Maarten ’t Hart krijgt P. C. Hooftprijs

Dat ’t Hart nog eens de P. C. Hooftprijs zou vangen, voelde ik in 2023 aankomen en ik startte mijn herleesprojectje van één ’t Hart per week. Ik kwam tot week 45. Niet omdat de voorraad op was (sinds begin 1970 kocht en las ik één ’t Hart per jaar en mijn collectie telt ruim 50) maar de stapel van collega-auteurs groeide explosief.

Als beginnend atheïst, vanaf 1973 ongeveer, raakte ik zeer geïnteresseerd in ’t Hart. Hij beschreef op duidelijke, humor- en liefdevolle, soms wijdlopige manier hoe hij de beklemming van het orthodoxe protestantisme in al zijn malle verschijningsvormen, ervoer en erin slaagde zich daarvan te ontdoen. De bijbel bleek een goochelboek. Zaken die ik in mijn jeugd als zoete koek had geslikt,  wimpelde hij af als de grootst mogelijke flauwekul, altijd gestaafd met bewijs, vaak uit het boek der boeken zelf, maar nog vaker uit andere literatuur.

Stond ’t Hart in mijn jonge jaren altijd fier op één, in de loop van de tijd duikelde hij enkele plaatsen naar beneden en werd hij ingehaald door auteurs als Brouwers, Roosenboom, Wieringa, Daanje, Spit. Het woord veelschrijver kleeft even sterk aan ’t Hart als het woord veellezer. En Dickensiaanse rasverteller. In zijn boeken veel gesprekken, dialogen van gewone mensen. En als je naar gewone mensen luistert hoor je ook veel herhalingen. In zijn boeken komen historische, biologische, religieuze, psychologische, feministische, wetenschappelijke thema’s voorbij, steeds gelardeerd met persoonlijke ontboezemingen van een verlegen, belezen, bijna permanent verliefde (jonge)man die weet hoe de wereld in elkaar zit en de klemmende jas van religie uitdoet. Je zou wensen dat andere orthodoxe religies (de Islam, het Joodse) met even onwenselijke, vrouwen onderdrukkende rituelen als de orthodoxe protestanten, critici als ’t Hart hadden. ’t Hart was in die culturen al snel Islamofoob of antisemiet. Met kracht van bewijs duidt ’t Hart op rabiaat antisemitisme onder kerkvaders als Maarten Luther. ’t Hart is wars van academistische, gelaagde, tot het uiterste gestileerde literatuur. Bij ’t Hart staat de verteller op de eerste plaats.

Ik ontmoette ’t Hart één keer. Het zal midden jaren tachtig zijn geweest. Samen met een goede vriend toog ik naar Amsterdam en bezochten we een VPRO-uitzending over boeken, gepresenteerd door de auteur. Dat ’t Hart zich een tijdje graag in vrouwenkleren hulde tekent zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en onbevangenheid.

Terecht spreekt de jury over een kritisch, schrijnend, liefdevol, spannend, kwetsbaar, geestig oeuvre.

Taakstraf bij de riooldiensten; hoe simpel wil je het hebben?

Je zou het niet zeggen als je ze ziet: de doorsnee Forumbezoeker, IDFA-verslaafde, Volt- of CDA-congresgangers, bitcoinverzamelaar: op het oog keurige plooiroktypen, maar ze zitten nog niet op het weekendbootje of ze veranderen in ordinaire, illegale watervervuilers met smerige nagels. Anders dan camper- en caravaneigenaren die hun compacte, gepoetste toiletjes keurig ledigen in chemische stortbakken, flikkert de gemiddelde kajuitjachteigenaar de inhoud van de poepdoos overboord.

