ik maar een paar
klompen gehaald en toen trof ik haar
ook, en toen ik haar alles uitgelegd had
was ze ook tevreden. Het speet haar
natuurlijk wel, dat je niet meer bij haar
geweest waart. Ze beginnen hier te
Nes ook te stelen. Naar er gezegd wordt
hebben ze bij D Venema tusschen Vrijdag
en Maandag f 100 gestolen. Vermoed wordt
dat het Zondag onder kerktijd gebeurd is.
Het is ook al in handen der politie, zodat
er wel een onderzoek zal worden ingesteld.
Ik heb ook bericht naar Anjum gezonden.
Als het goed weer is, en we gezond zijn, zullen
Tj.van oom Wijberen en ik daar a.s. Zondag
heen. Dat geeft voor mij ook nog eenige
afleiding, om mijn verdriet te verzetten.
Want hoe naar het mij soms is, kan ik
-20-
je niet schrijven mijn oogen dwalen
zoo vaak in de richting van Ameland
maar daar kom je niet dichter van
bij me. Als ik me daar goed in denk, schiet
het gemoed mij wel eens vol; was het nu, dat
je een veertien dagen, daar logeerde en je
kwam hier dan weer, dan zou het nog gaan.
Maar nu ben je daar voor onbepaalden
tijd, en dan in zoo´n huishouding. We
moeten ons er echter maar niet al
te veel in geven. Het oog moet maar
steeds naar boven. Geve de Heere, dat
we elkaar in goeden welstand, en zij het
dan van niet al te langen tijd weer
mogen ontmoeten. Zij het maar steeds
onze bede, dat Hij ons nabij wil zijn en
om ons kracht wil schenken om het werk
dat Hij ons op de schouders leijt in Zijn
kracht te volbrengen.
Hierbij zal ik het nu maar laten.
Ontvang de hartelijke groeten van mijn
ouders en ook van mij
Je liefhebbende
P vd Meulen.
P.S. Wat betekent dat met
die postzegel daar?
Ik heb gen kaarten waar de
beteekenis op staat.
-21-
Hollum A 27-9-18
Mijn allerliefste Pieter!
Daar ik gister avond je brief ont
vangen heb, dacht ik je direct
maar te schrijven daar je deze
brief nu zaterdags avond ontvang
allereerst kan ik je melden dat
wij hier allen nog gezond zijn
wat je vraag betreft, nu oom heeft
over de zomer heelemaal niet ge
sproken, maar ik denk dat hij nu
wel blij wezen zal, Jaantje en ik
kunnen best met elkaar werken
ze heeft geen geloof, maar ik hoor
tevens van haar geen enkel raar
woord. Veeleer bestraft ze de jongens
We hebben dinsdag gewasschen.
en toen droogde het zoo mooi en woens
dag heb ik de heele dag zitten te
stoppen en sibrige heb ik aan´t brei
en gezet en toen ik zelf aan ´t naaien
donderdag hebben Jeltje en ik de
zolder schoon gemaakt daar hadden
ze stroo op en het was in één woord
een rommel vandaag moet ik weer
naaien want jaantje kan niet naai
en, en dan moet morgen als ik gezond
ben een van de jongens mij weer helpen
om de boel buiten huis op te knappen
de volgende week moeten we bijwel
zijn aan de schoonmaak. Nu weet
je al een heele boel. Je moet maar
tegen Tjitsche zeggen dat ik nu
boos op haar ben. Ze moet weten
dat ik hier alleen ben dus ik verwacht
als ik weer een brief van jou krijg
ook een van haar. Nu wat dat
-22-
stelen betreft daar hoorde ik raar van
op wie kan dat nu gedaan hebben
dit is geen kleinigheid. Ik hoop
maar dat het zondag mooi weer is
dan heb toch noch wat verzetje
ik kom zondag alleen bij oom want
Jaantje gaat naar huis maar ze
komt weer terug Ja je mag wel
schrijven dat ik daar om denk want
dan is het mij als ben ik Jona die
voor ’s Heeren aangezicht weg liep
Al s wij hier nu maar uit leeren
kunnen dat wij dat voor het oog
des Heeren kunnen weg lopen en alles
doen wat hij in zijn woord ons zegt
we moeten maar zijn als ik hier
een 4 weken ben en de boel komt
dan weer bij. kom dan eens over
want ik wil o zoo graag eens met
je spreken. nu moet ik eindigen
maar voor ik je aan des Heeren
zegen heb overgelaten Nu pieter
ik heb geen tijd meer. de boot
vaart maandag niet maar dins
dag heel vroeg denk er om schrijf
dat de brief maandag in
Holwerd komt, de groeten van
oom en kinderen en natuurlijk van
mij vooral ook aan je ouders want
ik voel mij zoo eens met haar
dus hartelijk gegroet met een lekkere
kus va je hartelijk liefhebbende
Tjitsche
–
Aan de zijkant van de brief staat nog:
wat die postzegel betreft
dat moet je maar
uitzoeken
-23-
Nes (WD) 28 Sept. 1918.
Inniggeliefde Tjitsche!
Ik heb je brief vanmorgen
reeds ontvangen in plaats van vanavond
zooals je schreef, en ik kan je tot mijn
blijdschap schrijven, dat wij ons allen
door ’s Heeren goedheid nog in gezondheid
mogen verheugen. Veel nieuws kan ik
je niet meedelen, maar ik dacht je moet
toch mar spoedig weer een hartversterking
hebben. Want het is een heele verkwik-
king als men eens weer bericht van zijn
geliefde ontvangt. Daarom maarniet lang
gewacht. Je kunt niet begrijpen, hoe
blij ik vanmorgen was, vooral, toen ik
las dat je zoo goed met Jaantje kon opschie
ten. Moeder was al zo blij, toen ik het
haar vertelde; ze zei al, dat ze verleden
Zondag je had moeten waarschuwen om
vooral niet met hardheid te beginnen,
maar eerst met zachtheid te proberen
hoe ver je kunt komen. Maar het blijkt
dat het niet nodig geweest is.
Nu gelukkig maar. Het is zoo in
ieder geval heel wat aangenamer,
dan wanneer jullie telkens ruzie
hadden. De gestolen f 100 is weer
terecht; een paar kleine meisjes hebben
het gevonden niet ver van D Venema zijn
woning. Over ’t algemeen wordt vermoed,
dat een goede bekende, hoogstwaarschijn
lijk een van de buren, de diefstal ge-
pleegd heeft, en nu het zaakje zoo spoe
dig voor de dag kwam, geen moed ge
had heeft om het te behouden en het
toen daar maar heeft neergelegd, in de
-24-
hoop, dat het gevonden zou worden. Hoe
dit nu zij, het is er weer: maar het
vorige is natuurlijk nog zoek.
J. vd Meulen heeft hier deze week
Twee paarden geslacht. Het ene had een
poot gebroken en het andere werd
lam aan een poot. Van dit vleesch is er
wat gesproken deze week. Over het
algemeen wordt gezegd, het is lekker,
maar ik heb het nog niet geproefd.
We hebben 3 pond gekregen van de laatste,
maar dit zal in de schoorsteen. Als
je dus deze winter hier eens weer
bij ons komt, heb je de kans, dat je ook eens
een stukje krijgt, als je er trek in hebt
tenminste. Je schrijft, om ik binnen
kort eens over te komen, maar daar
moet je niet al te hard mee weglopen
vooreerst, want ik moet vrij hebben,
en om de meeting komt ook met een week of
4. Ik heb anders wel trek in, want o,
wat zou ik je graag eens aan mijn hart
drukken; doch geduld oefenen is de
boodschap; Nu, als we maar gezond
blijven, dan zullen we deze scheiding
wel weer te boven komen. Ik begin er
tenminste al aan de gedachte te wennen
dat ik je voorlopig niet in de oogen zal
kunnen zien. Nu moet ik echter ophouden.
Het wordt mijn tijd. Misschien morgen
vroeg nog een kleinigheid. Gistermiddag
had ik geen tijd meer, maar nu nog wel even.
Het is Zondagmorgen en ik ben pas uit
bed. Moeder heeft haar landwerk ook
weer voornamelijk gehad. Onze aardappelen
zijn uit de grond en nu is er misschien nog
eens een kleinigheid, maar het zal nooit veel
wezen. Zooals je weet heb ik 50 roede voor
-25-
het melken om de drie weken. Deze heb ik ook
afgeleverd deze week. Er zijn 31 ton weg
gegaan en nu hebben we ook nog bijna een ton
overgehouden, en we hadden er een paar keer
van gegeten, zoodat er in ’t geheel wel 32 ton waren.
De prijs is f 2,275 per ton. Dit kan dus ongeveer
f70,- worden. Veel weet ik je nu niet meer
te schrijven; nu het is ook al mooi zoo, denk
me. Ik heb vroeger wel eens gedacht; ik zou
nooit weten, hoe ik en minnebrief vol
krijgen zou. Maar dat valt zeker wat mee.
Het is prachtig weer, op ’t oogenblik.
We zullen kwart over 12 al weg vanmiddag,
want ze hebben te Anjum half 2 kerk.
Hierbij doe ik je de groeten van mijn ouders,
en groet ook je oom en gezin. Wees jij ook hartelijk
gegroet met een kus der liefde, en Gode aanbevolen,
je teder minnende Pieter.
-26-
Nes (WD) 30-9-18.
Liefste Tjitsche!
Het is Maandagmorgen
en ik heb nog even tijd. Daarom dacht ik
je nog even te schrijven, dat wij gisteren
een goede reis gemaakt hebben Het was
precies 10 uur toen ik hier voor de deur
stond. Je zult wel denken als je deze in
hand krijgt, dat is een dikke, en ik was
ook eerst van plan, om je nu maar te
schrijven maar we zijn om 7 uur van
het land gekomen, omdat het teveel regende
Ik moet de enveloppe ook weeropen breken
want hij zit reeds dicht. Ik heb ook nog
wat vergeten op het andere vel te schrijven.
Daarom doe ik dat nu nog maar. We hebben
n.l. een koe gekocht, Oom Wijbren en wij
te zamen. Oom heft ook een en nu wou
hij er nog gaarne een half of zooiets bij
hebben; dan wil die koe hoogstwaarschijnlijk
wat beter eten. Maar omdat hij geen genoeg
eten had, en omdat ze hem eigenlijk te duur
waren nam, nam hij vader in de arm. Nu is
het echter maar op een koe uitgeloopen.
Die moet met een week of 4 of 5 kalven.
Dan hebben we als alles goed gaat deze
winter geen gebrek aan melk, want dat
is anders haast niet te krijgen. Het is
anders geen kleinigheid f565, – Het is
verbazend hoe duur ze zijn. Je moet er
echter maar niet al te veel van opspreken
bij je oom. Hoe het binnen kort komt
weet ik nog niet; ik zal in ieder geval
maar 2 kaarten bestellen voor de meeting,
maar als ik jou daar nu met een week
-27-
of 4 weghaal, dan zal er van de meeting niet
veel komen. Dan zou ik Zaterdag en
Maandag vrij moeten hebben om jou te halen
en Woensdag weer om naar de meeting. Dat
was dus 3 x f2,50 = 7,50 en dan bovendien nog
de reiskosten. Dus ik zou altijd op een 11 á 12
gulden moeten rekenen; wanneer ik nu
maar genoeg had, was dit niet zoo erg, maar dat
is het hem juist. Dus een van beiden moet
denkelijk overgaan. Nogmaals hartelijk gegroet
met dikke zoen, die ik hier insluit, van je
hartelijk liefhebbende Pieter
-28-
Hollum 3-10-18
Mijn eigen inniggeliefde Pieter
Doordat Jaantje, die met een listig
bedrog om een plaats had geschreven
vertelde zij mij zaterdag dat ze naar de
wal ging om een andere plaats nu zei
oom als je dan geen andere plaats kunt
krijgen blijf je hier ook niet voor
noodhulp want ze moest 450 ver
dienen en dan komt het te duur.
maar om te beginnen wou ik je
schrijven dat ik onmoogelijk je
eerder kon terug schrijven want je
begrijpt dat het heele huisbestieren
nu op mij staat. Ik heb zondag
2 maal ter kerk geweest wat mij
ook niet altijd zal te beurt vallen
zondag middag heb ik met
Trijntje naar ’t dorp geweest maar
om half 6 was ik al weer thuis
toen koffie gezet en de kleren uit
des avond en ’s nacht moesten jeltje
en ik waaken want de koe van ons
wou kalven maar het is wel
weer over gegaan we zijn met zijn
beiden om 1 uur op bed gegaan
en ’s maandag follen regen dus
geen waschdag des ’s middags
gaf de koe een dikke stier toen
heb ik biestpannkoeken gebakken
die zijn goed uit gevallen. dinsdag
heb ik eerst twee brieven ontvangen
een van moeder en een van Tj K
had jou brief even achter uit
gehouden maar ze gaf hem gauw
over ik ben er erg blij mee want
wat je schrijven mij niet waard
is weet je niet gelukkig dat
-29-
de 100 gulden van D V er weer zijn
dat zijn lastige dingen. Nu als
ik gezond blijf hoop ik dat ik
nog wel eens een stukje van dat
vleesch krijgen zal maar we moeten
maar even zien ik kom hier niet best
vandaan temenste nu nog niet want
ik zou graag mee willen maar
nu vaart het schip dinsdag
en die woensdag niet dus
dan zou ik ’s maandag weg
moeten en dan donderdag weer
om maar wat het worden zal
weet ik niet maar o ik heb er
anders o zoon zin in om weer een
persoonlijk te zien en te spreken
Maar oom zei van morgen het
is nog o zoo ver niet dus geduld
ik heb zondag nog al aan je
gedacht het was hier ook mooi
weer ik heb wel met je willen
de aardappelen op brengst heb ik
niet veel verstand van maar het
is alweer een mooi nu nog
over de koe. Nu is erg duur maar
afijn als hij nu een koekalf
geeft en dan nog een liter of
tien melk per maal dan kan
het Jeltje heeft geen zin in de polder
daar zit het boerevak te veel in
hij moet maarbij de boer maar
zijn Vader wil hem niet missen
nu wou hij o zoo graag nog een
of twee schapen of een koe hebben
maar er moet geld en eten ge
noeg wezen nu heb ik al heel
wat geschreven, maar het komt
omdat ik zoo veel van je houdt
-30-
nu nog over de brief van Tj K.
die schrijft een hel brief over
mijn geestelijk welzijn maar nu
kan ik niet direckt antwoorden
dus ga even naar haar toe en
zeg haar dat ze even geduld
hebben moet
gisteren zijn hier 37 vliegers
langs gegaan en 13 oorlogsschepen
dus allemaal nog oorlog
schrijf je dadelijk even terug
ik zou het gaarne hebben.
en dan dinsdag hoe zal je
dat hebben? ga je dan even
bij wierum om? Dat heb je
mij beloofd krijg ik ook een
telegram? Ik hoop het.
doe de groeten vooral
aan je ouders en
je familie nu zal ik
maar op houden want
ik heb geen tijd meer
hartelijke groetend en je
Gods besten zegen toe
wenschen noem ik mij
je hartelijk
liefhebbende Tjitsche
-31-
Nes (WD) 4 oct 1918.
Mijn inniggeliefde Tjitsche!
Ik zal je maar weer
enkele letters schrijven, want van
jou krijg ik maar geen bericht. Wat
hier de oorzaak van is, kan ik me niet
begrijpen, maar ik begin te denken,
dat er een brief zoek geraakt is.
Verleden Zaterdagmorgen heb ik voor
het laatst bericht van je gekregen,
en mijn brief daarop is hier. Maan
dag middag weggegaan, en naar
mijn gedachten Dinsdagmorgen over
zee Nu zag ik heimelijk Woensdag
avond al weer uit naar bericht van jou,
maar er kwam niets en gister weer
niets en nu vanavond kwam er nog
niets. Daarom schrijf ik nu maar
even om opheldering te krijgen.
Wij zijn hier allen door ’s Heeren
Goedheid nog goed gezond. Wat is
dit toch een voorrecht en hoe weinig
wordt het vaak gewaardeerd.
Daarmee gaat het al precies als
wanneer men altijd bij elkander is.
Dan wordt het gezelschap lang niet
gewaardeerd, als wanneer men eens
een poosje gescheiden is. Want o
Tjitsche, wat zou ik graag eens
even bij je zijn. Wat zou ik dan van
je bijzijn genieten. Maar dat zal nog
wel een poosje aanhouden denk ik.
Gelukkig, dat we elkaar nog eens
kunnen schrijven, maar dan moet je
mij niet al te lang laten wachten.
O, dat wachten valt zoo lang. Vader
-32-
dacht, dat je ’t misschien te druk hadt
om te schrijven, maar ik heb hem ver
zekerd, dat al had je ’t ook nog zoo druk,
je de tijd er wel af zout nemen om
mij te schrijven. De meeting is 30 Oct.
dus bijna nog 4 weken: a.s. Woensdag nog
3. Ik zal kaarten voor ons beide bestellen
Maar als jij nu voor dien tijd weer
thuis kunt komen, Wat ik o zoo graag
zou hebben, en ik zal je daar weg
halen, waar ik ook wel trek in heb, dan
moet de meeting reis maar overgaan.
Wanneer je echter langer daar moet
wezen, zou ik het liefst hebben, dat je de
Zaterdag voor de meeting thuis kwam,
om dan te zamen naar de meeting en
dan jij weer naar je oom, en dan ik je
later weer terug halen. ’t Is echter
direct nog niet zo ver; je moet maar
eens zien hoe het uitkomt, maar hoe
eerder je thuis komt hoe liever ik
het heb. Zondag over een week is
moeder jarig. Dan wordt ze 54 jaar
oud. Dat is op 13 Oct. Veel nieuws kan
ik je niet meer vertellen. Zondag moet
ik weer melken, en kan ik dus maar een
keer naar de kerk. Dat komt niet zoo
mooi uit, want we hebben Zondag ook
avondmaal. Hierbij zal ik het nu
maar laten. Ontvang de hartelijke
groete van ons allen, en van mij bovendien
nog een kus der liefde. Dat de Heere je
nabij moge wezen, is de bede van
je hartelijk liefhebbende
Pieter.
-33-
Hollum Zondag 6 oct. 1918
Mijn allerbeste en inniggliefde
Pieter!
Daar je mij schreef dat ik je te lang
liet wachten zal ik je nu direckt maar
even schrijven. Ik zit op ’t oogenblik al
leen in de kamer. In de keuken zitten
drie meisjes te spelen en de jongens
zijn op ‘t oogenblik niet thuis. Oom
is gistermorgen naar de wal gegaan
want jaantje had naar twijzel
geweest om plaats als huishoudster
maar die man had pas 27 dagen
een, maar die wilde hij er geloof
ik uitwerken. Dat mensch schrok
er van, want ze zei als dat zoo
moet dan kan ik hier niet blijven
en dat is een wees ze is34 jaar ze
loopt kwalijk, maar ze zei tegen
jaantje ik heb altijd werk want
ik maak van oud nieuw haar
naam is Hiltje Dranier. nu is
Oom daar naar toe om eens persoon
lijk met haar te spreken.
