ZONDAG We bezoeken beeldend kunstenaar Annuska ’t Hart die feestviert vanwege het tienjarig bestaan van haar gaierie Noes. ’t Hart maakt figuratief / realistisch werk. Schilderijen en beelden. Topstuk: twee rivaliserende rammelaars die naar de gunsten van een vrouwtje dingen.
MAANDAG Bij galerie Peter ter Braak bekijken we werk van Action painter Marian Tappel, o.a. de serie Trash-Works. In mijn websiteartikel combineer ik ’t Hart en Tappel. Beiden studeerden aan Minerva. 
DINSDAG Het Museum aan de A heeft de verbouwplannen gepresenteerd. Van Scheepvaartmuseum naar Regionaal Historisch Museum. Inhoudelijk kan het alleen maar beter worden. Vergeleken met het swingende Scheepvaartmuseum in Sneek was Groningen maar zozo. Als buurtvereniging horen we dat er zorgen en vragen over de verbouw zijn. We schrijven een brief aan de gemeenteraad en B&W en worden uitgenodigd die aanstaande woensdag te komen toelichten in een inspreekuur voor de raad. Ga ik doen. Voor alles een eerste keer.
WOENSDAG Een van de leukste klussen in deze periode is mijn schrijverij voor de Pervinzioale Grunneger Schriefwedstried over het thema ‘tijd’. Vanwege mijn lage schrijftempo – een gedicht schrijven kost me zeker drie maanden -slaag ik er niet in nieuw werk te fiksen en de deadline is al 30 september. Mijn aanpak: ik neem vier bestaande verzen, grotendeels over het onderwerp ‘tijd’ waar ik tevreden over was, ben en denkelijk blijf. Die vertaal ik. Als niet-native speaker- is dat een heidense klus. Aan de 1.278 pagina’s van de Grote ‘Ter Laan’ heb ik niet heel veel want die is blijven steken in Gronings – Nederlands. Aan mijn aangetrouwde opa Jan Boer heb ik ietsiepietsie, want ik heb veel van zijn werk gelezen.
Dan kom ik al snel uit bij mijn netwerk. Vriendinnen en kennissen en een groepje deskundigen, verbonden aan de uni. Twee deelnemers zijn bezig zijn aan promotieonderzoek streektalen, ik meen Nedersaksische regiotalen, dus inclusief Gronings. Maar dan kom ik erachter dat één van deze groep ook jurylid is van de schrijfwedstrijd en dat maakt me voorzichtig.
Waar ik tegenaan loop is dat mijn in het Gronings vertaalde zinnen niet Gronings klinken. Een vriendin uit Zuidlaren raadt me aan veel te gaan lezen van Hölsker om zo mijn natuurlijk-Gronings op te krikken. Mijn Paterswoldse vriendin zegt: ‘Klaas, krieg hier wel wat kromme tonen van, klinkt mie apmoal veuls te Olands.’ Iemand van de RUG-werkgroep helpt me bij het woord ‘kosten overschrijdend’ maar voegt er voor mij onheilspellend aan toe ‘als ik het al zou gebruiken.’ Huh? Denk ik dan, als je voor je werk over bouwend Onderdendam in het Gronings rapporteert aan de gemeenteraad, gebruik je die woorden toch ook in de doeltaal?
Mijn eigenwijze ik argumenteert: van iemand voor wie Gronings de zoveelste taal is, moet toch geaccepteerd worden dat zijn werk- en denkniveau anders is dan de eigenheimers uit de provincie? Schrijvers uit welke regio dan ook zijn toch altijd al vertaald, dus inclusief de eigenheden uit de oorspronkelijk (bron)taal? Of dat nou Friesland, de Peloponnesos, de Falklands / Malvinas, De Peel of Shanghai-noord is?
VRIJDAG Over een week komt Lucie Horsch weer in Stad. Drie jaar geleden met Anne-Gäelle Chanon in de A-kerk, nu in Cultuurcentrum Oosterpoort, in 2029 in Euroborg? Superieure zang en blokfluitmuziek die klinkt als een Timpe, een Hinz, een Schnitger.
ZATERDAG Ons museumweekend begint aan de Westerhavenstraat 14, bij ARTisBOOK met Groningen Hopstad 2026. Vanaf eind maart zijn hopstekken uitgedeeld met de bedoeling die te laten groeien en aan het eind van het seizoen de bloemen (bellen, klokjes) te oogsten. De vloer is in een cirkelvorm bezaaid met de klokjes. Verderop staan boekjes en statistieken uitgestald waarin het groeiproces op artistieke wijze is beschreven door de deelnemers. Mijn stekken vonden geen vruchtbare grond. Ook liet mijn verzorging te wensen over en ik oogstte dan ook geen bloemen.