De televisiepers heeft het zwaar. De NOS plakt logo’s af om niet op afstand herkend en belaagd te worden door stenengooiers. Jongeren verliezen het vertrouwen in de media. Uit onderzoek van Motivaction blijkt dat 45% van de jongeren neutraal of negatief reageert op de vraag of het nieuws te vertrouwen is. Waarom worden journalisten agressief bejegend? Waarom verliezen jongeren het vertrouwen in de media?
De NOS staat voor een brede en onafhankelijke nieuwsvoorziening. Daarnaast heb je nog zes omroepverenigingen met specifieke doelgroepen, drie aspirant-omroepverenigingen en de commerciëlen. Vergelijk het met het verzuilde onderwijs. Er is openbaar onderwijs, bijzonder (RK, PC) onderwijs en je hebt de commerciëlen (Luzac).
De staatsomroep NOS en het openbaar onderwijs zouden voor iedereen open moeten staan en moeten proberen iedereen in Nederland te vertegenwoordigen. Laat het gekleurde nieuws en het door commercie en religies aangetaste onderwijs maar over aan PC en RK scholen en het Luzac.
Vraag: herkent elke Nederlander zich in de NOS? Hoe onafhankelijk zijn de programma’s? Als programma’s gekleurd worden door presentatoren dan haken mensen die op zoek zijn naar onafhankelijk gegaard nieuws af. Laten we eens een onderzoekje doen. In hoeverre worden in een bekend discussieprogramma open vragen gesteld? Open vragen zijn vragen die geen vooringenomenheid van de vragensteller impliceren. Dat doen gesloten vragen (beginnend met een persoonsvorm) wel, die dragen door de geslotenheid van de vraag al een antwoord in zich. Open vragen beginnen doorgaans met vraagwoorden als: hoe, in welke mate, wanneer, welk(e), wat is er de oorzaak van, enz. Het vraagwoord ‘waarom’ heeft soms een negatieve lading.
Welk programma leent zich voor zo’n onderzoekje? De door duo’s gepresenteerde meningenprogramma’s Op1 zeker niet. In het recente verleden hebben nogal wat presentatoren zich gediskwalificeerd met privémeningen waarvoor men zich later heeft moeten excuseren (Fidan Ekiz en EO-jongen Renze Klamer die het lastig vonden hun anti-abortusstandpunt voor zich te houden en daarmee hun gast Rebecca Gomperts bruskeerden en compromitteerden, Charles Groenhuijsen die in Amerikadiscussies zich als een anti-Democraat betuigt, enz.).
Laten we Buitenhofboegbeeld Twan Huys onder de loep nemen. Buitenhof 17 januari 2021: Twan Huys in een ovale-tafelgesprek met Tweede Kamerlid SP Renske Leijten, PvdA-coryfee Job Cohen en NRC-Handelsblad columnist Tom – Jan Meeus. En, halverwege, een videogesprek met viroloog Peter Piot vanuit Londen. Eens kijken of het open of gesloten vragen zijn die Twan stelten en of alle kijkers, van links tot rechts en alles daartussenin, zich kunnen herkennen in Buitenhof.
Vragen aan Leyten, Meeuws, Cohen en Piot; de open vragen zijn vetgedrukt: U had toen niet kunnen vermoeden dat dit alles zou gebeuren een paar weken later / Zo lang zou duren? / O, u had het nog steeds sneller, eigenlijk, gewild, ja; / Klopt dat? / Klopt die? / Kon niet anders? / Wat denkt u? / Niet zo prettig om te horen voor de premier als hij meeluistert; / Maar zegt dan u de coach kan niet blijven, als je zo’n verlies hebt geleden? / U twijfelt aan de succeskansen van die brief? / Maar bent u het met JC eens…? / Maar heeft Cohen gelijk?
