JOURNAAL week 12 (2025)

ZONDAG In Nijmegen onderzoeken we of restaurant Desem door de Volkskrant terecht de hemel in is  geprezen. Ja, de zuurdesempizza’s (dun, krokant, perfect op smaak) rollen, als Coenradie in linkse bubbels, moeiteloos onze topdrie in. Graan, kaas, oesterzwammen, alles komt van lokale bedrijfjes/ven. Een flesje speciaal bier, op basis van wild blond bier waaraan toegevoegd geroosterdetomatensmaak, tijm, basilicum en rozemarijn is goed, lekker en smaakvol.

MAANDAG In De Kale Jonker strijken we met meer dan de helft van het klasje Gronings neer en proeven een Blonde Jonker. Daarvoor doen we in de les ons best met het bedenken van Groningse woorden voor stofzuiger, kapper en betonrot, spelen we het woordspel ‘Grundle’, houden twee studenten een spreekbeurt, één over het plaatsje Doodstil, de ander over Anselm Kiefer en een lied van Marlène Dietrich. Dan een marktkraamverhaal over het tijdschrift Noorderbreedte, gevolgd door een discussie die begint over de ontgroening van studenten maar snel richting Vindicat en slappe studentenprotesten meandert. Tenslotte Groninger poëzie vermomd in liedteksten. De cursistendeelname aan de gesprekken wordt per les hoger.

DINSDAG Ik probeer in het hoofd van de (ex-natuurkundige) minister te kijken, ik ken hem niet goed maar zie in Bruins geen gewetenloze schurk. Wel iemand die een geprivilegieerde deelverzameling van de maatschappij, die het niet aandurft naar zichzelf te kijken, een flinke bezuiniging oplegt. Ik begin ‘m te begrijpen. Vandaag staakt, marcheert en demonstreert de UNI in het zonnetje. Eindpunt Grote Markt. Niet tegen Israëlische genocidale oorlogsmisdaden die vandaag de hel laten losbarsten in Gaza met honderden burgerdoden tot gevolg maar tegen een bezuiniging van 1,1 miljard op hoger onderwijs, zo’n twee procent op de onderwijsbegroting. Of UNI-medewerkers het grote publiek en een Kamermeerderheid meekrijgen? De demonstratie verzandt, zonder protesten tegen oorlogsmisdadigers Benjamin N. en Bashar al-A. in een preek voor eigen parochie. Ik zie, om met Gerwin van der Werf in ‘De Krater’ te spreken: een en al pistool maar geen kogels. Een collegevrije doordeweekse dag gebruiken voor het behoud van bekostiging van onzinstudies als theologie, Keltische talen en cultuur, leidend naar een procent of tien bullshit banen, is net wat te magertjes. Ik hoor een dwarsligger Brecht citeren: ‘Erst kommt das Fressen und dann die Moral’ in het Gronings  geparafraseerd als ‘Woar knip opent, sloet bibel’.

ZATERDAG Hensema speelt in Drachten, op een kaal podium, in een uitverkochte Lawei,  zijn laatste voorstelling ‘Eldorado’ (geschreven door Nathan Vecht). We zien de alleskunner als zendpiraat Radio Roelof uit Kropswolde, oud-communist, projectontwikkelaar, wethouder, gietvloerverkoper en meer. Hensema schakelt solo moeiteloos van type naar type zonder op zijn André van Duyns en zijn aangevers te vervallen in verkleedpartijen en dijenkletserig schmieren. Het verhaal start, houd je even vast, bij Canadese Indianen en rolt via WO II, Engeland, Duitsland dat geen geheimtaal begrijpt, naar een romance in het Groningse platteland van nu. Onnavolgbaar. De zaal gaat graag mee en vult zich met gul gelach. Hensema is een waar theaterdier die met wisselende mimiek, lichaamshouding, accent, woordgebruik personen schetst in wie we de in een lelijke villa wonende Nikes verzamelaar herkennen met een infinity pool (een overloopzwembad), de praatjes makende 010’er, de projectvoorlichter van Holiday Heaven International die opkopen van kleine campings als heilig doel heeft tot de dood erop volgt en meer. Hensema spaart ook de provincie niet maar komt steeds terug  in een vertrouwd en herkenbaar Gronings van een oer-Groninger die strijdt tegen de buitenwereld. *****

Gerwin van der Werf ‘De krater’

Kijk, dat krijg je ervan als je een negenkoppige vakjury (met Bervoets en Lanoye) het boekenweekgeschenk uit 149 inzendingen laat selecteren: een pareltje, het (bijna) beste boekenweekgeschenk dat ik ooit las. Tot mijn schande moet ik bekennen niet eerder iets gelezen te hebben van de auteur / muziekdocent / literair criticus Gerwin van der Werf terwijl hij toch geregeld boven kwam drijven: in 2009 als winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd, in de Shortlist voor Beste Boek voor Jongeren (2021 en 2023) en in de Longlist Libris Literatuur Prijs (2019 en 2012).

