De oudjes doen het goed. Springsteen in zijn afgedragen kloffie in Amsterdam, Rieu met de kleurige, wijdejurkenparade in Maastricht. Maar Rieu zit ons dwars: wij willen naar of vanuit Maastricht fietsen als André er concerteert waardoor alle hotels mudvol zitten. Nog een probleem: de fiets moet als het effe kan mee op de kamer. Is juli de goede maand?
Mijn fietsdoelen zijn ASML-koersen: ze stijgen gestaag. Mijn benen als whisky: met de jaren beter. De wat langere fietsroutes beklijven het beste en zorgen voor mooie herinneringen. Eind vorige eeuw fietsten we op zondagmorgen vanuit Sleen naar waar de wind ons bracht. Zoons Maarten en Mees op kinderfietsen van André Janszen en ik op mijn Gazelle. En dan uitkomen in Valthermond, De Krim of Westerbork waar we in een snackbar het adres naar huis doorbelden om opgehaald te worden. Of na de fietsvierdaagse alle routes nog een keer op één zaterdag doen. Met Maarten en/of Mees de elfstedentocht rijden, op één dag of verdeeld over drie, het Pieterpad zuid noord of Maastricht Doetinchem. In 2023 met Inge Passau – Wenen langs de inspirerende Donau.
Nu dus – met ploegleider Mark – op naar de stad van Rieu op het Vrijthof. ‘Nee, gezonde spanning,’ zeggen sporters als je vraagt of ze voor de finale zenuwachtig zijn. Niet eerder fietste ik op één dag 325 kms. Wel 225. Soms, mijn eerste winterfietselfstedentocht met Frans (2020), zelfs onder barre weersomstandigheden. Die met Mark (2022) was al bijna voorjaarsachtig en die in 2023 met Michel was moeilijk met extreem harde wind. Nu dus een 325-er. Ik heb het -net als maaien met de zeis- nog nooit gedaan, dus denk ik dat ik het wel kan.
Hierbij vergeleken vallen de kortere routes met Rob, Willy, Frans, Mark, Ammer, Ritske en Henk, de Noordenveld-rit, de Oldambt- of Reitdieproute, de Bouke-Mollema-tocht, de Gouden-Pijl-route, qua zwaarte en intensiteit in het niet: gezellige Spielerei. In de voorbereiding tufte ik al eens 200 bij 28°. Buienradar voorspelt een westenwind kracht 2. We knippen de 325 in vijven: 75, 60, 60, 60 en 70 kms. Drie pauzes van 30 minuten, één van een uur. Vandaag een laatste training, een rondje Zoutkamp, Hornhuizen, Pieterburen met 1,8 kg bagage in een rugzakje. Ik imagineer/visualiseer de eerste etappe Limburgwaarts en zie zuuurstokroze jurken van Rieus zangeressen in de verte.


Een zeer interessante historische roman, beginnend in 1739. De beschreven problemen voeren ons naar nu. Kerkelijke ultra’s hebben moeite met het loslaten van Datheens langzame muzieknoten en komen in opstand. En passant ventileren ze als gele-hesjes avant la lettre andere maatschappelijke grieven. Vissers krijgen moeilijke tijden omdat de haringvangsten op en neer gaan.
Heerlijk, een concert dat nog geen uur duurt. We luisteren naar muziek van J. S. Bach en G. F. Händel (in het programma ook Handel en Hendel genoemd). Elf sponsoren maken deze avond mogelijk. Zoals bij veel vermaak is het voorspel van belang. Dat begint buiten op straat al met schitterende fotografie over het onderwerp ‘queer’, een visuele liefdesbrief aan de veerkracht van queer mensen. Niets verbloemend, informatief, duidelijk en vaak vrolijk. Voordat we naar binnen mogen voedert een senior enkele ongeduldige doffers en duivinnen die tegenwicht bieden aan jonge brutale kraaien.

Een mooi dorpsverhaal, met wat ’t Hartiaanse humor, om de bladzijde een kat naar de katholieken, ouderemannengeilheid en zelfs brute seks. In het dorp Monward maakt Molly een schilderij van De Bioloog. Hij poseert naakt als Lotte langskomt. Zij wil een fotoboek maken van 200 dorpsgenoten. Allerlei typische dorpsfiguren komen voorbij. Een aantrekkelijk predikantje, een kapster/kapper met Somalische roots, een gravin en haar man (bij wie de bioloog een scheltopoesik vangt), enz. Gravins echtgenoot krijgt wanen, hij meent dat zijn kinderen niet door hem maar door andere mannen zijn verwekt. Gravin stort haar hart uit bij De Bioloog.

Onderweg ontmoet ik een paar vitale, bruisende, sportieve, ouwe pikken; vrienden voor het leven. Ted in Emmen en Rob in Odoorn. We bespreken het leven, de Nederlands politiek en kleinigheden. Waarom het verkoelende thermische ondergoed de Nederlandselftalspelers toch niet kon redden. Zijn onze docenten Engels echt zo veel beter dan de Franse? Welke waarde hebben felicitaties op groepsapps? Waarom nazaten van good-old Salomon Levy net iets pregnanter hun afkeer kunnen uiten van de vrouwen vernederende Joodse orthodoxen die hun eigen zonen onder het mom van religiestudies uit het leger houden. De invloed van nature en nurture op antisemitisme en rabiate Palestijnenhaat. De schitterende utopische ideeënwereld van Rutger Bregman.
