JOURNAAL week 41

ZONDAG Lekker stoempen, sleuren en sjorren met de Spaak-matties. Ik ga een paar keer tot nabij mijn max. Mijn bovenbenen zeggen ja, maar mijn hart en longen vloeken en tieren. Ik ga mijn trainingsintensiteit veranderen. Doordeweeks twee keer 40 kms fietsen op mijn 16,7 kg zware Sensa Livigno Evo en dan op zondag 60 op Giant TCR die maar 9,6 kg weegt. Ik verbaas me over verhalen van road-captain/economieprofessor die vertelt op de uni veel tijd kwijt te zijn aan effecten van aangekondigde bezuinigingen op onderwijs. Huh, onder werktijd vakbondsvraagstukken oplossen? Ik was lang bestuurslid van onderwijsvakbond ABOP. Onze directeur, zelfs vakbondsman in hart, hoofd en nieren, gaf ons alle ruimte, tot het organiseren van een conferentie over vredesonderwijs aan toe. Maar wel buiten schooltijd.

MAANDAG Flauberts ‘Madame Bovary’ herlezen. De eerste keer was ik 28, zie ik voorin het boek. ‘Voor Inge, mijn eigenste Madame Bovary’ schreef ik met een romantisch handschrift. Waarschijnlijk voordat ik het boek had gelezen. Want wat sterft ons madammeke smartelijk en groots en dramatisch. Wat een heerlijk boek.

DINSDAG De producer van het Luthers Bach Ensemble matcht trombonist Matthijs van der Molen, van 9 – 11 oktober aan ons. Onze studio ligt goed voor musici. Het LBE vraagt of we Adrián Rodríguez van der Spoel ook onderdak kunnen bieden. En dan op vrijdag naar ‘Lugar Amor’, een ontdekkingsreis door Spaans-Amerikaanse barok.

WOENSDAG Onze buurtvereniging organiseert voor de derde keer een geveltuinwedstrijd, met als inzet het felbegeerde gouden schepje. Uitreiker is dit jaar Dick Jager, hoofd van The Green Office van de RUG. Eerder hadden we Jean Pierre Rawie en Ynte de Groot. Onze vereniging heeft doelstellingen als verduurzaming, het tegengaan van hittestress, reguleren van regenwater, kortom het vergroenen van de stad, hoog in het vaandel staan. Graficus Han Santing verzorgde voor de derde keer de flyer/poster.

DONDERDAG Forum is hét centrum voor studie en cultuur. Studenten lijken permanent alle studieplekken te gebruiken en wij laven ons aan exposities en films. Deze week de tentoonstelling over Donald Trump en zijn zakelijke parafernalia, ingebed in een foto-expositie van Andres Serrano, die we nog kennen van de plassekstfoto uit 1997. Daarnaast de ‘Wildlife Photographer of the Year’ foto’s, een zeer fraaie verzameling van interessante natuurfenomenen, die verder gaan dan wat Attenborough-films plegen te bieden. De film SONS, in de Volkskrant met vier sterren beoordeeld, is weliswaar spannend, maar bevat ook aan handvol situaties die niet worden geschraagd door realistische gevangenisprotocollen. Twee sterren, vooruit.

VRIJDAG In de Akerk het concert Lugar Amor, Spaans-Amerikaanse barokmuziek. Kenden we nog niet. Liefhebbers van wonderschone kleinkoorzang komen aan hun trekken. Liefhebbers van interessante teksten liepen beter een hoekje om; gemotiveerde close-readers lopen vast in een dikke devote tekstbrij. Maar verder, werkelijk prachtig dit concert, met een viertal uitmuntende blazers die beurtelings leiden en ondersteunen als ceo’s in het topsegment van bedrijven. Aan het eind komt de klapper met ‘Gozos a Nuestra Señora de la Antigua’. Het koor zingt uit het hoofd en het plezier spat om zich heen als kwaliteitsverf van een nieuwe roller. Maestro Van der Spoel speelt subliem gitaar en duetteert met Claudia Velez op violone, een soort contrabas. Zangers spannen hun stembanden en lachspieren aan en er ontstaat een vrolijke, ritmische boel, je zou het haast jazzy en swingend kunnen noemen; in Spaanse verten hoor je castagnetten, klikklakkende dansers en tamboerijnen. Goed dat het klinkt!.