Wat maakt ‘De krater’ tot een steengoede novelle? Het boek is met vaart geschreven, verrassend, creatief, invoelend, teder, leerzaam, helder en tegelijk iets obscuur. Het gaat over drie jongeren (broers en zus) die op een road trip in een oude Volkswagen Golf naar Duitsland dichter tot elkaar komen. Drie heel verschillende gasten, de een nog stoerder en tegelijk breekbaarder dan de ander. Dat leven en reizen niet vanzelf gaan wordt duidelijk. De omslag is een regelrechte vragen oproepende vooruitwijzing: zien we een uit een Duits plattelandsmuseumpje gestolen heilige steen of een alles verpletterende meteoriet pal voor het neerkomen op een landweggetje tussen Duitsland en Oostenrijk? En wat doet de (voor mij voor het eerst in literatuur verschijnende) informatie over hulp bij zelfdoding via 0800-0113 op de laatste pagina?

Weinig geld, het onstuitbare verlangen verkeersborden te jatten, liefde voor je (jongere) broer en zus, twijfel aan genderidentiteit, een fascinatie voor het heelal en een 15 miljoen jaar geleden ingeslagen meteoriet in ‘een Duits stinkgat’ dat ‘kut klinkend’ Steinheim heet, een onverwerkte kijk op de zelfdoding van een bijna in de vergetelheid geraakte vader, vriendelijke doch directe Duitse politiemensen, beklemmende gedachten, keiharde muziek in een autococon, verschrikkelijke Raststättes aan de Autobahn, moeders vage vriend die Joep heet, plagerijen over onverholen penisnijd, problemen met het correct interpreteren van de ligging van een plaats in Duitsland, een beetje blowen: een gistend, trekkend kolkje van twee broers en zus in een aftandse VW. En die krater bij Steinheim wordt heus wel gevonden, maar er zijn kleinere kratertjes dichterbij: in het gezin, in de relaties, in de portemonnee, in de nabije toekomst, kortom in het leven.

85 pagina’s die je in twee uurtjes in één ruk uitleest. Dit moet de CPNB vaker doen, een jury kaf van koren laten scheiden. Na de zeperd van 2024 is ‘De krater’ een verademing. Bestaat het begrip ‘lezen voor de lijst’ nog, dan wordt ‘De krater’ een hit.

Deelauto, de praktijk, het reglement

Ons deelauto-initiatief CCP, Clio Coöperatie Pompplein, bestaat drie jaar. Er zijn drie leden: een gezin met twee en een met drie kinderen en een gepensioneerd stel. Clio is tien jaar en heeft 100.000 op de teller. De drie deelnemers gebruiken een digitale agenda waarin de gebruikswensen worden genoteerd. In maart staan zestien claims; in februari stonden er 24 en in januari 16. Vaak betreft het (relatief) korte ritten. Wij staan erin met negen wensen. En dan slaan we tripjes naar Nijmegen en Düsseldorf over, dan nemen we de trein.

Het is interessant te zien dat beide deelnemende gezinnen met drie en twee kinderen goed met Clio uit de voeten kunnen. Clio wordt gebruikt voor bezoekjes aan vrienden en familie, sportvelden, Ikea, musea, en de stort (Clio heeft een trekhaak).

De drie deelnemers houden zelf het benzinegebruik in de gaten, er wordt -grofweg- om en om getankt. Één deelnemer administreert en presenteert in december een digitaal opgeslagen verslag met de eindafrekening. Bewijzen van verzekering en wegenbelasting zijn ook voor alle drie deelnemers opgeslagen. We hebben een reglement (zie verderop) met daarin toe- en uittredingregels, waardebepaling, en andere praktische zaken.

Clio staat geparkeerd aan Praediniussingel, lekker dichtbij. We nemen kleine parkeerschrammen voor lief. Dit nadeel strepen we weg tegen het gebruiksgemak en de lage gebruikskosten. Vanwege een laag BMI is Clio goedkoop in de verzekering, wegenbelasting en benzinegebruik (ze rijdt ongeveer 1 op 20). De kosten zijn mede laag doordat we geen reserve opbouwen voor een evt. vervanging in de toekomst.

En, bevalt het? Zeker. Supergoed zelfs. Wij zijn veranderd van een veelgebruiker (20 jaar geleden hadden we een dieselauto, motor, retrotractor, zitmaaier, sportautootje) naar zuinige, kritische deelautomobilisten. In geval van nood hebben we hulpvaardige buren en familieleden die kunnen en willen bijstaan als ik lek rijd met mijn Giant TCR bijvoorbeeld. Deelnemer II meldt: “Op deze manier hebben we (bijna) altijd een auto beschikbaar zonder een auto te hebben. De kosten op deze manier zijn ook nog eens een stuk lager dan een auto huren of een deelauto via een platform zoals Greenwheels. Win-win dus.”

