ZONDAG Lekker stoempen, sleuren en sjorren met de Spaak-matties. Ik ga een paar keer tot nabij mijn max. Mijn bovenbenen zeggen ja, maar mijn hart en longen vloeken en tieren. Ik ga mijn trainingsintensiteit veranderen. Doordeweeks twee keer 40 kms fietsen op mijn 16,7 kg zware Sensa Livigno Evo en dan op zondag 60 op Giant TCR die maar 9,6 kg weegt. Ik verbaas me over verhalen van road-captain/economieprofessor die vertelt op de uni veel tijd kwijt te zijn aan effecten van aangekondigde bezuinigingen op onderwijs. Huh, onder werktijd vakbondsvraagstukken oplossen? Ik was lang bestuurslid van onderwijsvakbond ABOP. Onze directeur, zelfs vakbondsman in hart, hoofd en nieren, gaf ons alle ruimte, tot het organiseren van een conferentie over vredesonderwijs aan toe. Maar wel buiten schooltijd.
MAANDAG Flauberts ‘Madame Bovary’ herlezen. De eerste keer was ik 28, zie ik voorin het boek. ‘Voor Inge, mijn eigenste Madame Bovary’ schreef ik met een romantisch handschrift. Waarschijnlijk voordat ik het boek had gelezen. Want wat sterft ons madammeke smartelijk en groots en dramatisch. Wat een heerlijk boek.
DINSDAG De producer van het Luthers Bach Ensemble matcht trombonist Matthijs van der Molen, van 9 – 11 oktober aan ons. Onze studio ligt goed voor musici. Het LBE vraagt of we Adrián Rodríguez van der Spoel ook onderdak kunnen bieden. En dan op vrijdag naar ‘Lugar Amor’, een ontdekkingsreis door Spaans-Amerikaanse barok.
WOENSDAG Onze buurtvereniging organiseert voor de derde keer een geveltuinwedstrijd, met als inzet het felbegeerde gouden schepje. Uitreiker is dit jaar Dick Jager, hoofd van The Green Office van de RUG. Eerder hadden we Jean Pierre Rawie en Ynte de Groot. Onze vereniging heeft doelstellingen als verduurzaming, het tegengaan van hittestress, reguleren van regenwater, kortom het vergroenen van de stad, hoog in het vaandel staan. Graficus Han Santing verzorgde voor de derde keer de flyer/poster.
DONDERDAG Forum is hét centrum voor studie en cultuur. Studenten lijken permanent alle studieplekken te gebruiken en wij laven ons aan exposities en films. Deze week de tentoonstelling over Donald Trump en zijn zakelijke parafernalia, ingebed in een foto-expositie van Andres Serrano, die we nog kennen van de plassekstfoto uit 1997. Daarnaast de ‘Wildlife Photographer of the Year’ foto’s, een zeer fraaie verzameling van interessante natuurfenomenen, die verder gaan dan wat Attenborough-films plegen te bieden. De film SONS, in de Volkskrant met vier sterren beoordeeld, is weliswaar spannend, maar bevat ook aan handvol situaties die niet worden geschraagd door realistische gevangenisprotocollen. Twee sterren, vooruit.
VRIJDAG In de Akerk het concert Lugar Amor, Spaans-Amerikaanse barokmuziek. Kenden we nog niet. Liefhebbers van wonderschone kleinkoorzang komen aan hun trekken. Liefhebbers van interessante teksten liepen beter een hoekje om; gemotiveerde close-readers lopen vast in een dikke devote tekstbrij. Maar verder, werkelijk prachtig dit concert, met een viertal uitmuntende blazers die beurtelings leiden en ondersteunen als ceo’s in het topsegment van bedrijven. Aan het eind komt de klapper met ‘Gozos a Nuestra Señora de la Antigua’. Het koor zingt uit het hoofd en het plezier spat om zich heen als kwaliteitsverf van een nieuwe roller. Maestro Van der Spoel speelt subliem gitaar en duetteert met Claudia Velez op violone, een soort contrabas. Zangers spannen hun stembanden en lachspieren aan en er ontstaat een vrolijke, ritmische boel, je zou het haast jazzy en swingend kunnen noemen; in Spaanse verten hoor je castagnetten, klikklakkende dansers en tamboerijnen. Goed dat het klinkt!.