In ‘Morele Ambitie’ schrijft Rutger Bregman over de in Londen gevestigde school ‘Charity voor Entrepreneurship’, een stoomcursus voor Omvangrijke, Onderbelichte, Oplosbare problemen. Moest ik aan denken toen ik met rechtenstudent Sal-Teun van Albertus-Magnus sprak over de oppervlaktewatervervuiling in Nederland. En in Stad. Wat kun je doen om eigenaren van pleziervaartuigen te dwingen hun zwarte water niet in het Reitdiep te lozen maar keurig bij een installatie van de havendienst?

Wij zijn gemotiveerde bezoekers van de Dutch Design Week in Eindhoven. Willy-Wortelachtige typen bedenken de meest interessante, creatieve producten en diensten voor complexe, maatschappelijk relevante vraagstukken en doelgroepen. Met jongeren over grote problemen spreken is vaak nuttig. Ik zou zeggen: probeer het maar eens. Ze zijn (nog) niet behept met tunnelvisies, vooroordelen en verdachte, schampere aannames. Voortgezetonderwijsleerlingen gevraagd naar oplossingen voor parkeerproblematiek wijzen in een handomdraai op het verdeelprincipe: wat is de fiets-autoverhouding, wie zijn gebruikers, hoe groot is de ruimte, welke visie is onderliggend: verdelen maar.

Terug naar de illegale lozingen. Sal-Teun, geconfronteerd met het gemeentelijke argument van gebrek aan handhavers, toverde na tien minuten en een Leffe-blond een oplossing uit de mouw. Draai de bewijslast om: laat de booteigenaar bewijzen dat hij (schippers zijn voor 99 % mannen) het goed doet. Verplicht hem een foto te maken van elke keer dat hij de poepdoosinhoud laat verdwijnen in de daarvoor ingerichte installaties: hoeveelheid afgevoerd zwart water met datum. Dan pas krijgt de Heiltje 23, de MarKees, de Lauwers, de Horny Lover of de Klipperstrada toegang tot de Diepenring. Geen bewijs, dan een enkeltje terug naar de Onlanden en een maand lang een taakstrafje bij de riooldiensten. Sal-Teun, bedankt.

Burgemeesterswisseling in Stad

Ach ja, wie hield niet van Aboutaleb, de oud-Riffijnse burgemeester van 010. En dan die dekselse Halsema, Marcouch, Dijksma en Schouten: onbetwiste toppers, op het heilige af. Maar ja, wees eerlijk, (bijna) altijd van de goede partij. Geen kunst, die zijn boven de morele wetten verheven. Hoop je. Van Aboutaleb had je het altijd wel vervelend gevonden dat hij zo met zijn godsdienst koketteerde. Je herinnert je zelfs een citaat waarin hij bekende dat hij zijn dochters het liefst zag trouwen met belijdende Moslim-bro’s. Burgemeesters moeten neutraal zijn. Dus geen info over religie, seksualiteit, financiën en paaldansclubbezoek.

Dat Groningens burgemeester ermee stopt, komt als een verrassing. Hoe gaat dat zijn, een aanstaande Schexit? In de eerste berichten hoor je over zijn werkpatroon. Werkweken van 100 uur, geen vakanties. Je denkt onmiddellijk:  wow, wat een arbeidsethos. Het tweede: slecht timemanagement. Had zijn omgeving, hoe noem je dat, secretariaat, entourage, kabinet, hem niet kunnen beteugelen? Geen privéwaakhond, reu of teef, naast hem die ‘m op tijd een weekje naar de Bahama’s, Schier, een Chinese massagesalon of Bad Nieuweschans stuurt? Toch verbaast die zogenaamde 100 werkuren je niet. In de drie Stadjaren ontmoette je de  burgemeester twee keer. Beide keren bij een bepaald niet vluchtig wijkbezoek. Allebei keren was je verbaasd. Dat iemand van een partij met aan het landelijke hoofd een nitwit (zeg nooit sloerie), zo wijs, doortastend en open-minded is. Met een hart voor grote problemen.