Suzette Bousema – Super Organism

Schrijvende familie. Iedereen doet het. Hoop ik. Boeken en andere publicaties verzamelen van schrijvende familieleden. Na het overlijden van mijn oudste zuster ruimden wij haar huis op. En meer speciaal haar boekenkasten. Toen ik een plankje Klaziania aantrof kreeg ik het gevoel dat anderen met ‘een traantje wegpinken’ omschrijven.

Mijn familieplankje groeit. Ik zie boeken van tweelingbroer Folkert, schoonzus Fokie, aangetrouwde neef Guillaume, opa Jan Boer en zoon Maarten. Tel ik ook andere, geprinte, publicaties mee, dan wordt de lijst langer met oom Hiepko, nicht Nienke, achternicht Suzette en grootouders Pieter van der Meulen en Tjitske Smit.

De collectie wordt uitgebreid met een heel speciale publicatie van achternicht, vrij kunstenaar, Suzette Bousema (*). Na even studeren op de omslag ontwaar ik de titel ‘Super Organism’. Studerend lezen, dat doe je automatisch als je dit prachtig vormgegeven, koptisch gebonden, boekje doorneemt. Hier openbaart zich de ware kunstenaar. Kennis nemen van haar werk appelleert aan je gevoel voor esthetiek. Daarnaast doet het wat ware kunst kenmerkt: het roept verbazing op, je gaat vragen stellen. De antwoorden bieden je inzicht op de wereld, de maatschappij, de toekomst en jezelf.

Super Organism is een studie van planten en schimmels, de grootste levende systemen op aarde. Je ziet schitterende foto’s van zwamvlokken, symbiosen tussen schimmels en plantenwortels en meer. Fraai gekleurde uitvergrotingen van Petri schaaltjes met daarin haartjes en vlokjes die je doorgaans uit je koelkast weert als korstjes op een koortslip. Suzette slaagt, in samenwerking met parfumontwerper Merle Bergers, er met een ingenieuze vondst in de lezer een geursensatie van funghi te laten ondergaan. Je ziet uitvergrote draderige schimmels die doen denken aan vochtige, harige, plakkerige insectenledematen die je op een herfstavond uit de wenkbrauwharen van je lief of je buurvrouw verwijdert.

Suzette schrijft in het Engels en tovert prachtige woordconstructies tevoorschijn,  zoals het door ecoloog Suzanne Simard gemunte ‘wood wide web’. In het boek vind je een QR-code die leidt naar soundscapes. Zij paart beeldende kunst aan biologisch/natuurkundig onderzoek. Ze werkt graag samen met textielvakmensen, ecologische instituten als Natuurmonumenten, bedrijven (de leukste naamcombi: Wilfred Kalf uit – what’s in a name – Zwammerdam) en personen die met de natuur begaan zijn zoals Peter Kuipers Munneke. Achterin het boek staat een korte verklarende woordenlijst en een verantwoording van fondsen die deze publicatie, in een oplage van 500, mede mogelijk maakten. (www.suzettebousema.nl)

(*) zie ook Goadin Suzette

JOURNAAL week 39

ZONDAG: Het wordt een vol dagje. Vaste prik: eerst wat schrijven, nu voor www.a-kwartier.nl, over onze World-Cleanup-Day-actie. Waar we als buurtvereniging vooral trots op zijn is het grote aandeel van studenten. Via Albertus Magnus en The Green Office, sluiten ze aan. Natuurlijk, rommel opvissen uit het water blijft een soort van papiertjes prikken in het park. De waterkwaliteit in se blijft door veel gebruik van pesticiden, chemische fabriekslozingen en op oppervlakte geloosd zwart water door beroeps- en pleziervaart, slecht. Daarnaast bestaat in Groningen nog het oude systeem dat de Diepenring een overloop is voor overstromende riolen bij idioot slecht weer.