Schrijvende familie. Iedereen doet het. Hoop ik. Boeken en andere publicaties verzamelen van schrijvende familieleden. Na het overlijden van mijn oudste zuster ruimden wij haar huis op. En meer speciaal haar boekenkasten. Toen ik een plankje Klaziania aantrof kreeg ik het gevoel dat anderen met ‘een traantje wegpinken’ omschrijven.
Suzette schrijft in het Engels en tovert prachtige woordconstructies tevoorschijn, zoals het door ecoloog Suzanne Simard gemunte ‘wood wide web’. In het boek vind je een QR-code die leidt naar soundscapes. Zij paart beeldende kunst aan biologisch/natuurkundig onderzoek. Ze werkt graag samen met textielvakmensen, ecologische instituten als Natuurmonumenten, bedrijven (de leukste naamcombi: Wilfred Kalf uit – what’s in a name – Zwammerdam) en personen die met de natuur begaan zijn zoals Peter Kuipers Munneke. Achterin het boek staat een korte verklarende woordenlijst en een verantwoording van fondsen die deze publicatie, in een oplage van 500, mede mogelijk maakten. (
Het Luthers Bach Ensemble trakteert vrienden en vrijwilligers op een verrekt leuk zondagmiddagconcertje. Er worden ook twee overledenen herdacht. De voorzitter roemt hun legaat aan het LBE. Pragmatici herkennen een stimulans voor de levenden. Op de stoelen ligt een papiertje met een citaat van Luther. Wat een gemiste kans dat een kleine toelichting op de
ZATERDAG: In Leens wordt de cd ‘Mien end en mien begun’ gepresenteerd met muziek en teksten van Ede Staal. Peter Siebesma bespeelt orgels te Assen, Bedum, Leermens, Onstwedde en Kloosterburen. Het vocaal kwartet bestaat uit Reinder van der Molen, Hanneke van den Berg, Martien de Pauw en Taco van den Berg. En passant wordt er reclame gemaakt voor cursussen in het Gronings, georganiseerd door het Centrum Groninger Taal & Cultuur.
Er staan twee lezingen op stapel. Als voorbereiding op Blühms lezing bezoek ik nog snel het Groninger Museum. Prachtig gebouw. Prachtige collectie. Prachtige exposities. Maar wel een geslachtsdeelloze ijsbeer op het bordes. Na de Ploegzaal vraag ik aan drie medewerkers waar het werk van de huidige Ploegleden hangt. Ze weten het niet. Nog even gekeken achter de
schermen, maar ook daar niets. Niet alleen ontbreekt nieuw Ploegwerk, ook een verwijzing naar de club ontbreekt. Ik fantaseer over een vergelijking. Iemand schrijft een boek over het in 1900 opgerichte Ajax. Maar omdat de kwaliteit de laatste halve eeuw in de ogen van de auteur (een voetbalprofessor nog wel) ondermaats is, wordt de laatste 62 jaar van de club botweg overgeslagen.
De Nieuwe kerk. Brokken (1949), een statige, statische man met nog een vouw in de pantalon, vertelt over zijn nieuwe boek ‘De Ontdekking van Holland’. Hij lijkt vastgeplakt aan het katheder. Blühm (1959) (door de inleiders Bloem genoemd) doet alsof hij een college geeft. Via een headset spreekt hij van links naar rechts wandelend, het publiek, kwinkslagen uitdelend, toe. Over de volgorde van beide sprekers is nagedacht. Bij Brokken volstaat luisteren; bij Blühm, gevat en geestig, die uiterst interessante vragen stelt, moet je ook nog wat nadenken.