Cohen leert Huys een lesje door Leijten te interrumperen door twee keer een hoe-vraag te stellen
Tom-Jan, Tom-Jan Meeus? (met priemende vinger wijzen) / (bijna onverstaanbaar omdat hij L niet laat uitspreken) Wat vindt u niet kunnen? / Welke rol is dat? / Kan dat nog komen? / Kan dat nog komen mevrouw Leijten? / Tom, zie jij dat er nog van komen? / Dat is ook slecht nieuws voor de premier natuurlijk… / Meneer Cohen, ….gaat de partij, uw partij, keihard om met zijn aanvoerders? / Tom Jan, wie vind jij dat LA moet opvolgen als leider vd partij? / Wie zijn dat? / Maar die zijn in ieder geval niet … / Meneer Cohen, wat denkt U? / En daartussen wilt u geen keuze maken dan? /
Vragen aan Piot: Opgeknapt van corona, hè, want u was zelf ook besmet geraakt. / Hoe ernstig is de situatie bij u in de stad? / Bent u dat met hem eens? / Hoe kijkt u naar Nederland want wij zijn zowat het laatste land dat de vaccinaties op gang krijgt, Bulgarije doet het slechter en dan komen wij, heeft u daar een verklaring voor? / Na een inleidende tekst over de Britse variant die hier zal toeslaan… Ziet u dat ook zo? / …In Nederlands is er een discussie over… een avondklok, een soort wanhoopsdaad eigenlijk, denkt u dat dat helpt? / En dus is zo’n avondklok wel effectief, dat moet dan maar? / U zegt dus eigenlijk: egoïsme is hier onze grootste vijand? / Is dat scenario dan denkbaar dat we terecht komen in een Bergamoachtige situatie? / Zijn die allemaal effectief tegen die nieuwe varianten? / Nu wordt er wel gezegd … Is dat een goed idee om het proces te vertragen? / Gaan we in de toekomst dit soort varianten vaker zien?
Verder met Leijten, Cohen en Meeus: Zijn de Nederlanders gedisciplineerd genoeg? / Gaat het demissionaire kabinet zo’n avondklok invoeren in Nederland? / Wat denk jij? (TH Gaat bij mevrouw Leijten ineens tutoyeren) / Wat Tom Jan Meeus zegt is nogal wat over de avondklok. / Zou het moeten? / we weten allemaal, dat is het enige wat telt. / Wat vinden wij van die pandemieën? TH Wat vindt u daarvan? / Want hij vindt heel duidelijk, wij zijn de natuur binnengedrongen en dit is nog…
Na 43 minuten: STOP, de teller staat op 46 vragen en/of als vraag geponeerde stellingen. Daarvan zijn 10 open vragen en 36 gesloten, gestuurde. De ergste van inquisiteur Twan: Hoe kijkt u naar Nederland want wij zijn zowat het laatste land dat de vaccinaties op gang krijgt, Bulgarije doet het slechter en dan komen wij, heeft u daar een verklaring voor? En: In Nederlands is er een discussie over… een avondklok, een soort wanhoopsdaad eigenlijk, denkt u dat dat helpt?
Huys’score: 21,7 % open vragen. 78,3 gesloten. Wat betekent het dat Twan Huys voor driekwart gesloten vragen stelt? Wat is zijn belang om gasten bijna uitsluitend gesloten vragen te stellen?
Twan Huys kan zijn mening niet voor zich houden. Dat is prima als hij bij M aanschuift als praattafelgast of als hij zijn oren laat hangen naar de opvattingen van commerciëletelevisie-eigenaren. Maar wat zou de gedragscode voor een NOS-interviewer moeten zijn? Het is een wonder dat mevrouw Leijten en dhr. Cohen vriendelijk blijven. Mevr. Leijten veegt de vloer aan met Huys en Haagse bubbeljournalist/columnist Meeus doordat ze vriendelijk blijft en keer op keer corrigerend optreedt. Interviewer Huys legt zijn gasten veel antwoorden in de mond en stelt zichzelf daarmee op een voetstuk want hij vergeet dat zijn mening er niet toe doet. Tussendoor is er nog een grote hoeveelheid gemompelde interjecties als (een stuk of vijf keer) ja / hmm, en lichaamstaal in allerlei vormen: voorhoofdrimpelaanspanning, voorover buigen, extra serieus kijken, glimlachen, aanwijzen / priemen, opgetrokken wenkbrauwen.
Terug naar de kernvraag: hoe zouden kijkers rechts van het midden zich voelen bij deze uitzending? Hoe objectief is Huys als vragensteller?
Eind goed al goed: Twan Huys laat in zijn gesprekje met een fotograaf zien dat hij goede vragen kan stellen, als hij begint met: “Wat zien we hier?” Uit-ste-kend!
‘Volgend jaar word ik 67 en dan zitten de tien jaar Emmen – Noordbarge erop,’ hoor ik vanuit de badkamer. Vrouw I glimlacht vilein, een glimlach die ze ook op andere momenten inzet, ze kent mijn zwakke plek. ‘We gaan moven.’ Onrust grijpt me bij de keel als een bankschroef een te slijpen beitel. Mijn lichaam reageert direct: neusharen vibreren hortend en stotend als het Canto Ostinato van Toon Hagen, mijn goose-flesh-scrotum krimpt en mijn kringspier pulseert als bij een Barneveldse met legproblemen. Fietsers hebben daar nu eenmaal gevoelige spiertjes, hè. Een combinatie van drie uurtjes rijden op mijn Sensa, wat een goede, gevoelige, bijna empatische naam voor een fiets, alsof je een paaldansclub googelt, een paar uurtjes luisteren naar cantates van Bach, en zelf even met zangpedagoge Etty van der Mei inzingen, laten mijn rust weerkeren. ‘Okee,’ zeg ik, ‘goed, we gaan zien.’