We zijn zeker van plan lang door te gaan met een deelauto. Zelf denk ik dat er gemakkelijk een vierde deelnemer bij zou kunnen. Op deze manier leveren we een bijdrage aan het verkleinen van de parkeerproblematiek in Groningens binnenstad.

REGLEMENT CCP; Clio Coöperatie Pomphuisplein (2022 – 2025)

  1. Geschiedenis. In september 2022 gaan twee gezinnen over tot autodelen. Eén gezin brengt een Renault Clio in. Die wordt getaxeerd en na betaling van de helft van de taxatiewaarde wordt gezin II mede-eigenaar. Na bijna anderhalf jaar treedt een derde deelnemer toe.
  2. Als bewoners van een provinciehoofdstad zijn CCP-deelnemers, allen met duurzaamheid hoog in het vaandel, zich steeds meer bewust van de noodzaak autogebruik tot een minimum te beperken en ernaar te streven minder blik op straat te hebben. Onderzoeken wijzen uit dat auto’s tot wel 95 % van de tijd stil staan en dat autodelen de toevloed van blik op straat een halt toeroept.
  3. Deelnemers gebruiken een groepsagenda waarin gewenst autogebruik wordt genoteerd. Ervaring leert dat het gewenste gebruik altijd mogelijk is. De gezinnen met kinderen hebben in schoolvakanties de eerste keus.
  4. Nadere communicatie over het autogebruik (parkeren, onderhoud, gewenst gebruik en andere bijzonderheden) vindt plaats via een groepsapp.
  5. In de auto ligt een boekje waarin het autogebruik wordt genoteerd: gereden kilometers, getankte benzine, data, enz. Jaarlijks wordt een kosten- en gebruiksoverzicht gemaakt waarna verrekening van onkosten volgt. Deelnemers proberen enigszins evenwicht te krijgen in tankgedrag zodat na afloop van het gebruiksjaar een milde verrekening kan plaatsvinden.
  6. CCP heeft een parkeervergunning voor de binnenstad van Groningen. In de praktijk biedt de Praediniussingel volop parkeerruimte.
  7. De vaste kosten (wegenbelasting, verzekering, parkeren) worden, direct na ontvangst van de nota’s, hoofdelijk omgeslagen. De variabele kosten (onderhoudsbeurten, benzine) worden, eens per jaar, verrekend op basis van gereden kilometers.
  8. Alle CCP’ers zorgen ervoor dat Clio op tijd gewassen wordt. Showroomexposure wordt niet geëist, redelijk schoon is de norm.
  9. Nieuwe leden van CCP kopen zich in door een evenredig deel van de taxatiewaarde te betalen aan de andere leden. Taxaties worden uitgevoerd door de Renaultgarage te Groningen. Bij toetreding van een nieuwe CCP’er wordt een administratief overzicht gemaakt en worden de kosten tot dan toe verrekend door de oude leden en ontstaat een nieuwe administratieperiode incl. de nieuwe toetreder.
  10. Verlaat een lid de CCP dan wordt dezelfde methode gebruikt als bij toetreding. De auto wordt getaxeerd en de blijvende leden betalen het uittredende lid haar/zijn deel. Voorkeur heeft echter dat er in de plaats van de uittreder een nieuw CCP-lid wordt gezocht. Het uittredende en nieuwe lid kunnen dan het CCP-lidmaatschap onderling verrekenen.
  11. Drie maanden na toetreden van een nieuw CCP-lid volgt een eerste evaluatie. Dan wordt ook bekeken of toetreding van meer coöperatieleden wenselijk wordt geacht.
  12. Eens per jaar, na afloop van het boekjaar, komen CCP-deelnemers bij elkaar ter bespreking van het wel en wee van de CCP.
  13. Schade wordt gemeld bij de CCP-deelnemers en bij de verzekeraar. Dekt de verzekering de schade niet, dan zijn de kosten voor rekening van de veroorzaker. Evt. terugval van de no-claimkorting komt voor rekening van alle CCP-deelnemers.
  14. Bij een onverhoopte totalloss-schade komen de CCP-leden bijeen en beslissen vervolgens over een passend vervolgtraject waarbij consensus het uitgangspunt is.
  15. Onvoorziene gevallen. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de CCP-jaarvergadering.

JOURNAAL week 10 (2025)

MAANDAG ‘Groanrepubliek’ heet de vertaling van ‘De Graanrepubliek’. Vertaald in zeventien talen. Ik lees de Groningse versie. Achterin een verklarende woordenlijst. Het lukt. Natuurlijk wist ik van de CPN in Oost-Groningen, van Sicco Mansholt en de boterberg, de olijfolieplas. Maar dat de vette Groningse boeren met gegarandeerde graanprijzen en vergoeding voor braakliggend land (per hectare vingen ze meer dan het jaarloon van een arbeider; alsof daar de subsidie-infuzenverslaving voor boeren al is ontstaan) zo ver van de werkelijkheid afstonden en dat Sicco Mansholt die ik eerder beschreef als theeplanter, verzetsman, boer, minister, socialist, spijtoptant-boterbergbouwer, elfstedentochtrijder, op zijn oude dag een relatie kreeg met Grünenoprichtser Petra Kelly, daarvan had ik geen idee.

