De brugge / Die Brücke / Le pont / De brêge / De brug

Aanzet tot een eenakter:

locatie: sjiek raadhuiskantoor; of nog liever een alternatieve (buiten)locatie: op het pleintje voor de Visserbrug in Groningen waar een tijdelijke fietsbrug wordt aangelegd.

tijd: een ochtend hartje nazomer 2024;

rolverdelingKoen : man, libertaire burgemeester, zeg maar linkse VVD’er, begin 60, formeel/casual chic gekleed;
                    Mirjam: vrouw, kneiterlinkse wethouder, midden 30;  formeel/casual chic gekleed; verbastert Koens naam vaak tot Schoentje Kuil of Kuintje Schoen.

Achtergrond: In een noordelijke provinciehoofdstad breekt de pleuris uit nadat het gemeentebestuur een nog prima werkende brug heeft gedeactiveerd met het doel de inwoners voor te breiden op een autovrije binnenstad;

Regieaanwijzingen:

(1) Geluiden van buiten: protesterend, leuzen (naar keuze van de regisseur) scanderend publiek (Draagvlak! Draagvlak! Draagvlak!), geluid van pannendeksels en vuurwerk.

(2) Maak eventueel gebruik van een alwetende verteller, een soort Muppet (variant: deze Muppet becommentarieert de handelingen waarbij de toneelspelers kort ‘bevriezen’).

(3) Extra: een vervreemdend effect, gedurende de vijf minuten dat de eenakter duurt rijdt er een op afstand bestuurbare speelgoedauto, afwisselend tergend langzaam en supersnel, met versterkte Maseratigeluiden, over de nieuwe, tijdelijke voetgangers- en fietsersbrug. 

(4) Variant voor extra vervreemdend effect: gedurende de speeltijd wordt een auto langzaam opgehesen door een grote kraan. Aan het slot stort de auto naar beneden, òf in het water van de A, òf op het pleintje.

(5) Op een groot scherm wordt een film vertoond met oude foto’s uit Groningens binnenstad.

(6a) Ter keuze aan de regisseur en veel voorbereiding vergend (straten afzetten): hoe mooi zou het zijn het publiek in beweging te krijgen en mee te nemen naar een in volle glorie in gebruik zijnde tweelingbrug: de A-brug. Bijvoorbeeld een wandeling langs Hoge en Lage der A waarbij iemand, hier en daar stoppend, per micro- of megafoon historische details vertelt.

(6b) Extra bij (6a): om de (bijvoorbeeld) 50 meter zit een visser die, wanneer het publiek voorbijwandelt een fiets, opblaaskrokodil, of speelgoedauto uit de A slingert.

Koen (in een antieke leunstoel zittend, nerveus aan zijn kin plukkend & briesend): Het woord draagvlak wil ik niet weer horen! Kijk naar de vorige eeuw (daarbij wijzend naar het filmdoek) toen het Verkeers Circulatie Plan werd ingevoerd. Alle  tegenstanders draaiden om. Huilebalken werden lachebekken. Die stinkauto moet de stad uit, verdomme.

Mirjam (luchtigjes, met verleidelijke stem): Koen, jongen, wind je niet op. Mijn top heeft al lang plannen klaarliggen voor een autovrij centrum. (valselijk klinkend): Die opgebroken brug komt goed uit. Maar jouw partij, de autohobbyisten… heetten jullie niet ooit de vroem-vroempartij?

Koen: Hobbyisten? Lobbyisten! In mijn partij hebben dwarsliggers het voor het zeggen. En in hun hart zijn VVD’ers fietsers: Mark Rutte, Sander Dekker. En ik ben een fietser, weet je, en een wandelaar en ik was een ombudsman. Hahaha, wat heb ik gelachen Mir, hoe de haperende brug begon met lekker haperen. Die zogenaamd opwippende brug, hahaha. En die twee zandzakken als tegenwicht, meesterlijk.

Mirjam (bijna fluisterend): Zeker, hahaha, wat was dat een goed idee. Zandzakken tegen een opwippend brugdeel, laat dat maar aan mijn ingenieurs over.

Koen (zijn stropdas rechttrekkend en het uiteinde in zijn broek vleiend): En dat grapje gaat anderhalf jaar duren? Kunnen we niet tenminste de deelauto’s tijdelijk voorrang geven, op weg naar autovrijheid, zeg maar een soort omgekeerde geleide groei?

Mirjam (vrolijk, plooien in kokerrok scherptrekkend en een kauwgumrestje van een hak afwrijvend): Jahaha, goed plan, eerst prio aan de de deelauto, en dan (terwijl ze enthousiast en vrolijk d’r lange haren achter haar oren gooit) door, dan zijn ze inmiddels wel gewend aan een autovrij Hoge der A. Alleen die Turftorenstraatgasten, die willen zich nog wel eens roeren, die hebben massaal gele hesjes en Cobra’s¹ ingekocht,  maar nu Hansie vertrokken is zal dat meevallen, toch?