In de regiokrant begint het kwartetten. Een voorpagina met pasfoto’s van mogelijke opvolgers en obligaat geblaat over lastig te vullen grote werkschoenen. De helft van de namen ken je. De meesten uitgebluste, afgekauwde, uitgelebberde typen. Er ontbreken twee kanshebbers: Mirjam en Diederik.

Als je de partijnaam van de sollicitatiecommissievoorzitter ziet, dan weet je de partij al van de interimmer. Een vrouw waarschijnlijk, dan kiest het old-boys-network daarna weer een man, Diederik stoomt zichzelf al klaar bij de Gasunie. Je vraagt je af waarom het instituut locoburgemeester bestaat als die niet wordt opgeroepen bij het stoppen van de zittende. Wij Willen Mirjam Wijnja!

Frank Heinen – Uit Koers 2; literair café bij Spaak

Fietszaak Spaak organiseert op 21 november ’24 een literair café met alle benodigde ingrediënten: een interessant gesprek, een vragenronde en een quiz. Heinen, zelf een sportfiets- en  retro-Benotto-rijder, wordt bevraagd door, eeh, Steven Willemsen (docent kunsten, cultuur en media), die, zo vertelt Google, begin 2024 een voorjaarstrainingsrit in Emmen won. Willemsen heeft zich uitstekend  geprepareerd. De toko zit ramvol. Op drie vrouwen na mannen. Deze keer nemen ze de fiets niet mee naar binnen en bedekken lange broeken de geschoren benen. De sfeer is gezellig, zelfs uitgesproken vrolijk, vooral als inleider Maarten Soppe beide gespreksdeelnemers, gezeten onder goedmoedige reclame van Spaak en Vandenbrink, introduceert. Even denk ik bij een roast te zitten. Uitgelaten gelach. Wat een verschil met de SpaakMasters op zondagmorgen, wanneer fietsmatties uren over bandjes, lange fietstrajecten, jaarlijkse fietsdoelen, weerzin tegen spiegeltjes, en weersomstandigheden praten. Van de SpaakMasters zie ik niemand.

Het interview vindt plaats op een verhoogd deel van de fietsenwinkel, tussen café en werkplaats in, daar waar fietsers normaal gesproken te horen krijgen dat een nieuwe cassette, ketting en remschijven nodig zijn en dat de stuurlinten en de bandjes vervanging behoeven.

Heinen portretteert, in een historisch perspectief, liefdevol en uitvoerig de bijzondere levens van 75 fietsers, die beter waren in verliezen dan winnen. Slechts enkele namen ken ik/komen me bekend voor. Het zijn eeuwige tweeden of tweeënveertigsten, van losers via dropouts tot schlemielen. ‘Uit Koers 2’ en Heinens Volkskrantcolumns (vanmorgen rolden zinnen over discriminatie, racisme, Caroline van der Plas, pus, xenofobe praatjes, en semantische kwesties in hoog tempo voorbij als tubeless bandjes onder mijn lekkere Giant TCR) verschillen sterk van elkaar.

Heinen (1985) en Willemsen (1989), beiden Millennials (zeg nooit patatgeneratie), zijn aan elkaar gewaagd. Heinen, gelukkig lijdend aan een soort compulsief-obsessieve verzamelwoede, is, zegt hij, voorzien van een morbide radar en constant op zoek naar thrillseekers in de wielersport die te mooi zijn om dood te checken. Vooral als de geboorte- en sterfdatum dicht op elkaar zitten halen bijna vergeten renners zijn lijstjes. We vervelen ons geen seconde.

‘Uit Koers II’ (net geen 400 p.) is een mooi, vet boek geworden, met een klein lettertype. Helaas zonder register.

Kerstconcert Grootkoor in Martinikerk Groningen: 18 december 2024

Slechts vier repetities zijn er nodig, dan nog een generale en vervolgens knallen in de Martinikerk. We repeteren in een kerk in Haren. Dik 140 zangers. Bij de tenoren: herkenbare uitslovers, natuurtalenten, goedewillers, optimisten, durfallen, roekelozen en alles daartussenin.