Frits Germs is, bijna negentig, overleden. Oud-docent biologie, oud-reservemajoor Koninklijke Landmacht lees ik in de familieadvertentie. Ja, denk ik, èn oud-Harley-Davidson-rijder, oud-seksuele voorlichter, oud-spreker van de Saksische taalvariant het Kollumerlands, en natuurlijk sigarenroker, mooieverhalenverteller, begeleider vakantiekampen van de NH jongelingenvereniging. Kollumers waren we. Frits Germs woonde aan de Voorstraat: snor, bril, hoekig, lachrimpels. Hij fietste met ons naar school, Oostergo in Dokkum, langs de Dokkumer Trekvaart. Soms haalden wij, allemaal Bouke Mollema’s in de dop, hem in en dan hielden wij hem uit de wind als een skûtsje een BM’er. Was het mooi zomers weer dan reed Frits op een oude groene leger-Harley Davidson Liberator, met een antiek schakelmechanisme op de benzinetank en met spijkers afgewerkte zijtassen achter de buddyseat. Als hij de bochten goed nam en op tijd dubbelclutchte, bleef hij ons fietsers wel eens voor.
In de fietsenkelder stak hij rustig een sigaar op en wij wrongen onze door- en doornatte kleding uit boven het kelderputje als mem een dweil als er weer een ongelukje met beppe in de w.c. was geweest. Frits was het prototype van een leraar. Hij kon goed met de leerlingen overweg, wat wil je ook met een zootje ongeregeld uit de buitendorpen dat hem bewonderde. Hij schaakte een Dokkumse langharige schone uit HBS-vijf, Nel, in mijn ogen alleen de zus van Saskia (lang blond haar, beugel, spleetje tussen voortanden, kniekousen…). Frits was één van de boys, Kollumer jongens. Doordat wij hem uit Kollum kenden durfden we hem wat meer vragen te stellen. Van broers en zusters kende ik een aantal van zijn kunsten. Bijvoorbeeld de uitwerking van een karateklap op het bord. De splinters vlogen je om de oren. Onze eigen klassenleraar had een keer geen zin in een klassenavond en toen vroegen wij Frits. En hij deed het. Terwijl wij de kunst van het ‘slijpen’ beoefenden, stond hij op de schoolbinnenplaats wat bij te kletsen met de toevallig passerende Nel. ‘Meneer, wat is ejaculatio praecox alweer? Uit paragraaf VIii?’ Kregen we een prachtig verhaal over jonge dienstplichtige militairen die in het weekend met de trein naar huis kwamen en om te voorkomen dat ze ’s avonds met hun meid op de kermis te vlotjes ejaculeerden, als hengsten op kunstmerries, zwengelden ze in het treintoilet alvast wat in het voren. Wij probeerden hem ook uit te horen over de door de licht tirannieke rector Heukels bestierde lerarenvergaderingen; of Booij, Kesting, Künzli, Van Dongen, Gort, Wiersma, Sturm, Slager, Wijmenga, Bootsma, Mulder, Bangma, Wilpshaar, zich gedroegen, maar Frits bleef discreet. Bij een uitje van de NH jongelingsvereniging in Kollum ging hij een weekend mee op stap naar Ter Apel en Sellingen en wat leuk, hij nam zijn Dokkumer vlam mee. Later leerden we Frits nog wat nader kennen omdat onze oom Jaap zijn zuster, Nancy Germs, aan de haak sloeg. Gouden tijden en platina herinneringen! Frits Germs: rust in vrede.