Koen: Ach ja, Hans, de oude P.v.d.A.-vriend. Was nog Commissaris van de Koningin in Groningen, toch? En dat zonder een middelbare school afgemaakt te hebben. Prachtkerel! De redelijkheid zelve, zo’n ouwe sociaaldemocraat naar wie zelfs een trein vernoemd is.

Mirjam (licht opgewonden waarbij haar stem steeds een toontje hoger gaat): ‘k sprak ouwe Max laatst nog. Die had met zijn VCP minder weerstand dan wij nu van die autolobby, gesteund door de autojongens van het industrieterrein. De dieseltjes knijpen ‘m als een ouwe dief. En dan die stekkergassies, de ultieme antilimitaristen², de Teslageneratie eist zelfs een stekkerdoos bij de voordeur. En maar mekkeren over een draagvlak creëren. Zandzakken kunnen ze krijgen, gevuld met draagkracht.

Koen (uiterst tevreden kijkend en met de handen over zijn embonpoint strijkend): Mir, meid, weet je dat je, zo geagiteerd sprekend, een ideaal profiel hebt voor een proefperiode als vervanger van burgemeester Van der Tuuk in Zuidhorn of Velema in Ter Apel? Die Van der Tuuk kan zelfs de omgekeerdevlaggenboeren niet in het gelid krijgen. De geschiedenis zal je dankbaar zijn.

Mirjam (met getuite lippen op Koen toelopend, op zijn allerverleidelijkst): Dat gaan we nog zien jongen. Wie weet. (met een valse blik in de ogen): Ik ben een poldermeisje en nog lang niet uitgebroed. Koen mien jong, doe bist mie d’r aine! (Het Maserati- en protestgeluid dooft langzaam en de speelgoedauto stort van de fietsbrug in de A).

¹ gele hesjes: gele kunststof spencertjes, symbool voor oppositie tegen kortweg alles; Cobra’s – vuurwerk met superharde knaleffecten, veelal toegepast in stadions door mensen met een afstand tot de maatschappij.

² limitarisme- maatschappelijke stroming in de twintiger jaren waarbij gestreefd wordt naar limitering van topinkomens en nivellering van vermogens door extreme belastingheffing.

 

JOURNAAL week 32

ZONDAG sinds een half jaar weer op pad met SpaakMasters. Lekker met zijn zeventienen fietsen door het Groningse platteland. Ik fiets naast Sloveen Jan die de boeren prijst. ‘k Vertel ‘m maar niet dat de industriële Nederlandse boerderij een failliete bedoening is die na 50 jaren waarschuwen nog steeds niet wil luisteren en liever de omgekeerde vlag, EU-subsidies en de steeds zwaardere trekker aanbidt dan naar leraren economie en D’66-er Tjeerd de Groot luisteren. We doen standaard 60 kms in het door road captain ‘Veertig mijl naar Pieterzijl’ gedoopte ritje.

MAANDAG DvhN-verslaggever Joep van Ruiten ontfutselt Andreas Blühm (directeur Groninger Museum) na het mislopen van subsidies een mooie quote: ‘Wat hebben we verkeerd gedaan?’ De larmoyante kop wordt ondersteund door een foto van Blühm op zijn goldenretrievers. Je ziet het bijna overal: regionale musea die het niet (lijken te) redden. Na de Fundatie in Zwolle nu het GM. De reden is: de directies trekken een te grote broek aan. Ze gaan veelal voorbij aan de regio en kiezen voor pretentieuze, spraakmakende kunst die desondanks in de landelijke pers wordt genegeerd (zie de Volkskrant over expo’s in 2023: wel kleinere provinciestadjes als  Leiden, Schiedam, Bergen, Dordrecht en Wassenaar maar Groningen niet). Wat Blühm wel goed doet: basisschoolleerlingen inschakelen als kunstambassadeurs. Maar de stap naar het voortgezet onderwijs wordt niet gezet. Daarnaast negeert Blühm regionale kunst, ook al hebben ze, kijk naar de Toyisten, Boelsems, een internationaal randje. De huidige Ploeg wordt genegeerd. Te weinig innovatie en te weinig kwaliteit, is zijn oordeel, daarbij voorbijgaand aan zijn taak als stimulerende en initiërende kunstpedagoog. Geen aandacht voor eindexamenwerk van de Klassieke Academie en Minerva. Van dattum dus. Hoe pakt het Shakespeare theater in Diever het aan? En het profvoetbal? FC Groningen begrijpt het. Naast een contingent geïmporteerde spelers zien we jongens uit de omgeving. Die bevorderen binding met het publiek. Hopelijk dat Blühm als adviseur van het MADA meer potten breekt.