Je zult Oom vandaag wel gezien
hebben Hoe dat nu zal afloopen
weet ik niet, maar in ieder geval.
zal ik je het dadelijk schrijven
ik zou wel willen dat het maar
een goede voor hem was want
dan kan ik ook eerder terug komen
Je schreef mij dat je woensdag al
uitzag nu dat geloof ik graag
maar ik kon onmogelijk eerder
schrijven want je moet denken
dat hier heel wat te doen valt niet
alleen werk. maar het besturen van
een huishouding valt niet mee ik
-34-
kan er mij best in schikken. alleen
heb ik soms o zoon ver langst naar
jou want je schrijft mij dat het an
ders niet zoo gewaardeerd wordt
Nu dat is ook waar want nu ik hier
zoo zit te schrijven denk ik wat zou
ik graag even mij je wezen pieter
al was het maar een klein poosje
Maar we moeten ons maar aan den
Heere overgeven denkend dat alle
dingen ook dit ons mede werken.
ten goede ter gene die naar zijn voor
nemen geroepen zijn. we hebben vaan
daag Ds Post van Echten gehad ik
heb vanmiddag naar de kerk geweest
de tekst was 1 Petr 2 : 2 en 3 deze is
ver deeld in drie deelen de begeerte
waartoe en waarom die begeerte moet
wezen. ik heb vanmiddag veel genooten
ik had sedert verleden zondag het
dorp niet in geweest, dus wel alleen
Hoe het komt weet ik nog niet wand
moeder gaf mij toen al geen ver
lof om naar de meeting misschien
kunt je vader wel bewegen
maar we moeten maar eens zien
een van beide jij hier of ik naar
jullie. Moeder krijgt een brief op
haar verjaardag en misschien later
een cadoutje van H Ameland nu
moet ik ook Tjitche nog antwoorden
je zult haar brief later wel eens lezen.
Tjitsche.
Onderstaand staat op de zijkant van de brief
Nu ik hoop dat je deze in gezondheid moogt
ontvangen gelijk ook ik mij bovenal. ontvang
-35-
dan ook van mij de groeten een kus van je
teder liefhebbende Tjitsche
-36-
Nes WD 6 ost.1918.
Inniggeliefde Tjitsche!
Door ’s Heeren goedheid
heb ik je brief in gezondheid mogen
ontvangen. Het duurde wel
wat lang naar mijn zin, maar beter
laat dan niet. Ik verwachte gister-
morgen al bericht, en toen vanmorgen
maar er kwam niets. Ik zei al tegen
mijn ouders, dat het mij vreemd toescheen
dat ik niets kreeg, maar toen ik van-
avond thuis kwam, gelukkig, daar
was een brief. Toen ik hem las, viel er
mij als het ware een steen van het
hart, want ik vreesde haast al, dat
je ongesteld zoudt wezen. Hier zijn
tegenwoordig verscheidene, die de
Spaanse griep hebben. In sommige
liggen ze haast allemaal. Het
is hier echter niet van gevaarlijken
aard. Er zijn nog geen sterfgevallen
T.Kooistra heeft het ook. Dat is
Zaterdagmorgen begonnen geloof
ik, en vanmiddag heb ik haar moeder
gevraagd, die zei, dat ze weer aardig
opknaapte. Wij zijn allen gelukkig
nog goed gezond, en ik hoop, dat wij
er ook voor bewaard mogen blijven.
Je zult wel denken: Hij slaat er
raar in om: dan weer groot en dan weer
klein papier. Ik had ook wel
groot genomen, Maar ik had niet
zoo veel tijd, en een kleintje is gauw
vol dan een grote. Toen ik vanavond
n.l. thuis kwam, vroeg moeder mij,
of ik er ook zin aan had om Jan van
-37-
oom W. met twee fietsen tegemoet
Die kwam om 5.45 te Ternaard met
pak en zak. Hij heeft twee 2 maanden
verlof. Nu wou hij graag dat er
iemand hem tegemoet kwam, en
Tjerk kwam laat bij de boer weg.
Die moest s’ avonds nog melken,
en dan thuis nog melken en de
koeien verzorgen. Toen ben ik hem
maar tegemoet gereden, bijna tot
aan Ternaard. Daar heb ik nogal
van gezweet. Die ene fiets moest
ik natuurlijk in de eene hand
meenemen, en dat, waar de wegen
niet zoo mooi waren. Daarvoor
had ik nu niet veel tijd tot
schrijven, maar dan zoo des Heeren
wil later weer wat meer Je
vader keek Maandag eens naar
het kiekje, en toen zeide hij,
dat hij al weer verlangst kreeg
dat je haast eens weer thuis kwamen.
Hij vertelde mij ook, dat ze al een
stuk of 4, 5 spiegels tegelijk
gekregen hadden. Die was dus ook
besteld. Daar zul jij ook wel mee
ingenomen wezen dacht ik. Ja,
als je thuiskomt,zullen we wel
eens tezamen naar Aalzum moeten,
en ik had gedacht, als ik jou nu
binnenkort zou halen, als ik dan
ook jou fiets mee nam, en ze dan
beide bijmijn tante W te Holwerd
bracht. Dan konden we daar des Maan
dags tezamen aan gaan. Het eerder
bij mijn werk willen weg halen, vergeef
ik je ook van harte en ik hoop
dat we binnenkort elkander weer
-38-
in goeden welstand mogen ontmoeten.
Ontvang hierbij de groeten van mijn
ouders, en doe ook je huisgenooten
de groeten, en boven dien van mij nog een
kus der echte, reinen liefde, je liefhebbende
Pieter
Op de zijkant van de brief staat nog
Je moet me nu maar zoo spoedig mogelijk schrijven
wanneer je thuis komt. Wat gauwer wat liever natuurlijk
je Pieter.
-39-
Nes WD 8 Oct 1918.
Dierbare Tjitsche!
Ik kan tot mijn blijd-
schap melden, dat ik je brief vanmorgen
in gezondheid heb ontvangen, en nu
dacht ik je ook direct maar weer
te schrijven. Onze vorige brieven zijn
zeker elkaar gepasseerd. Ik heb ten
minste Vrijdagmorgen geschreven
Zondagmorgen ontving ik jouw brief.
Nu, ik hoop, dat ik niet weer
zoo lang behoef te wachten, dan de
vorige keer. Ik ben vandaag voor
de keuring geweest, en je zult mijn
telegram wel ontvangen hebben
denk ik. We waren 10 uur precent.
Ik was bij de tweede ploeg. Er waren
in ’t geheel 8 van mijn lichting.
Daar zijn maar twee van goed gekeurd.
De eerste 4 werden allemaal on-
geschikt verklaard en toen moesten
wij Eerst onder de maat en toen
werd het gezicht onderzocht
Daarop moesten we ons uitkleden
Toen ik de bovenkleding uit had,
kwamen ze bij mij. De ene onder-
zocht mijn borst en de andere vroeg
me waarom ik eerst was afgekeurd.
Hierop kon ik echter geen vast
antwoord geven, daar dit de vorige
keer niet tegen mij gezegd was.
Wel zei ik, dat ik over de borst
gemeten was en meer niet. Ik vertelde
hun ook maar, dat ik voor een jaar
of 4 pleures gehad had, en dat dokter
me gewaarschuwd had, voorzichtig te
zijn, wanneer ik nat regende. En
-40-
hierop kon ik me weer aankleden Toen
we alle vier weer klaar waren zou ons
vonnis worden voorgelezen. Het eerst werd
mijn naam genoemd. Ik trad een beetje
naar voren en toen klonk het voor
goed ongeschikt, waarop ik antwoordde,
Dank u wel, mijnheer! En toen rechts
omkeert naar de deur. Ik kan mijn
zinnen er dus ook maar voorgoed afzetten
J. Jongeling, die bij wed. Meinsma
woont vertelde, dat hij ook pleures ge-
had had en die is daar voorgoed op
afgekeurd. Je kunt begrijpen, dat
ik blij ben. Ik wordt er toch niet
beter of minder om en nu kan ik hier
blijven. Als jij nu na niet al te
langen tijd eens weer thuiskomt,
kunnen we weer zooveel bij elkaar zijn
als we willen. P de Jong
goedgekeurd en van lichting 18 zijn
op één na alle Nessemers goed ge
keurd naar ik gehoord heb. Alleen
G. de Beer is afgekeurd Ik heb maar
spoedig een telegram verzonden te Ternaard
Dat was om ruim 11 uur Om 12 uur zijn
we toen weer op naar huis gereden. Ik
heb ook even bij je ouders aan geweest.
Daar heb ik papier mee weggenomen.
Ook heb ik een aanzicht van A en J
gekregen. Ze staan er netjes op hoor.
Je moeder heeft mij ook nog thee
meegegeven. Dat was natuurlijk niet
te weigeren. Nu hierbij weetje het
voornaamste al van mijn lotgeval-
len van vandaag. Je moet mij ook eens even
berichten wanneer je het telegram hebt
ontvangen. Hierbij de hartelijke groeten van
ons allen, en van mij een dikke zoen, en bovenal
in des Heeren hoede aanbevolen Je Pieter
-41-
Hollum 10, 10, 1918
Mijn Inniggeliefde Pieter!
Ik kon je tot mijn blijdschap berichten
dat ik je telegram en brief gister in ge-
zondheid heb ontvangen. Het telegram
heb ik om kwart over twaalf ontvangen
toen ik las, dat je voor goed ongeschikt
verklaard was, was ik al ongerust, maar
nu ik in de brief las dat het zo gegaan
is ben ik er erg blij om want nu kan
je bij je werk blijven, maar vanneer
ik thuis kom weet ik niet, ik heb
soms o zoon verlangst om weer eens te samen
te zijn maar zoo kunnen we zien dat
onze wegen heelemaal anders lopen dan
Gods wegen. Ik kan hier anders wel thuis
ik kan hier zoo veel melk drinken als ik
wil ook hebben we hier soms mooie aalen
ik kan best met deze kinderen opschieten
en sieberigje kan met boodschappen lopen
omgaan dat het een aardigheid is.
het moeit mij soms wel eens dat ik
dezen zomer hier niet ben gekomen.
dan had ik zooveel werk niet gehad.
maar dat kwam ook al weer van onze ver
houding in ons huis. Het is zoo jammer
dat het zoo moet! (laat dat je moeder
niet weten hoor!)De huishoudster in
Twijzel is weer mis gelopen die hebben
we bericht naar sneek maar we moeten
maar eens afwachten, ze bennen nu eerst
weer geholpen. oom zei ik breng alle week
mijn geld. J Jongeling ken ik niet
en P de Jong is zeker Pieter van Keijmpe
de Jong Ik vind het zoo mooi dat je
ook bij mijn ouders geweest ben we hebben
-42-
ook thee van huis gekregen we
drinken hier altijd cacau doppen dat
jou krijgt vaker thee dan ik.
ik heb vandaag druk aan ´t maaien ge
weest, en nu moeten we dadelijk eten
we hebben weer zin aan wat aardappelen
en gorterbrij is heerlijk nu weet je
al mijn nieuws zondag zou ik naar
A de Vries te thee drinken maar nu
ben ik zoo nodig nog wat kiekjes hebben
dus ik krijg nog wel wat?
ik zal zorgen dat je Moeder zondag
een brief van mij ontvangt we krijgen
hier misschien carbidlampen dan kunnen
we ons wat beter redden want het is
zoo niet uit te houden
Nu ik heb geen tijd vanavond
dus later weer meer ik krijg eerst
1 of twee terug jullie word van mijn
oom en kinderen gegroet en natuurlijk
van tante van mij vooral aan je ouders
want ik heb soms wel eens gedacht wat
kijkt je vader mij dan weer nu wou ik
wel eens het gezicht van je vader zien
Nu pieter aan Gods zegen overgelaten
Groet ik je met een dikke zoen
Je beminde Tjitsche
-43-
Nes WD 13 Oct. 1918
Mijn lieve Tjitsche!
Ik kan tot mijn blijdschap
schrijven, dat we je brieven vanmorgen in
goeden welstand hebben ontvangen. En
nu heeft moeder mij opgedragen, je voor-
eerst maar eens te bedanken, omdat je zoo
goed om haar gedacht hebt, en verder, dat
ze je misschien in deze week wel eens zal
schrijven. Vandaag zal het wel overgaan
want het schrijven is voor moeder een hele
toer. Ze heeft haast een halve dg werk
om een briefvol te krijgen. Dus je zult
even geduld moeten hebben. Nu, dat
mag je ook wel wat leeren, want ik ver-
wen je ook zoowat. Maar als ik je nu
eens wat mag verzoeken, regel je brie ven
dan zooveel mogelijk, dat ze niet op
Zondag hier komen. Je zou vandaag op
visiete naar A de vries: dat is zeker Aukje,
die eerst bij je oom geweest is. Nu veel
plezier hoor, en ik hoop dat je over een
14 dagen eens weer thuis kumt thee drinken
Ik had tenminste voorgesteld, dat je
dan eens weer thuis komt. Ik begin
zoo naar je te verlangen, of liever, begin is
eigenlijk het goede woord niet, want ik
heb het gedaan al sedert de eerste dag
dat jij dar waart. Anders zou ik
je de volgende week al willen thuis
hebben, maar ik moet a s. Zondag een
art. onzer geloofbelijdenis behandelen
op de J. Ver. n.l. art 22. Over 14 dagen
moet ik voeren, maar dat kan ik des
middags denk ik wel verstellen, En
bovendien, als je over 24 dagen thuis bent,
dan hebben we ook in die week de meeting,
-44-
Nu is het nog niet zeker of je daar heen
gaat, maar dan konden we altijd nog
eens zien. Als jij niet meegaat, dan
blijf ik geloof mij ook maar thuis.
Je ouders hebben er op ’t oogenblik
nog een logé bij. Dat is zeker de
oudste dochter van je oom. Ze heeft
van gezicht ook wel wat van Jeltje,
en ze is ook ongeveer even groot.
Vanmorgen heeft dominee gepreekt
over Matth. 10 : 39 geloof ik Het vers
durf ik niet met zekerheid meer zeggen
maar de tekst: Zoo wie zijn ziel
vindt, zal dezelve verliezen, maar die
zijn ziel verliezen zal om Mijnent
wille, zal dezelve vinden en van
middag over Zondag 35. Vanmorgen
was de preek naar mijn zin zoo goed
niet dan vanmiddag. Vanmorgen liet
dominee te veel zijn Duitsgezindheid
uitkomen. Vanmiddag heeft hij het
ook druk gehad over het slapen in de kerk.
Dit behoorde ook tot de beelden dienst
Je hebt over kiekjes geschreven, nu. Ik
zal maar enkele hier in sluiten.
Je moet maar eens zien als het
kan om over 14 dagen thuis te zijn.
Als je dan te Nes in de kerk komt
des, morgens dan kom je hier maar
om wat koffie en wat aardappelen,
dan gaan we tezamen naar Wierum
en kan ik des middags bij je blijven.
Je moet maar eens zien: ik zou
graag hebben dat je thuis komt, want
ik verlang zoo nar je. Wees hierbij dan
hartelijk van ons allen gegroet ook
je huisgenoten, en ontvang bovendien van
mij nog en kus der liefde, je lief hebbende
Pieter.
-45-
Nu volgt eerst een brief van beppe Zwaantje aan mijn moeder, Omdat ze het vel niet vol kreeg heeft mijn vader dat verder gebruikt.
Nes 14 october.
Waarde Tjitsche
Voor eerst mijn hartelijke dank voor
je schrijven en feliciteren, en dat uwe
wensch is dat de Heere ons wat voor
en met elkander moge sparen, en ook
voor u? Ja dat is ook mijn wensch en
bede. Mar nu moet ik ook voor
u bekennen dat ik er in t eerst wel
eens wat bezwaar in heb gezien, dat
Pieter bij je kwam, niet dat ik iets
tegen u persoonlijk had, dat moet je
zoo niet opvatten: maar om kort te
wezen wij zijn arbeiders mensen en
jij bent in een burger huishouding op
gebracht daar is nog al verschil in.
nu ben ik wel eens bezwaart dat
het u niet mee zou vallen om een
man te krijgen die arbeider is. Heb
je daar wel eens ernstig over gedacht
Tjitsche? Ik hoop dat je het biddende
overwogen hebt, of dat je het noch doet.
Want het is een ernstige zaak het
gaat voor ’t l.even. Ik geloof zeker dat
je elkander lief hebt dat bemerk ik
aan je beiden wel, en waar liefde is
Wil de Heere zijn zegen er over gebieden
in dien hij er om gevraagd wordt, en
de Heere is het zoo waardig om in
alles met hem te raad plegen, en ik
hoop en verwacht dat je dat ook beider
zult doen, en Mocht het zijn dat de
Heere u zamen voegt, ( nog bij ons leven)
dan hoop ik en ik geloof ook mijn
-46-
man u als een lieve dochter aan te
nemen, NU Tjitsche heb ik mijn hart
voor u open gelegt en weet je dus
mijn gedachten over u.
Nu ik ben blij dat het je daar nog al
bevalt. Hoe wel ik wel voel dat je liever
thuis bent, dat is wel te begrijpen
Maar om dan uw oom nu dadelijk weer
te verlaten dat kan ook niet best
Hij mist zoo veel in dit leven (hier
bij denk ik aan mijn eigen broeder)
en dat verzacht leed wat en
je doet een goed werk om zijn huishouding
wat in orde te brengen. Het is den
Heere ook aangenaam dat wij in ’t
goed doen niet vertragen. En wat
is het een voorrecht dat de Heere
ons lust en kracht er toe geeft om
wel te doen, dat heb ik zelf bij onder
vinding. Want er moet ons lust toe
gegeven worden;
Dat Pieter van de dienst af is ben ik
nu blij om, Want hij wordt er niet minder
om, er zijn nog al veel afgekeurd het
verslag stond in de Courant, er waren
van de negen en veertig maar zestien goed
gekeurd . Nu nieuws weet ik niet
meer, mij denkt je moet met een
paar weken maar een dag of drie vier
thuis komen en dan weer met moed
naar uw Oom zoo lang hij geen
huishoudster heeft. Altijd als de Heere
je bij de gezondheid mag bewaren en
dat willen wij hopen niet waar?
Doe de groeten aan uw Oom en gezin
Ontvang de hartelijke groeten
van ons allen Z, A en P
Boven aan de brief staat nog:
47-
Wij mogen ons door s Heeren Goed heid in
goeden welstand bevinden, en ik hoop
dat gij daar allen i n dat voorrecht moogt
delen
Om het brief papier vol te maken schrijft vader:
Nes WD 14 10 ‘18
Inniggeliefde Tjitsche!
Moeder vertelde mij bij mijn
thuiskomst zoo straks, dat ze geschreven had, en
nu was ik van plan je ook nog een enkel woordje
te schrijven. Je vader is hier vandaag natuur
lijk bij ons geweest, en die vroeg, of ik ook bericht
van je had ontvang. Ja natuurlijk, en toen
vroeg hij of je er ook in geschreven had om
thuis te komen of, dat het je daar wat beviel
of zoo. Nu van thuis komen had je nog niet geschre
ven, maar moeder zei, je moet met een paar weken
of zoo, een paar dagen thuis komen, maar je
vader was bang, dat je er dan niet weer heen zoudt
willen. Nu wij dachten, dat dat wel wat zou
meevallen. Toen hadden we het er ook over, dat
het een zware taak was, die jij op je genomen
hebt, en toen zei je vader, dat hij het jou niet na
zou doen, maar hij hoopte ook niet, dat jij je oom
weer zoudt laten zitten. Als je naar huis
schrijft moet je echter niet laten merken, dat
ik je dit geschreven heb hoor! Nieuws weet ik
niet meer. Ontvang de hartelijke groeten en een kus
der liefde van je hartelijk liefhebbende Pieter.
Aan de zijkant van de brief staat nog:
R.Prins heeft ook haastig een zoon verloren n.l. Thijs
Die had bloed vergiftiging in de voet. Hij is vrijdag begraven
We hebben niet gezegd hoor van die brief.