Blühm is een echte, door Narcissus geraakte, docent. Hij weet het publiek te prikkelen. Plaatjes van omgekeerde – don’t try this at home – schilderijen, en die dan vergelijken met andere omgedraaide werken, bieden interessante, onvermoede, misschien vergezochte inzichten. Verwachtte de gemiddelde bezoeker een verhaal over de landschappen van de Ploeg te krijgen, Blühm betoont zich een wereldburger en trakteert de goegemeente op een landschapsreis door de wereld, nou ja, Europa en de VS, om daarna godzijdank wel in Groningen terug te keren. We zien een interessant landschap van Alida Pott, één van de weinige vrouwen in de Ploeggelederen, aldus Blühm. Een van de weinige? Nou ja, als je gemakshalve voorbij gaat aan de laatste halve eeuw Ploegers met de (landschappen schilderende) vrouwen Benniks, De Groot, Velthoen, Alkema, Cornelius, Van der Wal, Van der Woude, Buigel Boering, Klaveringa (en meer) wel natuurlijk. Blühm slaat gemakshalve de Ploeg na 1975 over.
ZONDAG: Het voelt als een reünie: Frans, John, Willy, Henk, Klaas en Rob (v.l.n.r. op de foto uit 2019) ontmoeten elkaar in Noordbarge (Emmen) voor een racefietstochtje naar Mommerite, een soort bedevaartsoord voor fietsers in Gramsbergen. De gemiddelde leeftijd zal tegen de 70 lopen. 
Maandag: De straat is opgebroken. Voor ons huis staan een schaftkeet en een dixie, afgeschermd door wat schrikhekken. De BAM-infra-mannen beginnen om 07.00 uur, een enkeling om 05.46. Ze staan in de gleuf voor nieuwe elektriciteitskabels. De graafmachine schraapt voorzichtig grond weg. Bij een dwarsliggende leiding begeleiden twee mannen de graafmachinist. Is de graver voorbij de leiding, dan kantelt de graafbek en wordt de grond onder de leiding weggelepeld. Ik vraag hun of dit onder de noemer zwaar werk valt. ‘Ja,’ klinkt het unisono.



Ga je met je ouders of grootouders naar het museum omdat zij weten dat jong geleerd oud gedaan is, word je meegesleurd naar gouden meuk uit vergane verre streken. Aan het eind van de middag hangt jouw werk aan de wand in het museum. Dat is hoe de educatieve dienst van het Drents Museum het aanpakt. Achter een gordijn bij de ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’-expositie staat een lange tafel met goud- en zilverkleurig ijzerdraad, waaraan (jonge) museumbezoekers worden uitgedaagd een sieraad, opgedragen aan een geliefde, te maken. Als het klaar is wordt het als een waar museumstukje aan de muur geëxposeerd, even voorbij de archeologische schatten uit Boekarest. Interactief op zijn best.
Het goud van de Daciërs. Ga even zitten: terwijl de Drenten, toen natuurlijk nog Proto-Friezen geheten, niets anders deden dan, gehuld in sexy geitenvellen, in hun vrije tijd grote keien omtoveren in fijnmazige luxe hunebedden en wat vuistbijlen slijpen om opdringerige buren de schedel te splijten, maakten ze dik 2000 km verderop gouden en zilveren sieraden waar museumkaartbezitters nu hun vingers bij aflikken. Als toppunt van uitbundige versierdrift zien we gouden opsmuk van koeien- of paardentuig. En dat allemaal gefixt in het land van Dracula, van de 20e eeuw voor Christus tot de derde erna.
Einde zomer en de tijd van geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag naar verre streken is voorbij. Groningen trilt, bruist en vibreert als een oververhitte hallucinante Easy Toy met een te zware batterij. De cultuur barst uit d’r voegen, loopt als champagne in een te klein festivalglas over de rand.
Groningen. 25 augustus 2024. In mooi Zwitsers-Nederlands dat later overgaat in Duits, licht de jonge Zwitserse organist zijn midzomerprogramma toe. Vooral zijn beschrijving van Claude Balbastre prikkelt: ‘Musik mit lebendige, ganz tolle Elemente’. Garcia heeft een prachtig programma samengesteld met muziek van Bach, Scheidemann, Fauré, Dubuis, Van den Kerkhoven en Balbastre.
Er zijn treinrukkers, wildplassers en geitenneukers. Ik stel me op het standpunt: is iedereen het ermee eens en levert het geen schade op, dan prima. Na de