Het Grootkoor betekent zeker geen hogeschoolzang van gesjeesde conservatoriumstudenten in Bijenkorfkleedjes die ooit Engels kregen in miniklasjes, maar desondanks het verschil in uitspraak tussen taught en thought of body en buddy maar niet onder de knie krijgen. Volkskrantredacteur met specialisatie koorzang in en rond 020, Guido van Oorschot, heeft nog nooit van het grootkoorbedrijf met 14 vestigingen en 2000 zangers gehoord. (Stel je  Volkskrants voetbalredacteur Willem Vissers eens voor zonder kennis van de amateursport…) Sja. Ik informeer Guido als ik weer eens iets lees over een minimalistisch aan vette subsidiekoorden bungelend bubbelkoortje dat voor 50 familieleden optreedt. Ons Amstelringconcert in het Concertgebouw is stijfuitverkocht.

De tenoren zijn in elk koor de smaakmakers. Denken ze. Vier hebben de inzet van betaaldvoetbalspelers die na de training nog blijven hangen en extra panna’s en tweebenigheid bij corners oefenen. En hoog druk zetten uiteraard. Erna, Johan, Rogier en ik spreken extra repetities af op zaterdagmorgen. We studeren als een gek. Alles uit het hoofd zingen is het doel opdat we dirigenten Etty & Nan kunnen fixeren. En ons handhaven naast de vocale suprematie van de sopranen. Heerlijk zingen. Vanuit de tenen. Rogier houdt de muziektheorie in de gaten, Erna de dynamiek, Johan de helicopterview en ik zorg voor thee, Fisherman’s Friends en app de buren dat het heus niet lang meer duurt.

Het gaat goed, vooral als de tenorpartij smaakmakend leidend is in ‘Tollite Hostias’ van Saint Saëns. ‘Transeamus’ van Schnabel. Händels ‘For unto us’ met een bijna onmogelijke inzet voor tenoren. Het gevoelige Franse ‘Entre le boeuf’, met die op het eerste gezicht onbegrijpelijke titel. En een hele serie carols, evergreens uit de beste internationale kersttradities. Gastsolist is Henk Poort met een hopelijk niet microfonisch versterkte superstem. En Martin Mans op het beste orgel in Europa. Komt allen tezamen…..

Tickets à € 20,- in de voorverkoop. Zo lang de voorraad strekt.

Waark: Haalfmaal, of de macht van domhaid *****

In het Der Aa-theater laten we ons op 9 november verrassen. Wat een prachtige voorstelling van de Groningse theatergroep WAARK. Schitterende teksten (voor mij als student Gronings nog aan de moeilijke kant maar het meeste begrijp ik), een supergoede groep toneelspelers, fijne muziek, verrassende theatrale vondsten, kleurrijke, artistieke, cartooneske projecties op de toneelwanden, en een bijzonder inhoud. Bijzonder, bizar en absurdistisch & licht filosofisch. Met complexe verwijzingen naar de historie, omfloerste naar het nu, volgen bijzondere scenes zich naadloos en vloeiend op. Eersteklas -witte – kostuums. Op een kleinigheid na prima geluid en goed licht. En alles met een aanstekelijke lach.

En wat een energie en tekstbeheersing. Geen souffleur te horen. Je verveelt je geen seconde. Ja misschien voor de bar in de rij voor een pauzeconsumptie, maar daar spreek je weer bekenden die ook op het spektakel afkwamen. Op de speellijst zo’n 35 voorstellingen waaronder enkele al stiefoetverkocht, in dorpshuizen en theaters, inclusief de stadsschouwburg (op 13 april).