DINSDAG Het klasje ‘Grunneger konversoatsie veur gevorderden’ barst van de creativiteit. Er komen twaalf self-made woorden voor ‘centrifuge’. Van ‘droaaidreuger’, ‘dreugdroaaier’ ‘gieseloar’, ‘swiddeldreijer’ tot ‘wringding’. Ik tel vijftien deelnemers. Zonder naamkaartjes blijven de namen lastig. Twee van ons lezen een in het Gronings geschreven tekst voor. Applaus en vragenronde. Daarna twee cursisten die iets aanprijzen. We leren over wijze lessen van Erik Scherder, en ontwikkelingen op het koffiefront. Na de pauze twee teksten van Jan Boer i.v.m. het overlijden van Grunnegertoalaanpeerdtjeder Henk Scholte. Docent Reinder van der Molen provoceert de groep mildelijk met een artikel uit Trouw dat de vloer aanveegt met aannames dat burenhulp slechts in dorpen in Overijssel voorkomt. De meest prikkelende stelling dat burenhulp het meest wordt aangeboden door mensen met hoge inkomens wordt gelaten gelezen.

WOENSDAG Ik vertaal mijn eerste gemeentedichtersvers, een sonnet, uit de tijd van de Emmense gemeentedichterspool in het Gronings: Op fietse noar Emmen

Nait meer van dizze tied, veurbie, verworden / D’r bint veul dingen woar je boeten kin / Kwakzaalverij, Hemelvoart, ramadan, / Een Roomze rector zunder orde / Ledlichten under olde laampekap, / Baarms maain, vlaggen zunder Pompebloadern / Steertbot, ensieklopedie, woaterschop, / Joagershut, twinneg soarten Sandwich Spreaden, / n Keuning, schoamloes, Argentijnse keunegin, / Borsthoarscheer, kroantieskan, en tussenzin. / Graipprik, omroupgidsen, blauw bakeliet / Mor zunder bouk, Bach, op fietse noar Emmen, / Kibbelingen van maart, vraauwenstemmen, / Koormeziek, sportbeha’s, gait leven nait.

DONDERDAG Het Gronings switcht van afgezakte broek, lauwe koffie, ouwelijk, grijs, naar hip, digitaal en sexy. Èn Engels. Het Centrum Groninger Taal & Cultuur (CGTC) heeft een Massive Open Online Course (MOOC) ontwikkeld. Op de fiets een road trip door Groningen, een onvervalste Romcom: het onderwerp van de gratis online cursus Gronings op www.groningsleren.nl. Jetse Goris presenteert in The House of Connections aan de Grote Markt in de Jantina Tammes School of Digital Society, Technology & AI. Hail wat aans as dorpshoes in Oskerd. Flitsend en vrolijk wordt iedereen aangespoord Grunnegs te leren. In aanwezigheid van scriptschrijver Fieke Gosselaar, PhD kandidaat Center for Language and Cognition Research Hedwig Sekeres en hoofdpersonen Iefke en Enno. Hoofdgast is René Paas en zang (o.a. ‘Oaventuren’) van Marleen Bakker en Gijs Coolen op gitaar. Even naar de Bright Space-omgeving van de RUG en studaaiern mor.

Basisschool Wenen minder preuts dan lesboek Gronings

Heb je ooit in het onderwijs gewerkt dan blijf je alles volgen wat over je oude vak gaat. Ik houd de Volkskrant bij, vrienden sturen wetenswaardigheden uit Trouw en NRC. Ook films over het onderwijs hebben mijn belangstelling; ik zag Dead Poets Society, Être et avoir, Les choristes, Druk, om maar een paar te noemen. En nu dus ‘Favoriten’.

Een basisschoolklas in Wenen-centrum wordt vier jaren gevolgd. Schitterend gefilmd. Een juf die door iedere docent als collega wordt gewenst en leerlingen met verschillende achtergronden. Juf Ilkay heeft Turkse roots en begrijpt haar leerlingen en hun ouders.

Alles wordt gefilmd: de doorsneeles, correctiemethoden, gym, klassenuitjes naar een moskee  met een sympa imam, en aan een dom met een drammerige pastoor die maar blijft zeggen dat de Stephans Dom van iedereen is. Bij een evaluatiegesprek blijkt dat de Mac iets meer imponeerde dan de kathedraal. Zwemmen waarbij het probleem van obese kinderen duidelijk wordt, ouderbezoekjes, toetsen (inclusief het teruggeven van de resultaten). Soms indringende ruzies (inclusief het bijleggen), hartverscheurende huilpartijen maar altijd weer de juf die begrijpt en vertrouwen biedt, structuur, variatie in lesinhouden en verantwoordelijkheid, betrokkenheid en deskundigheid toont. De lessen worden onderbroken door fantastische energie opwekkende wilde dansjes.

