ZATERDAG Gegeten bij Dokjard (Noorderhaven Zz Groningen) dat zichzelf afficheert als beste spareribsrestaurant. Willen we meemaken. We reserveren van 17.00 – 19.00 uur. Eerste indruk: hartelijke ontvangst, ruim, rustig, warm, mooi ingericht. Ober tutoyeert vanaf het begin en brengt alvast ongevraagd water. Perfecto. Het eigen blonde bier komt in blikjes. Waarom niet, denk ik na tien seconden. De spareribs zijn heerlijk en worden, met drie sauzen in kleine knijpflesjes op hout geserveerd. Frieten prima. Sla, een minuscuul stukje lof met wat (lekkere) kaas en peperkorreltjes: heerlijk maar onnozel klein. Vrouw I geeft ***** en ik een acht. Mijn tip: maak serieus werk van de sla -in tijden van flexitariërschap wordt groente steeds belangrijker. Waarom wel vlees in twee porties aanbieden en groente niet? Prijs € 75,- voor 4 drankjes en twee hoofdgerechten: okee. Beste spareribs van Stad? We gaan op onderzoek.
ZONDAG Ergens voorbij Grijpskerk, rijd ik naast SpaakMaster Bernhard. Hij vertelt – fietsers zijn de bescheidenste mensen ooit –tussen neus en lippen door dat hij vorig jaar wereldkampioen is geworden. Wereldkampioen? Ja, in Nunchaku. Ik ken wel Aikido maar heb van Nunchaku nog nooit gehoord. Ademloos luister ik naar hem. Hierbij valt mijn opschepperig verhaal van in één dag van Ede Staal naar André Rieu fietsen (340 kms/ 27/u, beweegtijd 12,5 uur) in het niet. Bernard, chapeau!
MAANDAG Na Rutger Bregman die in ‘Morele Ambitie’ beschrijft dat de daad bij het woord voegen effectiever is dan een bullshit baan, nu Tommy Wieringa die in ‘Konvooi, reizen naar een land in oorlog’ beschrijft hoe hij met andere schrijvers, enkele ingenieurs en rugbyers oorlogsmateriaal naar Oekraïne brengt. In een konvooi wordt de lange reis enkele keren ondernomen. Oekraïense soldaten ontvangen hen in opperste verbazing en dankbaarheid. Wieringa doorspekt ‘Konvooi’ met literaire uitstapjes. Mooi boek.
DINSDAG Nog steeds zijn er boeren die het lastig vinden de driekleur correct uit te
hangen. Op de foto het Natuurpad bij Marum, de oude spoorlijn naar Drachten.
WOENSDAG Voor het eerst in mijn leven lees ik een boek over beeldende kunst in één ruk uit: ‘Hoe Van Gogh naar Groningen kwam’ van M. Jansen e.a. bij de overzichtstentoonstelling van Van Gogh in het Groninger Museum. Een kloek (1652 gram) boek, rijk geïllustreerd, en compleet met namenregister en verantwoording van de illustraties. In eerste instantie denk ik: een salontafelboek, meer om door te bladeren dan om te lezen. Van Gogh heb ik altijd beschouwd als (een van) de meest overschatte beeldend kunstenaars. Zijn de Drenten al verguld met het feit dat Van Gogh heel even in Nieuw Amsterdam is geweest, in het toenmalige Groninger Museum van Oudheden werden 128 werken van Van Gogh tentoongesteld.
DONDERDAG Meindert Talma treedt op in Stad. Voor mij het eerste concert in Vera. Veel al wat ouder publiek uit Scharnegoutum, Ameland, Surhuisterveen en Twijzel. Allemaal vrolijke koppen. Kalme deining. Talma zingt over herkenbare waarheden en ervaringen. Over opgroeien in Surhuisterveen, heit en mem die zich afvragen of zijn zang goed genoeg is voor een leven als muzikant en of een leraarsbaan met vaste werktijden niet beter is. Prachtige titel: Gezinsverbijstering. Zijn schoonmoeder die voor iedereen een bijnaam heeft. Tennissen in Noordhorn. De eerste zoen in het Noorderplantsoen. De zeven kerken in Surhuisterveen. Zijn zang is een soort zingzeggen, praatmuziek en klinkt in het Fries op zijn best. Hij wordt begeleid door een toetsenist, slagwerker en wee gitaren. Ik vind hem superhumoristisch in zijn onderkoelde vertellingen tussen de liedjes door. Heel sympathiek. Serieus. Gewoner dan gewoon. Bijna aandoenlijk, zonder een spoor van zieligheid. Zelfbewust en recht-door-zee. Met een eigen fanschare in een bomvol Vera (waar twee drankjes € 4,20 kosten).