-48-
Hollum 15 oct 1918
Mijn inniggliefde Pieter!
Eindelijk weer een brief van je o wat heb
ik daar naar verlangt. Zaterdag kon het
schip niet geheel overkomen en toen dacht
ik zondagmorgen nu krijg ik vast een
brief maar al weer een teleustelling.
Daar het schip gisteren 3 uur van Holwerd
voer kan ik de brief niet eerder krijgen.
dan overmorgen ik ontvang hem in door ‘s
Heeren zegen in de beste welstand, en dus
daar uit dat jullie ook allen nog goed
gezond waart. Nu dacht ik maar om
direcht te schrijven. wel heb ik het van
daag erg druk. maar afijn morgen vaart
het schip weer niet en dan komt de brief
weer op zondag. Ik heb gister 2 bedsteden en
de kelder schoon gemaakt want we kunnen
hier geen hulp krijgen nu moet ik vandaag
waschen en dan maar weer eens zien.
je hoeft niet te schrijven van dat ij mij ver
wacht want dat is zoo niet je moet denken dat
ik hier alleen ben ik krijg ook maar geen
bericht van huis maar als ze een loge hebben
vergeten ze mij zeker Tjische schrijft ook niet
gauw ik moet allang weer bericht van
haar hebben gehad. Ik heb vandaag bij
Abraham de Vries geweest en heb het
er goed naar ’t zin gehad. de zoon van deze
menschen is 19 jaar en is met pieter ??????
mee Aukje heb ik wel eens gesproken maar
toen Oom ze gister vroeg om mij te helpen had
ze het te druk. Ik zou ook wel eens weer
thuis thee drinken willen maar ik weet
niet hoe het nog komt. je bent mij niet
een uur uit gedachten en ’s nacht
droom ik soms van je dus ik zou wel gaarne
willen, maar ik zal er eens met oom over
-49-
spreken, als ik hier eens een paar dagen
weg kon want ik moet hier toch weer
heen we hadden zondag een dominee ver
wacht maar die kon weer niet overkomen
zondag middag heeft een ouderling gelezen
het was een preek over zondag 15
Ik heb zondag wel genoten maar het is
altijd lezen. Als ik niet naar de meeting
mag (waar ik anders wel zin in heb) moet
jou daarom niet thuis blijven. dat behoeft
immers niet. Heb je er al met vader over
gesproken. Als je zoo schrijft over dat
slapen in de kerk voel ik mij ook schuldig
want dat kan ik ook zoo bij ons thuis
hier is een vrouw in de kerk die de
heele leesdienst haast slaapt en nu dat
ik wel eens het is toch aanstekelijk.
nu pieter ik moet uitscheiden maar
ik doe het met de pen want mijn
hart is steeds met je bezig maar
ik heb geen tijd. schrijf me als het
je belieft heel spoedig terug wees dan
alzoo hartelijk van mij alsook van mij
Oom en kinderen gegroet,maar je krijgt
van mij nog een lekkere en dikke zoen
groet vooral je ouders en ook je vrienden
en mijn vriendinnen. nu pieter ik
wensch je van harte ’s Heeren zegen toe
en ik hoop dat ik je in gezondheid mag
ontmoeten nogmaals gegroet va je
liefhebben de
Tjitsche.
-50-
Nes (WD) 16 Oct 1918.
Mijn liefste!
Ik kan je tot mijn blijdschap
melden, dat ik je brief vanmorgen in gezondheid
mocht ontvangen. Ik had al eens uitgekeken
dat als het op zijn vlugst ging, er vanmorgen
weer een brief kon komen, maar ik durfde het
haast niet verwachten. Vader en moeder
zeiden al dat je oom wel denken zou; dat
gaat er van langs hoor en ik zei er maar over
heen Broekens ook. Maar dat hindert
ons niet zeker? Ik tenminste ben blij, als ik
weer een brief van je ontvang. Gistermiddag
was ik een poosje alleen thuis, en toen heb ik
al de brieven, die je mij van Hollum geschre
ven hebt nog eens over gelezen en daarna
heb ik nog een poosje zitten kijken met
het kiekje, waar we beide opstaan in mijn,
handen. Toen werd het verlangen me haast
te sterk, maar ik ben toch blij, dat je het
daar zo goed schikken kunt en dat de
Heere je de gezondheid schenkt. Als we
terug denken op het voorjaar, toen jij zoo
ongesteld waart, wat moeten we dan dank-
baar zijn. Als we bedenken, dan moeten
we onze oogen neer slaan en zeggen: Heere,
wat zijn wij Uw weldaden onwaardig. Want
o Tjitsche wij zijn zulke ondankbare
schepselen: Zoo spoedig zijn we ontevreden
als het ons niet naar de zin gaat. Rijze
daarom zonder ophouden ons gebed op naar den
troon der genade: Leer mij o Heer den
weg door U bepaald, en volge er op: dan
zal ik die ten einde toe bewaren.
Ik weet nog niet hoe het komt, maar ik
zou 0 zoo graag willen, dat je a.s. Zondag
-51-
een week weer thuis was. Al was het dan
niet langer dan van Zaterdag tot Maandag.
Ik heb nog niet met ja vader over de meeting
gesproken, en zal dit ook maar niet doen,
want hoewel ik er graag met z’n beiden heen
zou, zal het er toch wel aan hebben, dat
je daar zoo lang vandaan kunt denk ik. Het
is op ’t oogenblik nog te druk op ’t land; anders
kwam ik Zaterdag bij je, maar ik durf geen
vrij vragen, omdat ik toch zelf wel zie, dat
het niet kan. Dit moet dus nog maar wachten
tot dat de bieten weg zijn b.v. met een week
of vijf of zoo. Je vroeg moeder of ik nog
naar Klimstra ging. Zooals je weet ben ik
de laatste zaterdag toen je thuis was naar
hem toe geweest, en verleden Zaterdag weer.
Ik zou al een week eerder heen, maar toen was
het allemaal regen; bij gezondheid hoop ik
Zaterdag over een week weer heen te gaan
als ik tenminste niet door jou thuis komst
verhindert wordt. Als je thuiskomt dan
kom ik in ieder geval even aan, als ik je
tenminste niet kan afhalen en het zooal
mooi moeten uitkomen als dat kon. Dan
heb je het ook over Vadersverjaardag dat is
14 Jan. dus op een Dinsdag. Nu ik hoop,
dat jij dan niet meer op Ameland zit, en jij
zult het mij wel helpen hopen denk ik
Nu moet je mij volgende keer ook eens
schrijven of je al melken kunt. Ik denk het
niet. Je zult nog wel geen lepelvol melk
zelf gemolken hebben, vooreerst heb je het
daarvoor te druk en ten tweede moet je oom
voorzichtig wezen als hij jou als leerling onder
een koe laat gaan die nog maar pas gekalfd heeft.
Dan is het gauw mis met de uier. Je vader
vroeg mij Maandag of ik ook een bericht van je
gekregen had, en toen zei hij, dat zij geen brief
-52-
gekregen hadden nog, sedert je oom bij hen geweest
was. Je moet dus niet denken, dat ze je verge
ten, maar het gaat jullie allemaal gelijk.
Je ziet allemaal uit naar bericht.
Vanmorgen toen ik uit bed kwam, was de
keel mij zoo raar en vandaag verder ook nog.
Ik denk, dat ik wel verkouden zal worden
Vader heeft het op ’t oogenblik wat in de maag.
Hij is nu na het werk al een keer of wat
naar achteren geweest, en hij is zoo pas maar
gauw op bed gegaan. Nu, dat zal denk ik
wel spoedig weer wat bekomen. Hiermee
zal ik nu maar eindigen. Moeder zei zoo pas
al tegen me: Ik weet niet wat je zoo altijd
schrijft en dan zoo vaak. Je zult haar denk
ik ook wel eens terug schrijven? al hoeft dit
ook niet zoo dirrect. Hierbij dus van ons allen har
telijk gegroet en groet ook je oom en kinderen van ons
Nog een kus der innigeliefde je
Pieter.
-53-
Hollum 20 oct 1918
Mijn allerliefste!.
Ik heb je brief vrijdagmorgen door
s Heeren zegen in gezondheid ontvangen
en het verblijde mij, dat je je ook in
die toestand mocht bevinden. Dit is
een zoo groot voorrecht door God ons
geschonken maar wij waarderen het
lang altijd niet. Oom zegt nooit dat
ik teveel brieven ontvang, maar van de
groote jongens plagen mij er wel eens
mee waarom ik ben blij dat ik een
brief van je krijg want ik heb altijd
zooveel aan je brieven Pieter dat kan
je niet begrijpen. er staat zooveel in
wat mij tot troost is Als ik alleen ben
met trijntje dan lees ik zoo vaak je brie
ven na en dan de brief van je Moeder
daar moet je haar hartelijk van mij
voor bedanken en als ik deze week mag
beleven zal ik de brief beantwoorden over
de vraag of ik er wel ernstig over heb na
gedacht dat je bij mij komt ja ik kan
je wel eerlijk zeggen dat het mij veel
gebeds en veel tranen heeft gekost maar
dat ik ook thans er voor verzekerd ben dat
wij met zijn beiden of liever met zijn
drieën n l met God bij elkander behoren
Hoe het as zaterdag komt weet ik niet
ik heb wel erg verlangst maar tevens
als ik hier zondag niet ben is Oom weer
veel onwenniger. Ik kan je schrijven
(maar laat dit Vader niet weten) dat
we vrijdag een brief van Sietsche hebben
ontvangen ze schreef twee één voor mij
en een voor Oom dat Heiltje niet meer
bij die menschen waar ze dienst het kan
-54-
uithouden en daarom haar dienst
met November heeft op gezegd.
Oom heeft gauw weer terug geschreven
en zooals ik verwacht zullen ze
Heiltje hier wel krijgen wat de
behandeling aangaat deze is uitstekend
hier Ik heb vrijdag ook een brief van
huis gekregen vader en moeder heb
ben allebei geschreven dus dat ze
mij vergeten is een verdichsel van mij
Dat naar Klimstra is ook niet
zoo geregeld als anders geloof ik maar
dat komt misschien om dat je mij nu
niet meer kunt treffen. Nu ik hoop
dat ik in Januari bij je vader verjaardag
in Wierum ben Neen wat het melken
betreft. daar is Jelte goed voor, maar
als ze gemolken is dan kan ik mij er wel
met redden daar ze te druk en
Folkert heeft gisteren een kalf ge
kocht voor 100 gulden dus Folkert
heeft veel geld dat kan je nu horen
Nu pieter ik hoop dat je verkouden
heid wel wat op knappen mag
ik moet morgen bij wel wezen aan
de schoonmaak ik krijg gelukkig
hulp maar het zijn weesch mejes
O pieter ik heb vanmiddag zoo veel
genoten van de preek we hadden
Ds Halbesma van Kollum en de tekst
was van middag Ps. 103 : 1 tot 4.
o pieter ik kon mij vanmiddag zoo schul
dig vinden en kan dat nog. Maar ik ge
loof dat ik door Gods genade tot
zijn eigendom aangenomen ben
van middag ken ik het beter in mijn
hart geloven dan op ’t oogenblik, ik zal
misschien wel weer behouden worden
-55-
maar o pieter bid in deze dagen
voor mij dat God mij mag geven dat
het volle licht van zijn Genade in
mijn ziel mag opgaan. want als ik
je brieven lees dan vind ik het vertrouwen
van Gods heil er zoo in en dan denk ik
wel eens o wat wou ik gaarne dat ik
ook zoo was. Nu Pieter weet je alle
mijne gedachten. en wees nu een beetje
geduldig in het wachten maar schrijf
nu weer gauw terug ik ga zondagss
een keer naar de kerk en dan weer gauw
naar huis dan kom ik er ook niet weer
uit. wees dan hartelijk van Oom en
gezin gegroet en groet ook je ouders
van mij en ontvang je nog een lekkere
kus der echte en inniggeliefde van
liefhebbende Tjitsche.
ik heb nog geen bericht van Tjitsche.
hoe zou dat wezen ze
vergeet mij niet wel
nu dag.
-56-
Nes(WD) 22 oct. 1918.
Mijn inniggeliefsde Tjitsche!
Ik kan je melden, dat ik je brief
gisteravond in goeden welstand mocht ont-
vangen. Ik ben wel wat verkouden, maar
overgens zijn we allen door ‘s Heeren goedheid
nog goed gezond. Verleden Woensdag heb ik
je geschreven, en die nacht van Woensdag op
Donderdag heb ik heel slecht geslapen door
dat ik zoo verkouden was. Maar de daarop
volgende nacht was het al weer veel beter.
Het is nu nog wel niet helemaal weer
over maar als het zoo voort gaat, dan merk ik
er spoedig helemaal niets meer van.
O, Tjitsche wat ben ik blij met deze brief
van jou. Ik heb er den Heere voor gedankt,
dat Hij je zoo leidt, en mijn gebed klinkt
gedurig tot Hem, dat Hij met Zijn
Heiligen Geest in je woon en werkt.
Maar dat is niet van nu afaan, maar
reeds sedert lang het geval. Je schrijft me,
dat je het vertrouwen van Gods kind zoo in
mijn brieven kunt merken, maar ik moet
je eerlijk bekennen, toen ik las, dat je ge-
loven mocht het eigendom van Jezus te zijn
werd ik jaloersch, want o Tjitsche, zoo heb
ik me toch nog nooit kunnen uitspreken
met zooveel vrijmoedigheid. Wel strijd ik
tegen de zonde, en heb een begeerte om naar des
Heeren wegen te wandelen, maar o die strijd
tegen de zonde, is zoo zwaar en dan zoo telkens weer de ne-
derlaag te moeten lijden. Als ik dan soms
meen er bovenop te zijn, dan komt weer iets
nieuws me in de weg treden. Daarom je
schreef me om voor je te bidden, maar doe
jij het niet minder voor mij. Ik gevoel het
-57-
zo noodig te hebben. Daarom laat ons te zamen
met en voor elkaar bidden en worstelen met
God. Dan kan het ook niet anders of Hij zal
ons op Zjn tijd verhooren en volgens zijn eigen
belofte, aan ons geven. Ik ben Zondagmid-
dag een poosje bij J. Kooistra in huis geweest.
Ik zou Fokke ophalen, en die had nog geen
trek om nar buiten. Tjitsche had al een
paar dagen in huis gezeten. Die was
ook zwaar verkouden. Vanmorgen had
ik boodschap bij hem, en toen was ze
ook weer buiten. Dus ook weer wat opge-
knapt. Haar moeder vroeg mij of jij
nu Zondag thuiskwam, waarop ik natuur
lijk het antwoord schuldig moest blijven.
Nu, zij wist het wel. Pietje was van
morgen bij je ouders geweest, en die hadden
haar verteld, dat je thuis kwam. Nu ik
had gisteravond ook bericht gekregen zei ik
maar daar stond in, dat je nog niet wist hoe
het kwam. Toen hebben we maar vastgesteld,
dat je eerst mijn brief had geschreven en
dat het daarna nog was uitgemaakt, dat je
thuis kwam. Ik ben er natuurlijk heel
best mee te spreken, Want anders duurde
het nog zoolang, voor ik je weer in mijn armen
kan nemen. Als er wat van komt met H de
Jong, dan zal het toch nog wel een week of
4,5 duren voor je weer thuis kunt komen.
Als zij b.v. 12 Nov. haar tegenwoordige
dienst verlaat, dat is vandaag over 3 weken,
dan zal het toch nog wel een week later worden
eer ze daar bij jullie komt, en dan moet jij
er in ieder geval nog een paar dagen, als het
tenminste niet langer is, blijven, dat zij zich
er eerst wat kan in werken. Ik heb dan het
programma zoo gemaakt, dat jij nu
Zaterdag thuis komt en dat ik dan Zaterdag
-58-
over 4 weken daar eens kon komen om je dan
thuis te halen, Je moet me nu maar zoo
spoedig mogelijk schrijven, hoe het Zaterdag
komt want dan moet ik het voeren verstellen.
Je weet uit mijn vorige brief hoe ik de
agenda voor Zondag heb opgesteld en dan moet
je me ook schrijven of je het daarmee eens bent
of niet. Ben je het er niet mee eens, kom dan
Zaterdag avond direct maar naar Nes
als ik bij Klimstra weg kom. Dat is mij
natuurlijk ook best. Je schrijft, dat het
lesnmemen zoo geregeld niet meer ging als toen
jij thuis was. Dat is echtereen onware be-
schuldiging, want ik heb 1 keer een week
langer gewacht, en dat was om het regenachtige
weer; maar ik zal deze belediging niet
in politiehanden geven. Daarvoor heb ik je te lief
Ik moet eindigen, maar mijn hart is altijd met
je bezig. Ontvang de hartelijke groeten van ons allen
en groet je oom en gezin van ons. Nog een kus der liefde
en hiermee eindig ik, je liefhebbende PvdMeulen
Op de zijkant van de brief staat nog:
Als je thuiskomt, schrijf dan ook even hoe laat je huis kunt wezen
dan kom ik DV. even aan als ik naar Klimstra rijd
Je vader had ons al verteld van Heiltje.
-59-
Hollum 24 Oct 1918
Mijn teerbeminde Pieter!
Door s Heeren zegen je brief vandaag
om half vier in gezondheid ontvangen en daar uit gelezen
dat jou en je ouders ook in dat voorrecht
mochten delen, Het is een groot voorrecht
dat wij lang niet genoeg waarderen.
Toen ik hier eerst was, had ik ook al met
verkoudheid te kampen, maar het is
gelukkig weer beter, dus we zullen hopen
dat het met jou ook zoo mag gaan.
Nu wat betreft de thuis komst van mij
heb ik aan mijn ouders heelemaal niet
vast geschreven. Ik heb er in geschreven
dat ik misschien zaterdag thuis kwam.
Maar Oom zei vanavond tegen mij
dat hij mij gaarne bij hem wilde hou
den, maar dat Pieter maar moest over
komen, en wanneer dat moet je zelf
maar weten. Nu vind ik het echter
heel mooi en (ik hoop dat het ook zoo
komt als je gezond blijft) dat je
zaterdag 26 Oct bij ons komt de boot
vaart 4.45 van Holwerd en het komt
heel mooi uit daar we zondag ook
Ds van Stiens nl Ds sibrandij hier
hebben O Pieter mijn geloofszorg dat
Zondag zoohelder was, is ook al weer
bewolkt door mijn zonde want o het
is wel strijd maar als wij maar op den
Heere vertrouwen, dan zal Hij het
ook wel met ons maken, Het is voor
mij wel een heele beste zaak dat ik
hier ben want nu gevoel ik soms wel
dat ik haast altijd mijn Vader en
Moeder bedroefd heb door mijn zonde
nu ik over siberigge sta, begrijp ik wat·
-60-
mijn lieve Moeder met mij gehad
heeft Nu Pieter alhoewel ik niet
in je eigen dat vertrouwen meent te
bespeuren maar ik bemerk het aleven
in deze brief natuurlijk bid ik
ook God voor jou dat heb ik ook al heel
lang voor je gedaan, Ik dacht haast
wel dat Tjitsche Kooistra niet vlug
was want nu heb ik nog geen brief van
haar ik heb er anders wel weer zin in
Dus piet ik hoop dat je zaterdag
komt, dan kun je mij bij welvaaaren
weer in je armen sluiten waar ik je
natuurlijk alle recht op geef
We hebben nog geen bericht van H
de Jong ontvangen, maar als ik hier
dan wegga dan kan je mij daarom
wel weer halen Oom geeft ons nu
permissie. Ik ben met dat programma
van jou wel eens, maar dan moet dat
later eens Wil je mij svp die beschul
diging wel vergeven dat zal ik niet
weer doen hoor! Ik heb zoo pas weer
een have liter warme melk gedronken
de koe geeft per dag 20 liter melk,
hoe is het met jullie koe gesteld ?
heeft de koe al gekalfd en wat is
er gekomen. O Pieter ik zou je graag
zaterdag bij mij hebben dan haal
ik je van Nes. Wil je dan even een telegram
zenden als je komt maar als je niet
komt dan hoeft het niet
dus om twaalf geen telegram ook
geen Pieter Nu ga ik eeindigen
maar niet met mijn hart
ontvang de groeten van mijn Oom en
kinderen ook aan je ouders
-61-
nog een kus van mij bovendien en daarmee
moet ik het laten jou eigen
Tjitsche Smidt
We hebben het huis schoon
-62-
Nes (WD) 27 oct. 1918.