Met de islamitische achtergrond van juf en bijna alle leerlingen zit de kijker op het puntje van de stoel als er hete hangijzers voorbijkomen. Bijvoorbeeld bij de verschillende rollen van (dominante, Duits sprekende) vaders en (onderdanige, Turks blijven sprekende) moeders èn de biologieles. Op een levensgroot getekende man en vrouw worden lichaamsdelen geschreven. Ik moet denken aan mijn cursusboek Grunnegs ‘Zeg t mor’ waarin een identieke tekening wordt getoond, waarbij de schaamstreek enkel ‘geslachtsdailen’ vermeldt. Onze Weense juf spoort de leerlingen (basisschoolkids van zes t/m tien) aan de erbij passende woorden: ‘vagina’, ‘vulva’, ‘penis’, ‘ballen’ uit te spreken, erbij te schrijven en er, op ware grootte, bij te tekenen.

Mijn geslachtsdeelkennis van het Gronings beperkt zich tot ‘deus’ uit de uitdrukking ‘dij vraauw hef heur deus nait mit pissen versleten’. Even kijken wat de bejubelde K. ter Laan te bieden heeft: wel ‘lul’, maar bij ‘kut’ staat iets over ‘knikkeren’. Zou Van der Laan een man zijn? Geen ‘vagina’, ‘penis’ of ‘c(k)litoris’, wel ‘klit’ (=’klaar’), ‘klitse’ (vrouwspersoon die mannen naloopt; oorspronkelijk betekent ‘klitse’ ‘teef’). Nou ja, ik ga nog even door. ‘Masturberen, vingeren, aftrekken’: niets. Bij ‘òftrekn’ staat weliswaar ‘aftrekken’, maar in de betekenis: ‘zich laten fotograferen’. Nadenken dus, als je aangeschoten buurvrouw na een buurtbarbecue je in het steegje influistert, ‘schiere mirreg mienjong, zöl k joe nog eem òftrekken veur n aiwege herinneren?’ Hahaha. Aander moal meester Reinder mor s vroagen.

JOURNAAL week 8 (2025)

ZONDAG We slenteren door de tentoonstelling over 80 jaar bevrijding in de A-kerk. Ik kijk met interesse naar zwart- en bruinhemden op de Vismarkt in 1943 en denk enkel aan VN-rapporteur Francesca Albanese. De oorlog in Groningen 80 jaar geleden legt het af tegen Gaza. Mijn gedachten springen van toen naar nu. Waarom kritiek op Israël wordt verward met antisemitisme. Landsgrenzen moeten los staan van geloofsgrenzen. Anti-Israëlisch is niet antisemitisch. Albanese ontkent het bestaansrecht van Verenigde Naties-lid Israël niet. Zij beweert dat Israël zich schuldig maakt aan genocide, apartheid, etnische zuiveringen, mensenrechtenschendingen. Door Palestijnen te verdrijven uit hun nederzettingen gedraagt Israël zich als wrede kolonisten. De binnenstad van Groningen was zwaar beschadigd. Ik zie een verwoest Gaza.

DINSDAG Een bezorgde scheepseigenaar nodigt me uit, na mijn kritische noten over het oppervlaktewater in Stad te komen kijken op haar schip in vrijhaven Noorderhaven. Iedereen mag daar, mocht er een plaatsje zijn, komen aanleggen. Het schip moet authentiek zijn, kunnen varen en je mag er geen verhuurschuit van maken. Water en elektriciteit komen van de wal, geleverd door de gemeente. Grijs (afwas)water mag geloosd worden. Zwart (toilet)water gaat via een sanibroyeur (een maalinstallatie) in een tank. Deze tank wordt via een ingenieus pompsysteem naar het riool op de wal gepompt. Je rolt een lange slang uit en laat de pomp 20 minuten werken. Echter, deze installatie hapert vaak, volgens mijn zegsvrouw negen van de tien keer. Heeft de schipper geen tijd/zin om de onderhoudsdienst te bellen dan wordt het zwarte water op het behoorlijk stromende oppervlaktewater geloosd. Verboden, maar, zo is de redenering, de Diepenring is ook overstortgebied van overstromende stadsriolen. Een lastig maar begrijpelijk dilemma. Maakt het als buurman van Tata Steel wat uit als je je fijnstof producerende barbecue gebruikt? Kan jij rustig je allesbrander stoken terwijl je buurman in een sjoemeldiesel rijdt?