Het Luthers Bach Ensemble trakteert vrienden en vrijwilligers op een verrekt leuk zondagmiddagconcertje. Er worden ook twee overledenen herdacht. De voorzitter roemt hun legaat aan het LBE. Pragmatici herkennen een stimulans voor de levenden. Op de stoelen ligt een papiertje met een citaat van Luther. Wat een gemiste kans dat een kleine toelichting op de duistere zijde van de naamgever ontbreekt. We beluisteren muziek van (in alfabetische volgorde) Bach, Brahms, Buxtehude, Händel, Kapsberger, Purcell, Schubert en Schütz. Het wordt genieten met Bronda op piano en orgels, Giulio Quirici op Luit (een soort antieke gitaar met zo’n 13 snaren) en tenor Olivier Kemler. De luitspeler en de tenor imponeren als de beste jeugdspelers van FC Groningen. In gedachten zie ik hoofdstedelijke scouts driftig schrijven en ik vrees binnenkort een megatransfer. Het ‘Ombra mai fu’ en ‘Zion hört die Wächter singen’ vanaf de kraak enthousiasmeren het publiek tot ver na de drankjes en hapjes achteraf, waar het gonst van de vraag of en wanneer Kemler de nieuwe Joost Klein wordt op het volgende Eurovisie Song Festival.

Nog even iets over de SpaakMasters op zondagmorgen. Onze vaste road captain, professor Bart neemt vandaag rust, na een 230 km graveltochtje op zaterdag. Of dat meespeelt, geen idee, maar de interim captain wil duidelijk prijzen pakken. Hij jaagt ons zowat over de kling. We eindigen na een 60 km lange slinger naar het oosten, inclusief langzaam rijdend stadsverkeer en veel onmogelijk smalle paadjes, op een vette 28,9. We fietsen met zijn tienen, vier vrouw, zes man. Ik registreer dat drie senioren, Fokke (76), Albert (77) en ik gemiddeld 73 jaar oud zijn.

MAANDAG: onze buurtvereniging overlegt met de gemeente over hete hangijzers. Geagendeerd zijn o.a.: waterkwaliteit in de A, Cleanup Day, de reparatie van de Visserbrug, overlast door wildplassende bierbotenpassagiers en meer. Van de werkgroep Handen-uit-de-Mouwen krijg ik een aanvullend lijstje mee van tien gesprekspunten. Aan tafel twee bestuursleden van onze vereniging, vijf ambtenaren en de wethouder.

ZATERDAG: In Leens wordt de cd ‘Mien end en mien begun’ gepresenteerd met muziek en teksten van Ede Staal. Peter Siebesma bespeelt orgels te Assen, Bedum, Leermens, Onstwedde en Kloosterburen. Het vocaal kwartet bestaat uit Reinder van der Molen, Hanneke van den Berg, Martien de Pauw en Taco van den Berg. En passant wordt er reclame gemaakt voor cursussen in het Gronings, georganiseerd door het Centrum Groninger Taal & Cultuur.

De kunst van het landschap, Ubbo-Emmius-lezingen van Jan Brokken en Andreas Blühm

Er staan twee lezingen op stapel. Als voorbereiding op Blühms lezing bezoek ik nog snel het Groninger Museum. Prachtig gebouw. Prachtige collectie. Prachtige exposities. Maar wel een geslachtsdeelloze ijsbeer op het bordes. Na de Ploegzaal vraag ik aan drie medewerkers waar het werk van de huidige Ploegleden hangt. Ze weten het niet. Nog even gekeken achter de schermen, maar ook daar niets. Niet alleen ontbreekt nieuw Ploegwerk, ook een verwijzing naar de club ontbreekt. Ik fantaseer over een vergelijking. Iemand schrijft een boek over het in 1900 opgerichte Ajax. Maar omdat de kwaliteit de laatste halve eeuw in de ogen van de auteur (een voetbalprofessor nog wel) ondermaats is, wordt de laatste 62 jaar van de club botweg overgeslagen.