Tot slot allerbeste A nog iets over ballen, ik verwed een deel van mijn salaris eronder dat er meer collega’s hetzelfde thema gaan benoemen dat ik vanaf hier ga aansnijden wanneer ik je meest karakteristieke pose ga beschrijven die je in de personeelskamer aanneemt tijdens de middagpauze: je ziet een in blauwe jeans gehulde mevrouw, zeg maar gerust middle-aged, langs de koffiemachine schichten als een krolse kraai die een zilveren lepeltje ontwaart, met de blik strak gericht op de soeppan: het lid eraf en dan, het lijf iets naar voren hellend, tussen broek en shirt een reep wit, tuur je enkele seconden in de pan, je beslissensoren op volle toeren draaiend en dan neem je behoedzaam de soeplepel ter hand en maak je kleine draaikolkjes in de vloeistof, als een verfmenger in de Hema, waarbij je, de zijden van de soeplepel naar links en dan weer naar rechts kantelend, goed kunt observeren of er stukjes vlees en of gehakt voorbij komen en als dat het geval is (en kok K kennende is dat vaak het geval), dan priemen je ogen in de diepte van de pan, je gewicht steunt nu geheel op je tenen, en begint het jongleren met de soeplepel: een geconcentreerd spel van heen en weer schuiven, als een kaasmaker die stremsel en wei scheidt, geluiden en bewegingen om je heen sluit je uit als een leerling die een examen gaat maken, waarbij het erop aankomt zo weinig mogelijk soep en zoveel mogelijk vaste stoffen in de lepel te vangen, als een goudzoeker in de weer met zeven en pannen om het kostbare residu niet te laten wegstromen, of als een bioloog die in troebele sloten kikkerdril op staat te vissen; als je goed luistert, hoor je de soepgolfjes over de soepelepelrand klotsen als buiswater in een BM’er op de Fluessen en dan, op het moment dat je beet hebt, zien we een gelukzalige glimlach op je gezicht: beet, hebbes, gotcha, je kijkt door je bril als een ivf-dokter die door de microscoop een serie zeldzame superspermatozoïden waarneemt, een junk net voor een hemels shotje, een koning voor de aankoop van een speedboat, en voor de sier laat je de soeplepel nog een keer naar beneden plonsen en kom je, net als iedereen, amechtig gapend, in je richting kijkt, met louter nattigheid naar boven met hoogstens ijle vermicellisliertjes of een draadje magere prei uit de collectie van Coöperatie Vergeten Groentes, dat je breed meanderend over de dikke buit onderin je soepkom sprenkelt, met een air van: wat een waterig soepje, waarbij je dan ook nog eens tergend semi-goedkeurend mompelt: ‘K had vandaag zeker een vegadagje, nou ja, ook lekker,’ of woorden van die strekking, als een verslaafde priester die na enkele kelken wijn veinst een watertje te drinken, of een alcoholiste die op een personeelsavond, naast de geheelonthoudende baas zittend, om een sjuutje vraagt en dan baan je je een weg naar je stoel, zet je neder en het grote genieten vangt aan, pretoogjes achter de bril; wie het waagt je tijdens dit haast orgastische moment te storen krijgt een vernietigende blik.


Je vleugels zijn bijna doorschijnend als kermis- of kerstmisengels in de schappen van de action naast de mirre en de kukident, jij, vlinder, rebelse vogel, je kiest voor ons huis met nog steeds r-factor 0, de pas geverfde zuidzijde nog wel, goed hoor, je stuiterde tegen de steen als moshende libellen op een zwembadrandfeest, wie ben je? je voelt je licht, bijna als een lege verzameling dagpauwogen; verre familieleden van jou moeten het doen met aleppo, siddeburen, bethlehem of oudwoude, zonder snoeiharde houtvingers zoek je scherptediepte op zacht wit, je bent de onschuld zelve, als met wierook ventende herders, toonbeeld van saudade, van een afstand oog je breekbaar, maar je hebt grinta van een judoër, je vleugelslichaamstaal spreekt boekdelen: weer heel anders
dan de duizenden ganzen zuidelijk van zwartemeer die als vuurwerk of republikeinen met veel te luide stemmen alles willen overvleugelen en -heersen, wij doen alsof we ganzenherders zijn en bezoeken en filmen ze en we observeren jou als je, een maand of wat voor kerst, even rust, en niet aan vogelgriepvrij ganzenstoofvlees uit de oven wil denken, peinzend, je ogen dicht, schouders neer, verwonder je je over de wereldleeddingen dichtbij als haperende kerststerren en ver als verwende koningskinderen; je puft uit op een nieuwe witte muur die je uitnodigt en beschermt en troost, zoekend kijk je langs de voeg de geblutste wereld in, als het je even teveel wordt vouw je kwetsbaarheid op als logeerbedlakens, weggestopt voor slecht nieuws en aanslagkansen via cartoon, alfabet of stembiljet, dierenleed met kerst is je een zorg en we wensen je van alles het beste en een werkend vaccin in een onbedreigd 2021. 