WOENSDAG Ik schrik als ik hoor dat Groei-en-Bloei-vrienden, Natuurmonument-aanhangers,  NIVON-leden slakken doormidden knippen. Onze huisegel bij de datsja in Zuidlaren houdt de slakkenstand op peil. Ik voer hem etensresten vanuit een haringintomatensausblikje. Een natuurlijk evenwicht noemen we het.

DONDERDAG Als een zeventienjarige voel ik me, net voor een literatuurtentamen. Onze minibieb voorziet me van ultradunne kwaliteitsboekjes van Lize Spit, Tim Krabbé, Ilja Leonard Pfeijffer. Van Tom Lanoye lees ik ‘Heldere Hemel’; boekenweekgeschenk in 2012. Een heerlijk – op waarheid gebaseerd – boekske over een in juli 1989 in België neerstortend onbemand Sovjet-Russisch gevechtsvliegtuig met erdoorheen vervlochten dramatische familieontwikkelingen met vrouwen die klagen tot kunst hebben verheven. Ik leer nieuwe woorden: zerp, fezelen, vrank, potlatch, verbrodden, calvarie en iemand de Levieten lezen. Mooi zo, ik verheug me al op het tentamen….

 

VRIJDAG “Lieber Andreas, ik wil niet alleen de kritikaster uithangen hoor, vandaar een goedbedoelde suggestie. Doe als het NNO dat naar Lowlands ging. Huur een geile vuurrode oude Mercedes Benz cabrio of een brandweerauto en ga een jaar lang, eens per week, in de middagpauze naar een school voor v.o. samen met Jacques W en Johan R en wie weet een chick uit de conservatorenkring. Tijdens het reisje neem je en passant de RvT-agenda door. Knal het plein op, houd een pitch over brutalisme in de kunst, Banksy, wat pop-art-saus erover en maak met een brandslang een instant-painting op het plein en roep leerlingen op mee te doen. Geef na afloop de hele school een museumjaarkaart en een tegoedbon voor 10 stuks oude meuk uit de uitpuilende depots. Bel ik van te voren het Jeugdjournaal wel even. En verdubbel de directie niet….”

JOURNAAL week 31

Zondag De Martinikerk loopt vol. Nou ja, nog niet zo vol als bij het kerstconcert van het Grootkoor natuurlijk, maar orgelmuziekvol. Paar honderd man zeker. Het IMOCG¹-openingsconcert heet Venetiaanse Pracht met het blazerskwartet Les cornets noirs. Even hoop ik op ‘cornetists noirs’.  Maar nee, vier witte mannen uit Zwitserland die ongehoord mooi spelen op aparte fluiten: dulciaan, twee zinken² en trombone. Ze staan vanuit (te) kleine openingen in het Schnitgerorgel hun best te doen. Centrale muzikale truc: samen met organisten Wiersinga en Van Doeselaar zoveel mogelijk echoën. Meesterlijk. Voor me zit een meneer die op het oog ongecontroleerde kleine schokkende handbewegingen maakt en constant ‘formidable’ en ‘incroyable’ inslikkend roept tegen zijn vrouw die haar nagels met Dior Vernis heeft gehighlight. Monsieur is misschien een dirigent uit de banlieues die de Olympische Spelen-herrie ontvlucht en nu op de camping in Middelstum-Noord staat. De muziek bekoort zeker en vast, maar ja Gabrieli, Allegri, Cima, Merulo, Valentini en Guami zijn mooie namen van Ducatiberijders op het TT-circuit maar halen het natuurlijk niet bij de letters b a c h, of is het de overkill aan herhalingen die mij parten speelt? In de pauze regeert Calvijn met een lange wachtrij, lauwe thee en haperende wifi. Burgemeesters die omgekeerde vlaggen tolereren zitten op de voorste rij.

Maandag Aan het eind van de warme dag fietsen we even naar het Hoornse meer voor een drankje en een schaaltje friet op het enige (?) rookvrije terras van Groningen. Vrouw I lijkt gewend te zijn aan de fraaie Van Raam-driewieler. Hoewel ze geen skelter- of trekkerkindverleden heeft jakkert ze lekker vrolijk voor me uit. Langs het kanaal fietsend wapperen haar haren op zijn Daphne Schippers indertijd op weg naar goud, in de wind. Op het terras  nemen we de personeelskrapte in de als boeren klagende horeca door en bespreken een eenvoudige oplossing. Laat obers niet acht keer heen en weer lopen voor één drankje van inmiddels € 7,- maar creëer een afhaalbuffetje met korting voor de naar beweging hunkerende terrastijgers.