WOENSDAG In de grote zaal van Martini Plaza gebeurt het: de James Bond-film Spectre wordt begeleid door livemuziek van het Noorpool orkest. Woeste achtervolgingen door voor de gelegenheid lege straten in Rome worden nog spannender: de Aston Martin en Lamborghini testen de banden op straten, trappen en pleinen. Je weet niet waar je moet kijken; naar de als Bond verklede Daniel Craig, de sexy auto’s of de zestig musici van het Noorpool Orkest die Bond proberen bij te houden. Knallend koper, 20 gierende strijkers, tokkelaars, blazers en jazzy slagwerk. Heerlijk, wat een spektakel. Het orkest wordt wel beschreven als Nederlands grootst denkbare Big Band. De muziek swingt als een gek. Je herkent allerlei bekende Bond-tunes terwijl je naar de bekende ingrediënten kijkt: Q, Moneypenny, Bond, de grootst gefilmde ontploffing ooit, bloedmooie vrouwen, schitterende stadsbeelden van Rome, Mexico-Stad, Wenen, Tanger, raceauto’s, een heli, een vliegtuigje: allemaal bij elkaar gehouden door Daniel Craig en de allesbehalve koude muziek van Noordpool. Gefilmd door ons aller Hoyte van Hoytema. Spectaculair. Speciaal. Spectre.

Bevrijdingsconcert van Grootkoor Groningen in Martinikerk op 7 mei ‘25

Het Grootkoor Groningen geeft op 7 mei 2025 een bevrijdingsconcert in de Martinikerk°. Solisten: Martin Mans op Schnitger, Rob van Dijk op piano, en superster Melissa Venema op trompet. Voor de generale zijn er drie repetities. De koorzangers worden, als de Chinese container op tijd langs Suez komt, versierd met rood-wit-blauw, voor de vrouwen sjaaltjes, voor de mannen strikjes. De muziek krijg ik een week voor de eerste repetitie.

De kamergordijnen zijn nog dicht. Voor achten begint mijn koorstudie. Terwijl ik mijn buik en middenrif teister met de hoepel, ja, oudere mannen doen wat om heupen en bekken soepel te houden, galmen de vibrerende tenorpartijen, ingezongen door Nan van Groeningen, door de kamer. Vrouw I doet, begripvoller dan begripvol, gelukkig extra lang over de schimmel uit de douchebak wegpoetsen en het stiften van de lippen. Ik probeer melodielijnen te volgen en doe alsof intoneren en moduleren mij op het lijf is geschreven.

Zonder veel moeite (ik zeg niet: ‘de minste’) stapt de republikein in mij over teksten als ‘God save the King’ en de hardcore atheïst verblikt of verbloost nauwelijks bij het kwellende ‘Nearer my God to thee’. Principes en politiek correcte gedachten worden zacht als stugge kunststoffen fietstassen die na jaren buiten achter op een oude Gazelle in een verwarmde berging worden gezet.

De WhatsAppgroep met Rogier, Erna en Lycke doet alsof Signal niet bestaat en wordt nieuw leven ingeblazen. Prachtig hoe de vrouwen, beiden ski-instructeur van verwende zorgaccountmanagers op neopreenbanen in Lech die de beginnerscursus ‘meet eenvoudig je eigen CO2-footprint met deze zes tools’ frauduleus hebben afgerond, tot tenor transformeren; mannen die het tot alt schoppen ken ik nog niet. We kijken uit naar honderd-plus stemmen die na twee uren hard werken samen vloeien als beton waar de kiezels uit zijn gezeefd. Ik verheug me op de fluwelen tonen van trompettist Melissa Venema en op het kwajongensspel van Martin Mans die oma Schnitger kietelt, bepotelt en masseert als een kermisganger zijn nieuwe vriend op Roakeldais te Warffum

° ik krijg € 5,- korting op een handvol kaarten die gewoon € 20,- doen. Wie het eerst komt het eerst maalt.

JOURNAAL week 6 (2025)

MAANDAG Sociaal geograaf Floor Milikowski schrijft in ‘Een klein land met verre uithoeken’ over vergeten, kansarme gebieden en bevoordeelde, kansrijke steden en regio’s. Ik hoor de echo van Maarten van Rossem. Sittard, Emmen, Groningen, Kinderdijk, Eindhoven, Rotterdam komen voorbij. Voor een zich Noorderling noemende Fries is het interessant te lezen hoe Groningen en Emmen zijn geworden wat ze zijn en waarom Drachten en Heerenveen wel en Leeuwarden niet in de economische spotlights staan. Milikowski heeft oog voor de omgeving waarin ze haar gesprekspartners ontmoet: de koffiekopjes, mahoniehouten tafels, niets blijft onvermeld; van een Eindhovense tech-ondernemer zegt ze: ‘Zijn pak draagt hij casual, maar met goed fatsoen.’ Hahaha. Wel jammerlijk onvermeld blijft een register. Ook de vage hoofdstuktitels werken niet mee als je iets wilt terugvinden. Mooiste zin: ‘Een begrafenis in Nijmegen is vrolijker dan een bruiloft in Arnhem.