Het is verleidelijk iets over de inhoud los te laten. Het verhaal ontrolt in tien kunstig aaneengeregen scenes om hoofdpersoon Haalfmaal heen. We zien prachtvondsten. Het begint met Friezen die door christenen op een lek schip zonder roer aan het water worden gegeven. Werd daar nou echt een oplossing in een geslachtsdeel als roer geboden? Monniken die in potjeslatijn zingen. Aardgas, vermomd als scheet, dat onmetelijke rijkdom oplevert. Een lamme en blinde die weer kunnen zien en lopen.

Een menselijke machine, een kruiwagen vol geld van zand, weduwe Venema die asielzoekers verbergt, de stijgende zeespiegel en de rol van een plassende hond. En dan de epiloog met de laatste Gronings sprekende mens op aarde en de perverse rol van geld. Bijzonderste scene: hoe uit een mens stromend bloed met rode linten wordt verbeeld: meesterlijk. *****

JOURNAAL week 45

ZONDAGMORGEN Wat aarzelend vraag ik in de tweeminutenpauze halverwege Groningen en Uiterburen, tussen Noord- en Zuidbroek de fietsmaten van SpaakMasters of ze een ticket willen voor het kerstconcert van GrootKoor Groningen op 18 december. Yesss, beet, de verkoop is begonnen.

ZONDAGMIDDAG We bezoeken de expositieopening van twee Ploegkunstenaars in Watertoren West (Groningen): Silvia Benniks en Lydia Jonkman. Beiden beheersen de schildertechniek tot in de puntjes, zij het vanuit een andere werkmodus. Bij Lydia zien we veel vrolijke koeien in dito (Italiaanse) landschappen; bij Sylvia realistisch figuratief werk met surreële ondertonen. Felle kleuren. Beide Ploegers schrikken er niet voor terug een extra dimensie op het doek aan te brengen: Sylvia met extra papierlaagjes en Lydia met sieraden voor mevrouw koe. We zien zelfs diamantjes in de ogen.

MAANDAG Ter voorbereiding op de ‘kurzes conversoatsie’ in februari lees ik wat in Winterbouk (soamensteller Fré Schreiber, in een oploage van 200 stuks) en ’n Wereldtoal’ van Gerrit Wassing. Onbekende woorden zoek ik op in de woordenboekbijbel Ter Loan (de arme man wrochtte weliswaar een dik woordenboek Gronings-Nederlands maar vergat de afdeling Nederlands – Gronings). Mooiste woorden tot nu toe: ‘dingeraaiskes’ (dingetjes), ‘schaaidendailen’ (verdelen), palternaksie (hoopje, rommel) en ‘lutje potje’ (klein kind).

DINSDAG Verhalen willen dat Vincent van Gogh onvergetelijke tijden heeft doorgebracht in Noord-Nederland. In zijn Ubbo Emmius-lezing op 25 september vertelde Blühm dat Van Goghs totale schilderwerk per kruiwagen naar het toenmalige Groninger Museum werd vervoerd. In 1896 waren maar liefst 128 werken van hem in Groningen te zien. Hoe karig steekt Drenthe hierbij af. Van Gogh was heel even in Zuid-Drenthe. In het museum te Nieuw Amsterdam/Veenoord de (minieme) resten. Met een aan waarschijnlijkheid grenzende onzekerheid dronk hij koffie in Sleen. Neerlandicus/amateurhistoricus met specialisaties Rise and Fall van het katholicisme en Van Gogh, T.L.M. (voor intimi Ted) Schilder, speelt een schrijvende Vincent voor het kerkje te Aalden. Meer dan 500 bezoekers luisteren naar zijn duidelijke, door schapen ondersteunde en feeëriek uitgelichte voordracht: de hoofact van het spektakel.