Dinsdag Twee traanplaten maken de drempel doable voor de Van Raam. Metaalbedrijf Agema weet precies wat ik bedoel en fixt het.

Woensdag Omdat ik pas eind augustus bij mijn vaste fysio/masseur terecht kan, wijk ik uit naar een Chinese massagesalon in Stad. Een uur full-body massage wordt het. Van tenen naar hoofd en van vingers naar schouders. Ik word ontvangen in een klein kamertje met een grote massagetafel (gerieflijk), ingelijste aanwijzingen aan de muur, ‘houd uw onderbroek gerust aan!’ (handig) en een 45-jarige mevrouw met in massageolie gedoopte warme handen (heerlijk). Het verschil met mijn fysio is dat die zich concentreert op de dieper liggende spierweeefsels en echte gesprekken en dat de full-body zich richt op een ontspanningsmassage over (bijna) het hele lichaam  en inwisselbare vriendelijkheden in Jip-en-Janneke-taal. Mijn Mandarijn haalt het niet bij haar Westerkwartiers. Als ze mijn bovenbenen doet geniet ik van haar uitspraak van ‘jonge hond’, ‘steigerpalen’ en ‘cilinderzuigers’.

Donderdag Anders dan de over personeelskrapte jeremiërende horeca vult de gemeente tekorten op door uitgekiend burgers in te schakelen bij het opsporen van zaken die verbetering behoeven. Groningers wordt gevraagd openbareruimteprobleempjes te melden. Daar doen we graag aan mee, maar werkt het ook? Van de acht meldingen worden zeven vlot afgewikkeld. Nummer acht ligt op het bord van ProRail, maar die zegt niets te kunnen doen. Groningen – ProRail: 7 – 0.

¹International Martini Organ Contest Groningen

²Zink = houten, gebogen blaasinstrument

Maarten ’t Hart 45 ‘De gevaren van joggen, dwarse boutades’ 1999

Een nadere studie van de boekomslag is een vooruitwijzing: een wat oudere heer kijkt over de balustrade naar het kalme historische stadsleven. Als je het werk van ’t Hart kent, voorvoel je wat gaat komen. De ondertitel, Dwarse boutades, zet je wat op het verkeerde been, want het zijn eerder columns dan boutades natuurlijk. Joggen zal wel niets zijn in de ogen van ’t Hart, denk je vooraf. En inderdaad hij vindt het maar niks.

‘De gevaren van joggen’ is een litanie van zaken waar de auteur zich aan ergert of die hem gewoon opvallen. Als een oude mopperende opa kijkt hij naar gemiste kansen en maatschappelijke aberraties. ’t Hart-kenners komen veel onderwerpen tegen die in zijn eerdere werk worden aangestipt.

Gelukkig komen er ook grotere themata voorbij, bijvoorbeeld in ‘Samen op weg’ over orthodoxen die dwars liggen bij de vorming van een verdere samenwerking onder protestanten op weg naar PKN. In de laatste alinea fileert ’t Hart de luthersen, die de naam danken aan Luther ‘een van de allerergste antisemieten.’ Luther, wordt pleitbezorger genoemd van alles wat A. Hitler in praktijk bracht. Lees Luthers boek ‘Von den Juden und ihren Lügen’.

Stukken als dit maken het boek voor mij draaglijk. Verder columns over:

  • De goede smaak van zelf geteelde aardappels;
  • De risico’s van alcohol en barbecues;
  • De paapse mis als parodie op het heilig avondmaal;
  • Het antimakassartje in het Nationaal Dictee;
  • De schaduwzijde van het programma ‘Spoorloos’;
  • De doodstraf in de VS;
  • Belgische goede manieren, het hondje van Biesheuvel;
  • De meest geschifte bisschop; Chopin bij het Kruidvat;
  • De valse trucjes van de rijlesexaminator;
  • Hoe stakingen in de gezondheidszorg sterftecijfers laten dalen;
  • De nare interviewtechniek van Ischa Meijer;
  • De onverklaarbare weerstand tegen klonen;

Voor (oud-)leraren is het leuk te horen dat ’t Hart een lans breekt voor het lerarenberoep: het zwaarste, meest onderbetaalde beroep dat alle bewondering verdient. Niet alleen verdienen ze het loon van een procureur-generaal, maar ook een gouden handdruk. Ongetwijfeld is het feit dat ’t Hart als leraar in het v.o. smadelijk flopte hier debet aan.