VRIJDAG Met een waterverbruik van 70 m3 per jaar (bijna 192 l daags met twee personen) zitten we (ver) onder het landelijk gemiddelde van 270 l, maar veel is het natuurlijk.
ZATERDAG Oude tijden herleven. In Kollum had je in mijn jeugd drie slagers. De ene was een ongelovige hond, de tweede een fijne grefo en de derde een rielekste polderende hervormde. Sommige dorpelingen waren van één geloof en lieten de voordeelaanbiedingen van de ongewenste neringdoenden links liggen. Tilde je niet al te zwaar aan de geloofsopvatting dan profiteerde je luchtigjes van alle drie. Iets soortgelijks ontstaat nu met banken en berichtendiensten: er ontstaat een scheiding der geesten onder fijnproevende aanhangers van ING, ASN en RABO (ABN is helemaal besmet en doet bij de gewone man niet meer mee) en Telegram, WhatsApp en Signal. Een van mijn beste kameraden is nog zo van de kaart door de met liborrente frauderende RABO dat hij tikkies van die bank per kerende ASN-post terugstuurt. Gouden tijden.


Voor iedereen die ‘Palet van Groningen, Geschiedenis, kunst en cultuur van de stad’ (2016) van dr. Frans Westra te moeilijk was, is er sinds 2019 ‘Wadapatja, 101 Groninger tradities, gebruiken en (eigen)aardigheden’ van Martin Hillenga (€ 34,95). Prachtig vormgegeven, rijkelijk en kleurrijk geïllustreerd en (daardoor) ook voor de wat minder geoefende lezer, hail goud te doun. Het aardige is dat bij vele van de genoemde gebruiken en tradities de veelal verzonnen en met graagte doorgegeven historische herkomst wat wordt gerelativeerd. Vele gebruiken gaan niet terug tot de Germanen, maar kwamen pas de vorige eeuw in zwang. Minder leuk is dat er is bezuinigd op tekstcorrectie. Was een tekstuele aberratie vinden bij Westra haast ondoenlijk, in Wadapatja staan er enkele te veel. Toch: een vet boek, niet zelden ook met een humoristische ondertoon.
van de provincievlag: naast de stijve variant die het is geworden was een speelse: een edelsteen met een gouden rand, naar het Groninger volkslied: ‘een pronkjewail in golden raand’.
ZONDAG Feestjes duren op zijn best max twee uren. Een uurtje uitloop, vooruit. Etentjes met vrienden -eten met familie voorbij de eerste graad komt hoogstzelden voor- gaan naar drie, hooguit drieënhalf. 69 worden schept verwachtingen. Dovencafé LUHU reserveert het cafédeel voor ons. Ik houd van LUHU. Niet omdat we meedoen met hun crowd-funding maar, nou gewoon, misschien door de altijd vrolijke Engelien en Dascha. Soms probeer ik me in te beelden wat het is om niets te horen. Key words: communiceren en je best doen. Wil je echt contact maken met een naar de bible-belt uitgeweken vriend, een lastig familielid, een partner met exotische SM-fantasieën, een Syriër, Eritreër, Sloveen, iemand die slechts Nederlands, Fries of Gronings spreekt, een projectontwikkelaar, ’n contact mijdende buur, een burgemeester van een omgekeerdevlaggengemeente, iemand die doof is? Kruip uit je schulp, oud woord voor comfort zone, en stel je open voor contact en leer (wat van) de taal die je nog niet beheerst. Van drie tot vijf, vooruit kwart over, geniet ik van ouder worden.
