Heb je ooit in het onderwijs gewerkt dan blijf je alles volgen wat over je oude vak gaat. Ik houd de Volkskrant bij, vrienden sturen wetenswaardigheden uit Trouw en NRC. Ook films over het onderwijs hebben mijn belangstelling; ik zag Dead Poets Society, Être et avoir, Les choristes, Druk, om maar een paar te noemen. En nu dus ‘Favoriten’.
Een basisschoolklas in Wenen-centrum wordt vier jaren gevolgd. Schitterend gefilmd. Een juf die door iedere docent als collega wordt gewenst en leerlingen met verschillende achtergronden. Juf Ilkay heeft Turkse roots en begrijpt haar leerlingen en hun ouders.
Alles wordt gefilmd: de doorsneeles, correctiemethoden, gym, klassenuitjes naar een moskee met een sympa imam, en aan een dom met een drammerige pastoor die maar blijft zeggen dat de Stephans Dom van iedereen is. Bij een evaluatiegesprek blijkt dat de Mac iets meer imponeerde dan de kathedraal. Zwemmen waarbij het probleem van obese kinderen duidelijk wordt, ouderbezoekjes, toetsen (inclusief het teruggeven van de resultaten). Soms indringende ruzies (inclusief het bijleggen), hartverscheurende huilpartijen maar altijd weer de juf die begrijpt en vertrouwen biedt, structuur, variatie in lesinhouden en verantwoordelijkheid, betrokkenheid en deskundigheid toont. De lessen worden onderbroken door fantastische energie opwekkende wilde dansjes.
Met de islamitische achtergrond van juf en bijna alle leerlingen zit de kijker op het puntje van de stoel als er hete hangijzers voorbijkomen. Bijvoorbeeld bij de verschillende rollen van (dominante, Duits sprekende) vaders en (onderdanige, Turks blijven sprekende) moeders èn de biologieles. Op een levensgroot getekende man en vrouw worden lichaamsdelen geschreven. Ik moet denken aan mijn cursusboek Grunnegs ‘Zeg t mor’ waarin een identieke tekening wordt getoond, waarbij de schaamstreek enkel ‘geslachtsdailen’ vermeldt. Onze Weense juf spoort de leerlingen (basisschoolkids van zes t/m tien) aan de erbij passende woorden: ‘vagina’, ‘vulva’, ‘penis’, ‘ballen’ uit te spreken, erbij te schrijven en er, op ware grootte, bij te tekenen.
Mijn geslachtsdeelkennis van het Gronings beperkt zich tot ‘deus’ uit de uitdrukking ‘dij vraauw hef heur deus nait mit pissen versleten’. Even kijken wat de bejubelde K. ter Laan te bieden heeft: wel ‘lul’, maar bij ‘kut’ staat iets over ‘knikkeren’. Zou Van der Laan een man zijn? Geen ‘vagina’, ‘penis’ of ‘c(k)litoris’, wel ‘klit’ (=’klaar’), ‘klitse’ (vrouwspersoon die mannen naloopt; oorspronkelijk betekent ‘klitse’ ‘teef’). Nou ja, ik ga nog even door. ‘Masturberen, vingeren, aftrekken’: niets. Bij ‘òftrekn’ staat weliswaar ‘aftrekken’, maar in de betekenis: ‘zich laten fotograferen’. Nadenken dus, als je aangeschoten buurvrouw na een buurtbarbecue je in het steegje influistert, ‘schiere mirreg mienjong, zöl k joe nog eem òftrekken veur n aiwege herinneren?’ Hahaha. Aander moal meester Reinder mor s vroagen.


ZONDAG We slenteren door de tentoonstelling over 80 jaar bevrijding in de A-kerk. Ik kijk met interesse naar zwart- en bruinhemden op de Vismarkt in 1943 en denk enkel aan VN-rapporteur Francesca Albanese. De oorlog in Groningen 80 jaar geleden legt het af tegen Gaza. Mijn gedachten springen van toen naar nu. Waarom kritiek op Israël wordt verward met antisemitisme. Landsgrenzen moeten los staan van geloofsgrenzen. Anti-Israëlisch is niet antisemitisch. Albanese ontkent het bestaansrecht van Verenigde Naties-lid Israël niet. Zij beweert dat Israël zich schuldig maakt aan genocide, apartheid, etnische zuiveringen, mensenrechtenschendingen. Door Palestijnen te verdrijven uit hun nederzettingen gedraagt Israël zich als wrede kolonisten. De binnenstad van Groningen was zwaar beschadigd. Ik zie een verwoest Gaza.