Geliefde Tjitsche
Ik heb je brief door Gods
Goedheid in gezondheid ontvangen, maar
het was voor mij een teleurstelling.
Ik rekende er vast op, dat je thuis
zoudt komen, omdat je ouders het gezegd
hebben. Vrijdag zag ik al uit naar
een brief, maar er kwam geen. Toen
gistermorgen: ja, ruim 9 uur daar
kwam de post, maar welk een bit
tere teleurstelling. Je kwam
niet. O Tjitsche, wat heb ik toen
een slechte dag doorgemaakt. Dan
was ik weer bedroefd, omdat je wegbleef,
en dan was ik weer boos op je omdat
je meer naar je oom luisterde dan naar
mij. Ik had je toch meen ik in mijn
voorlaatste brief geschreven, dat
mijn werk nu nog niet toeliet om
een paar dagen vrij te vragen.
Je moet er wat meer om denken
dat ik een boer naar de oogen moet
zien. Vrijdagmorgen vroeg ik ook om
een paar schoft vrij, en toen kreeg
ik ten antwoord: Moet mijn spul
dan stil staan? Toen ben ik er nog maar
mee door gegaan, maar om nu al weer en
dan om een paar dagen te vragen, dat
ging niet, en bovendien, toen ik bij
mijn werk kwam, was de boer niet
thuis, en hij kwam ook niet eerder
dan om ruim 12 uur, en toen was het
voor mij al te laat. Ik was ook niet
van plan soms, om je zoo spoedig weer
te schrijven, maar de liefde heeft
-63-
de overwinning behaald. Toen ik uit
de kerk thuis kwam, ben ik maar
spoedig begonnen te schrijven, maar
toen ik enkele regels gedaan had,
kwamen er een paar jongens van oom
W zeggen, dat de koe wou kalven.
Toen hebben vader en ik ons maar gauw
verkleed en zijn daar heengegaan.
Nu, het is best afgelopen. Om half
een waren we weer thuis, en toen had ik
een best koekalf op mijn armen gehad.
Dat was dus wat anders dan jou er in.
Ik geloof ook, dat de koe wel best
melk zal willen geven, want hij heeft een
wat wij noemen: een grauw jaar.
Ik weet nog niet vast hoe het komt,
maar ik denk, dat ik Woensdag naar
de meeting ga, als alles goed gaat,
en jij moet mij daar maar niet eerder
verwachten, dan wanneer ik je mee
kan nemen. Als je oom er weer over begint
om ik daar te komen, kun je dat gerust
tegen hen zeggen, of het moest zijn ,
dat je daar de hele winter moest
blijven. Je moet zelf nu maar weten
of je ook nog eens thuis wilt komen
voor dien tijd, maar ik schrijf er niet
weer over vooreerst, daar ik toch wel
weet nu, dat het mij toch niets geeft, al
is mijn verlangen ook nog zoo sterk.
Gisteravond heb ik een poos wakker
op bed gelegen: toen kon ik je maar
niet kwijt worden uit mijn gedachten.
Vanmorgen heeft dominee afgekondigd,
dat de manslidmaten verzocht worden
om van middag te Wierum te blijven.
Dan zal er over gesproken worden om
ieder in zijn eigen plaats te blijven en
-64-
dan 1 keer preek en 1 keer lezen. Nu daar
kom ik niet want ik moet voeren vandaag
Hiermee hartelijk groetend als altijd.
Je liefhebbende Pieter
Op de zijkant van het briefpapier staat nog:
Ik ben gisteravond ook naar Klimstra geweest.
al was jij niet te Wierum.
-65-
Hollum 30 Oct 1918
Mijn inniggeliefde Pieter!
Gistermorgen je brief door de Zegen des
Heeren in gezondheid ontvangen. Maar
was het voor jou een teleurstelling voor
mij was het ik zou haast zeggen van een
ramp ze waren allen thuis behalve Folkert
en we hadden net de koffie klaar maar
ik was niet in staat ze in te schenken
ik heb de brief gelezen en toen in de
kamer mij alleen even uitgeschreidt
want o pieter bedenk dat ik hier
alleen sta ik kon er vannacht niet
om slapen als ik er aan dacht dat je
boos op mij ben, dat het je speet kan ik
me best begrijpen maar ik kan hoe
gaarne ik ook wou hier niet vandaan
we hadden de heele week aan de schoon
maak geweest en toen had Oom (voor wie
de zondagen toch minst zijn) mij liever
bij hem. Nu ik hoop van harte
dat je het mij vergeeft want die gedachte
dat je boos op mij bent kan ik niet hebben
O als je mij niet direcht was gaan schrijven
dan had ik niet geweten wat er aan
scheelde Je weet hoe mijn hart toen
ik thuis was naar jou verlangde, hoe
zou ik het hier kunnen doen?
Ik ben blij dat het met jullie
koe zo is afgelopen en ik hoop maar
dat hij veel melk zal geven ik denk zoo·
Als ik dit schrijf zit Pieter misschien
in Leeuwarden ik gun het je van harte
maar ik had zeer gaarne mee willen
Dus pieter moeten we eerst nog
een poosje gescheiden blijven, als ik ten
-66-
minste niet thuis kom? Nu als dat
zoo komt zal ik het wel even schrijven
Je schrijft in deze brief niet heel
liefelijk ik heb er niet veel aan
gisteravond en vannacht voor alle het
gepratiseer heb ik over je gedroomd
en dan zie ik je soms even klaar voor mij
maar dan is de werkelijkheid weer geen
pieter Ik heb in deze brief niet eens
de groeten van je ouders ontvangen of
ben ik dat niet meer waard? O Pieter je
weet meen ik anders wel hoe ik in mijn
gemoed tegen over je sta en ik zou geen
vurige wens weten dan dat ik mij aan
je hart en in je armen kan overgeven
maar je verstaat toch ook mijn roeping
die mij toch van Gods wege op de schouders
is gelegd? Want ik verzeker je we hebben hier
van deze zomer een ellendig leven gehad
alles vuil en stuk en dan de groote jongens
oom ook nog plagen. ze schrijven geen
brief naar Wierum of er staat in dat
ik hier haar zoo trouw help ik heb dan
ook nog van Oom nog van de kinderen·
een groote mond gehad maar tevens
ben ik soms wel eens onwennig als ik
alleen zit en dan denk dat jou daar
zoo ver van mij bent. Ik zei tegen Siebreg
kan ik nu maar een half uur bij
Pieter wezen. dan kan ik hem verzekeren
(ja dat zei ik niet maar dat dacht)
ik dat ik even zoo goed ja misschien nog
sterker naar hem verlang dan hij naar·
mij, want jou heb daar eerst je
ouders en dan eigen werkkring eigen
-vrienden en ik zit hier alleen
Nu Pieter nu weetje mijn gedachte
en ik hoop dat je niet weer boos
op mij zult wezen en dat je mij
als je dit schrijven ontvangen hebt
mij dadelijk even terug schrijven
-67-
zal. Wil je je ouders wel van mij
groeten en zeg dan dat ik je moeders
brief nog zoo vaak even nalees en dat
die mij een heele verlichting is ik zal
haar ook nog eens schrijven maar heb
vandaag geen tijd meer. Ik heb vanmorgen
een brief van Tjische Kooistra ontvangen en zij
schreef mij dat Fokke de spaanse griep had
dus Janke heeft ook al weer een teleurstelling
Hiermee zal ik maar eindigen
maar wees in Gods hoede aanbevolen
en ontvang in gedachten de lekkerste
zoen van je zoo liefhebbende Tjitsche
PS heb je het zelf wel onderzocht bij ons thuis
of heb je Pietje gezegd maar aangenomen
denkende dat ik jou niet volkomen in
kennis zou stellen. Nu Pieter
nogmaals hartelijk gegroet van je
Tjitsche
Aan de zijkant van de brief staat nog:
Dus ik heb voor zondag
Een brief hé!
-68-
Nes (WD) 31 oct 1918
Mijn beminde Tjitsche!
Ik heb je brief door ’s Heeren
goedheid in goeden welstand ontvangen,
en ik vraag je om vergeving voor het leed
dat ik je in mijn vorige brief heb
aangedaan. Het was helemaal mijn
bedoeling niet, om je pijn te doen, maar
ik heb mijn gedachten, die ik Zaterdag
had eerlijk voor je bloot gelegd. Nu kan
het wel zijn dat ik daarin te hard ben
geweest, maar nog eens: het was mijn bedoeling
niet om je pijn te doen. Ik schreef er
daarom ook, bij dat de liefde overwonnen
had Je schrijft, dat je om mijn brief
hebt geschreid. Nu, verleden Zaterdag-
avond was het met mij niet veel beter.
Ik kon de slaap maar niet krijgen eerst.
Dan vraag je me of je die groete van mijn
ouders niet meer waard bent. Dat weet je
toch wel beter Tjitsche. Het is mij
misschien door de haast door den zin gegaan
want zoals ik je geschreven heb, heeft
onze koe Zondagmorgen na kerktijd
gekalfd, en toen moest ik na het eten
de brief nog hoofdzakelijk moest schrijven
en ik moest ook op tijd weer bij de boer
wezen. Dus daarvoor hoop ik, dat je mij
geen kwaad toerekent. Je vraagt mij ook
of ik op dat gezegde van P Kooistra
maar dacht, dat je thuis zoudt komen.
Ja; dat was immers duidelijk genoeg.
Je ouders hadden gezegd dat je thuis
kwam. Nu dacht ik, dat je eerst
mijn brief geschreven had, en toen nog
met je oom besproken om maar naar huis,
en dat toen ook nog naar huis geschreven
-69-
had. Dat je het met opzet voor mij ver-
zwijgen zou, daaraan heb ik niet eens
gedacht. Je vader vroeg mij Maandag
of ik ook bericht van je gekregen had,
en toen zei hij; dat ze je thuis hadden ver-
wacht. Ze dachten dat je zoudt schrijven
dat ze je moesten afhalen, en toen vroeg
hij mij, waarom je niet gekomen waart.
Hij vertelde mij ook, dat H de Jong
jou plaats binnenkort zou in nemen.
Ze was bij jullie geweest, en had toen
gezegd dat de kast niet eens te Wierum
kwam, maar regelrecht doorging naar
Ameland. Je kunt begrijpen, dat ik daar
blij om ben, want o, ik zie er zoo naar uit,
om je zelf eens weer te zien en te spreken
Ik hoop dan ook dat je mij mijn misdaad
van Zondag zult vergeven, waardoor ik
je zooveel verdriet heb aan gedaan. Ik ben
ook heelemaal niet meer boos op je, en als
we op ’t oogenblik bijelkaar waren, zou ik
ja dat toonen, door je te kussen, zooals ik nog
nooit gedaan heb. Je zult het vandaag
denk ik ook reeds begrepen hebben. Ik dacht
tenminste gister, dat je maar een aanzicht
moest hebben. Wat heeft het me gister
gespeten, dat je niet bij mij was. Als ik al
die paartjes zag, moest ik al maar weer
aan je denken. Het is me overigens best
bevallen We hadden om 1 uur opening der
vergadering. Het eerste trad op Pof. Dr.
H. Bavink van Amsterdam met een rede
over De Jonge Generatie. Eerst kon ik
hem niet horen, maar toen hij maar even aan
de zwaai was. Het was in één woord een schone
rede. Toen pauze. Daarop trad op Ds van Vliet
van Oosterend. Deze sprak over:Wees sterk,
en heb zeer goede moed. Deze was van begin
tot het einde duidelijk te verstaan. Toen deze rede
afgelopen was hebben we een 1 1/5 uur de kerk
verlaten. Om half zes begon de avond vergadering
Eerst werd een bestuursvoorstel, om aan Dr. A.
Kuiper een telegram te zenden, met daverend
aplaus aangenomen. Daarna kregen we Ds. Thomas
-70-
van Leiden te horen. Deze sprak over: Spijze
vergaderen in de zomer. Dit was een ernstige
rede, doch doorkneed met humor. Onder anderen
vertelde hij een stukje over Calvijn en een paar·
vrienden. Deze spraken eens te zamen over de mis-
gebruiken in de Roomse kerk, en toen vertelde een
der vrienden het volgende: Een pastoor wekte eens
zijn gemeente op, de tienden te betalen: Wees niet
gelijk de vervloekte Kaïn, die niet de tienden wilde
betalen, en nooit de mis bezocht, maar doe als
Abel, die altijd de mis bij woonde, en tienden gaf.
Er zijn gemeenteleden, antwoorde, dat dit hem
wat vreemd voorkwam. Kaïn toch zou de mis niet
bediend hebben. Abel even min, want dan kon hij ze niet
bij wonen. Dus dan Adam, en daaruit moest volgen, dat
in dien tijd de pastoor getrouwd waren.
Boven aan het brief papier volgt:
Je kunt begrijpen, dat om zulke grappen gelachen werd
Maar overigens was het een zeer ernstig woord.
Hierbi j zal ik het nu maar laten, en ik hoop, dat je niet al te
Aan de zijkant van het briefpapier staat nog
Lang zult wachten. Ontvang de hartelijke groeten van
ons allen en doe ook aan je oom en gezin de groeten.
Verder nog een kus der innigste liefde van je liefhebbende Pieter.
Fokke was weer door dokter ontslagen, vertelde zijn vader mij vandaag.
-71-
Hollum 3 November 1918
Mijn inniggeliefde Pieter!
Ik kan je melden dat ik gister door
Gods goedheid je brief in gezondheid
heb ontvangen O Pieter wat ben ik
blij dat het tussen ons weer effen is
deze brief getuigt weer van jou echte
liefde voor mij Maar mag ik je vragen
vergeef het mij dan ook dat ik je·
eerder bij je werk weghalen wou dan
dat dit het toeliet. Het moest zeker
zoo wezen, want hoewel het mij aange
naam is voelen we beide het gemis
van elkander bijzijn En wat de groeten
van je ouders betreft, dat wist ik wel,
maar ik dacht ik schrijf het maar
want dan vergeet piet het niet weer
Als Vader bij jullie komt, hebben
ze het geloof ik altijd over mij, Nu
dit mag wel hoor! Ik heb vrijdag
ook een brief van Moeder gehad, ze schreef
mij dat H de Jong kwam, en dat ik dan
nog een week of zoo zou blijven want dat
Heiltje nog nooit op de machiene heeft
genaaid. dan ben ik het haar met een
even zeggen. Dat je dan blij mee bent
dat geloof ik graag want natuurlijk
ben ik daar zelf o zoo met in ’t schik.
Nu ik vergeef je van harte al wat
in de vorige brief stond en ik hoop dat
ik dat binnenkort eens bewijzen zal door
mij gewillig in je armen over te geven.
Dan Pieter bedank ik je heel vriendelijk
voor de mooie aanzicht die je mij van
uit L gezonden heb. Ja ik dacht
woensdag nog ze treffen mooi weer
en ik heb woensdags o zoo vaak aan jou.
-72-
gedacht, maar het kon niet anders
Nu over vandaag, vanmorgen alleen
thuis toen eten daarna naar de kerk
het was lezen en dat ging over zondag
16 het was een mooie predikatie.
Na kerktijd heb ik bij een kennis van
mij op de thee geweest ik heb daar een
aanzicht van haar twee kinderen gekregen
en haar beloofd dat als we weer
eens tezamen op een aanzicht of zoo kwamen
zij een van ons kreeg Om half zes was
ik weer precent en toen koffie gezet
Nu zit ik hier alleen op Jelte te
wachten die is nog in het dorp. De
anderen liggen allen reeds op bed
Onderhand kan ik nu net even
schrijven want jou en naar huis en
dan je moeder en dan titsche dat
word dus 4. Nu ik zal ze vanavond
allen welniet schrijven want dan
wordt mijn hand mij te stijf.
We verwachten morgen of zoo een brief
van Heiltje zelf daar zal ze dan wel
in schrijven wanneer ze hier komt,
want ik weet nu nog niet hoe het
komt. Ik kom nu natuurlijk maar
niet voor die tijd thuis en ik hoop
dat je mij dan kunt afhalen,
Dan is Heiltje teminste hier en kun
nen we ons des zondags bezig
houden. Ik had niet gedacht dat
we zoolang van elkaar gescheiden
moesten zijn, maar als we gezond
mogen blijven zullen we deze scheiding
wel weer te boven komen, ja het
kan nog wel zijn dat er voor mij een
les uit te nemen valt. Ik ben nu
maar blij dat Moeder zoolang ook
een hulp heeft, want moeder was het
-73-
voor haar ook te druk. Hoe is het?
Kom je nog wel eens mij ons aan huis
Ik denk van niet, maar je mag gerust
even aanlopen als je bv naar Klimstera
gaat , We hebben ook bericht van
Aalzum gehad Oom en tante hebben
een Zoon gekregen ze hebben hem ge
noemd naar een broer van Oom Jan
het is een Klaas. dus Pieter als ik
thuis kom zullen we daar samen
wel eens heen moeten. Als het jou
goed is moeten we ook eens bij je
tante Willemke in Holwerd zien
Nu Pieter nu weet je weer een hele brief
van mij en ontvang alzoo de groeten van
mijn Oom en kinderen, wees dan hartelijk
van mij gegroet ook je ouders niet vergeten
en ontvang van mij nog een dikke zoen der
tedere liefde van je liefhebbende
Tjitsche
Aan de zijkant van de brief staat nog:
Lieve Pieter de brief was gisteravond te laat
daarom vandaag ik heb de wasch weer af
Nogmaals gegroet
van Tjitsche.
-74-
Hollum 8 november 1918
Teerbeminde Pieter!
Ik kan je melden dat ik gister je brief
door s Heeren Zegen in gezondheid heb
ontvangen. Hoewel de spaanse griep
te Ballum en ook hier heerscht zijn
wij allen er nog voor gespaard en wij
zullen hopen dat wij er van bewaard
mogen blijven. Ik heb van deze week
vrij wat last van hoesten, en dan
vooral s nachts, dat is wel lastig, maar.
als het daarbij maar mag blijven.
Tjitsche Kooistra heeft ook nog gauw eens
last van ziekte of zoo. zij is zeker niet heel
sterk. We hebben dinsdag een brief
van Heiltje gehad. Ze schreef over haar
kast en kleeren en ze hoopte dat zij de
aangewezene in deze huishouding mocht·
zijn Ze komt 18 nov uit dienst, en misschien
gaat ze dan eerst een paar dagen naar
Wierum. Dus wanneer zij nu precies komt
weten we niet Als we nader bericht
van haar krijgen, schrijf ik het dadelijk
want ik kan nu nog niet zeggen
wanneer ik thuis kom. Ik vindt het
voorstel van je heel best om nl mijn
fiets en die van jou naar je tante te
brengen en dan samen ze weer terug
halen. Ja ik heb soms ook verlangst
naar huis, en ik ben werkelijk blij te
vernemen dat ze bij ons thuis ook naar
mij verlangen. Ik had niet gedacht
dat we de spiegel zouden krijgen, en
ben er daarom heel blij mee.