De receptieorganisatie is ondermaats, CDK René P. schijnt niet te begrijpen dat de aanstaande deconfiture van Koen S. en het politieke provinciale gekrakeel tot extra bezoekers leidt. Het doet me aan een diploma-uitreiking denken met weinig gezakten of een Halina Rijn-première in de kleinste zaal. Haringen in een ton. Ik luister een paar meter voor de wijd open deur naar René P. Obligate woorden als ‘Niet door de knieën gaan, Den Haag kan zeggen wat hij wil,’ dwarrelen door de deuropening als sneeuwvlokjes op een warme vloer, de oude klaagzang. Ik voel me als in een overvolle Tokiose trein en onderdruk mijn fantasieën, de tassluiting van een te grote Louis Vuitton prikt in mijn billen. Het lekkere Issey Miyake-parfum, of toch Tease 25, van de politica naast me, maakt me onrustig. Terug naar het atrium, waar de door luidsprekers galmende toespraak me kalmeert. Onverstaanbaar door onverschillig gepraat en geroezemoes van blauwe BBB- en CDA-pakken met nieuwe elleboogstukken. Broekspijpen die op de groei zijn gekocht. Het respect voor de CDK is als dat van vier-VMBO voor de rectorwoorden terwijl de bar al open is.
DONDERDAG Mijn fiets brengt me naar Grijpskerk en Kommerzijl. Ik laat me rijden en volg waar de wielen naartoe willen. Onderweg een groot, magisch, stalen kunstwerk (1997, van beeldend kunstenaar Gert Jan Mulder). Een mier? Vooral de in het landschap blendende kleuren maken indruk op me. 
1 januari 2025. Ik verplaats me in E die naast me zit te luisteren naar Westerbrink die oma Schnitger bespeelt in de Akerk. E is van Noorderzon, EuroSonic, popmuziek. Naast elkaar zittend kijken we naar een kolos glimmend brok hout met verticale loden pijpen in wisselende grootte. Verderop in de Akerk: de foto-expositie ‘Pixel Perceptions’, bijzondere fotografie gemaakt met hulp van Artificial Intelligence (AI). Langs de in gelid staande stoelen waait warme wind uit de vloeropeningen.
31 december 2024. Voorbijrijdende brutale drugsdealers en pooiers werpen ons vanuit hun verlaagde Benzen kwade blikken toe vanwege de drukte naast hun domein. Jammer, maar vandaag leveren de hoerenlopers de Haddingestraat in aan de muziekliefhebbers. Voor de Lutherse kerk staat een rij als voor een vuurwerkverkoper, een oude gebontjaste mevrouw naast me spreekt er schande van dat ze moet queuen. Ik geniet nu al.
WOENSDAG met kerst lees ik ‘Luchtplaats’ van Herman Koch. Ik word aan mijn oor door het verhaal gesleurd en pas op de laatste pagina weer losgelaten (zoals Koch het op p. 161 treffend verwoordt). Soms lees ik een zin of passage hardop voor aan vrouw I: dood, misdaad en verderf met stijl en niveau. Koch veegt via Derek L., Hanna en Simon op licht humoristische, lichtvoetige tot zwaar-cynische bijna wrede toon de vloer aan met drugsdealers, fantaserende brave huisvaders, middelbareschoolleraren, Montessorileerlingen en -scholen, feministen, huismoeders, huisgebrouwn bier, galerie-eigenaren, expositieopeningbezoekers, beeldend kunstenaars, Fonds voor de letteren-auteurs, leesclubvrouwen in gevangenissen, vrouwen die het altijd fijner vinden een te opdringerige man van zich af te moeten duwen dan het handje van een heilige te moeten drukken, egotrippende talkshowhosts die leeswerk aan medewerkers overlaten, de niet al te intelligente meerderheid van de mensheid, luie uitgeverijredacteuren, luie journalisten, frauderende rechercheurs en politie. Tussendoor wordt er afgerekend en van dichtbij door hoofden van in het bos knielende slachtoffers geschoten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
VRIJDAG Arteriitis temporalis is een ontsteking aan je (linker) slaap. Sinds twee dagen is mijn linker slaap wat gevoelig. Zit de bril te strak? Google herkent het. Lijd ik aan (een lichte vorm van) arteriitis temporalis? Het woord temporalis stelt me gerust omdat ik denk dat het ‘tijdelijk; betekent totdat ik leer dat het Latijn is voor de slaap. Ik vraag me af of ik pijn voel of een gevoeligheid(je). 