Na 60 pagina’s lezen denk je: hoe presteert de auteur het om de gesjeesde filosofiestudent die bruggenschilder is geworden, Rob Hollander die gefascineerd is door G. B. J. Hiltermann en de moeder en zoon die Gods woord langs de deuren uitventen bij elkaar te brengen, totdat je je de titel weer realiseert: Ik kom hier nog op terug.
ZONDAG, eilanden. Het eilandenboek van Adwin de Kluyver zet me aan het denken over mijn eigen eilandervaringen. Het uitdagende verlangen eilanden te bezoeken, doorgronden en veroveren, herken ik zeer. In een plantsoen in mijn geboortedorp was een minuscuul eilandje in de vijver. Varend op een wankel vlot veroverden wij het op de ongelovige honden van de openbare school en bezetten het. Wat een teleurstelling toen in een winter het halve dorp het eiland over het ijs kwam bezoeken, in onze ogen bezoedelen. Veel later, op vakantie in Poncin trok een eilandje in de Ain ons gezin als een gek. Met een rubberbootje trotseerden we de stroming en barbecueden er als ware Robinson Crusoes. Nog een eiland dat in onze familie bekend werd is Clare Island waaraan mijn (inmiddels overleden) oudste zus en (nog levende) zwager hun hart verpandden. Jaar in jaar uit bezochten ze dit in hun ogen magische, zo goed als onbewoonde, maar door schapen en hun onvermijdelijke aarsmaden overwoekerde, eiland, waar de tijd en alle erbij horende ontwikkelingen leken te hebben stilgestaan. Voor gewone vakantiestervelingen een godverlaten oord met een bevolking die uit een soort van wanhopige diabolische overlevingsstrategie had geleerd supergastvrij te zijn en die gastvrijheid leert te vermarkten. Na de scheiding bleef mijn zus het eiland bezoeken. Uit door De Kluyver genoemde bewonersaantallen moge blijken dat wijlen mijn zuster met zo’n zeven % van de mannelijke bevolking het bed of een bedstee of een hooizolder boven een schapenstal heeft gedeeld, een feit dat me met broederlijke trots vervult. Dat die trots breed wordt gedeeld blijkt uit het feit dat twee broers zusters as sacraal, liefdevol en ritueel hebben verstrooid op Clare Island onder het toeziend oog van veel bewoners.
MAANDAG, Minerva I. We bezoeken vier van de dertien locaties van de Graduation Show en maken kennis met afgestudeerden. We spreken dan over hun, vaak wel, soms minder interessant, eindexamenwerk. Ook vraag ik stelselmatig: ‘En nu?’ De antwoorden: ‘Doorgaan op deze weg. ‘k Ga een gap-year doen. Proberen subsidies te krijgen. Wellicht werken in de evenementenbranche. Zelfstandig kunstenaar worden. Ik heb een parttime baan. Nog een opleiding volgen.’ Of ze denken een inkomen te kunnen krijgen en of Minerva ze heeft voorbereid op het thema financiën? Ik hoor: ‘Ik heb weinig geld nodig om te leven. Mijn vriend is bakker. Misschien het onderwijs in, maar de ROC-stage beviel me matig. Ik wil onafhankelijk worden van mijn ouders. Er zijn lessen gewijd aan hoe je subsidies of fondsen kunt verwerven (maar die lessen kon ik niet bijwonen)’. Als ervaren ansichtkaartenkopers en proberen we mooie kaarten te kopen. Bij twee van de drie is niet bekend (en na enig zoeken onvindbaar) wat ze kosten. Het van een wasmachine naar een zetel getransformeerde object was nog niet te koop.
DINSDAG Minerva II. Tegenover ons huis staat ineens een minimalistische ouderwetse groene schaftkeet, een tandemasser met halfzachte banden. Het contrast met het glazen parkeergaragetrappenhuisje van glas, beton en staal kan niet groter zijn. In de keet: artistieke, ingenieuze op duurzaamheid gerichte eyecatchers. Koos Buist exhibitioneert zijn afstudeerproject. Enkele t.v.-schermen tonen een in het licht van een nachtcamera actieve rat. Een wildcamera legt kraaien, reeën, hazen en een graafmachine die een sloot graaft vast. Een laboratoriumopstelling voor de analyse van slootwater met microscopen. Topstuk is de ‘Deurbel voor het huis van de dode slak’. Trekkend aan een touwtje gaat een ingenieus radertjessysteem tergend langzaam draaien. Buist is behalve kunstenaar filmmaker en ontwerper van groene daktuinen, hij combineert kunst graag met natuur en educatie.