De Nieuwe kerk. Brokken (1949), een statige, statische man met nog een vouw in de pantalon, vertelt over zijn nieuwe boek ‘De Ontdekking van Holland’. Hij lijkt vastgeplakt aan het katheder. Blühm (1959) (door de inleiders Bloem genoemd) doet alsof hij een college geeft. Via een headset spreekt hij van links naar rechts wandelend, het publiek, kwinkslagen uitdelend, toe. Over de volgorde van beide sprekers is nagedacht. Bij Brokken volstaat luisteren; bij Blühm, gevat en geestig, die uiterst interessante vragen stelt, moet je ook nog wat nadenken.

Brokken verhaalt van de meer dan 1.600 kunstenaars die ooit Volendam aandeden. Hij spreekt met trots over het grote aantal. Brokken verheerlijkt de door de kunstenaars aanbeden elementen licht, zee, landschap, zeilen, haven en vissers. Vooral het befaamde licht zou, aldus Brokken, de kunstenaars inspireren. Critici van deze opvatting, zoals Midas Dekkers, die de lichtfascinatie wat relativeert, worden met een schamper lachje aangehaald.

Blühm is een echte, door Narcissus geraakte, docent. Hij weet het publiek te prikkelen. Plaatjes van omgekeerde – don’t try this at home – schilderijen, en die dan vergelijken met andere omgedraaide werken, bieden interessante, onvermoede, misschien vergezochte inzichten. Verwachtte de gemiddelde bezoeker een verhaal over de landschappen van de Ploeg te krijgen, Blühm betoont zich een wereldburger en trakteert de goegemeente op een landschapsreis door de wereld, nou ja, Europa en de VS, om daarna godzijdank wel in Groningen terug te keren. We zien een interessant landschap van Alida Pott, één van de weinige vrouwen in de Ploeggelederen, aldus Blühm. Een van de weinige? Nou ja, als je gemakshalve voorbij gaat aan de laatste halve eeuw Ploegers met de (landschappen schilderende) vrouwen Benniks, De Groot, Velthoen, Alkema,  Cornelius, Van der Wal, Van der Woude, Buigel Boering, Klaveringa (en meer) wel natuurlijk. Blühm slaat gemakshalve de Ploeg na 1975 over.

Terwijl mijn billen, pisbuis en prostaat de harde kerkbanken vervloeken overweeg ik wat de Volendamse gemeenschap had gezegd als Brokken de helft van de 1600 kunstenaars had verzwegen, ontkend, genegeerd, gedeletet, zoals Blühm met de helft van de Ploeg doet.

JOURNAAL week 38

ZONDAG: Het voelt als een reünie: Frans, John, Willy, Henk, Klaas en Rob (v.l.n.r. op de foto uit 2019) ontmoeten elkaar in Noordbarge (Emmen) voor een racefietstochtje naar Mommerite, een soort bedevaartsoord voor fietsers in Gramsbergen. De gemiddelde leeftijd zal tegen de 70 lopen. Vijf jaar geleden fietsten we in dezelfde samenstelling. We houden elkaar voor dat het niet om wattages en snelheid maar om gezelligheid en beweegplezier gaat. Bij de start is het 12°, voor een enkeling kortebroekenweer. In Gramsbergen drinken we cappuccino op een terras aan het Kanaal Almelo – De Haandrik. Vooruit, appelpuntje erbij. De gespreksonderwerpen zijn als vanouds: wat politiek, twee FC’s, hartritmeschommelingen, onwillige gewrichten, beetje tinnitus of hypertensie, BMI’s, burgemeesters die het zonder adviezen denken te kunnen redden, weldadige Chinese massagesalons, The Analogues, tubeless banden, spiegeltjes, de cruciale vraag wat zadelhoogte met libido doet en de eeuwige wielrennerskwestie: kettingolie of wax? Op de terugweg begint Henk, de road-captain, quasi-terloops over een speciaal weggedeelte. Ergens bij Nieuw-Amsterdam, de Deutlanden, 2,2 km tussen de Schoolstraat en de N376. Of ik daar niet even een sprintje wil trekken. Tuurlijk pik. Rob is mijn haas en lanceert me tot 42,5. Ik vervloek de ondermaatse rugwind, mijn bovenbenen voelen als gereviseerde hydrauliek van een graafmasjien, ik raak heel even de 44 aan en zak, als Pieter Omtzigts populariteitscijfers, snel af. Het gemiddelde komt op zo’n 33 schat ik. Opa Rob deed ooit 38. Dan hoor ik dat Maestro Henk (zeg nooit die ouwe!), l’eminence grise, de Primus inter pares, dichter bij de 80 dan de 70 jaar en met wat hart- en andere dingetjes (en godlof gemonitord door een fietsende cardioloog) achter de rug, daar een vette 42 reed! Twee-en-veertig! Gemiddeld! Geregistreerd door Strava. On-voor-stel-baar. Dat ik hem bij het Delftlandentalud net achter me kan houden is een schrale troost.