DINSDAG Een bezorgde scheepseigenaar nodigt me uit, na mijn kritische noten over het
WOENSDAG In de grote zaal van Martini Plaza gebeurt het: de James Bond-film Spectre wordt begeleid door livemuziek van het Noorpool orkest. Woeste achtervolgingen door voor de gelegenheid lege straten in Rome worden nog spannender: de Aston Martin en Lamborghini testen de banden op straten, trappen en pleinen. Je weet niet waar je moet kijken; naar de als Bond verklede Daniel Craig, de sexy auto’s of de zestig musici van het Noorpool Orkest die Bond proberen bij te houden. Knallend koper, 20 gierende strijkers, tokkelaars, blazers en jazzy slagwerk. Heerlijk, wat een spektakel. Het orkest wordt wel beschreven als Nederlands grootst denkbare Big Band. De muziek swingt als een gek. Je herkent allerlei bekende Bond-tunes terwijl je naar de bekende ingrediënten kijkt: Q, Moneypenny, Bond, de grootst gefilmde ontploffing ooit, bloedmooie vrouwen, schitterende stadsbeelden van Rome, Mexico-Stad, Wenen, Tanger, raceauto’s, een heli, een vliegtuigje: allemaal bij elkaar gehouden door Daniel Craig en de allesbehalve koude muziek van Noordpool. Gefilmd door ons aller Hoyte van Hoytema. Spectaculair. Speciaal. Spectre.
Het 
MAANDAG Sociaal geograaf Floor Milikowski schrijft in ‘Een klein land met verre uithoeken’ over vergeten, kansarme gebieden en bevoordeelde, kansrijke steden en regio’s. Ik hoor de echo van
DINSDAG Onze stichting SCDZ haalt muziek van Ede Staal naar Zuid-Drenthe. Op zondagmiddag 30 maart loopt het kleine kerkje in Zweeloo vol, zo voorvoel ik. Peter Siebesma speelt op het orgel en vier zangers, waaronder mijn docent Grunnegers Reinder van der Molen, zingen Staals evergreens. Ik houd van Staal. Eenvoudig, treffende teksten, Gronings, orgelmuziek. Staal doet me denken aan Meindert Talma. Eenvoudig, treffende teksten, humoristisch, rockmuziek, Surhuisterveen. Beiden hebben een zeer kenmerkende stem. Herkenbaar. In dit rijtje hoort ook het duo Harm & Roelof uit Sleen: cabaretesk en serieus, Drents en supermuzikaal.
WOENSDAG Op de dag dat bekend wordt dat eendenkroos de nieuwe groente is, bericht nicht 
ZATERDAG Na Assen (Beilerstraat 84), Sleen (Zetelveenweg 4) een derde klassieke duiventil. Deze staat in Breede, tussen Rasquert en Warffum. Anders dan beide exemplaren in Assen en Sleen heeft deze geen invliegopeningen aan de lange zijden, enkel aan de kopse kant. Duiventilexperts weten te melden dat 
De kracht van Van Rossem is dat hij historische wetenswaardigheden afwisselt met kneiterharde analyses, aangeboden in een goedmoedige lobbesverpakking en geuit met een zachte stem met Utrechtse tongval. Rustig heen en weer drentelend onder de kansel houdt de fitboy van de feitenkennis (dixit P. Freriks) zijn verhaal. Zonder plaatjes of statistieken. Af en toe een slok koude koffie nemend, ingeschonken uit een meegenomen kan. Het publiek is een afspiegeling van Groningen: stadjers, boeren, al dan niet gelovig, die graag mild worden gekastijd en voor die geseling vriendelijk applaudisseren.
Van Rossem voorspelt een rolberoerte voor de dominee, mocht er bij de preek evenveel publiek, 500, zijn als vanavond. Sowieso vraagt hij zich hardop af welk nut religie heeft; graag geeft hij als heiden, ook wel smerige linkse radicaal of Moslimknuffelaar genoemd, het geloof met de vuilnisman mee. Kerken zijn overbodig, aldus de spreker. Ook zijn er, weer mildelijk verpakt, harde woorden voor de boeren: Er is in Nederland geen ruimte voor deze met subsidies en fiscale voordelen overstelpte beroepsgroep. En: welke andere beroepsgroep met een minimale economische betekenis kan rekenen op een royale uitkoopcompensering wanneer blijkt dat het vak geen toekomst heeft?
Zijn boodschap is dat er geen platteland meer is; de scheidslijn stad – platteland is zo goed als verdwenen. Nederland is een parklandschap. De provincie Groningen is gewoon een onderdeel van de verstedelijking die als een schimmel of vlektyfus om zich heen grijpt. De uitdrukking ‘in the middle of nowhere’ kan in Nederland niet worden gebruikt. Steden zijn broedplaatsen voor creativiteit, op het platteland wordt niets verzonnen.