WOENSDAG Mijn aan het begin van het jaar gestelde fietsdoel, 20 kms per dag, is in de pocket. Kilometervreter Rob, die uit Oring komt fietsen, ontmoet ik in Gieten en samen pedaleren we Groningenwaarts. Onderweg bespreken we wereldproblemen en onze bewondering voor powervrouwen Kammala, Carola, Sigrid, Femke en -man Koen. We verketteren boeren die wel elk weekend naar Agri-beurzen dieselen om steeds zwaardere en duurdere, fiks door de EU gesubsidieerde, tractoren te kopen maar vergeten kleiresten van fietspaden te verwijderen na de bietenoogst. We aarzelen over de vraag of en hoeveel uni’s kunnen bezuinigen en waarom in hemelsnaam in elke stad Frans, Duits, Monegaskische planologie, Vaticaanse bedrijfskunde, Retoromaans en Slavische letteren gestudeerd zou moeten kunnen worden.

Een dagje Amsterdam

Op naar Mokum. 020. We reizen met de NS. Ruim, relaxed, goedkoop en op tijd. We verbazen ons er zeer over dat kaartjes knippen passé blijkt. In Amsterdamse trams het tegenovergestelde: in het midden van de tram zit een gisse reisbegeleider, vaak met superieure nagellak, die nauwgezet het inchecken controleert en daarnaast alle reizigersvragen beantwoordt. Bezoekjes aan fotomuseum Foam, lekker door de stad slenteren, het Stedelijk badkuipMuseum, een bijna bedwelmend concert in het Concertgebouw, een terrasje daar en hier, buiten de deur ontbijten, interessante ontmoetingen: fijne ingrediënten voor twee daagjes 020. Dat niet elke binnenstads-Amsterdammer, meestal gehuld in keurige Zara- of Bijenkorfkleedjes, zich bekommert om straatvuil, is jammer.

In fotomuseum Foam zien we veel conceptuele, fotografie en oud materiaal van Paul Huf, o.a. het fameuze groepsportret van Cruijff, Swart, Keizer en Nuninga, wat koninklijkhuispics met opgepoetste prinsesjes en een varkentje in hun aandoenlijke periode en veel reclame- en tijdschriftenfotografie die nu antifeministisch zou heten. Tegelijk vraag je je bij elke foto af wat het artistieke gehalte is. Grote ogen bij de museumshopmedewerker als we vragen of we hier de biografie van Erwin Olaf kunnen bestellen.

In het Stedelijk Museum een grote expositie van Miriam Cahn ‘Reading Dust’. Aangrijpend los geschilderd werk met vrouwen in ongemakkelijke of gevaarlijke – aan mannen te wijten-  situaties. Een waarschuwing aan het begin van de Cahn-zalen is zeker gepast. Spooky, indringend, kwetsbaar, rauw, naakt, genadeloos, wreed,  emotioneel. Vaak eenvoudig geschilderd, met veel slachtoffers en enkele daders. Opvallend de gesluierde vrouwen in onalledaagse outfits. Vergeleken met de lange rijen voor het Rijks is het SM uitgestorven. In de tram terug overdenk ik hoe de Joodse kunstenares Moslima’s op het doek zet.

In het concertgebouwcafé Viotta staan de tafeltjes aaneengeregen, wat een dorps gevoel geeft; je weet alles van je buren, zo horen we links twee PwC-medewerkers schaterlachend vertellen over de pas ontdekte examenfraude bij Ernst & Young en rechts dat ‘loser’ Steijn naar Sparta verkast. In het Concertgebouw genieten we van de Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Vier vleugels, bespeeld door Jeroen en Sandra van Veen, Sonja Lončar en Andy Pavlov. Anderhalf uur bijna bedwelmende, minimalistische, als een perpetuum zichzelf herhalend maar toch steeds net even andere muziek. Ik kende de Canto alleen op orgel van Toon Hagen en moest niets van een uitvoering op piano hebben. Maar vier vleugels komt echt in de buurt. Na afloop is er aan een vier meter brede bar een drankje voor de 1.000 bezoekers. De vier musici staan iets verderop bewonderaars te woord in de gang. Dat ik tegen willekeurige bezoekers mijn mond houd over ons (stijf uitverkochte) Grootkoorconcert in december, noemt vrouw I een wonder.