Het is bijna 2025, dus tijd voor een terugblik en een nieuwjaarsgroet. Die laatste in het Gronings. Mijn toezegging, een fles champagne voor de beste vertaling, gaat waarschijnlijk naar Emmen, waarvandaan twee behoorlijke inzendingen kwamen. Instinker was het woord ‘liepen’ dat niet de verleden tijd van ‘lopen’ is maar ‘huilen’ betekent. En ja, de nare onverzoenlijke houding tegenover de duif is natuurlijk een metafoor voor de vluchteling die zijn heil in ons land komt zoeken.
Nova: dertien jonge vrouwen zingen de sterren van de hemel. Soms in wisselende formatie. Ze worden bij elkaar gehouden door muzikale draden en Mirna’s handen, vaak begeleid door een piano, soms verstevigd door het orgel of een dwarsfluit. Het publiek geniet. Vrouwenkoor NOVA zingt drie- en vierstemmig. Een perfecte dynamiek, spatzuiver, alles uit het hoofd. Dirigent Mirna Westra dirigeert met minimalistische handbeweginkjes en een subtiel bewegend lijf. De zangeressen zingen alsof ze nooit anders doen. En, – niet onbelangrijk – ze stralen plezier uit. Pianist Cas Straatman voelt de pianissiomo- en fortissimo-passages precies aan. Bij ‘On this holy Christmas night’ speelt Marlinda Krol – Wenselaar de dwarsfluit. Het heldere fluitgeluid weerkaatst door de met hoge trekstangen bijeen gehouden octogonale ruimte ver boven de sexy vuurrode hoogpolige vloerbedekking.
Terug naar Gert. Vlakbij hem zittend zie je de virtuositeit van de vier ledematen op de nieuw ogende elektropneumatische Verweijs uit 1955 met een lekkere holpijp in plaats van de holquintadeen. Waar profvoetballers al moeite hebben met tweebenigheid, zien we een tovenaar die tweebenigheid paart aan tweehandigheid. Pedalen en klavieren voegen zich naar de muziek van Bach via Gert. Dat de registers hier mechanische knopjes zijn, soit! Als Nederlands Songfestivaldeelnemer Claude volgend jaar in Bazel een variatie op Bachs ‘Jesu bleibet meine Freude’ zou zingen, was Joost Klein snel vergeten.
ZATERDAG Met de NS naar Amsterdam en Utrecht. In volle maar rustige coupés lees ik ‘Suikerbeest’ van Daanje uit. In Buitenveldert waart de geest van Joop den Uyl sterker dan het internet dat hapert als de voorhoede van AJAX tegen AZ. Als we dreigen veel te laat aan te komen bij onze Amsterdamse vrienden schiet ik een vertrekkende auto aan en leg de chauffeur onze situatie uit. ‘Natuurlijk, ik breng u even.’ Als vluchtende HUNTED-deelnemers rijden we mee. ‘020, we love you.’
Ondertussen bereidt Stad zich voor op de 3e dag Winterwelvaart. Wat in Bourtange en Muntendam een kerstmarkt heet, heet in Stad WinterWelvaart. Een mix van muziek, Glühwein, beeldende kunst, hamburgers, vuurkorven, uitbundig licht en dichte drommen bezoekersstromen. De A-brug is even het Eiffeltoren-plein waar pics en selfies worden gemaakt met het tempo van een Kalashnikov in Damascus. Op de achtergrond wulps verlichte schuiten waarvan de schippers blij zijn dat handhaving van regelgeving tegen oppervlaktewatervervuiling ontbreekt als fatsoen in de PVV. Ik verlaat me op wethouder
DINSDAG ‘
drink lekkere kerstversnaperingen, probeer milde gedachten te krijgen over hedonisten die uit skiën gaan op opgespoten witte neopreenstroken, en te leren van Rutger Bregmans ‘Morele ambitie’, denk na over consuminderen, de heikele aspecten van het woord genocide en de nare trekjes van de joodse lobby, voor argeloze velen gelijk aan het vriendelijk klinkende begrip ‘joods-christelijke traditie’. En wat hebben we lekker gezongen in een afgeladen 
De grote gewetensvraag is natuurlijk: zingen we mee omdat we graag Amsterdamse zorgcliënten een onvergetelijke middag bezorgen of is het een puur egoïstisch verlangen lekker in het Concertgebouw te zingen.