We lezen hier anders niet dan de L Courant
en de dongerabladen. maar ze hebben
mij boeken gebracht van het dorp, maar
-75-
mij boeken gebracht van het dorp,maar
ik heb niet veel tijd van lezen.
Ik heb Pieter een mooi jongens boek
op st Nicolaas beloofd, maar zou
jij dat niet voor mij kunnen kopen
anders wordt het zoo laat, je weet
zelf welzoo wat het moet kosten,
maar zorg er voor dat het een mooi
wordt. Nu Pieter daar ik geen
klein papier in huis heb moet ik
een groot vel nemen maar ik kan het
vandaag niet vol schrijven. We hebben
het werk voor vandaag gedaan en onze
aardappelen staan op het vuur. We krijgen
vandaag heerlijke bot die hebben ze
hier zelf gevangen. Het is hier alles in
een huisgezin, boerderij, polder, opzichter
en vischer. Hoe gaat het met jullie
koe geeft hij flink melk, als ik
thuiskom zullen we samen even bij
hem zien niet waar? Dan valt mij
nog wat in de gedachten moederschreef
mij dat Ds zijn 25 jaar feest niet
veel ere aan gehad heeft, ook door ziekte
Maar schrijf jij mij daar even meer van.
Nu Piet ik moet eindigen en daarom
ontvang van mij en mijn huisgenoten
de hartelijke groeten ook uw ouders
maar nu krijg je van mij nog een
tedere kus der liefde en wees alzoo
Gode aanbevolen door je liefhebbende
Tjitsche
Zondag schrijf ik je moeder bij welwezen
En ik hoop dat je spoedig
terug schrijven
Zult
nu dag!
76-
Nes (WD) 10 Nov.1918
Mijn inniggeliefde Tjitsche!
Ik heb door ’s Heeren goedheid
je brief gisteravond in gezondheid ontvangen.
Ik had gistermorgen al naar de post uitge-
zien, maar die ging voorbij. Maar gisteravond
had ik geen brief verwacht. Ik was er evenwel
toch blij mee. Nu, ik zal jou ook maar niet
lang op antwoord laten wachten, en in de
eerste plaats maar over Ds. v. Dijk. Het
was gister 14 dagen, toen ze 25 jaar getrouwd
waren, maar ik geloof, dat 3 van zijn kinderen
de Spaanse griep hadden. Er waren ook
logé s uit Holland en een daarvan was
ook ongesteld. Een paar dagen later had
Ds. het zelf ook al, zoodat hij verleden Zondag
niet kon preeken. Hij is nu echter weer
beter. Klimstra verteld mij gisteravond,
dat Ds. vanavond te Dokkum zou preeken.
Dat is dus 3 keer vandaag. Hier zijn nogal
veel die de Spaanse griep hebben. Er
was vanmorgen ook niet veel volk in de kerk.
Van jou familie was er niet een. Naar
ik gister hoorde, hebben ze bij jullie
thuis er ook al last van. Je oom Tjerk,
had tenminste gister bericht gekregen,
om te Wierum te komen; dat was dan om
in de winkel te zijn. De ziekte is hier
gelukkig niet kwaadaardig. Er zijn nog
geen sterfgevallen. Misschien zie ik
vanmiddag wel even bij jullie aan,
als er tenminste geen in de kerk komen.
Ik ben er nog niet weer geweest sedert
ik voor de keuring ben geweest. Je schrijft,
dat ik wel eens even mag aanloopen, als
ik naar Klimstra ga: ja, dat weet ik ook
wel, maar als ik geen boodschap heb, dan
-77-
zal daar niet veel van terecht komen. Als
jij thuis was, dan zou ik het doen om jou
te spreken, maar daarvoor behoef ik het
nu niet te doen. Je schrijft over een
jongensboek voor Pieter. Nu ik beloof
het je niet, het te volbrengen, want belofte
maakt schuld, en er appart een reis om maken,
zal niet zo hard lopen denk ik. Maar
als ik in de gelegenheid kom, dan zal ik er
om denken. De prijs ben jij natuurlijk
goed voor. Het spijt me, dat H. de Jong nog
zolang in haar oude dienst blijft. Ik
dacht heimelijk al: misschien mag ik
haar de volgende week halen, maar ik durfde
er niet op rekenen, en dat gaat nu in ieder
geval over. Nu, ik hoop maar dat ik een
week later mag komen; dat is nu over 14 dagen.
Als dit echter niet kan, dan zullen we nog
wel een week moeten wachten. Nu, als we
maar gezond mogen blijven, dan zullen
we dat wel schikken. Je moet me in een
volgende brief maar eens schrijven, wan-
neer de boot vaart op Zaterdag 23 en 30
Nov. Deze week zal hij denk ik ook wel
weer een paar dagen stil liggen b.v. Woensdag
en Donderdag of Donderdag en Vrijdag. Ik
hoop, dat ik voor dien tijd nog een brief
van je mag ontvangen. Moeder heeft
ook al een heele poos uitgezien naar een
brief. Gisteravond nog zei ze, dat het
wel over zou gaan, maar toen vertelde ik
haar, dat je van plan was om vandaag te
schrijven. Dat zullen we nu maar afwachten
Hier eindigt de brief zonder groet.
-78-
Wierum 12,12,18
Mijn teerbeminde Pieter!
Daar ik mij schuldig gevoel, doordat
ik je mijn schuld niet wilde be
kennen, mis ik de gedachte van onze
echte liefde. Maar laat mij zeggen
het is eigen schuld. Nu de beken
tenis. Oom Kornelis wou mij 21 gul
den geven, maar doordat het eigen
lijk mijn eigen schuld was, dat
de boel zoo vuil was, heb ik niet
meer aangenomen dan 11 gulden
Toen ik thuis kwam, was het
Moeder niet naar den zin,
Maar toen heb ik het verzwegen
dat ik meer kon krijgen en
eigenlijk heb ik daarom Oom
Kornelis in een zwart daglicht
gesteld Ik heb er o zoon spijt van
Nu kwam Oom ‘smaandags
bij ons en toen begon Moeder
tegen hem, maar vanzelf toen
kwam het uit. Oom heeft geen
woord tegen mij gezegd, maar
natuurlijk sta ik nu niet in een
best boekje bij hem. Vader vond
het niet goed, en daarom heb
ik van hem dadelijk een beste
vermaning gehad. Moeder en
ik hebben een heeledag samen
gewerkt zonder dat wij een woord
verschil hadden maar des ande
ren dag was het mis. Nu nam
Vader het weer voor mij op, en
vanzelf toen gaf Anna Vader
een vreeselijke groote mond zoodat
toen we in de bidstond voor de
vrede waren was het in ons huis en
in ons gemoed allemaal oorlog en
dat grootendeels door mijn schuld
Nu is het gelukkig weer volle
vrede maar misschien tussen Oom en
en ons of mij niet. Dit kon ik je zondag·
avond niet vertellen, want ik weet
-79-
dat het door mijn schuld gekomen is.
ik hoop dat je het mij niet kwalijk
zult nemen dat ik je het niet eerder
verteld heb want schuld belijden
valt o zoo zwaar. Maar hoe is het
met je ben je al weer wat beter.
Vader vertelde dinsdag dat je 39 graden
koorts had en daar er niet een na die
tijd in Nes is geweest schrijf ik dat
maar Catrien is dinsdag op bed
gegaan, en wij hebben de dokter
vanmiddag gehaald het is
keelziekte en daarom besmettelijk
we kreegen gister een brief van haar
huis en nu hebben wij haar ouders
getelefoneerd. Die zijn nu van avond
gekomen. Dus alweer wat
schrijf je even terug want je zult
nu wel zaterdag niet in Wierum·
komen. Nu moet ik eindigen
want het is tijd om naar bed
Nu Pieter groet je ouders van mij
en wees zelf ook van je Tjitsche gegroet
o ja je krijgt nog een lekkere
kus der reine en echte liefde
Van je Tjitsche
-80-
Nes (WD) 14 Dec. 1918.
Mijn inniggeliefde!
Ik heb vanmorgen je brief
ontvangen, en daaruit vernomen, dat je
nogal wat veranderd bent sedert
Zondag. Toen wou je het geheim
niet verklappen, maar nu schrijf je
’t uit eigen beweging. Nu ik ben blij,
dat je veranderd bent. Niet dat ik er
zooveel belang bij had, omdat te weten,
want het was een vraag uit blote
nieuwsgierigheid, maar dat je voor
mij geheim hield, dat kwam me wat
vreemd voor. Nu ik ben er niet boos om
geweest hoor; en nu tenminste is er
in dit opzicht geen wolkje meer aan
de lucht. Ik ben haast weer klaar
Ik mag nog wel niet buiten komen,
maar zit nu toch zoowat de heele
dag bij de tafel. Maandagavond
had ik nogal wat koorts. Toen was
het 39,3 Dinsdag tussen de 38 en 39.
Woensdag was het tussen 37 en 38
Toen ben ik er ’s avonds even af geweest
om het bed wat te maken. Donderdag
ben ik een paar uur op geweest en
gister 2 keer een poos van 9 tot 10 en
van ruim 2 tot ’s avonds bedtijd.
Vanmorgen ben ik er om 8 uur afgekomen
en nu weet ik niet of ik straks ook
nog een paar uur liggen ga. Heel veel
trek heb ik daar niet in. Ik mag nog
niet buiten komen. Anders kwam
ik misschien vandaag nog wel even
bij jullie, want je vader is hier
gister geweest met zeep, en toen ver-
telde hij dat Trijn keelziekte had,
-81-
Anna en Folkert niet goed waren, en
dat jij ook klaagde, en dat je gister
allemaal dokter weer zoudt hebben.
Morgen zal het er ook nog wel
aan hebben, dat ik er uit mag, althans
om zoover. Anders kwam ik dan
misschien even. Het zal dus wel
het beste wezen wacht maar tot
Maandag als je vader hier komt
indien er tenminste geen ernstig
bericht komt voor dien tijd
Eerst wist ik haast niet of ik
schrijven zou, maar ik dacht, dat het
toch maar even moest, opdat je niet
zout kunnen denken, dat de liefde
verflauwt. Stel je aders maar
niks anders voor, dan dat wij elkaar
o zoo lief hebben. Hiermee groet ik
je met een kus der liefde, je eigen lieh
Pieter
Onder aan de brief volgt nog:
Wanneer je dit krijgt weet ik niet
Maar ik kon niet eerder schrijven.
Aan de zijkant staat nog:
Als het erger wordt, schrijf je vooral?
-82-
19 Febr ‘19
Mijn lieve pieter
Volgens afspraak schrijf
ik je dat ik van vader en
moeder een bijbel krijg ter
ter verjaardag dit wil ik echter
niet schrijven om dan te denken
dat ik nu van jou beslist wat
moet hebben want dat weet
je wel beter het is en blijft jou
keuze. Dus tasje of een flesch
of als je soms dat andere wil. je weet
mijn gedachten we zijn druk aan de
schoonmaak en treffen mooi weer
Om geen argwaan te krijgen
moet je mij niet terug schrijven
dan tot maandag je
liefhebben de Tjitsche
-83-
20 juni ‘19
Mijn inniggeliefde
Pieter
Daar wij gister besloten zijn
om de andere week vrijdag
naar Leeuwarden met mijn
mond, dacht ik je dit maar
even te schrijven, want als
de eene helft er uit is dan
kom ik niet in Nes, dat
moet dan eerst even wennen
Nu is Tjitsch hier gisteravond
geweest en nu hebben we samen
afgesproken dat ik zondag
zoo wat om twee uur bij haar zou
wezen; dan gingen we samen
wandelen, en dan ’s avonds samen
naar kerk dan kan jij uit de
kerk komen, omdat jij ’s middag
naar de JV moet, Maar nu
zou ik het ook wel mooi vinden
dat ik ’s morgens voor de kerk
bij jullie kwam en dan bij jullie
eten Maar nu gaat dit
buiten vader en moeder om
want ik dacht ik wil eerst
eens weten wat Pieter er van
zegt. Als je het nu niet
goed vindt dan kam je het
zaterdag avond bij gezondheid
wel zeggen. Dan kunnen we
samen moeder wel eens vragen
het is anders nog maar 4 weken
geleden dat ik bij jullie geweest
ben maar ik heb er o zoo zin
in Nu ik heb geen tijd meer
jeschrijf maar niet terug
want ze moeten het aan
-84-
mij niet merken anders zeggen
ze je bent altijd weg.
nu pieter de hartelijke groeten
Aan de zijkant staat:
en vele lekkere
zoenen van
je Tjitsche
-85-
Wierum 5 Nov. ‘19
Mijn inniggeliefde.
Volgens onze afspraak zou ik je
even schrijven hoe het kwam. Nu
je kunt best begrijpen dat ik Maan
dag er op gezinspeeld heb maar ik
zei het niet rond uit, want onze
Anna zat mij weer te plagen. Doch
toen ik met Moeder alleen was,
dacht ik nu is het mijn tijd,
Moeder zei eerst maar kind wat
zullen de mensen zeggen, maar toen
ik haar beloofd had niet langer
dan 10 uur te zitten, zei ze nu doe
dat dan maar, want het past je
ook niet om zoo laat op te wezen.
O, Pieter wat was ik inwendig
verheugd maar ik rekende niet dat ik
van Vader geen toestemming kreeg
Gisteravond dan zou ik te bed
en je weet dat ik de manier heb
om niet vlug op te staan. Vader zei
dat hij zelf maar weer aan maken
zou, maar het was al treurig (nu
dat is het ook) Moeder daar en
tegen zei dat als ik s morgens bij
gezondheid niet opstond ik ook geen
bezoek kan hebben. O wat een
gericht. Vader zag niet heel liefe
lijk, en sprak dat gaat niet,
de menschen zeggen nu als dat we
haast altijd bijelkakander zijn en
dan te minste, Ook zei hij ik
heb het zelf nooit gedaan en wil
het nu ook van mijn kinderen niet hebben
dus pieter dat is mis. Hoe ik was
begrijp je. gelukkig ben ik het
wat te boven Dus Pieter nu zondag
over een week zooals we hopen
maar als je nu soms op een zaterdag
komt ik wou haast zeggen ik zou
het wel willen. Nu moeten maar
zien. Als je soms over een jas be
-86-
sluiten dan raden we je aan om
ga naar s s dat is beter dan
naar Leeuwarden. O Pieter wat
heb ik zondag nacht min geslapen
ik kom niet in slaap komen
maar nu is het weer bedtijd
en zal ik maar eindigen want
natuurlijk ik had misschien wel
meer te schrijven, want mijn hart is
bij jouw Nu Pieter nog een hoop
dikke zoenen van je liefhebbende
Tsjitsche
Onder aan de brief staat nog
moeder is weer een beetje beter hoe is het
met jou moeder als ik tijd had kwam
ik haar wel vaker opzoeken nu
nog een dikke zoen der liefde van mij
-87-
Nes(WD) 10 febr. 1920
Mijn Liefste!
Het zal je wel vreemd toe-
lijken, dat je nu een brief van me krijgt.
Ik ben nog maar pas thuis, bij jouw weg,
en nu al weer een brief. Maar je moet
maar niet vreemd kijken.
Ik heb je niet vast gezegd, of ik morgen
kom, omdat ik nog niet wist, hoe het
met mijn werk zou staan.
Nu dacht ik, dat ik wel van plan ben
om te komen,wanneer er geen buiten-
gewone dingen gebeuren.
Het kan dan wel zijn, dat ik precies
op het nippertje kom, Want als het
goed weer is, dan werken we op ‘t oogen-
blik buiten. Zooals vandaag, kon dat
echter niet. Dan kan ik natuurlijk
wel even vroeger komen. Maar als
het weer al te slecht is, kom ik
heelemaal niet. Dat moet je dan
ook al weer goed wezen; ik hoop
echter, dat ik komen kan.
Als jij nu echter thuis mort blijven
en de anderen allen graag heen willen
maak dan maar geen drukte, en
treur er maar niet over, want dan
blijf ik bij je thuis, en dat heb ik
als het er op aan komt nog wel
zoo lief. Je moet echter niet zeggen
dat ik je dit geschreven heb hoor!
Ik heb gisteravond ook even met
J. Schreiber gesproken; deze was
ook van plan om te komen, maar wist
het nog niet zeker.
Hiermee zal ik nu maar eindigen.
Veel nieuws is er nog niet zoo
spoedig nadat we van alkander zijn
gegaan.
Ontvang hierbij dus de hartelijkste
groeten, Vergezeld van een kus der
echte liefde van je eigen
Pieter.
-88-
Schuin onder de brief staat nog
Tot morgenavond
Zoo de Heere wil
-89-
Nes(WD) 24 -2-‘20
Mijn inniggeliefde!
Je zult wel naar enig
bericht uitzien denk ik: mis
schien heb je wel vroeger
een brief verwacht, maar ik heb
eerlijk gezegd geen eerder tijd
voor gehad, bepaald nieuws
is er ook niet te vervellen. Maar
belofte maakt schuld, en daarom
heb ik me maar neer gezet om enkele
letters te schijven. Moeder
is niet thuis op ’t oogenblik. Die is
naar onze oude buurlui; halverwege
Nijkerk. En ik ben pas thuis van mijn
werk; ik heb de kaars maar even van
het orgel genomen; dit is op ’t oogen-
blik mijn kandelaar. Ik ben vandaag
beter den gisteren. Toen had ik ook maar
drie uren geslapen. Eerst toen ik bij
jou weg kwam, heb ik vader en moeder
verteld, hoe de vork in de steel zit.
En toen ben ik naar bed gegaan, maar
ik kon niet slapen. Het was al een
heele poos over twaalven eer ik in slaap
viel, en om half vier had ik ook al weer
even wakker gelegen. Toen heb ik ook
helemaal niet meer geslapen
Vannacht heb ik echter
best geslapen van half tien, we hadden
pas gisteravond Jong. Ver. tot zes uur
aan een stuk door. Daar ben ik flink
van opgeknapt.
We hebben nu echter nog niet veel
over het onderwerp van den dag ge-
sproken, en kunnen ook niet een
besluit maken zoo maar. Jij moet
eerst nog maar eens schrijven, hoe
het nu bij jullie thuis is.
Moeder heeft Folkert gister naar
je gevraagd, en die zei, dat je gister-
morgen wel aardig bij de zaak waart.
-90-
Dat was voor mij een heele verlichting
toen ze dat mij vertelde. Ze zei er bij,
dat hij erg haastig was geweest, en
naar het haar voorkwam zenuwachtig
en gejaagd, misschien wel bang, dat
moeder over die beweging beginnen
zou tegen hem.
Ik heb je Zondag heelemaal niet eens
gezegd, geloof ik, dat vader niet nar
de kerk was geweest. Hij is tegen-
woordig wat griepig zoo men dat
noemt. Dat was nu wel weer wat in ‘t
beteren, en hij heeft ook altijd zijn werk
gedaan, maar Zaterdagavond was het
nogal wat koud en toen heeft hij het
denk ik weer beet gekregen. Nu is
hij Zondag maar thuis gebleven en het
is ook weer wat opgeknapt. Hij doet
zijn werk ook weer, maar komt zoo
weinig mogelijk buiten.
Nu Tjitsche, meer nieuws weet
ik op ’t oogenblik niet te vertellen.