MAANDAG: Het UMCG zoekt gezonde proefpersonen voor de controlegroep van een onderzoek. Het gaat om doorbloeding van de nier bij hartfalen. De studie (PEARL-HFpEF) omvat een uitgebreide medische keuring, een CT-scan van de buik, echo van de nieren en een bloed- en urine-onderzoek. Reis- en parkeerkosten en een lunch worden vergoed. Ik voldoe aan de eisen (geen hart- en vaatziekten, een BMI onder de 25, geen medicatie voor suikerziekte of hoge bloeddruk) en meld me aan. Binnen enkele dagen krijg ik een reactie: er zijn veel aanmeldingen. Men gaat ernaar kijken. Vraag me nog even af of er ook nadelen zijn.

DONDERDAG: Als de Volkskrant schrijft dat ‘vrouwelijke schoonheidsidealen op virtuoze en wanstaltige wijze door de gehaktmolen worden gehaald’ & dat de *****-film ‘The Substance’ een voorbeeld is van ‘Volmaakte goorheid’, sja, dan blijven wij natuurlijk niet thuis kijken naar mijn nieuwe helden Van Vroonhoven, Harris en Bikker. De film is dermate heftig dat ik de volgende dag graag de krant erbij pak om te lezen wat we hebben gezien. Houd het maar op een moraliserend ‘accepteer gebreken bij ouder worden’.

VRIJDAG: concert voor orgel, strijkers en pauken van Francis Poulenc in Nieuwe kerk met o.a. Mannes Hofsink op het (Timpe)orgel en Gerard Wiarda (die ons even bijpraat over de bitonaliteit van de componist) als dirigent van het orkest. De bijzondere instrumentale combi doet het goed. Mannes Hofsink voorspelt een kentering in de organistenwereld, de jongere generatie, zie ook Antonio Garcia, komt eraan.

JOURNAAL week 37

Maandag: De straat is opgebroken. Voor ons huis staan een schaftkeet en een dixie, afgeschermd door wat schrikhekken. De BAM-infra-mannen beginnen om 07.00 uur, een enkeling om 05.46. Ze staan in de gleuf voor nieuwe elektriciteitskabels. De graafmachine schraapt voorzichtig grond weg. Bij een dwarsliggende leiding begeleiden twee mannen de graafmachinist. Is de graver voorbij de leiding, dan kantelt de graafbek en wordt de grond onder de leiding weggelepeld. Ik vraag hun of dit onder de noemer zwaar werk valt. ‘Ja,’ klinkt het unisono.

Woensdag: De Ploeg exposeert in (Hotel) Watertoren West. Om de twee maanden twee Ploegleden. Deze keer Reinier van den Berg en Joke Klaveringa, aangevuld met Eva Ouden Ampsen. Van den Berg en Klaveringa ken ik inmiddels goed. Ouden Ampsen is nieuw voor me. Zij exposeert schalen. Die ogen zwaar maar zijn superlicht. Niet gemaakt van gebakken klei maar van gescheurde, op elkaar gelijmde laagjes karton, later in herfsttinten beschilderd en van stipjes voorzien. Vergeleken met de prijzen van Van den Berg (van € 1.750,- tot € 2.250,-) en Klaveringa (van € 525,- tot € 925,-) is Ouden Ampsen niet duur € 250,- tot € 400,-).