Een mooier naam voor een expositielocatie bestaat niet: Pictura. Letterlijk afbeelding: schilderij, borduursel, tekening, etc. Opgericht in 1832 is het een stokoude kunstclub. Je kunt je voorstellen dat de neusjes van de noordelijke regionale zalmkunst daar graag hun pictures exposeren. Ruim honderd werken/werkjes, gekozen uit meer dan 300, opgehangen/neergezet in een respectabel maar krakkemikkig (afbladderende verf, enkel glas, slechte klimaatbeheersing, onverwarmd, ongelijke vloer), gebouw. Voor het gemak heeft Pictura maar afgezien van vermelding van de door de kunstenaars gebruikte techniek en het materiaalgebruik. Jammer, want het geeft de geïnteresseerde bezoeker een uitgebluste indruk alsof de handdoek al in de ring ligt. Waarom? Nu kunstsubsidies voor Pictura zijn afgewezen zou je een extra inspanning verwachten.
De grote objecten van Steenbruggen, Mensvis witoog (€ 1.250,-) en Sluierstaartmensvis (€ 1.350,-), staan of hangen in de ruimte. Over kippengaas zijn kleurige, uitgeplozen draden gespannen. Ideaal voor een groepsopdracht.
gepunnikte draden zijn verticaal gespannen op een groot frame. Uiterst decoratief en niet te gecompliceerd. Ook van
Holper: Repetition Dots (€ 2.000,-), een veelheid van kunstig geknoopte halve bolletjes op een ondergrond van witte draden gespannen.

MAANDAG Na Rutger Bregman die in ‘Morele Ambitie’ beschrijft dat de daad bij het woord voegen effectiever is dan een bullshit baan, nu Tommy Wieringa die in ‘Konvooi, reizen naar een land in oorlog’ beschrijft hoe hij met andere schrijvers, enkele ingenieurs en rugbyers oorlogsmateriaal naar Oekraïne brengt. In een konvooi wordt de lange reis enkele keren ondernomen. Oekraïense soldaten ontvangen hen in opperste verbazing en dankbaarheid. Wieringa doorspekt ‘Konvooi’ met literaire uitstapjes. Mooi boek.
hangen. Op de foto het Natuurpad bij Marum, de oude spoorlijn naar Drachten.
WOENSDAG Voor het eerst in mijn leven lees ik een boek over beeldende kunst in één ruk uit: ‘Hoe Van Gogh naar Groningen kwam’ van M. Jansen e.a. bij de overzichtstentoonstelling van Van Gogh in het Groninger Museum. Een kloek (1652 gram) boek, rijk geïllustreerd, en compleet met namenregister en verantwoording van de illustraties. In eerste instantie denk ik: een salontafelboek, meer om door te bladeren dan om te lezen. Van Gogh heb ik altijd beschouwd als (een van) de meest overschatte beeldend kunstenaars. Zijn de Drenten al verguld met het feit dat Van Gogh heel even in Nieuw Amsterdam is geweest, in het toenmalige Groninger Museum van Oudheden werden 128 werken van Van Gogh tentoongesteld.
DONDERDAG Meindert Talma treedt op in Stad. Voor mij het eerste concert in Vera. Veel al wat ouder publiek uit Scharnegoutum, Ameland, Surhuisterveen en Twijzel. Allemaal vrolijke koppen. Kalme deining. Talma zingt over herkenbare waarheden en ervaringen. Over opgroeien in Surhuisterveen, heit en mem die zich afvragen of zijn zang goed genoeg is voor een leven als muzikant en of een leraarsbaan met vaste werktijden niet beter is. Prachtige titel: Gezinsverbijstering. Zijn schoonmoeder die voor iedereen een bijnaam heeft. Tennissen in Noordhorn. De eerste zoen in het Noorderplantsoen. De zeven kerken in Surhuisterveen. Zijn zang is een soort zingzeggen, praatmuziek en klinkt in het Fries op zijn best. Hij wordt begeleid door een toetsenist, slagwerker en wee gitaren. Ik vind hem superhumoristisch in zijn onderkoelde vertellingen tussen de liedjes door. Heel sympathiek. Serieus. Gewoner dan gewoon. Bijna aandoenlijk, zonder een spoor van zieligheid. Zelfbewust en recht-door-zee. Met een eigen fanschare in een bomvol Vera (waar twee drankjes € 4,20 kosten).