DINSDAG Onze stichting SCDZ haalt muziek van Ede Staal naar Zuid-Drenthe. Op zondagmiddag 30 maart loopt het kleine kerkje in Zweeloo vol, zo voorvoel ik. Peter Siebesma speelt op het orgel en vier zangers, waaronder mijn docent Grunnegers Reinder van der Molen, zingen Staals evergreens. Ik houd van Staal. Eenvoudig, treffende teksten, Gronings, orgelmuziek. Staal doet me denken aan Meindert Talma. Eenvoudig, treffende teksten, humoristisch, rockmuziek, Surhuisterveen. Beiden hebben een zeer kenmerkende stem. Herkenbaar. In dit rijtje hoort ook het duo Harm & Roelof uit Sleen: cabaretesk en serieus, Drents en supermuzikaal.

WOENSDAG Op de dag dat bekend wordt dat eendenkroos de nieuwe groente is, bericht nicht Suzette in haar nieuwsbrief dat ze in Arnhem het kunstwerk ‘Zeewierfilter’ exposeert op de expositie van Jan Mankes ‘Verstilling en strijd’ en dat ze meedoet aan een paneldiscussie over ‘Art & Activism’ met leden van ‘Scientist Rebellion’, de zuster van Extinction Rebellion. Suzette en Jan Mankes, een gouden combi! Daar kan (de geest van) Mankes blij mee zijn. Okee, maar hoe kom je aan zeewier? Oogsten!

DONDERDAG Kunstpunt heeft uitverkoop. Voor € 100,- tot € 250,- (geld dat je bespaart door enkele jaren kledingwinkels voorbij te lopen) neem je een schilderij, ets, zeefdruk, verpakt in bubbeltjesplastic, mee onder de arm.

 VRIJDAG In Onze Taal-kringen wordt gepraat over taalergernissen en -jes. Als oud-leraar Nederlands lees en hoor ik veel ondeugdelijkheden. Ik realiseer me dat ik milder word en ruil de rode pen in voor een zacht, grijs potloodje. Maar ‘hun hebben, die meisje, ik besef me, ik irriteer me aan, doe is normaal, de gasten worden koffie aangeboden, gaan we over naar het weer’ blijven me opvallen. Niet grammaticaal incorrect maar wel licht storend: het buitenmatige  gebruik van oprecht, eigenlijk en zeg maar. Waar ik over blijf vallen: boeken, uitgegeven bij serieuze uitgeverijen, die missers bevatten.

ZATERDAG Na Assen (Beilerstraat 84), Sleen (Zetelveenweg 4) een derde klassieke duiventil. Deze staat in Breede, tussen Rasquert en Warffum. Anders dan beide exemplaren in Assen en Sleen heeft deze geen invliegopeningen aan de lange zijden, enkel aan de kopse kant. Duiventilexperts weten te melden dat de til splinternieuw is.

Maarten van Rossem – De geschiedenis van het Nederlandse landschap (Nieuwe Kerk 30-0125)

De kracht van Van Rossem is dat hij historische wetenswaardigheden afwisselt met kneiterharde analyses, aangeboden in een goedmoedige lobbesverpakking en geuit met een zachte stem met Utrechtse tongval. Rustig heen en weer drentelend onder de kansel houdt de fitboy van de feitenkennis (dixit P. Freriks) zijn verhaal. Zonder plaatjes of statistieken. Af en toe een slok koude koffie nemend, ingeschonken uit een meegenomen kan. Het publiek is een afspiegeling van Groningen: stadjers, boeren, al dan niet gelovig, die graag mild worden gekastijd en voor die geseling vriendelijk applaudisseren.

Van Rossem voorspelt een rolberoerte voor de dominee, mocht er bij de preek evenveel publiek, 500, zijn als vanavond. Sowieso vraagt hij zich hardop af welk nut religie heeft; graag geeft hij als heiden, ook wel smerige linkse radicaal of Moslimknuffelaar genoemd, het geloof met de vuilnisman mee. Kerken zijn overbodig, aldus de spreker. Ook zijn er, weer mildelijk verpakt, harde woorden voor de boeren: Er is in Nederland geen ruimte voor deze met subsidies en fiscale voordelen overstelpte beroepsgroep. En: welke andere beroepsgroep met een minimale economische betekenis kan rekenen op een royale uitkoopcompensering wanneer blijkt dat het vak geen toekomst heeft?

En passant richt Van Rossem het woord direct tot het (aarzelende) publiek en bij te grote onwetendheid verwijst hij graag naar de boekwinkelier die met een kraam aanwezig is. Onderkoelde humor sorteert effect, zo demonstreert de professoraal pratende would-be-cabaretier.