Tonko Ufkes ‘Ongeliek’ (2018)

Op zoek naar Ufkes’ nieuwste verhalenbundel ‘Doagen en dreumdoagen’ neem ik even genoegen met ‘Ongeliek’. In één ruk uitgelezen. Dichter, historicus, leraar, wadloopgids Ufkes schrijft in het Gronings, nou ja Westerkwartiers, een soort Gronings-light, verwant aan Drents en Fries. ‘In Drenthe denken ze dat dit Drents is,’ zegt polyglot Ufkes lachend in een interview. Na mijn CGTC¹-cursus Grunneger Toal is dit goed te doen. Ik ken de naam Ufkes van Roet (Drents letterkundig tiedschrift) en ook daar steekt hij met kop en schouders uit boven de Nedersaksiche rest.

‘Ongeliek’ telt ruim 20 verhalen, waarvan twee iets langere. Een groot deel verscheen eerder in tijdschriften. Alle sober geschreven. Verrassende wendingen. Mannen zijn vaak sullige typen, vrouwen initiatiefrijk. Humoristisch. Gevoelig. Natuurlijk komt een plattelandsthema voorbij met wrede dorpsjongens en een jongetje dat ‘geen boerenhanden’ heeft. Zijn vader, het zal de tijd van voor de dierenambulance zijn, verlost de roek uit zijn lijden. De zin ‘Ik zie niks mor heur t zaacht knappen’ is veelzeggend.

Nergens brute, expliciete seks, maar erotiek: ja. Ook daarmee staat Ufkes op eenzame hoogte. Hij slaagt erin een in Griekenland vakantie houdende man met zijn halfzus naar bed te laten gaan. En geen seconde dat je denkt: Huh? Een jong stel bedrijft de liefde op een badlaken in de tuin en wordt begluurd door de schoonvader. Ziekten, fysieke zowel als mentale tasten geheugens aan en bevorderen delirische dromen en vergezichten. Oude herinneringen aan lagereschoolvriendinnetje Hanneke van wie de grotere zus Hennie de twaalfjarige jongen aanrandt. Wat een feest als hij, volwassen, tijdens een congres de naam H. McPhearson-Steggerda ziet. Sja, de laatste zin kun je aanvullen: ‘En ien één lange tuut holdt ze mien mond beet en ik loat heur borst en heup niet lös.’

In het titelverhaal beschrijft de autohersteller een aanrijding met een hond in een mooie vooruitwijzing ‘…hest stevig kontakt zöcht, ik zie t wel.’ En inderdaad, ‘bij dit slag vraauw past gien verweer’. Het wordt een prachtig verhaal dat plaatsvindt in een dorp zonder geheimen en waarin de zussen Anna en Renske het de lesgever niet eenvoudig maken.

(Mocht het CGTC¹ (Centrum Groninger Taal en Cultuur) ooit zijn stoffige imago willen afschudden, zet Ufkes op de verplichte literatuurlijst!)

Rieutheater

Muziek- en straattheater lopen in elkaar over als ingrediënten op de pizza Frutti di mare. Metaliger dan ik hoopte schalt Rieus microfoonstem door de warme straten van Maastricht. Vaste prik de eerste drie weekeinden van juli. Chanel nr 5 mengt zich met verdampende exquise shoarmageuren. De straat trilt; mergelresten laten los tussen de straatkeien als tandsteen in kloosterlingenmonden. Hagedissen, vleermuizen, doorgesnoven kapelaans en toeristische nachtbrakers schrikken nergens meer van. Na een lang fietsritje janken en knagen mijn bovenbeenspieren als ongesmeerde scharnieren in een roestige kapeldeur. Lekker gevoel, zegt de masochist in mij. Na 350 km fietsen voelen mijn billen als na een dagje proefliggen op een spijkerbed. Rug, schouders en armen zijn onderdelen van een lappenpop die op zachte, met babyolie ingevette verstellershanden wachten. Het Restless-legs-syndrome verspreidt zich over mijn hele lijf als covid in een volle lift met PWC-examenfraudeurs, met uitzondering van mijn verdoofde scrotum en pielemuis.

Ik zie een kier onder het scherm dat Rieus sprookjesmuziekwereld afschermt van Maastrichts aangeveegde nachtleven. Even liggen, denk ik. Het Hallelujah begint. Nee, niet dat van Leonard Cohen maar de evenknie van Händel. De muziek klettert troostend tegen de muren als regen na een droge zomer. Goosebumps all over. Fietsmaat Poga kijkt rond. De quasi-muzikale eenvoud, de grandeur, de toegankelijkheid, het gezwollene, de pracht, het antieke, maakt van Rieu een look-alike van leeftijdgenoot Springsteen. Alleen heeft Rieu hoorbaar de muziekschool wel afgemaakt en oogt hij topfit.