Je moet mij maar eens schrijven
hoe het staat. Ik hoop maar, dat
je weer wat met elkander verzoend
zijt. Van jou schrijven zal mis-
schien veel afhangen. ’t Is ook weer
zal er verzoening komen, dan
moeten er duiten wezen; we moeten
geen toren bouwen, voor we de kosten
overrekend hebben.
Hierbij zal ik het nu maar laten
in de hoop, dat je mij wel spoedig zult
schrijven. Ik heb gezegd, dat ik misschien
aan ’t eind der week nog wel even zou
komen, maar als jij beter oordeelt,
dat ik niet kom, dan blijf ik thuis.
In de hoop, dat je het goed maakt
zal ik je nu maar groeten.
Ontvang een hartelijken zoen der
reine liefde van
Je innige liefhebbende
Pieter
-91-
Wierum 25, 2, 20
Mijn eigen geliefde!
Daar ik gister naar een brief uitzag
ben ik blij dat ik van morgen een ontving
Nu kan ik je vertellen, dat toen je zondag
avond wegging ik niet erg moedig was
Vader en Moeder waren nog niet naar
bed, maar ik kon haar onmogelijk goeden
nacht zeggen, evenmin kon ik de slaap
vinden, want ik was boos en toen ik moest
bidden had ik een geval van veel schuld
Maandagmorgen heb ik wat lang gelegen
Vader en Folkert waren eerst al vertrokken
Toen ik van bed kwam, kon ik niet tegen
moeder spreken, Tegen twaalven heb
ik de eerste woorden met haar gewisseld
en door druk te scharrelen moest ik
mijn zinnen wat verzetten Ik heb niet een
woord over de zaak gesproken Gistermorgen
waren we beide wat kalmer geworden
we waren samen en toen zei moeder
wat ik van die lap zwarte stof het
liefst had een jurk of een mantelpakje
Ik dacht ze denkt er nog over na.
Tjitsche Kooistra is gistermiddag nog
geweest, Moeder zei toen wat ze voor
mij het liefste had van die stof, Tj
vroeg of wij er zoo over dachten, maar we
hebben het toen met een grap afgemaakt
Ik heb haar weggebracht en haar alles
verteld. Zij hoorde natuurlijk vreemd
op, maar zei tegen mij dat ik het
wel redden zou en zij dacht dat het voor
mij het beste was Nu kwam vanmorgen
de brief, eerst was ik o zoo naar want
natuurlijk moet de beslissing komen
en men wil van nature geen schuld
hebben, Maar ik dacht toch vanmiddag
ik mag moeder niet onkundig laten
van je schrijven. Ik heb haar verteld
wat je mij zoowat schreef en van verzoenen
Ik heb haar tevens beleden, dat ik
mee de eerste schuld heb van dit feit want
-92-
Vader vroeg mij en toen heb ik hem geen
woord gezegd, Als ik hem gezegd had
ja Vader we gaan zoo dadelijk weg
dan was er niets van gekomen, Nee zei
Moeder en toen was zij boos geworden
wat haar nu ook speet.
Nu hebben we samen gedacht en ge
sproken dat het beste zou zijn als
je een geschikt huis kan krijgen
alwas het dan geen groot huis dat je
het maar toen moest. Natuurlijk is
het een heele waagstuk maar als we
samen gezond blijven zullen we hopen
dat het wat meevallen zal. het
behoeft niet precies met Mei tegebeuren
Nu schrijf je mij over de duiten
Dat is te begrijpen ook met het oog
op het land maar heb je nu wat
op ’t oog, bereken dan de kosten zoo onge
veer en zie dan eens hoeveel geld
er zoo wat voor is. je weet dat ik nu
nog niets heb, maar kan dan zelf
het eens zeggen, dan kunnen we daar naar
oordelen, Ik voor mij hoop van harte
dat we het zullen klaarspelen want
als we dan grond mogen houden
mogen we dan lief en leed samen delen
Dus als er wat is kom dan, maar eerder
kon dan maar op de gewone tijd. Nu heb
ik mijn hart uitgestort, en nu hoop
ik dat we samen met jouw vader en moeder
een zelfde gevoelens delen.
Hiermee zal ik maar eindigen. Ontvang
van mij een kus en bid met en voor mij en
omgekeerd opdat wij mogen doen wat
recht in des Heeren oog is
Op de zijkant van de brief staat nog:
Nogmaals een kus van je eigen liefhebbende
Tjitsche
-93-
Nes (WD) 25. 2. “20.
Geliefde!
Ik heb zopas je brief van
Folkert gekregen. Maar toen ik er mee
thuis kwam, was oom W. bij ons, dus
kon ik er niet dadelijk over beginnen
Toen die weg was heb ik eerst mijn ouders
de brief laten lezen. Dezen vroegen mij
toen, wat ik jou geschreven had, wat
ik zoo goed ik kon beantwoorde.
Veel tijd tot spreken hebben we nog
niet gehad, want Folkert kwam
reeds spoedig. Alleen waren vader
en moeder nog al bang voor de centen.
Zee zeiden al, als we eens met ons
vieren waren, dat was veel goedkoper
eerst nog eens een jaar.
Maar we zijn er nog niet uitgekomen
zoo als ik schreef. Hoe het besluit
nog zal vallen, kan ik je dus nog
niet schrijven. Mijn persoonlijke
gedachten zijn, wanneer het mogen-
lijk is, een woning te zoeken en
als dat niet wil lukken, dan maar
bij mijn ouders in, als jij er niets
tegen hebt
Een vast antwoord kan ik je
echter nog niet geven.
Hiermee eindig ik u maar.
Ontvang een kus der echte liefde
van je eigen
Pieter
-94-
Nes (WD) 25, 4,’20
Lieve Tjitsche!
Ik dacht j maar eens
enkele regels te schrijven. ’t is nog
maar zes uur, maar ik was de slaap
kwijt. Daarom ben ik maar uit bed
gestapt, en zou even een opstel
overschrijven, maar jij vraagt me
dan soms wel eens om een brief, en
daarom moet dat nu eerst maar,
dan kun je daar morgen de heeledag
wel weer op werken. Mooi weer is
het op ’t oogenblik niet. Allemaal
regen. ’t Zal vandaag wel weer op
een teleurstelling uitlopen voor
je, want als het zoo is dan komt
Tj. Kooistra niet. Trouwens al was
het mooi weer, dan denk ik nog
niet dat ze kwam. Ik heb Vrijdag
morgen even met haar gesproken.
Toen stond ze op zolder, in het open
raam. Ik had haar niet gezien, maar
ze noemde mijn naam. Toen zei ze dat
jij tegen haar vader gezegd had, dat ze
moest komen, maar ze wist niet, of
Tjerk ook thuis kwam. Dan zou er
natuurlijk niet veel van komen.
Gister heb ik hem wel gezien, dus ik
reken, dat ze niet bij jou komt.
’t Is met P de Jong er ook niet beter
op geworden de laatste tijd. Ik
vrees, dat het niet goed met hem
zal aflopen. Hij heeft al een
paar keer bloed opgegeven. Woensdag
avond zijn J Schreiber en ik een
poosje bij hem geweest. Hij voelde
ook zelfwel, dat het niet opging.
en hij sprak daar zoo kalm over, dat
ik er beslist naar van werd. Voor zich
zelf zag hij er niet tegen op, hoewel
hij ook weer zei, dat het leven toch
nog altijd zoet is. Nu heb ik je al
-95-
een heeleboel geschreven, maar de helft
nog maar vol. Er zal wel een goed
stuk onbeschreven blijven, want ik
weet geen nieuws meer, en ik
moet ook met mijn opstel voort
maken. Dat moet ik vanavond
leveren, dan hebben we openbare
vergadering.
Aanstaande Zondag zullen we
naar dominee. Dat zal ook wat
worden. Je weet niet, hoe het
komt; als we nu vanmorgen moeten
stemmen, dan kom ik bij gezond
heid op de gewone tijd, maar moeten
we a.s. Zondagmiddag, dan wordt
het wat later. Dat kun je nu
wel door je vader of Folkert te weten
komen. Woensdag is het Folkert zijn
verjaardag ook he? Ben ik daar
mis mee, dan moet je zorgen, dat
ik Dinsdag even bericht krijg, want
anders stuur ik een kaartje weg voor
niemendal. Nu, hiermee zal ik
maar eindigen. Ontvang de harte
lijke groeten en een kus der innigste
liefde van je eigen liefh
Pieter
-96-
Nes (WD) 18 mei 1920
Mijn liefste!
Ik dacht je maar enkele
letters te schrijven. Ik weet niet,
of je mij vanmiddag ook verwacht
hebt, maar in ieder geval ik ben
thuis gebleven. Ik vertrouwde
het weer niet en wou niet liefst
dat we druipnat zouden thuis
komen. Nu heeft het vanavond
wel niet veel geregend, maar
het waaide zooveel temeer.
Het is mij tenminste wel naar
den zin dat we thuis zijn gebleven.
Niet in dien zin, natuurlijk
dat ik niet zoo graag even bij
je wilde wezen, dat begrijp je wel!
Nu, dat hebben we nog tegoed.
Maar nu dacht ik, dat jij in,
plaats Donderdag hier maar
kwam als het goed weer is, en anders
Vrijdag als je kunt. Maar dan
moet je vooral niet later hier
zijn om twee uur, tenmin-
ste Donderdag. Hoogstwaarschijn-
lijk zal ik donderdagavond nog naar
Jan en Harmke, en de kerkelijke
huwelijksbevestiging zal om zes uur
plaats hebben. Dan zal ik er dus
moeten wezen. Ik zal eens zien
hoe het komt met jou, als ik het
hun vertel, dat wij tezamen naar
Dokkum zullen, en dat ik dan mis-
schien niet zo vroeg kom, misschien
dat ze zeggen dat jij ook mee moet
komen. In ieder geval kun
je je ouders er wel mee in kennis
stellen, hoe de vork in de steel
zit, opdat ze niet ongerust
worden, wanneer je weg blijft.
Dan dacht ik, als ze jou nu eens
noodigen dat je daar Donderdag en
-97-
Vrijdagnachts hier blijft, maar
spreek daar maar niet over als je
hier bent. Goed onthouden hoor!
Hierbij zal ik nu maar ophouden.
Vader en moeder zijn bij J. Prins en
straks zullen ze naar H. de Vries, die
vandaag 25 jaar getrouwd zijn. Ik zal
me zoo dadelijk wanneer ik deze op
de post gebracht heb ook klaarmaken
en ook nog even naar beide toe.
Ontvang hierbij de hartelijke
groeten met een kus
der liefde van
geheel de uwe
Pieter v d Meulen
N.B. Ik rekenen op dat jij komt hoor,
als het weer geschikt is.
-98-
Nes(WD) 2, 6, “20
Lieve Tjitsche
Bij dezen bericht ik je
dat je morgen bij Harmke wordt
verwacht. Zwaantje heeft de
boodschappen hier bij ons gebracht;
ze dachten natuurlijk, dat ik
dan nog wel even naar je toe zou
rijden, maar ik moet nog eens
naar het land. Ik heb ook nog
gevraagd of P Schreiber nog
thuis was, maar die was ook al op
weg; daarom schrijf ik nu maar
even. Ik ben tot acht uur in de
bieten geweest. Pietje moest
ook komen. Jij komt hier natuur-
lijk tussen 1 en 3 uur? 3 uur
dan moesten jullie daar komen.
Of ik ook moest komen, wist ze
nog niet, maar ik denk het wel
Trijntje Jousma zou ook komen,
en ik denk, dat Harm dan ook wel
komt. Nu, hierbij laat ik het
maar; Vader vraagt al, of dit nu
nog zoo’n lange brief moet worden
Die heeft trek in eten, begrijp je?
Hartelijk groetend
met een kus der liefde
je liefhebbende
Pieter
-99-
Nes (WD) 29 Aug. 1920.
Mijn inniggeliefde!
Het is weer Zondagavond maar
we zitten niet bijelkaar, gelijk we nu
vijf Zondagen aan een gewend zijn. Daarom
wou ik je nu maar even schrijven, want
hoewel we niet persoonlijk bijelkaar zijn,
ben je me toch eigenlijk niet uit de gedach-
ten. Ik ben vanmiddag bij Fokke geweest
kan ik je vertellen. Tj. had gedacht dat jij
eens bij haar was gekomen: ze had het ook
nog tegen Folkert gezegd deze week.
Nu had ik gedacht of liever wij had-
den gedacht, dat je Dinsdag maar vroeg
komt b. v. om een uur of 2. Dan blijft
moeder thuis. Morgen als het goed
weer is, zijn we van plan om droog vlas
in te halen, en dan kan moeder Dinsdag
avond wel thuis zijn. Als het nu
morgen echter eens regenachtig is,
en dinsdag mooi weer, dan zal ze in ieder
geval wel een poos mee moeten. Dan
kan jij echter ook eens bij Tj. zien.
Maar als jij nu niet voor half
drie komt, dan kon het eens wezen,
dat niemand thuis was: dus als
het kan moet je voor dien tijd hier
wezen. Kan het echter niet, en je
komt hier later, dan kom je natuur-
lijk eerst hier aan, en als de deur eens
dicht zat, dan kom je om zes uur zoo
spoedig mogelijk.
Als het enigszins mogelijk is, dan
blijft moeder thuis: daar kun je
op rekenen.
Ik had dit nu morgen ook wel tegen
je vader of Folkert kunnen zeggen
maar, dan zou het misschien niet
goed overkomen. Daarom maar even
per brief, en ik weet, dat ik je
hiermee ook nog een genoegen doe.
Het is voor me zelf ook nog
-100-
een verlichting, dat ik mijn hart
even kan luchten, Want ik voel me
op ´t oogenblik wel wat eenzaam.
Hiermee, als altijd groetend met een
kus der liefde eindig ik je eigen Pieter
de groeten van mijn ouders hoor!
-101-
Wierum 8- 12 20
Mijn Inniggeliefde
Gij weet dat ik gisteravond boos
was toen je bij stond. In de ka
mer waren ze op mij wachtend met
het gebed. Ik gaf de Vries een hand
en die vroeg mij of ik mijn geliefde
uitgeleide had gedaan, ik gaf ten
antwoord dat het gebeurt was
Daarop begonnen onze kinders en moesten
om te lachen Ja zei de Vries dat kon
hij best begrijpen dat het mij wel
wat zwaar vallen moest Toen heb
ik het hun gezegd hoe het zat
mar Moeder zei kind we kunnen
haast niet eens naar de bijbelkring
dus dat gaat moeilijk. Na het
bidden kwamen onze weldaden aan
de beurt zowel stoffelijke als geeste
lijke wan t ze zeiden we hadden van
den Heere boven bidden en danken ont
vangen. Toen Vader en de Vries daar
over een poosje stilstonden zei Vis
ser dat ze hun in dit gezin meer
tot de kinderen moesten beperken
en daarom als oudste kwam
eerst aan mij de beurt. toen ik
in de kamer kwam dacht Visser
wat heerlijk toch dat ik mij
had verbonden aan een Ger Jonge
ling want dan kom er volgens Gods
Woord zegen op onze verbintenis
rusten maar daar had je satan
want ik stond op tegen het ouder
lijk gezag want ik most toch
ook bedenken dat een moeder die
haar kinderen lief heeft ook het
beste er voor zoekt, maar nu
verzette ik mij daartegen en dat
moest mij zonde wezen. daarna
kregen de anderen een beurt ik
was er onder neergeslagen en toen
ik in de gang moest heb ik
God om raad gevraagd want
-102-
mijn eigen ik moest er onder
Eindelijk kwam de beurt
weer aan mij en wel doordat
mijn aanstaande huwelijk haast
was bepaald, daar vroeg de Heer
ook dat ik Hem zou ondertrouwen
als ik mijn H doop komt aan
vaarden wilde waarop ik ten
antwoord gaf neen Visser
maar hij vroeg mij waarom
niet nu zeide ik hem dat ik
mijn oude natuur niet kon
doden, maar zei hij die word
niet gedood, als ik dan maar tot
God mocht bidden om kracht.
maar ik zei, dat ik soms zoo
vaak had gebeden, maar nooit
geen verhoring kreeg dan dacht
ik dat God mij niet verhoren
wilde Maar visser zei dat
mocht ik niet zeggen, want
God verhoord ons altijd.
Onder dat gesprek kwam mijn
hart tot rust, en kwam ik tot
den ontdekking dat ik verkeerd
had gehandeld, en daarom kwam
ik met het verzoek of gij mij wilt
en kunt vergeven. Want o Pieter
toen ik gisteravond je een kus
gaf was dat uit form Nu ver
wacht ik je donderdagavond
tot ziens en dan een kus
der liefde
-103-
Nes(WD) 8, 12, “20
Innig geliefde Tjitsche.
In antwoord op uw
schrijven, komt deze je nu toe.
Ik was vanmorgen toen ik je
brief kreeg, eerst bang dat
jullie thuis ruzie hadden gehad
maar gelukkig niet. Nu ik ben
blij, dat je tot de erkentenis
bent gekomen, dat die boosheid
van je gisteravond verkeerd was.
Wat mij betreft, dat je boos op
mij was, daarvan heb ik me heel
weinig aangetrokken. Over
vergeven had ik niet eens gedacht.
Ik dacht zoo, moet je rekenen.
Ze houdt haar nu wel zoo, dat
ze boos op me is, maar daar meent
ze toch niks van. Maar nu je me
om vergeving vraagt, wel nu volkomen
van harte hoor.
Ik ben toch blij, dat die broeders
je gisteravond eens onder handen
hebben gnomen, want o Tjitsche
je was niet in een goede stemming.
Ik heb er vannacht lang zoo goed
niet om geslapen als gewoon. Je
weet toch, evengoed als ik, dat we
onze ouders onderdanig moeten
wezen, al schijnt het ons soms toe,
dat ze ons wel wat meer onze
zin kunnen geven. Gelukkig,
dat je dit dan ook duidelijk is
geworden!
Nu schrijf je me, dat ik morgen
avond moet komen. Dit zal echter
wel moeilijk gaan, want dan
wordt er een ouderavond gehouden
waarbij niet alleen ouders van
kinderen, of leden der school vereen
genoodigd zijn, doch alle voorstan
ders van het Chr onderwijs.
-104-
als het dan echter goed weer is
kom ik bij gezondheid Vrijdagavond,
als je dan, tenminste niet wat
anders hebt. Ik ben vandaag
al naar Dokkum geweest, om wat
bietegeld, en nu dadelijk zal ik
naar Paezens. Dan hoop ik dit
Mr. Schreiber in handen te
spelen, zoodat je ’t vanavond
krijgt. Hierbij zal ik het nu
maar laten, want het wordt zoo
zachtjes aan mijn tijd.
Wees als altijd hartelijk ge-
groet van je hartlief
hebbende, met een kus der liefde
Pieter
-105-
Nes (WD) 23, 4, “21
Mijn geliefd meisje!
Je zult denk ik wel
vreemd opzien, nu nog een brief van
me te ontvangen. Het zal ook niet
een lange worden; daar heb ik geen
tijd voor. Ik zou je nog even be
richten, dat de kerk morgen om
half twee begint, Wanneer Ds
Klaarhamer hier komt, en niet
twee uur. Dit wisten jullie niet,
en als het dan nog eens was en
je ouders of je zelf kwam, dan
zou ik niet gaarne willen, dat
ze of jij een blauwtje zouden lopen.
Hart. groetend je Liefh.
P vd Meulen.