WOENSDAG, fietsen. Mijn fietsinspanningen beginnen vruchten af te werpen. Betrekkelijk gemakkelijk doe ik een ritje met één caféstop te Dokkum: Groningen, Gerkesklooster, Kootstertille, De Westereen, Damwoude, Dokkum, Lauwersoog, Eemshaven (waar ik een selfie maak bij de 1500 ton zware, 100 m lange monopiles), Roodeschool, Ten Boer, Groningen: 174 kms. Gemiddeld 26,8/uur. Het ritueel na thuiskomst: de licht verstoorde vochthuishouding op peil brengen met een Radler\bietensap en rekken en strekken in bad. In beide benen schiet soms even een verrotgemene, pijnlijke kramp die weer verdwijnt door enkel aan masseur Yara te denken. De 55 kms lange streep van Lauwersoog naar de Eemshaven, die evenmin van lucifers nabij LNG-tanks als van fietsers houdt, was naast een fysieke ook een mentale beproeving.
VRIJDAG. Ik ken steeds meer mensen die denken dat Memphis de naam van een illegaal wedkantoor is. Ze zitten bij een concert van organist Leo van Doeselaar en fluitist Marten Root in de Lutherse kerk te G. Ik hoor werk van Bach dat ik niet kende. Als ik Bach zeg bedoel ik Johann Sebastian en niet Carl Philipp Emanuel die ook voorbij komt. Over het Zuiderdiep lopend volg ik een voetbalwedstrijd op tv’s in cafés. Thuis kijk ik nog even naar een uiterst vermakelijke uitzending van ‘Makkelijk Scoren’. Deze keer met Van Stekelenburg die zichzelf interviewt door voetballers meerkeuzevragen te stellen en zelf de antwoorden voorkauwt.
‘De eilanden van goed en kwaad’ is een heerlijk veelomvattend goed geschreven boek over… eilanden. De auteur, historicus en deeltijdeilander, is gefascineerd door eilanden en schrijft er (met een projectsubsidie, reisbeurs en ontwikkelbeurs), een bijzonder boek over met een uitgebreide bibliografie en een goed werkend register. Hij heeft -praise the lord – niet het doel alle eilanden te beschrijven. Van de door mij bezochte: Ameland, Borkum, Engeland, de Fokken, Funen, Île de la Cité, Japan, Kreta, Liberty Island, Rottumeroog, Rügen, Schiermonnikoog, Sicilië, Tenerife, Terschelling, Texel, Tinos en Vlieland staan maar enkele in het register. Dat betekent dat hij niet de gebaande paden betreedt, want zeg nou zelf, wat is Vlieland nou helemaal als je het ook over Okunoshima kan hebben of het verleidelijke Pukapuka? Niet voor niets is de ondertitel van het boek ‘een ontdekkingsreis’.
ZONDAG, belastingmoraal I. Maart 1969. Dokter Sjouke Bakker uit het Friese Kollum zet zich in voor Biafra. De Kollumer Courant schrijft en hervo/grefo predikanten preken over hem. Wij hebben een grote tuin die bomvol staat met eigenwijze narcissen (de enkelvoudige fijnbloemige Tazetta Narcissus). Met mijn jongste zus opper ik het plan narcissen te verkopen voor dokter Bakker. We krijgen – gek genoeg – toestemming (want tuinbloemen afknippen is geen gewoonte). Tien stuks in een plastic boterhamzakje. Ik herinner me dat we 88 zakjes huis aan huis verkopen. Op het moment dat wij de poet gaan aanbieden aan het Sjouke-Bakker-comité zegt heit dat hij het bedrag met 37 gulden naar boven afrondt. Dat is het goede nieuws. Het slechte: i.p.v. met een zak guldens (die we met de dag hebben zien voller worden) bieden we een kale giroafschrijving aan. ’s Avonds aan tafel krijgen we les één van fiscale giftenaftrek.
DONDERDAG, kunstacademie. Minerva en Instituut Frank-Mohr exposeren op 13 locaties in Stad de eindexamenwerkstukken van hun studenten. De tijd dat kunstacademies uitsluitend opleidden voor banen in het onderwijs is passé. Wel staat het beroep kunstenaar in de hoogste regionen van de rankings van bullshitbaanoverzichten. Aan Reitemakersrijge staat een schaftkeet met een op duurzaamheid gericht afstudeerproject van
ZATERDAG Een kleine groep (internationale) demonstranten en studenten loopt door Stad. Ik herken 
Een thriller, een soort vervolg van ‘De kroongetuige’. Op voorwaarde dat Leonie Kuyper voor de poezen zal zorgen erft zij alles van haar vriendin Roos de Berczy. Notaris Graafland praat haar bij en adviseert haar in de voetsporen van Roos te treden. Dat doet Leonie, ze gebruikt Roos’ make-up en haar kunstnagels. Leonie wordt door Freek gebeld die vertelt dat Roos en hij in een clubje zaten. Pleun Mastenbroek blijkt Roos op het strand gefilmd te hebben. De videobanden worden door Leonie en Pleun bekeken; ze zien een mysterieuze schaduw.