Van den Berg

 

Klaveringa

Vrijdag: Ineens vormen wildvreemden samen een koor. Met een projectkoor Imagine van John Lennon instuderen in een kerkgebouw van de Apostolische Gemeenschap. Zo’n 90 personen, waaronder zeker 25 jongeren. Een fiks mannencontingent. En dan driestemmig zingen, begeleid door gitarist Tijmen en dirigent Maarten, beiden excellente zangers. Ze acteren onder de naam Pop-up Choir en reizen het hele land door om op verzoek een (sing along)zangavond te verzorgen. Heerlijk gezongen. Met YouTube had ik me wat voorbereid. De piano-intro brengt me binnen drie seconden naar 1971. Ik was vijftien en kende het nummer via mijn oudere broer die een pick-up had. Ik lees wat over de geschiedenis van het nummer. Indertijd was het licht provocerend: ‘Imagine there’s no heaven’, gezongen door Lennon die in begin jaren zeventig zei dat de Beatles pupulairder waren dan Jezus. Ik herinner me geen ophef in Kollum en in Dokkum.

Ouden Ampsen

Zaterdag: Deze week beginnen de Grootkoorrepetities. Op de weg naar Haren krijg ik een lekke band. Bus, lopen, taxi, vrouw I bellen, vallen af. Het wordt liften. Van Hereweg naar Helpman en van Helpman naar Haren. Een dakdekker en een bakkerbezorger stoppen. Kwartier. Voor het kerstconcert wordt vier keer gerepeteerd. Vandaag zijn er 140 zangers, waaronder zes bassen en acht tenoren. Er zijn concerten in de Martinikerk (op 18 december) en in het Concertgebouw (12 december). In 2025 is er een bevrijdingsconcert in de Martinikerk op 7 mei ’25.

Drents Museum ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’

Ga je met je ouders of grootouders naar het museum omdat zij weten dat jong geleerd oud gedaan is, word je meegesleurd naar gouden meuk uit vergane verre streken. Aan het eind van de middag hangt jouw werk aan de wand in het museum. Dat is hoe de educatieve dienst van het Drents Museum het aanpakt. Achter een gordijn bij de ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’-expositie staat een lange tafel met goud- en zilverkleurig ijzerdraad, waaraan (jonge) museumbezoekers worden uitgedaagd een sieraad, opgedragen aan een geliefde, te maken. Als het klaar is wordt het als een waar museumstukje aan de muur geëxposeerd, even voorbij de archeologische schatten uit Boekarest. Interactief op zijn best.

Het Drents Museum is een volle snoep- of assorttimentsdoos voor de doehetzelver: van alles wat. 50 stuks onstuimig en jolig goud en zilver van de Daciërs, een soort oer-Roemenen, verderop een Drents achttiende-eeuws poppenhuis (het grootste van Nederland?), textiel en verf uit de vorige eeuw van broer en zus Van Zeegen, dan nog enkele twintigste-eeuwse sculpturen uit Drenthe in DMspotlight-Beeldspraak en tenslotte een Molukse inbreng in Menyala, een, jaja, online nabeschouwing van een eerdere fysieke tentoonstelling. Opvallend en jammer: het ontbreken van hedendaagse figuratieve kunst. Kersen op de taart: een prachtige museumshop en goede horeca binnen en buiten.

Het goud van de Daciërs. Ga even zitten: terwijl de Drenten, toen natuurlijk nog Proto-Friezen geheten, niets anders deden dan, gehuld in sexy geitenvellen, in hun vrije tijd grote keien omtoveren in fijnmazige luxe hunebedden en wat vuistbijlen slijpen om opdringerige buren de schedel te splijten, maakten ze dik 2000 km verderop gouden en zilveren sieraden waar museumkaartbezitters nu hun vingers bij aflikken. Als toppunt van uitbundige versierdrift zien we gouden opsmuk van koeien- of paardentuig. En dat allemaal gefixt in het land van Dracula, van de 20e eeuw voor Christus tot de derde erna.

Voor de echte liefhebbers met teveel tijd is er nog de kleine tentoonstelling in draad en verf van Christine en Janus van Zeegen. Aan wat dichte deuren en lege wanden is te zien dat het DM zich voorbereidt op een mooi seizoen met Labyrinthia, een opstelling in vijftien (!) zalen. En dan nog de combinatie met hedendaagse figuratieve kunst in (sinds kort) filiaal De Buitenplaats in Eelde. Een verleidelijke optie.