-106-
14-8-21 Wierum
Mijn geliefde Pieter
Daar we op ’t oogenblik niet bijelkaar zijn
dacht ik je maar een brief te schrijven.
Ik ben eigenlijk een beetje verwend, maar
verwend en bedorven is ook niet goed.
Nu kan ik je schrijven dat ik vanmor
gen opgepast heb, door dat tante
Hiltje met de kleine gister is over
gekomen, Ze is met Oom Sietse in ’t
schip gekomen, en ze blijft een heele
week, dat gaat ook al om de kosten
maar nu slaapt ze bij ons. Verder ben
ik vanmiddag naar kerk geweest en
uit de kerk heb ik zitten lezen.
Gister kwam Afke zeggen dat
Sietsche van plan was om even bij mij
te zien om reden dat ik bij haar
was geweest. nu kwam ze vanmiddag
met haar aanstaande man Eerst heb
ben wij wat met elkaar zitten praten
daarna wat gezongen, en toen vroeg
ze mij of we zin hadden om met de
trouwdag bij haar te wezen, want ze
zei, dat zou ik liever dan alleen
nu dat kun je wel begrijpen. Maar
nu de vraag zou het jou wel passen
om donderdag zoo wat om halfvier in
Nijkerk te wezen, want ze gaan heele
maal geen omrit maken. Dus trouwen
in Metslwier, en dan naar Nijkerk ·
eerst een feestje, en dan in de kerk
trouwen, en dan weer feest. Nu pieter
ik hoop niet dat gij boos op mij zult
wezen want ik kon er maandag niet
toe komen, en nu heb ik ook nog
liever dat gij bij mij zijt ik schrijf
je dit zelf want dan komt het beter
dan dat Vader het zeggen moet.
Zou je nu morgen om achtuur even bij
Tjitsche vragen kunnen of ik die ·
samenspraak ook kan krijgen die
Tjitsche en Pietje hebben gedaan getiteld
Het huwelijk moet zijn en hoe
-107-
het niet moet zijn. zeg haar dan
hoe het komt als ze hem dan
niet thuis hebben of ze hem dan even
voor mij halen kan. Zou je zelf ook
nog een stukje hebben al is het
dan maar lezende. O lieve Pieter
wat zou ik je gaarne even bij mij
hebben willen maar laten we bidden
en hopen dat wij ook samen mogten
vereenig worden na een niet al te
langen tijd. Nu Pieter het komt zeker
wel voor elkander dan kom ik zoodat
half drie bij je. Doe je blauwpak aan
en ik hoop dat je zelf ook een stukje
hebt, nu wordt het tijd om naar
bed te gaan en wij hopen dat wij
dezen nacht in Gods handen mogen
slapen doch wij hebben het verbeurd
ik had wel heel veel namen
voor je mar o je komt toch niet bij
mij in dezen avond. doe de groeten
aan je ouders en zeg hun dat de zaak
in orde is. nog een heerlijke zoen
die ik hier in sluit van je eigen
liefhebbende Tjitsche
geef de samenspraak Vader
even mee om twaalf uur
Leg hem zo lang in t hok
dan kan vader hem daar
weg krijgen.
dag!!
-108-
Geliefden
Daar er vanmorgen een koopman
bij ons kwam die ons in de auto wou
halen zei Moeder dat ik dan maar
bij moet Nu gaat vader en
Moeder trijnje en Rudolfje en ik
alles gratis Nu Pieter zegt Vader
dat je ook moet komen want
dan zal Vader wel zeggen dat je
geld er niet om staan blijft,
dus ik verwacht je 2 uur bij de
Vries. doe je blauw pak en hoed
en staande boord om. Dit weiger
je me niet is ’t wel.
Nu vele groeten je
Tjitsche.
-109-
Wierum
Mijn Inniggeliefde aanstaande
Daar we vandaag de zaken eens met el
kander hebben besproken, waar we dit
gister avond niet dadelijk konden doen, zijn
we overeengekomen ten eerste de meisjes
vereeniging met Aafke de Jong en Lieuwkje
Hiemstra en Aaltje Kamma ten tweede
Ds en mevr en Meester Bouma met de vrouw
benevens de kerkeraad en het schoolbestuur
ten derde de neven en nichten met Meester
Poutsma en rijke, dus drie parturen
Nu hebben we in dien tijd een heele drukte
ook met de zaak want onze hoofden zijn
dan vol, daarom is het beste, dat we
het zoo verdelen Donderdag 24 Nov naar
ternaard en dan s avonds direckt de eerst
dan vrijdag zaterdag maandag vrij
en dinsdag de tweede bij ons dan woensdag
vrij en donderdag de laatsten en als we
dan vrijdags de getrouwden eens bij
jullie hadden dan blijft onze Anna thuis
want dan is het bij ons ook druk, Dan dacht
ik dat we dinsdag die andere hadden
woensdag vrij en donderdag trouwen
Onze Moeder heeft het vanavond
zeer druk te schrijven en onze Anna zit
druk voor mij te naaien ze heeft haar
werk aan kant gezet. O Pieter ik ben toch
werkelijk blij dat het zoover is
vandaag over drie weken ben ik een getrouwde
vrouw. Als je Vader en Moeder het nu
goed vinden dacht ik dat het zoo maar
moest maar als je nu de getrouwde hebt
komt Oom W en er dan ook ik dacht
van al doch als je heel niet met mijn schrij
ven accoord gaat kom dan als je kunt morgen
avond even en anders vanzelf Zaterdag nu
nieuw voor ons is er niet meer en daarom
moet ik eindigen want het is kwart
voor elf dus hoog tijd voor bed.
ik groet je met vele zoenen van u liefhebbende
en eigen Tjitsche
Dag
-110-
Nog een krabbel in potlood op een briefkaart zonder datum
We weten nog niet waar dit tussen hoort
Geliefde en geliefden
daar ik dit vanavond las dacht ik
dacht ik aan het gesprek van zondag
en misschien komt er nu
een goeden uitweg Ik heb
er al eens met moeder over
gesproken die zei als het maar
niet al te oud is nu dacht
ik als ze het nu maar weten
dan konden ze het eens van
dicht mij zien maar ik weet
ook niet wat het beste is
ik laat het aan jullie over
maar dan kan je even praten
nu het gaat uit haast
alle van mij gegroet
je liefhebbende Tjitsche
Aan de achterkant staat nog:
dit weet niemand
dan Anna alleen
nu dag.
-111-
-112-
Nu volgen enkele brieven van onze grootouders aan moederszijde aan onze moeder.
De eerste van beppe Jeltsje toen moeder pas bij oom Cornelis in Hollum op Ameland was.
Op de brieven staan geen datums.
Geliefde Dochter en familie
Daar wij uwe brief ontvangen
hebben en gezien dat u goed was
overgekomen nu wat u schrijft
van de hemden en lakens en
begroen dat moet jullie daar
maar met elkaar op een papier
zetten en als Conelis dan hier
komt kan hij het hier zelfs
uitzoeken, wat hij nodig
heeft het is eerst uit gave
maar als de boel dan
weer wat in orde komt is
ook wat waart en wij heb
ben nu de Bonne week ge
hadt en alles is goed ge
gaan, dat U kan daar
wel wat blijven om oom
te helpen en dan Sibrigje
maar goed de oogen open
wat er gedaan moet wor
den, want het eene mid
del is als gij gezondt
moogt blijven om maar
Goed te leeren op dat gij
in vervolg u vader tot
steun moogt worden, als
Cornelis hier komt zal ik
u hemt en jurk mee ge
ven dan hoeft gij alle
zondagen niet het zelfde
aan te hebben en geven
dan met een u boter bon
en brood kaarten mee, hier
neven zenden wij de koffi
Kaart daar hebben wij
brief over gehadt want
gij hadt gezegt dat wij
die kaart hadden nu ik
weet het niet hoe dat zit
-113-
Trijntje heeft van daag
de mantel al aan gehadt
en zit haar mooi is nu
van winter er klaar mee
nu nieuws is hier niets
meer, klein Riemkje is
weer beter, dat was ver
koudenheid, Rudolfie is
van middag weer mee
na kerk geweest, hoest
niet veel meer. Zijt nu
van ons allen gegroet
U liefhabbende Moeder
en Zus Jeltje Smidt
v d Meer
Hieronder staat schuin
Vader en Broer P Smidt
De brief gaat op en nog verder
Als Cornelis hier na toe
komt geef hem dan het
goed mee dat stuk isdan
kan Siepkje v d Zee dat
maken, maar zelf ook u
best doen om dat te
maken daar leer je het
best mee de drilstaal
hebben wij niet meer dat moet
Cornelis dan zelf zien en als hij
komt geef hem dan de koffer mee
dan kan u goed daar in gepakt
worden dan doe ik daar u blauwe
hoed ook in want de zomer is voor
bij nu Cor maar goed op Tjitsche
passen dat zij wat bij u went
want wij kunnen haar wel
missen, nogmaals gegroet
daag
-114-
Deze tweede brief is ook van beppe Jeltsje geschreven
toen de dominee en zijn vrouw 25 jaar getrouwd waren.
Geliefde dochter en familie
Gister uw bericht ontvangen dat
jullie nog goed gezond was wij
zeiden al tegen elkaar misschien
zijn ze wel niet goed want pieter was
niet gekomen en Sjuke niet maar
waren blij dat wij dit nu beter hoorden
nu Domemij heeft het niet getroffen
met zijn 25 jaar feest want de
familie zijn maandag gekomen
hadden een reis met hinder
want de locomotief wou
niet meer en hadden 2 ½ uur
in de trein gezeten te wachten
op een andere locomotief kunnen
dus verveler en hier was Dom
zelf niet goed en de meisjes alle
vier op bed en van morgen moesten
al weer weg dat die familie heeft
er niks aan gehadt, nu over heiltje
die heeft hier verleden week ge
weest en zij met drie weken kwam
zij bij u het leek haar best toe
dat haar kast met kleren da
delijk van daar na u toe kwam
nu dat moet Corn zelf nu met
haar beschrijven want goed akoord
is altijd het beste, of als Corn
met haar soms eerst komt pra
ten zij zeide dat de brief kon
ook wel aan haar gerecht
worden want de menschen daar
wisten het al, en dan zou Sjuke
een week of iets langer daar blij
ven want dan kan u haar de
machiene even leeren want daar
hadt zij nog nooit op genaait
Trijntje is thuis van school want
mst Bouma is ook ziek. er zijn
nog al veel zieke menschen hoop
dat wij door den goede hand des
-115-
Heeren gespaart mogen blijven
nu sluit ik met de pen en
niet met het hart zijt van ons
allen gegroet u lh Moeder
Jeltje Smidt vd Meer
Dan volgt nog
wij zenden u er twee bruinbrood
want trijn heeft ook bruin
?????? en dan wij zelf en volkert
wil daar niet van hebben vader
heeft ook liefer wit als altijd bruin
-116-
Een brief van beppe Jeltje aan moeder:
Wierum Den 16 0ktober
Geliefde dochter en familie door
deze laten wij u weten dat wij
door den Zegen des ‘ Heeren gezond
zijn en hoopen dat u dit zoo mag
ontvangen wij hadden vergeten de
Sloopen in te pakken en hebben
nu ze klaar en u oude broek
en een nieuwe er bij Jeltje
is maandag weg gegaan
en trijn was hier woensdag
gekomen en moest met Jeltje
weer weg maar zater dag
kreeg wij een kaartje dat
Rudolf kreeg nog uit stel van
zijn dienst en nu kon Trijn wel
wat blijven nu heeft Trijn u
broek ver stelt en de nieuwe
gemaakt Zij kan met de naald
goed om gaan dus u kan
u daar maar gerust neer
geven, Sietsche heeft bij mij
geweest dat Heiltje daar
uit de dienst ging en als
Cornelis nu nog geen huis
houdster had zij daar met
u over spreken wou sietske
had een brief klaar zij ze
dat zij zou er overschrijven
nu als dat nog us klaar liep
zou een heele zet zijn voor
Cornelis nu Sietsche u moet
zorgen dat de boel wat schoon
wordt en dan kan u daar
ook nog wel een week blij
ven als Heiltje daar is want
dan is heiltje wat beter
op slag, nu moeten nu maar
zien hoe het loopt, anna
heeft nog geen nieuwe hoed
want ze zijn zoo duur dat
-117-
zal van winter wel over
gaan denk ik, wij hebben
de kachel in de keu
ken maar zullen in de
andere week schoon maken
hebben een nieuwe kachel
van daag thuis gekregen
voor de boven kamer, dan
kunnen wij van winter met
eeten in de keuken blijven
en Rudolfje boven spelen.
Rudolfje is nu weer wat
beter maar is lang niet goed
geweest, zij is zondag mid
dag mee na kerk geweest
heeft toen haar fluweelen
jurkje aan gehad, nu
meer nieuws weet ik niet
zijt van ons allen gegroet
u lh Moeder Jeltje Smidt
vd Meer
hierna volgt nog:
u hoeft niet te denken dat
trijn gou weg gaat want
die blijft nog lang hier
Hier volgt een brief van een kantje van
pake Pieter aan zijn dochter onze moeder
Geliefde Dochter
Tjitsche
Zooals Moeder schrijft wij zijn
gezond en wel, en hebben niet
veel meer te doen in de winkel
want er wordt zeer weinig gekocht
Hoe gaat het met U hebt ge ook
verlangst naar huis?
U zal daar wel moeten ontberen
wat U hier nog kan krijgen
en daarom pas op U zelfen, dat
geniet verzwakt drink hier
daags 1 liter melk, en doe het
ook hoor! kornelis heeft gezegd
-118-
U kreeg dat, is dat zoo?
Heiltje wil nu komen en dan heeft
broer een beste huishoudster en
dan moet K maar niet zien naar
1 Gulden, nu Tjitsche als U nu
nog wat blijven kunt help hem
dan nog svp wat als H komt
dan is hij middelijk gered bij
gezondheid nu Tjitsche Hartelijk
gegroet en pas op U zelf
de groeten aan K en gezin
P Smidt
Achter Beppe haar brief staat nog:
Cornelis moet het niet shrij
ven van heiltje aan niemand
want dan krijg heiltje daar
moeite mee hoor
schrijft het niemand
van Heilje hoor
P
-119-
Hier volgen enkel brieven van Tjits Kooistra, later de vrouw van Tjerk de Jong.
Tjits woonde in Nes maar we denken door kerk was het de hartsvriendin van moeder.
Ze werd door moeder vaak genoemd Tjits van Jochems, Haar vader hete Jochem Kooistra.
Wanneer Tjits bij moeder in Wierum was en naar huis ging bracht moeder haar een eind op weg, dan draaiden ze om en liepen weer richting Wierum. Was het net anders om dan deden ze het net eender.
Het eerste blad van deze brief is door ouderdom niet goed meer te lezen. Enkele regels zijn geheel verdwenen. Mar hawar.
Nes 13 april dit moet 1916 geweest zijn.
Lieve vriendin,
Ge zult wel verwondert op zien
dat ge een brief van mij ontvangt.
Maar ik dacht Tj heeft het zo
Onleesbaar woord vast onthouden, met mijn onleesbaar woord
Onleesbaar woord en ik heb het wel even aan tijd
Hele regel is onleesbaar
om, en dat zal je ook wel goed vin
den denk ik. Nu Tj ten eerste
Hartelijk gefeliciteerd op je 19 den
verjaardag, en ik hoop dat de Heere
u nog lang mag spaaren, in voor
ziekte en leed bewaren, en dat ge
wel in des Heeren nabijheid moogt
verkeeren, want o Tj daar is het
zoo ghoed. Gij zijt ook ziek geweest en
zult ook wel ondervonden hebben
denk ik, dat het wel eens goed is
dat het altijd niet voor de wind
gaat, en dat men in tegenspoed
soms wel dankbaar en gelukkiger
is dan in voorspoed, tenminste
als men voelt dat het goed voor
je is, en het ons nader tot God
brengt, want o Tj als het ons altijd
goed gaat, dan vergeten we den
Heere zoo gemakkelijk, en dan moesten
we juisst veel dankbaarder zijn.
En de Heere heeft je ook dit jaar
weer gespaard, en je weer hersteld
O dat je de Heere daarvoor alleen
de dank en de eere mag toebrengen.
Want hij is onze liefde zoo waar
dig, en wij zijn het zoo diep
schuldig om Hem die toete bren
gen. Want o het leven gaat zoo
-120-
snel , en we zien het zoo vaak dat de
Heere ook jonge levens geroept, om
voor Hem te verschijnen, en als
die dan maar bereid zijn om
te sterven. Als we toch maar meer
bedenken mogen de dingen die
boven zijn. Maar we leven zoo
dikwijls in het onzekere, we wan
kelen zoo vaak. Maar zou het
niet komen dat we niet dicht
bij Jezus blijven. Nabij God te
zijn, want daar is het alleen
goed, daar vind de moede
strijder rust. Ga ook biddent
dit nieuwe jaar in, de Heer zal
je niet begeven of verlaten. Als
we maar in des Heren wegen
mogen gaan en blijven. In zijne
wegen zal , Hij het ook goed met
ons maken, laten we geheel in al
op Hem vertrouwen. Maar ook ons
vertrouwen is te klein, dat we
toch meer op den levende Jezus moe
ten zien, die de dood heeft overwon
nen, en die van Zijn Vader werd
verlaten, opdat wij vrije toegaan
zouden hebben. Maar ons geloofsoog
en het gebed kan soms zoo lauw zijn,
doch als we dan maar een leegte
mogen gevoelen, en laat ons dan naar
Jezus vluchten, dan zal Hij ons ook
weer vrede schenken, als we maar aan
houden in ’t gebed, en al is ons geloofsoog
nog zoo klein, dat is niets, als we maar ge
loven en vertrouwen, en wat de Heere be
begonnen zal Hij ook voleinden. Nu Tj
nogmaals van harte gefiliciteerd
Van je toegenegen Vrindin Tj K
Boven aan de brief staat nog:
Het gaat met mij wat vooruit
doch langzaam
-121-
Zondagavond halfnegen 29 sept 1918.
Lieve Tjits!
Uw kaartje ontvangen, blij dat ik een
levensteken van je ontving Pieter vroeg
me of ik ook boos was dat je Zondag niet
even was afscheid komen nemen. Neen niet
boos maar ik had graag nog eens met je
willen spreken, maar dat is niet zoo geweest
Hoe bevalt het je daar Tjits? Ik hoop
van harte heel best. Heb je erg heimwee?
Natuurlijk heb je wel verlangst, dat
kan niet anders, het is voor Pieter en jou
het ergste. Maar ben tevreden in deze
weg? Doe je met lust je werk? denkende
hier heeft de Heere mij gesteld? Om
deze moederloze kinderen helpen te
verzorgen in de vader zijn taak gemak
kelijk te maken. ZieTjits dan kunt ge
met lust je werk doen. Want ik begrijp
het is geen gemakkelijke taak, maar mis
schien wel een leerzame dat ge later
kun t zeggen wat is die weg goed voor
mij geweest. Het is niet altijd wat
we liefst willen, maar wat het beste
voor ons is. Dat dit ook nog tot je
geestelijk welzijn mocht zijn, al ge
u een eenzaam gevoelt(in dat zal wel eens)
tot den Heere moogt begeven Hij zal
je helper zijn. Dat die oude natuur
waar we zooveel met hebben te strij
den er onder moge komen, en dat je in
een nieuw godzaliglijk leven moogt
wandelen. Want strijd moet er zijn
het echte word bestreden. Daarom
strijd de goede strijd des geloofs
Het was vandaag voorbereiding. Ds had van
morgen een preek op de tijd het was ook een
bidstond zooals je weet. staande moesten
we zingen: Ontzondig mij met hisop in
mijn ziel, nu gansch melaatsch zal
rein zijn in gewassen. Je moeder was van
middag ook in kerk ze is zeker weer beter.
