Dertigers waren we, sommigen al veertigers ergens aan het eind van de vorige eeuw. De gymjuf, met stalen benen in voor die tijd moderne, net iets te strakke bedrijfskleding, en sexy witte kniekousen die ver boven de rode in die tijd hippe Converse-gymschoenen uitstaken, die de personeelsuitjes voor het Emmense Esdal College, dat toen nog De Dissel heette, organiseerde, had, ver voor het zuipfestijn ’s avonds bij Café Moorman in Erm begon, waar we zelf bier mochten tappen en vetes met de pretpakketdocenten uitdiscussieerden, een cultureel verantwoord uitje bedacht: de Hortus in Haren. Maar amper uit Lantings bedrijfsuitjesbus met beweegbare rugleuningen gestapt wisten we niet hoe snel we in de Hortuskantine moesten komen. Barbaren waren we, maar aardige en we wisten het.
We kijken vandaag onze ogen uit. Geen idee had ik dat de hortus zo groot is: met 140.000 m² de grootste van Nederland. We doorkruisen vijftien verschillende tuinen waarvan enkele nog onderverdeeld zijn in subtuinen die de plattegrond niet hebben gehaald. Kassen, waterpartijen, beelden, bomen en een speciale Chinese tuin: Het verborgen rijk van Ming, compleet met groeiende in de wind meebuigende vishengels.
Alles prachtig aangelegd en divers onderhouden: van uiterst precies naar paradijselijk-laat-maar-waaien. Je ziet dat overal over is nagedacht. Ik herken diverse lessen in onkruidbeheersing, van meticuleus tot onkruid gemaakte plantjes wegtrekken tot mulchen. Van met schapenwol bedekken tot smoren onder riet. Wat een technieken.
Er moeten fikse pelotons vrijwilligers worden ingezet, aangestuurd door eersteklas bio- en ecologen. Onze achterbuurman H is een actief medewerker. We zien rozen, groenten, granen, heesters, bomen en sierplanten. Geen gezeur over exoten of invasieven: het gaat hier om groen, groeiend, divers, en veel. En wat opvalt: nauwelijks droogteschade. En waar je ook kijkt, overal in groene overals gestoken Hortusmedewerkers die c.v.’s van nieuwe vrijwilligers uitpluizen.
Er is een beeldencollectie van AKKA en verder is de hortus verdeeld in grote compartimenten: een Chinese, Keltische, Kruiden-, Rots-, Vlinder-, Water-, Prairie-, Hondsrug en Laarmantuin, omzoomd en doorsneden door een voedselarme plas, het Elzenbroekbos, Eilandborders, on- of juist gecultiveerde paden en meer. Dan nog een bijenstal, een Evolutiepad en een Terra-afdeling waar leerlingen het tuiniers- en hoveniersvak leren. En een opgeruimde museumwinkel en zaden- en plantenverkoophoek met billijke prijzen.
Dat we in de folder over de bijna dertig jaar oude Chinese ommuurde tuinen, met kunstig geconstrueerde watervalletjes en typische paviljoenen, een theehuis en Hof van Verwelkomende Welriekendheid, alles door handwerkslieden gebouwd en geënsceneerd niets lezen over de mensenrechtenschendingen van China tegen de Oeigoeren zij de Hortus vergeven. Het is een goed gelukt stukje retro-China waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan en geopolitiek en nepotisme onder het kleed geveegd zijn.
Ik mijmer terug naar midden jaren tachtig vorige eeuw. De dahliatuin van toen, die de blommen voor het Eeldese bloemencorso leverde, bestaat nog steeds. 