Terwijl ik vanaf de openbare weg een filmpje maak blokkeren grote mannenschoenen het zicht. Het wordt een spelletje. Verderop zie ik wijd uitstaande rode jurken. Fluit spelende meiden hebben iets met de verkleedkist op zolder, zie ik bij Rieu. ‘Hallo, hallo,’ hoor ik een brute kenaustem naar me bassen. Haar lijf in een zwart te nauw Kamala Harris-pak. Speekselbelletjes in de mondhoeken. Scherpe hoektanden. Rimpels in het voorhoofd als meanderende beekjes op een fietskaart van Routeplanner. Weggeschoren en buiten de lijntjes ingekleurde wenkbrauwen. Op de revers een Steward-Maastricht speldje met een gestileerd harplogo. Ik houd van rechtdoorzeeë vrouwen maar deze maat is me te groot. Ik stel een eenvoudige vraag waar geslotenvragenkoningen en –(kroon)prinsen van de NOS een puntje aan kunnen zuigen. Maastrichts straattheater. Wat hebben we een plezier.

Drents jeugdorkest op Grote Markt 26 juli 2024

Bijna in de schaduw van de ruim 30 bomen die in Stad al bos worden genoemd, haast onder de Martinitoren en voor het stadhuis en het terras van sponsor The Market Hotel en café Willem Albert treedt het Drents jeugdorkest op. Het is lekker warm en er is veel publiek toegestroomd.

Muziekkenners weten dat de HaFaBra-muziek in Noord-Nederland op een hoog peil staat en dat bewijst de selectie van de Drentse Harmonie vandaag ook maar weer. Heerlijke, swingende muziek van jongeren die er zin in hebben. Een goede ritmesectie, prima hout en uitmuntend koper. Wat me goed bijstaat is een drietal hoornisten die even speciaal naar voren komen voor het swingende ‘Born for the Horn’. Zelf opgegroeid op het Friese platteland weet ik dat amateurmusici het ver kunnen schoppen. Kollumer Jacob Slagter kwam uiteindelijk als eerste hoornist in het Concertgebouworkest.

In Groningen luisteren we bijna twee uur naar (film)muziek met internationale tinten. Dirigent/spreekstalmeester Arjan Dunning heeft de groep twaalf- tot twintigjarigen in de hand, ze lijken betoverd door zijn baton. Hier wat temperen en daar wat aanjagen, gelijk starten en samen eindigen, wat een fijne muziek. Het (gratis) vrijdagmiddagconcert klinkt als een klok. Het bedaagde publiek geniet en laat zich niet van de wijs brengen door politiesirenes of een meneer die vergeet zijn luidspreker met Moslimmuziek te dimmen.

Na de pauze gaat het echt los met onder meer ‘Malagueña’, ‘El Camino Real’ en het slotstuk ‘Deep Purple Medley’. Op 30 november staat het 35-verjaardagsconcert ‘Still Rockin’ on’ op stapel in de Tamboer te Hoogeveen. Dit concert bewijst eens te meer het belang van muziekonderwijs; laten we uit de grond van ons hart maar hopen dat cultuurminister Eppo Bruins op tijd het licht ziet en Prinsjesdag een muziekprinsjesdag laat zijn.

Groningen, ga vooral door met deze prachtige openluchtconcerten en maak dat de hevig bediscussieerde stenenvlakte gebruikt wordt waar het geschikt voor is: een podium voor cultuur van de bovenste plank! Drents Jeugdorkest, bedankt!

Maarten ’t Hart 44 ‘Het dovemansorendieet’ 2007

Heel bijzonder. Veelschrijver ’t Hart die begin deze eeuw meegaat in de dieetcultus. Dat doet hij goed. Natuurlijk overdrijft hij bij vlagen lekker. t Hart, 80, 185 m, 76 kg noemt zichzelf graatmager. Tegenwoordig heet dit gewoon een goedgroen BMI.

Een frisse, dwarse, ongebruikelijke, eigenzinnige kijk op alles wat met eten, drinken, lozen en ontlasten te maken heeft en dat is het. Zijn lijfspreuk: je mag overal in bijten zo lang je er van kan schijten. ’Het boek is gelardeerd met recepten. Hij concludeert dat wat je eet en drinkt een veel groter effect op je gewicht heeft dan (veel) bewegen. Heel af en toe glijdt de auteur uit de bocht, daar waar hij neerbuigend doet over lagere opleidingen dan hijzelf heeft genoten

’t Hart beschrijft eerlijk de tot snot gekookte groente van zijn moeder en de eenvoudige keuken, prikt in ballonnen van waterdrinkersgoeroes en propageert het vegetarisme en het eten van ongesneden brood, mits met mate.