Hoe ben je van huis gegaan? in vrede
122–
gescheiden? En moet je het werk nu
alleen doen? Is die huishoudster al weg
Dan zal je dadelijk ook niet terug komen
Nu het kan ook nooit om je Oom daar
zo te laten zitten dat mocht niet.
Doe met ijver en lust je werk denk
er om dat de Heere het van je vraagt
Dat we voor alles rekenschap moeten
afleggen. Ga met al je noden en behoef
ten tot Hem. Hij zal je zeker helpen
en ook je taak gemakkelijk maken.
Je moet niet zitten gaan treuren en
zuchten maar flink aanpakken dan
heb ook niet veel tijd om aan je liefste
en fam te denken, Neen, de Heere heeft
je daar gesteld en mocht het ten
zegen wezen. Het spreekt van zelf dat
vrij spoedig terug schrijftin alle? be
antwoord, ik ben erg belangstellend
hoe het daar met je gaat dit bewijst
deze brief, mij dunkt je hebt niets te
klagen dat ik zoo gauw een brief
schrijf. En wat zei Pieter er wel van
dat zoo ver van hem weggingt?
Nu Tjits hou je goed en wees hartelijk
gegroet van je liefh vriendin
Tjitsch Kooistra
-123-
Zondagavond Nes WD 26 0ktober.
Geliefde Vriendin!
Ge zult wel gedacht hebben dat
ik je helemaal vergat, nu dat is het ge
val niet hoor. Maar verleden week
zou ik je schrijven en toen hoorde ik
dat je Zondag thuis kwam, toen dacht
ik dan laat ik het maar want dan
kunnen we weer metelkaar spreken.
Maar je was er vanmorgen was je niet in
de kerk en hoorde ik van jullie logè
dat je niet was thuis gekomen wanneer
nu dat wist ze niet. Ik heb je brief
ontvangen blij dat ik eens wat van
je hoorde hoe gaat het nu met je?
Kan je het werk wel doen?
Wij zijn allen wel ik ben een paar
dagen ongesteld geweest maar nu weer
beter. Fokke heeft de Spaanse Griep
ook in den Helder hij was al weer wat
beter . Het verlof staat ook stil. het
plan was dat F en J naar de Meeting
zouden maar dat kon nu ook niet. Nu
dat is zoo erg niet als hij maar weer
gauw beter wordt. Pieter jou Pieter
is nog gezond als een visch ik ben hem
vanmiddag nog tegen gekomen dat jullie
verlangst hebben kan ik me wel begrij
pen . Je moet maar eens thuis komen
met verlof want zooo lang je Oom geen
huishoudster heeft kan hij je niet
missen. Jullie schrijven elkaar na
tuutlijk trouw dat troost nog wat.
Onze Ds. en Mevr. Hebben 25 jaar ge
trouwd geweest he Vader en Moeder
hebben vanmiddag er even heen gweest
Ik kom nu helemaal niet meer bij
jullie thuis, om er zoo heen te loopen
wil ik niet doen nu jij niet thuis bent
Ze zeggen dat de verkeering met
Pieter en Brechtje Dijkstra ook uit
is. 2 jaar verkering het kan raar loopen
-124-
Je zoudt nu niet zeggen dat het
nog weer met jullie uit kan en toch
men ziet het tgenwoordig zoo vaak
Nieuws is er helemaal niet. Wij
hebben het huis schoon, het is alle
dagen naaien.
Je moet ook eens weer schrijven
of als je spoedig eens thuis komt
dan hopen we weer eens metelkaar
spreken dat is nog zooveel beter
he, en hou je maar goed. Je bent
er zeker nu al wat thuis ook alles
geeft een gewoonte. Nu ik schei uit
Weest hartelijk gegroet
Van je liefh vriendin
Tjitsche Kooistra
ook van P Schreiber
-125-
Sneek 26 juli 1923
Donderdag middag 2 uur
Geliefde Vrienden!
Gezult wel eens tegen elkaar gezegd hebben, dat duurt ook lang
dat we eens een brief uit Sneek Krijgen. Ja het is al een tijdje
geleden dat we een brief ontvingen. Maar we vergeten jullie
niet hoor? Ik zou haast zeggen er gaat geen dag voorbij dat ik
niet aan jullie denk. We waren heel blij met de brief, doch
als ge weer schrijft dat moet jij, Tjits ook wat bij schrijven
hoor? Toen had ge het heel druk. ja ik hoop van nu niet
zoo druk meer. En hoe is het wel met u beiden? Of liever
drieën he? Vader vertelde me, dat kleine Anne flink groeide;
als we binnenkort thuis komen zal ik wel vreemd op kijken.
Wat is er toch gauw een maand of 3 om he. We zijn nu 3 maand
getrouwd; vandaag over 3 maand was het een andere drukte
Zeg Tjits wat hebben we toen gescharreld om alles voor elkaar
te krijgen. En wat heb je toen heerlijk geholpen. Het was toch
een hartelijke dag ik denk er nog zoo vaak eens aan en toch is het
net of je in een roes leeft, en later weer tot je zelf komt. Ik
denk, zoo als ik schreef, nog vak aan jullie aan die gezellige avonden
toen jij Tjits aan je tweede uitzet zat te naaien, als Pieter
dan wegwas wat konden we babbelen over oude tijden en
over opnzer beide blijde verwachting. Maar niet minder gezel
lig was het met ons drieen als Pieter dan uit het hok kwam
aardapel eten. Fijn waren ze altijd. Ja heel deze tijd van
vriedschap was een heerlijke onvergetelijke tijd, daar kan je
nog zoo met genoegen aan terug denken. En nu zijn we ver van
elkaar verwijderd onze wegen hebben zich gescheiden maar
toch die band die er gelegd is die is er even hecht en sterk
door gebleven en God geve dat het zoo blijven mag dat in
lengte van jaren. Nu zult ge ook wel vragen hoe het met ons
beiden gaat. Heel best het kan niet beter. We zijn zoo gelukkig te
zamen. Ik had me altijd heel veel van het huwelijksleven voorge
steld maar dat het zoo heerlijk juist zo zou wezen dat had ik niet
kunnen denken. Het is zo fijn altijd samen te wezen en alles naar el
kaar te zijn. We hebben nog niet een woord verschil gehad. Ik
kan het alles zoo niet zeggen maar jullie die zelf zoo gelukkig ge-
rtrouwd zijn begrijpen het wel niet waar? Ja we hebben wel ruime
stof tot dank dat de Heere alles zoo wel heeft gemaakt. Als ik dan
in ons huisje rond zie en denk welk een lieve Man ik van den Heere
gekregen heb, dan zeg ik “Heere ik heb dit niet verdiend het is alleen
genade. O dat we dan ook ons geheele leven aan Hem mogen wijden. Hij
-126-
die het alleen waardig is alle lof en eer te ontvangen. Het is nu avond half acht, ik moet deze week waschen en nu heb ik vanmiddag gestreken
wollen goed en zoo heb ik niet te waschen maarwitgoed zooveelte meer.
Ik heb een mooie bleek dat is wat waard. Nu is het morgen al weer Vrijdag dan doe ik ook zaterdagwerk want als Tjerk 2 uur zaterdags thuis komt heb ik het werk liefst klaar. Toch fijn zoo een eigen huishouding te bestieren
en dan er lust en krachtvoor te hebben. Ik ben zelf ook zoo flink
en gezond dat is heerlijk he? Ge zult wel erg nieuwsgierig wezen hoe het met ons de zaken staan he? Nu dan kan ik jullie vertellen dat alles
nog bij het is, dus er is nog niets te roddelen zooals ze dan wel
zeggen. Dat hadden jullie zeker niet gedacht is t wel. We hopen in
Augustus in Nes te komen dan kunnen we alles weer vertellen. Daar
Verlang ik toch zoo naar om weer bij allen te wezen. Het was eerst
wel stil toen Vader en Daniel weg waren. Ik heb ze naar de trein
gebracht en toen ben ik weer naar mijn vrienden gegaan zes uur
kwam ik thuis en toen ben ik nog begonnen het linnen uit het
water te wasschen. Ik vind het fijn dat eens een komt maar
het weggaan is minder. Ik wou ook wel dat jullie hier bij ons konden
komen, nou we hopen dat het nog eens gebeurd. Nu geliefde
vrienden het papier is vol, ik hoop dat ge het in gezondheid ontvangt
en gauw eens terug schrijft, en even de groeten aan onze Ouders
doen hoor. Tjerk schrijft niet want die heeft het altijd druk.
we zullen straks nog een slagje om en de brief posten.
De hartelijke groeten en des Heeren zegen toegewenst van uw liefh
Tjerk + Tjits!
-127-
Sneek 30 Oktober 1923
Donderdagmiddag half één
Geliefde Vrienden!
Zooals ge ziet het is half één, en één uur komt Tjerk dus heb ik nog
een mooi poosje om te schrijven. Om mijn gedachten eens goed bij u te bepalen en dat men juist als men schrijft vind ik. Laat me nu in
de eerste plaats bedanken voor de brief met de kieken van uw kleine
jongen, allerliefst staat hij er op het kan niet mooier, ik ben er heel
blij mee hoor, wat is het toch een dikkert he? Dat vind ik wel fijn
kleine kinderen moeten dik wezen. Ook de brief waren we heel blij mee
dat ge ons niet vergeten had dat weten we wel. Maar dat we u ook
niet vergeten dat weet ge doch ook even goed? Wij of hier ik (want mijn
Man laat het altijd mij opknappen) moet zoo vaak eens schrijven elke
week naar onze Ouders en zij schrijven ook elke week, wat ik heerlijk vind
Nu zult ge denken dat ik het niet zoodruk heb, en neem bij u vergeleken
Tjits dat niet maar toch een week is maar zoo om en dan ga ik nog wel
eens een middagje uit want altijd in huis te zitten is ook niet goed. Het verblijde ons dat het met u drietjes en uw Ouders zoo goed was. Het zal nu zeker nog wel druk op het land wezen, verleden herfst Tjits dan haalde ik je wel eens af bracht je een eindje wat konden we dan praten. Nu is er al veel verander en zijn we ver van elkaar. Zoo kunnen we ook zien
dat ieders plaats bestemd want wie kon dat gedacht hebben toen Pieter
jou voor het eerst naar huis bracht en ik daarna vaak een boodschap aan
je over bracht dat we na enkele jaren beide gelukkig getrouwd waren
Jij daar in Nes en ik hier in Sneek. Ja de Heere leid deze wegen en als
Hij nu maar vertrouwend aan zijn hand mogen gaan dan zal het
Zeker goed met ons komen, omdat Hij ons altijd veilig leid. Hoe
Is het het hebben jullie wat het stoffelijke betreft een Goed Jaar?
vooral dat eens schrijven want dat willen we graag weten. Er stond in
de Dongeradeel die lezen wij dat er waren die nog alwat aan de
groente teelt in Nes deden wie zijn dat die daar aan doen? Hoe
gaat het met jullie Ouders in Wierum, hebben ze ook weer mantels te
koop hebben Folkert en Anna ook verkering? Ik zal maar eens
wat vragen doen die ge wel zult beantwoorden. Ik heb het huis schoon
en de kachel staat ook al we hebben een vulkachel, komt maar eens
kijken. Ja kon dat maar he. ik wou ook wel dat we wat dichter bij
elkaar woonden we konden veel aan elkaar hebben, we hebben hier
ook al veel kennissen, maar de vriendschap met ons is van jongs
af geweest en dan word men zoo eigen met elkaar. Komt ge nog wel
eens te Nijkerk bij Buwalda? Ja Tjits ik was anders wel met jullie huishou-
ding op de hoogte, nu ik kan mij alles nog heel goed voorstellen, maar
van de onze weet ge niets. Ik hoop zoo dat als we gezond blijven ge het
-128-
volgende jaar eens bij ons kunt komen. Het is nu 2 uur we hebben het eten ge
daan en de thee is bruin we drinken altijd dadelijk thee, dan blijven
we kwartier na 3 bij elkaar zitten dan moet Tjerk naar t kantoor
en ik de borden afwasschen. Het is met ons beiden heel best het kan niet
beter en we zijn zo gelukkig te zamen. Neen ik had niet kunnen denken
dat het huwelijk zoveel moois bracht. Wat hebben we het er vaak over
gehad of we er ons te veel van voorstellen konden. Nou zoo heerlijk had
ik het me niet durven voorstellen. Tjerk komt vanavond 7 uur half acht
thuis dan boterham eten dan hebben we nog een gezellige avond. Tjerk zit wel eens te leren of leest me wat voor. Er komt ook nog al vaak eens een vriend. Hier gaan we Zondagsavonds 8 uur na elkaar toe te theedrinken, dat komt omdat we ’s avond preek hebben, zoo doende hebben we een heele
Zondag, toch heel gezellig. En komt er nog wat nieuws, iets waar
jullie ook naar uit ziet omdat ge ons ook gaarne zulk een schat gunnen
als u geschonken. Ik had beloofd u het dan te vertellen en dat doe ik ook
Maar onder deze voorwaarde dat ge het aan niemand zeggen moogt ook niet aan Pieter zijn Moeder, beslist tegen niemand het moet een geheim
blijven dat voor u beiden bestemd is. Dus dat beloofd ge me dat we dit ge-
heim trouw bewaren zult. Een ander heeft er niks mee nodig. Onze beide
Moeders weten het anders niemand, spreek er nu eerst ook niet tegen hun over dat ge het weet, stil stil houden. O, we zijn zooblij dat ons dat geluk ge-
Schonken word, Als alles maar goed gaan mag. Ik ben zoo best zoo gezegend,
Ik ben nog nooit zoo goed geweest is dat niet heerlijk, ik braak ook
nooit. Het is nu zowat 3 maanden, dus we kunnen zowat en jaar ge
trouwd wezen, het gaat met ons vlugger dan met jullie he? Ik ben mij niet
met de breinaald bezig dat heeft de tijd nog wel. Ge zult zeker met
ons verblijd wezen als ge het leest. verleden winter Tjits heb ik vaak bij je
gezeten toen er voor aan ’t naaien was en nu ben ik zelf ook in die toe
stand dat had ik toen niet gedacht. Pieter heeft het toen wel eens ge-
zegd. Dus geliefden nu weten jullie het laat het geheim blijven, en
schrijf ons gauw eens weer. Doe maar al de groeten aan onze Ouders en ook
de uwe en weest heel hartelijk gegroet van uw liefh. vrienden
Tjerk en Tjits
-129-
Zondagmiddag 5 uur
Sneek 13 April 1924.
Geliefde Vrienden!
Me dunkt ge zult wel een brief
van ons verwachten, het is ook al
een heele tijd geleden dat ik aan
jullie geschreven heb, maar ik denk
dan ze hooren wel van onze Ouders
hoe het met ons gaat, en wij moeten
nog al veel schrijven of liever ik
want Tjerk schrijft niet veel, ook die
zit daags altijd te pennen, dat
hij er dan niet veel zin meer aan
heeft laat zich begrijpen Doch
daar het morgen Tjits haar verjaardag
is en ik niet even kan komen om
je de hand te drukken, kom ik
zoo tot je om je te feliciteren
met je 27ste verjaardag en ik bid God
dat Hij je nog lang voor je Man
en kind mag sparen ja voor allen
die je liefhebben, dat ge steeds
gelukkig te zamen moogt zijn, steeds
tot steun en sterkte elkaar ge-
bouwende en vertouwend. De Heere
heeft het ook met jullie tot op dit
oogenblik zooheerlijk wel gemaakt
Hij zal u ook verder geleiden, en
hoe gaat het met jullie zoon? Daar
komt zeker al veel aardigheid aan
hij is nu al een jaar he? wat is er
toch gauw een jaar om nu zijn
we bijna al een jaar getrouwd
en leven nu ook in blijde verwachting.
Het is met ons beiden heel best
ik ben op ’t oogenblik alleen Tjerk
die is naar de kerk toe, ik ver-
lang er naar dat ik straks ook weer
heen gaan kan. Ik ben zoo best wat
fijn he? De tijd nader nu al we heb-
ben het ledikant al in de kamer te
staan, we slapen nog boven want
-130-
met het bed opmaken is het allemaal
stof, en dan zitten we daags wat
in de keuken dan heb ik zooveel werk
niet. We zullen de tijd geduldig af-
wachten en hopen en bidden dat de
Heere alles voorspoedig wil maken
we vertrouwen op Hem alleen
Hij weet wat het beste voor ons
is. Als alles goed en wel achter
de rug is dan moet je even kunnen
komen Tjits zooals ik verleden jaar
bij jullie, maar we moeten zoo-
lang maar wachten tot we vant
’t zomer D V in Nes komen. En hoe
gaat het met u allen Pieter heeft
het zeker druk op het land, en ben
jij al aan de schoonmaak, de
kachel kan er eigelijk nog niet uit
het is nog steeds zoo koud. De
menschen zullen het allen wel druk in
Nes hebben ik kan me voorstellen hoe
bedrijfig het is, of ga jij misschien ook
mee naar het land en past je Moeder
op de kleine? Ook de groeten aan
jullie ouders hoor zijn ze ook nog
steeds gezond? en doe je ook even de
groeten aan onze Ouders en verteld
hun dat hier nog alles goed is?
de hartelijke groeten van ons beiden
uw liefh Tjerk en Tjits. Des Heeren zegen.
-131-
Een brief van moerders vriendin Sietske de Jong. Deze brief is niet gedateerd, maar geschreven toen mooedr hog huishoudster was bij oom Cornelis op Ameland.
Wierum
Geliefde vriendin
U zultal eens gedacht
hebben S gaat me geheel
vergeten maar u moet het
me niet kwalijk nemen dat
ik niet eerder geshreven heb
want u weet wel we hebben
het ook altijd druk ik ben
nu een week of vier thuis
alleen Zaterdags ben ik er nog
heen ik ben tegenwoordig daags
mee naar ’t land wandt met
het natte weder is er nog wel
wat te doen van morgen is het
ook allemaal regen en nu dacht
ik kom nu moetik eerst naar
Tjitske schrijven zoo hoe bevalt
het u daar is de huushouwster
al weg of niet u bent er
nu aleen mooi poosje
geweest kom je haast weer
thuis of zul je er blijfen
allemaal vragen om ze te
beantwoorden hoor ik verwacht
spoedig een briefje terug is
P daar al eens bij u
geweest. wij zijn laats naar
Dokkum gewest om een
niewe mantel voor mij maar
we hebben geen gekocht ze
waren daar heen duur en ons
ookniet naar de zin ik zal
me nu zoo maar redden van
de winter we hebben er al
iets anders voor gekregen maar
dat kan je dan wel eens
zien of je weer thuis komt
nu Tjitske ik weet niets
-132-
meer te schrijven en ik moet
even naar Dokkum want vader
zijn horlosje is stuk en dan
meteen ook even bij Heiltje
zien met Dirkjer gaat het heel
best ze zit nu daags ook al
eenpoosje op verleden week
is er een zoon Tijs heete bij
van Reinder Prins overleden
aan bloedvergif een broer van
die bij Jantje kwam van de
zomer nu Tjitske ik schei
uit van schrijven ontvangt
de groete vanuw
vriedin Sietske de Jong
Uw vader is aan vijf pondemaat
land dat werd verkocht het
moet nog vast gemaakt worden
dat zal wel voor u gaan
Tjittske. daag
-133-