JOURNAAL, week 43

Van Warmerdam

ZONDAG Belvédère, Oranjewoud. Zoals verwaarloosde beuken naar bokashi hunkeren zo hebben wij zin in

Schatz

cultuurshotjes. Combinaties met Friesland hebben een pre. Belvédère is een favo museum: schitterend gelegen in een parkachtig landschap met wildebloemenweides, waterpartijen, bomen en buitenkunst. Mooie architectuur. Klein van opzet. In een uurtje zie je alles. Een gevarieerde, inspirerende collectie. Figuratief naast abstract. Uitbundig naast ingetogen. Benner naast Mankes naast Hansen. Prachtige (zelf)portretten. En een bijzondere verkoopafdeling: zo’n vijftig werken aan de wand. Interesse? Dan een mail naar de maker, die een prijs noemt. Nog nooit eerder gezien in een museum.

S. de Vries

MAANDAG Heb je tijd over en wil je wat betekenen voor iemand van buiten Nederland, dan heb je in Groningen minimaal drie kansen: My Local Friend, Buddy to Buddy en Humanitas. Ik ken alle drie. Via My Local Friend werd ik drie jaar geleden gekoppeld aan een Sloveense student medicijnen die Nederlands wil leren. De organisatie nodigde me in drie jaar twee keer uit voor een bijpraatsessie. Buddy to Buddy zet zich in voor vluchtelingen. Je verbindt je gedurende minimaal vier maanden aan de organisatie, hebt wekelijks contact met een vluchteling en volgt negen (!) groepsbijeenkomsten. Ook verwacht BtB dat je een maandelijkse financiële bijdrage stort om de oprichting van een landelijke stichting mogelijk te maken. Humanitas verbindt (naast vele andere activiteiten) statushouders met taalmaatjes, die eens per week contact hebben. Mijn idee is dat My Local Friend vooral voor studenten bemiddelt, Buddy to Buddy voor jongeren en Humanitas voor jong en oud.

WOENSDAG Het Planetarium van Eise Eisinga (1744 – 1828) was nog een blinde vlek. En dat terwijl ik ooit in Franeker werkte (aan C.S.G. Anna Maria van Schurman). Vol verbazing en bewondering kijken we naar het stuk huisvlijt. Eisinga was een genie. Een multitalent, hij was ook een wolkam- en wolverfspecialist. Omdat een imbeciele godsdienstfanaat, een dominee uit Bozum, het einde der tijden voorspelde vanwege een vermoede planetenclash, dacht de jonge Eise: laat ik eens bewijzen dat dat onmogelijk is en bouwde aan het woonkamerplafond een installatie die de werking van de planeten toont. Eise is ook een activist, hij verzet zich tegen prinsgezinden, wordt veroordeeld, gevangen gezet en voor vijf jaar verbannen. Hij doet me denken aan tijdgenoot Salomon Levy (1750 – 1798), een vrijheidsstrijder die zijn vrijheidsdrang met de dood moet bekopen. Ik lees dat een naamgenoot, Cornelis Jacobs van der Meulen, een collega-planetariumbouwer van Eise is. Ik noem ‘m alvast omke Knillis.

DONDERDAG De première in Forum van The Apprentice, over de beginjaren van Trump is redelijk bezocht. Na afloop vallen adjectieven als villein, ijdel, zelfingenomen, vals, agressief, egoïstisch, plat, narcistisch over elkaar heen. Het is een film over een kapitalist die over lijken gaat in een zwak bestuurde maatschappij. En een film over chantabele bestuurders met ruggengraten als weke bananen & vriendschap die geen vriendschap is. We herkennen de echte Trump en vragen ons af of deze film Kamala Harris in het zadel zal helpen of juist niet. De mooiste rol is wellicht die van advocaat Roy Cohn. Fascinerend.