’t Hart gaat uitgebreid in om een aantal themata uit de vermagerings- en voedsellectuur.

  • Op gefermenteerde melk (yoghurt) na, is er weinig goeds te melden over zuivel. In één moeite door: eieren (menstruatieproducten genoemd) kunnen onbelemmerd worden gegeten.
  • De misvatting dat koolsoorten, incl. broccoli, bescherming tegen kanker bieden, berust op een misvatting.
  • (Kweek)vis gaat ten onder aan een scala aan giffen.
  • Worsten en gehakt zijn de afvalbak van slagers, dus vermijd die.
  • Corpulentie door de eeuwen heen en rechtlijnige, parabolische en hyperbolische gewichtstoename.
  • De vervettingsoorzaak van drank en de vraag waarom bokken nauwelijks overgewicht krijgen.
  • Een opmerkelijke suggestie: niets pleit ertegen om zwaarlijvigheid tegen te gaan met (lint)wormen.
  • Een wetenschappelijk sausje: de glycemische index.
  • De constatering dat boeken over lijnen nooit gaan over transpireren, urineren en defeceren wordt aangegrepen voor een heel hf over zweet, pies en kak en per groente- of fruitsoort wordt de laxerende werking genoemd.
  • Een heel hoofdstuk over peulvruchten, de hoeksteen van het Dovemansorendieet en één over zetmeel en onbekende granen.
  • Dan nog een jeugdverhaal over de kunst van patat bakken en de overvloed in supermarkten, een lijdensverhaal over gymnastiek en de terreur van getallen en de schadelijkheid van alcohol.

Aan het eind van het boek een lijst aanbevolen en te vermijden producten.

Groningen – Maastricht

19 juli 2024. Woorden als ‘bizar’, íconisch’ en ‘episch’ ken ik niet. Het wordt een bijzondere rit. Mijn fietsmaat noemt het op Strava: ‘Morning ride met Klaas’. om 02.45 opstaan en rijden om 04.10.  Ruim 2 kgs in de rugzak. Het worden 339,91 kms. Nog wat data: beweegtijd 12.36 uur. Verstreken tijd 16,54. Gemiddelde snelheid 27. Hoogteverschil 973 m. Maximale snelheid 51,4.

Het eerste kwart gaat in uptempo, gemiddeld boven de 30/u. Lege, vlakke fietspaden, frisse ochtend, ik geniet. De tijden calculerend vraag ik me af wat we vanmiddag in Maastricht gaan doen. We stoppen in het haventje van Zwartsluis. Ik eet zoveel als ik maar kan.

Het tweede kwart begint stroefjes met omleidingen in Zwolle. In Hattemerbroek spot ik een nieuwe duiventil, wow wat een mooi ding. De Veluwe en Google moeten nog eens nader kennismaken. We berijden grintweggetjes en zelfs een keer een karrenspoor door een met hoog gras begroeid pad. We maken elkaar wijs een wolf te willen spotten. Dan een schitterend gelegen fietspad richting Apeldoorn, aangelegd door een fietsers negerende  overheid. Bij elke (misschien 30?) kruising moet het fietsende verkeer voorrang verlenen aan de boerenkar. Dan langs Het Loo in Apeldoorn. De bible-belt heeft moeite met racefietsers en Keti-Koti. Ruilden Arnhem en Apeldoorn een poosje van burgemeester dan zou Marcouch wel raad weten met de bijzondere expositie van de geschiedenis van de tot-slaaf-gemaakten daro. Koffie, appelpunt en nieuw water in Beekbergen, we worden bekeken door een etalage vol tweedehands nieuwsgierige etalagepoppen.

Het is heerlijk fietsweer, wolken en warm. In Nijmegen alom fietsers met schuin afgesneden gladiolen onder de snelbinder. Bij Mees uitgebreid, heerlijk geluncht met pastasalade en gemberwater. De stad wordt ingenomen door wandelaars die vanwege een fikse route-inkorting niet weten wat ze met de extra vrije tijd moeten doen. De heuveltjes richting Groesbeek eisen hun tol. Ik word gesloopt. Mark glimlacht en heet vanaf nu Poga.

We laten de routeplanning met nog maar één stop in Someren los en pauzeren naar behoefte. Nu ontstaat het verschil tussen beweeg- en verstreken tijd. We consumeren wat af: droge bolletjes met mayo, scharrelkippensoep, en op elk terras voor mij tonic/spa/radler. Maar één keer vraag ik me af of ik het zal redden. Kristusziele, dit is dus lijden. De gemiddelde snelheid daalt als peilingen van de NSC, en rugpijn komt op. Mis ik mijn ligstuur? Ik tel pijntjes. Ik had natuurlijk ook nooit moeten opscheppen dat mijn zitvlakhuid gelooid en gehard is als die van de gemiddelde Portugese stoephoer die 24/7 Nederlandse toeristen afwerkt. Rustig pedaleren we verder en ik herstel gaandeweg.