Gastgezin, leuk!

Einde zomer en de tijd van geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag naar verre streken is voorbij. Groningen trilt, bruist en vibreert als een oververhitte hallucinante Easy Toy met een te zware  batterij. De cultuur barst uit d’r voegen, loopt als champagne in een te klein festivalglas over de rand.

Op de Grote Markt de kermis, de Linkse Mannen bij Noorderzon, in Forum bijzondere films (‘Tatami’, Iraanse suspense met judoka en nare inlichtingendienst) en in de Lutherse kerk een orgelconcert met Antonio Garcia, die we na een gezamenlijk ontbijt al Tonnie zijn gaan noemen. En dan nog de versleten gouwe-ouwe Bommen Berend. Een boekenliefhebber doneert de autobio ‘Kortom’ van John Cleese. Van een fietsmaat krijg ik het rapport van de Groninger Kunstraad dat cultureel Groningen in de hens zet als fakenieuws over de VVD die de spreidingswet zou omarmen of de BBB de biologische boer.

Op de vraag van het Luthers Bach Ensemble om gastgezin te zijn voor musici, zeggen we volmondig ja. Gastgezin, leuk! In ruil voor een entreekaartje schudden we het logeerkamerbed op, plaatsen een extra ontbijtbordje bij, kuisen we de gasten-w.c., voeren we geen al te luide discussies over wie de vuilniszak wegbrengt of de vaatwasser inruimt. Ook de prangende vraag of Luther een rabiate antisemiet was stippen we slechts zijdelings aan.

Onze blikken worden verruimd door interessante gesprekken met een jonge Zwitserse organist, een getalenteerde fluitiste uit Amsterdam, een magische sopraan uit Oostende of een theorbespeler uit Zuid-Korea. We praten over klassieke muziek en drill raps, Gronings woon- en parkeerbeleid dat door de haves en de autolobby lijkt te worden gedomineerd, de oplossing (verdelen!) van het woningtekort in Seoul en de Randstad. En passant schep ik op over onze uitverkochte kerstconcerten met het Grootkoor in de Martinikerk en het Concertgebouw en wijd ik uit over Eric Scherder die beweert dat fietsen je letterlijk slimmer maakt.

Van het een komt het ander. EuroSonicNoorderSlag moet jaarlijks  5000 overnachtingen in Stad regelen voor musici, groupies, internationale bobo’s en randfiguren. We overleggen met de kwartiermaker. Men begrijpt onze wensen en we bieden onze tot studio gedoopte logeerkamer aan, op voorwaarde dat we geen doorsnuivende druktemakende dronkenlap krijgen toegeschoven.

Antonio Garcia, Midzomerconcert in de Lutherse kerk

Groningen. 25 augustus 2024. In mooi Zwitsers-Nederlands dat later overgaat in Duits, licht de jonge Zwitserse organist zijn midzomerprogramma toe. Vooral zijn beschrijving van Claude Balbastre prikkelt: ‘Musik mit lebendige, ganz tolle Elemente’. Garcia heeft een prachtig programma samengesteld met muziek van Bach, Scheidemann, Fauré, Dubuis, Van den Kerkhoven en Balbastre.

We vallen beiden voor Fauré’s Pavane en Dubuis’ koraal ‘A toi la gloire’, met een aan Händel ontleende melodie. Heel mooi gespeeld met kabbelende en dreigende tonen. Van zwevend via ultra-light naar heavy. Ik onderdruk maar net de meezingreflex bij ‘U zij de glorie’. De tekst zit gebeiteld op mijn eigenste harde schijf.

Garcia toont zijn superieure speelstijl en legt beide orgels, het Edskes- en het Van Oeckelen-orgel, zijn wil op. Het is een en al focus & beheersing. Het publiek op de begane grond rent wat heen en weer om ‘m te kunnen zien jongleren op de toetsen. Op de kraak kun je blijven zitten. Het wordt een fraai staaltje muziekgeschiedenis, van Noord (Duitsland) naar Zuid (Zwitserland) met België en Noord-Frankrijk in het midden. Nog een mooi feitje: de muziek gaat van 17e  (Scheidemann) tot 21e (Dubuis) eeuw.