VRIJDAG De duiventil van camping Pieterom in Sleen, die ik zo’n 20 jaar geleden bouwde met hulp van zoons I en II is aan groot onderhoud toe. Tussen 2010 en 2023 kwam er van onderhoud helaas niets. Ik ga Yvonne en Thomas voorjaar 2025 assisteren. Zo probeer ik bij te dragen aan de sierduivenstand. Duiven horen bij dorpen en steden als regiotalen, kaasverkopers, fatbikes, ijssalons, rochelende junks en draaiorgels in winkelstraten. Ik compenseer mijn diepe schaamte voor de door velen in stad Groningen aanvaarde passief-agressieve acties tegen duiven: het mengen van anticonceptionele supplementen aan duivenvoer. Valse voorwendselen als zouden er teveel duiven zijn argumenteren het dierenleed.

‘Power to the Flower’ in De Buitenplaats (Eelde)

De Buitenplaats biedt de museumbezoeker vier smaken, waaronder drie lekkernijen: de expositie Power to the Flower, een wulpse, uitbundige tuin,  het Nijsinghhuis en een thee- en taartjeshuis. Van deze vier bevalt de expositie ons het minst.

Vooraf: de Buitenplaats is een filiaal van het Drents Museum in Assen. De Buitenplaats heeft haar core-business, noordelijke figurativisten, opgedoekt en kiest nu voor Power to the Flower, een florale Art-Nouveau-tentoonstelling. Jugendstil. De achterliggende metafoor: het museum in Eelde krijgt een nieuwe doorstart, net zoals bloemen vaak een nieuw begin aankondigen. De getoonde objecten komen uit (het depot van) het Drents Museum. Niet alles is van rond de eeuwwisseling, we zien ook een foto van fotograaf Saskia Boelsems.

Als ik in een appje naar een paar ouwe pikken schrijf dat ik bij het zien van Power to the Flower moet oppassen niet in elke (gestileerde) bloem vaginale symboliek te zien, dan overdrijf ik natuurlijk. Ik relativeer de (gepretendeerde) schoonheid van het geëxposeerde. In twintig minuten doen we de tentoonstelling. Ik houd van bloemen, kleurrijk, wild, uitbundig. Maar hier zien we merendeels latente, fletse kleuren met een hoog zuurtjesgehalte. Blommen op keramiek, druk, textiel, fotografie, schilderijen. Een paar grote stukken redden de boel; zie foto’s van Ruud van Empel en Luzia Simons.

Je zou  toch denken dat het Drents Museum alles uit de kast haalt voor deze heropening van de Buitenplaats. Maar nee, enkel de begane grond is ingericht. De bovenverdieping is met een schriklint afgesloten. Wetende dat museumdepots uitpuilen hadden we echt meer verwacht. En waarom de publieksexpo van amateurfotografen weggestopt achter de trap? Idem het bloemencorso-aandeel?

Nog een paar kleinigheden: voor auto’s is er een riante parking. Fietsende bezoekers plaatsen hun tweewieler op het trottoir. Waarom niet een paar fietsenbeugels binnen de heg? De entree, zwaar scharnierende deuren, oogt niet gastvrij. Een uitnodigende, glazen, voordeur zonder dranger ware beter.

En dan het lekkerste. Een schitterende tuin met door stalen constructies geschraagde bomen, interessante beelden, een vijver, spannende paadjes, een moestuintje (in werkelijkheid meer een miniatuurkruidentuintje). Dan het interessante Nijsinghhuis met door Röling en Muller schitterend beschilderde muren. Een antieke keuken en een erotisch kabinet. Waarom nou net daar, in het kleinste kamertje, de gids uitgebreid uitleg staat te geven aan senioren met blosjes op de wangen? En tenslotte een viersterren thee- en taartjesuitspanning met een terras.