Zijn boodschap is dat er geen platteland meer is; de scheidslijn stad – platteland is zo goed als verdwenen. Nederland is een parklandschap. De provincie Groningen is gewoon een onderdeel van de verstedelijking die als een schimmel of vlektyfus om zich heen grijpt. De uitdrukking ‘in the middle of nowhere’ kan in Nederland niet worden gebruikt. Steden zijn broedplaatsen voor creativiteit, op het platteland wordt niets verzonnen.

Heilige huisjes worden onderuit gehaald. De wereld is helemaal niet vol. Kijk naar Amerika (Wyoming is zes keer Nederland met de inwoners van Utrect), Frankrijk, Duitsland, Oost-Polen en verder oostwaarts. Van Rossems boodschap is dat de natuur, onze vijand, gruwelijk wraak zal nemen met bodemdaling en grondwaterstijgingen (die door de boerenstand op onnatuurlijke wijze laag wordt gehouden; zoals de boeren ook de leefomgeving aantasten met een gruwelijke chemische verdelging van insecten, die in stedelijke gebieden floreren) en overstromingen. Maarten ’t Hart is zo gek nog niet als hij een woonark in zijn tuin wil plaatsen. En wolven? Die richten, vergeleken met everzwijnen, nauwelijks schade aan. Maar houd de aantallen, vergelijk de bevers, in toom.

Zoals het een echte leraar betaamt schuwt Van Rossem de herhaling niet. Onder applaus spoedt hij zich naar de signeerhoek.

Pictura Wintersalon 2025

Een mooier naam voor een expositielocatie bestaat niet: Pictura. Letterlijk afbeelding: schilderij, borduursel, tekening, etc. Opgericht in 1832 is het een stokoude kunstclub. Je kunt je voorstellen dat de neusjes van de noordelijke regionale zalmkunst daar graag hun pictures exposeren. Ruim honderd werken/werkjes, gekozen uit meer dan 300, opgehangen/neergezet in een respectabel maar krakkemikkig (afbladderende verf, enkel glas, slechte klimaatbeheersing, onverwarmd, ongelijke vloer), gebouw. Voor het gemak heeft Pictura maar afgezien van vermelding van de door de kunstenaars gebruikte techniek en het materiaalgebruik. Jammer, want het geeft de geïnteresseerde bezoeker een uitgebluste indruk alsof de handdoek al in de ring ligt. Waarom? Nu kunstsubsidies voor Pictura zijn afgewezen zou je een extra inspanning verwachten.

Kijkend naar beeldende kunst draag ik vier graadmeters mee: raakt het mijn snaren, gaat mijn hart sneller kloppen en word ik vanwege de decoratieve waarde (wil ik het aan de wand hebben?) inhalig? Zie ik vakmanschap in de uitvoering? Stelt het, zonder een begeleidend, uitleggend schrijven, wat voor in een groter beeldendekunstgeheel voor zover ik dat doorgrond? En is de prijs redelijk?

Deze keer is mijn aanpak anders. Ik denk terug aan mijn tijd als docent aan het Esdal College in Emmen. Een collega tekenen maakte de leerlingen warm voor het thema Engelse drop. In verschillende technieken, in een uiterste aan kleurgebruik, kwamen de kleurrijke droplagen tevoorschijn in de vitrines tijdens de open dagen.

Mijn missie nu: waar heeft de vakdocent tekenen/handvaardigheid/textiele werkvormen iets aan? Waardoor kan zij/hij worden geïnspireerd? Ik zie zeker vier.

De grote objecten van Steenbruggen, Mensvis witoog (€ 1.250,-) en Sluierstaartmensvis (€ 1.350,-), staan of hangen in de ruimte. Over kippengaas zijn kleurige, uitgeplozen draden gespannen. Ideaal voor een groepsopdracht.

Ook geschikt voor meer dan één leerling: werk van Holper: Repetition Lines (€ 2.000,-). In alle RALkleuren gepunnikte draden zijn verticaal gespannen op een groot frame. Uiterst decoratief en niet te gecompliceerd. Ook van Holper: Repetition Dots (€ 2.000,-), een veelheid van kunstig geknoopte halve bolletjes op een ondergrond van witte draden gespannen.

Greetje Mulder presenteert een collectie kratjes met in elk daarvan een object. Ideaal voor bijna een halve klas. Prijs: voor het geheel in overleg, losse delen € 250,- tot € 350,-.

En misschien het werk van Lufting: in diverse vormen gedrongen zeil, gedeeltelijk beschilderd in heldere kleuren: Deep black + signal white (€ 875,-), of Yale blue + piglet pink (€ 875,-).

Verder viel nog prachtig werk op van Zetstra, Man bij het raam (€ 1.750,-) en, vooruit ook wat landschappelijks: Boersma, een expert in licht en schaduwen, met Shadow world Crownless I t/m VI (samen voor ( € 2.480,-). Nu maar samen met bezoekers, vrijwilligers en bestuur van Pictura bidden, hopen en aanvragen herschrijven opdat subsidiestromen in tweede instantie de goede kant opkomen.