Voor iedereen die ‘Palet van Groningen, Geschiedenis, kunst en cultuur van de stad’ (2016) van dr. Frans Westra te moeilijk was, is er sinds 2019 ‘Wadapatja, 101 Groninger tradities, gebruiken en (eigen)aardigheden’ van Martin Hillenga (€ 34,95). Prachtig vormgegeven, rijkelijk en kleurrijk geïllustreerd en (daardoor) ook voor de wat minder geoefende lezer, hail goud te doun. Het aardige is dat bij vele van de genoemde gebruiken en tradities de veelal verzonnen en met graagte doorgegeven historische herkomst wat wordt gerelativeerd. Vele gebruiken gaan niet terug tot de Germanen, maar kwamen pas de vorige eeuw in zwang. Minder leuk is dat er is bezuinigd op tekstcorrectie. Was een tekstuele aberratie vinden bij Westra haast ondoenlijk, in Wadapatja staan er enkele te veel. Toch: een vet boek, niet zelden ook met een humoristische ondertoon.
van de provincievlag: naast de stijve variant die het is geworden was een speelse: een edelsteen met een gouden rand, naar het Groninger volkslied: ‘een pronkjewail in golden raand’.
ZONDAG Feestjes duren op zijn best max twee uren. Een uurtje uitloop, vooruit. Etentjes met vrienden -eten met familie voorbij de eerste graad komt hoogstzelden voor- gaan naar drie, hooguit drieënhalf. 69 worden schept verwachtingen. Dovencafé LUHU reserveert het cafédeel voor ons. Ik houd van LUHU. Niet omdat we meedoen met hun crowd-funding maar, nou gewoon, misschien door de altijd vrolijke Engelien en Dascha. Soms probeer ik me in te beelden wat het is om niets te horen. Key words: communiceren en je best doen. Wil je echt contact maken met een naar de bible-belt uitgeweken vriend, een lastig familielid, een partner met exotische SM-fantasieën, een Syriër, Eritreër, Sloveen, iemand die slechts Nederlands, Fries of Gronings spreekt, een projectontwikkelaar, ’n contact mijdende buur, een burgemeester van een omgekeerdevlaggengemeente, iemand die doof is? Kruip uit je schulp, oud woord voor comfort zone, en stel je open voor contact en leer (wat van) de taal die je nog niet beheerst. Van drie tot vijf, vooruit kwart over, geniet ik van ouder worden.
De receptieorganisatie is ondermaats, CDK René P. schijnt niet te begrijpen dat de aanstaande deconfiture van Koen S. en het politieke provinciale gekrakeel tot extra bezoekers leidt. Het doet me aan een diploma-uitreiking denken met weinig gezakten of een Halina Rijn-première in de kleinste zaal. Haringen in een ton. Ik luister een paar meter voor de wijd open deur naar René P. Obligate woorden als ‘Niet door de knieën gaan, Den Haag kan zeggen wat hij wil,’ dwarrelen door de deuropening als sneeuwvlokjes op een warme vloer, de oude klaagzang. Ik voel me als in een overvolle Tokiose trein en onderdruk mijn fantasieën, de tassluiting van een te grote Louis Vuitton prikt in mijn billen. Het lekkere Issey Miyake-parfum, of toch Tease 25, van de politica naast me, maakt me onrustig. Terug naar het atrium, waar de door luidsprekers galmende toespraak me kalmeert. Onverstaanbaar door onverschillig gepraat en geroezemoes van blauwe BBB- en CDA-pakken met nieuwe elleboogstukken. Broekspijpen die op de groei zijn gekocht. Het respect voor de CDK is als dat van vier-VMBO voor de rectorwoorden terwijl de bar al open is.
DONDERDAG Mijn fiets brengt me naar Grijpskerk en Kommerzijl. Ik laat me rijden en volg waar de wielen naartoe willen. Onderweg een groot, magisch, stalen kunstwerk (1997, van beeldend kunstenaar Gert Jan Mulder). Een mier? Vooral de in het landschap blendende kleuren maken indruk op me. 
1 januari 2025. Ik verplaats me in E die naast me zit te luisteren naar Westerbrink die oma Schnitger bespeelt in de Akerk. E is van Noorderzon, EuroSonic, popmuziek. Naast elkaar zittend kijken we naar een kolos glimmend brok hout met verticale loden pijpen in wisselende grootte. Verderop in de Akerk: de foto-expositie ‘Pixel Perceptions’, bijzondere fotografie gemaakt met hulp van Artificial Intelligence (AI). Langs de in gelid staande stoelen waait warme wind uit de vloeropeningen.