Het is een verstilde ervaring in Stad met verderop de kermis en Noorderzon. Nou ja verstild… als de registers met handenvol worden uitgetrokken en de maestro zijn voeten, we zien een begenadigd tangodanser in de dop, even snel beweegt als zijn handen voel je de innerlijke slijtage in de orgelpijpen: heerlijk. We genieten van de mooie bassen onder de vrolijke melodielijnen van de tot nog voor ons onbekende Scheidemann. Het programma doorlezend zie ik ‘Grand jeu’ bij Balbastre en inderdaad, groots wordt het. Dat zal het ‘ganz tolle lebendige’ zijn geweest. Antonio: gut gespielt, Mann!

Laat de wijn en het bier (hierin steekt de Lutherse kerk de Martini naar de kroon) maar stromen bij de after-party.

20 Wildplassers

Er zijn treinrukkers, wildplassers en geitenneukers. Ik stel me op het standpunt: is iedereen het ermee eens en levert het geen schade op, dan prima. Na de wildplassende Audirijder, nu twintig wildplassers tegelijk. Als bestuurslid van buurtvereniging Het Akwartier begin ik me steeds verantwoordelijker te voelen voor de wijk. Dat betekent meedoen met georganiseerde opschoonacties, af en toe zelf met een grijper de straat kuisen, de gezelligheid en groendiversiteit bevorderen (met een minibieb aan de muur en een geveltuintje). En af en toe iemand aanspreken die zich wat onachtzaam gedraagt, waarbij ik mijn oude beroep niet verloochen: ik word weer even de leraar die een leerling aanspreekt op rommel maken in de schoolkantine waarbij ik de angel uit de klaaglitanie haal door zelf ook papiertjes te rapen.

Zaterdagavond 17 augustus ’24. Er legt een BBC-/borrelboot aan bij de steiger aan Reitemakersrijge. Veel geschreeuw. Mannen, middendertigers, accountmanagers uit de zorgsector lijdend aan decorumverlies, schat ik, stormen de  wal op en plassen in plukjes van vijf tegen het cortenstalen hek van Minerva. Ze fotograferen elkaar trots. Enkelen, nog met een restje schaamtegevoel, wurmen zich achter de geplaatste hekwerken van de aannemer en staan uit het zicht. Zo’n 20 in totaal schat ik. Ik maak enkele foto’s vanuit ons huis. Mooi zo, denk ik. Klaar.

Als ik naar beneden loop om mijn racefietsje voor zondagmorgen klaar te zetten, denk ik: wat klaar? Eropaf. Mijn hartslag wordt wat hoger als ik naar de schuit loop. Maak enkele foto’s. Ik, socialmedialoze, roep bluffend naar de mannetjes: ‘staat vanavond op social media’. Ik zie een telefoonnummer op de boeg en fotografeer het. Drie gassies komen op me af als boeren die betrapt worden op illegale mestlozingen. Dat ze me belagen is te sterk uitgedrukt. In hun ogen zie ik dat ze mij gelijk geven. Ik voel geen angst en wijs ze op het openbaar toilet en vraag de jonge schipper waarom hij dit gedrag toelaat. ‘Heb even niet opgelet,’ zegt hij eerlijk. Ik zeg dat wij als buren het grasveld als onze tuin beschouwen en mompel iets over overlast, fatsoen, melden, vergunning kwijtraken en ga huiswaarts.

Het gefotografeerde telefoonnummer leidt me naar een BBC-/borrelbootbedrijf dat allerlei onbeperktdrinkenarrangementen aanbiedt. Als FC Groningen de eerste goal tegen RKC maakt ga ik ook scoren en maak een melding (met vijf geüploade foto’s) bij de politie en de gemeente. Op maandag informeer ik de eigenaar van het botenbedrijf. Hij maakt me duidelijk dat de politie alleen iets doet met wildplassers als het heterdaadjes zijn.