Om 21.00 uur Maastricht. De hosteleigenaar weet niet wat hij hoort. Gratis bier en vegabitterballen van het huis. We eten op een terras in de stad om 22.00 uur. Dan nog langs het Vrijthof waar Händels ‘Hallelujah’ weerkaatst tegen de middeleeuwse bebouwing. Geweldig. De Springsteen van de populaire klassieke muziek doet zijn best en bezorgt me kippenvel.

Tijdens de terugreis op zaterdag groeit mijn respect voor de NS per uur. Weliswaar zijn we van 11.00 – 19.00 uur onderweg (vergelijk dat eens met onze fietstijd), maar we begrijpen heel goed dat onze fietsjes niet bestand zijn tegen de bagagecompartimenten van ingelaste bussen. Treinen houden van fietsen. Overal ruimte voor Giant TCR en de (Iconic is never an accident) Roadmachine 01 BMC. En thuis een heerlijke warme hap, ‘witte bonen met prei, dat kan er ook nog wel bij.’

Journaal week 29, Groningen – Maastricht,

ZONDAG Hoe reageert mijn omgeving op ons plan naar Maastricht te fietsen op één dag? Van vijf of zes kanten kreeg ik het welgemeende advies meer te drinken, dat zou kramp tegengaan. Supplementadepten zweren bij magnesium. Voorbij jaloezie kijkend zijn de reacties vooraf: in het algemeen goedbedoeld(e adviezen), licht kritische (waarom zou je dit willen?), positieve (spannend, mooie uitdaging) tot zuinige (zwijgende) commentaren. Tenslotte: als natuurfietser ben ik niet het archetype van de racefietser, wel van de op veiligheid gefixeerde: van hard rijden in grote groepen moet ik niets hebben en ik ben een vurig pleitbezorger van verplicht handschoenen dragen en natuurlijk een spiegeltje in de linker beugel.

MAANDAG Met mijn ploegleider bespreek ik de route en of we naar of vanuit Maastricht rijden. De wandelvierdaagse in Nijmegen maakt de vrijdagse route zeker 10 kms langer want we gaan Nijmegen oostelijk ronden. Het plan luidt: Groningen – Meppel – Apeldoorn – Nijmegen – Someren – Maastricht. Mijn grootste zorg is Marks tempo. Meer dan ik aan hem moet hij zich aan mij aanpassen. De wind is niet supergunstig op vrijdag.

DINSDAG Fietsenmaker Dik prepareert Giant. Ze krijgt d’r tweede servicebeurtje met extra aandacht voor haar bandjes. Ik schrik als ik hoor van de val van broer II en word wat onrustig. Hij komt er met een blauwe bil nog genadig vanaf. Ik troost ‘m met een liedje van de Blaubilgorgel van Buddingh’. Het risico van een ongelukje calculeer ik, zij het met moeite, in. Een matineuze (zw)erfkat tussen de spaken om 04.30 uur voorbij Assen kunnen we wel missen natuurlijk. Vrouw I, nog herstellende van een heupfractuur na een val zegt toe in geval van nood tot Deventer als ophaalservice te willen fungeren. De schat. Ze heeft megaveel vertrouwen in een goede afloop.

WOENSDAG Terwijl ik me voorbereid op de mentale en fysieke inspanning maken sommige mensen in mijn omgeving er een existentialistische queeste van. Ik onderzoek mijn grenzen en wil nagaan of een jaar lang wekelijks een boek (her)lezen van (heel lang één van mijn favo auteurs, maar de laatste jaren teruggezakt naar de onderste regionen van mijn top-tien) Maarten ’t Hart louter plezier of een opgave is. Of na enkele maanden wat extra trainen een fietsrit van 325 kms voor mij als topfitte 68-jarige te doen is. Het is voor mij een dag plezier die stevige herinneringen oplevert, ook als het niet lukt. Ik wil mezelf (en mijn omgeving) nog beter leren kennen. En tot troost voor de vragenstellers: niet alles is te begrijpen. Sommige (hermetische) poëzie, abstracte beeldende kunst, onbekende (klassieke en ultra-moderne) muziek, er zijn hoofdstukken die voor altijd gesloten zullen blijven. Dat is precies de reden waarom fietsers – lees ‘Mythische fietstochten in Europa’ – gek zijn op onalledaagse tochten.

DONDERDAG In de rugzak prop ik 2kgs aan ballast. Dan voor onderweg nog 2 bananen, 6 40-grams repen, en 2 bidons.