Hèhè, daar is hij dan, het Bachboek waarvan je voelde dat die er aan zat te komen. In bijna elk boek van ’t Hart valt de naam (herhaaldelijk) en al lezend wacht je op een overzichtsboek. ’t Hart slaagt erin een goed boek over de veel beschreven componist te schrijven, vaak vanuit een interessante invalshoek.
Gek eigenlijk, maar er is weinig bekend over Bachs leven. Wel wordt er veel over gespeculeerd. Ook is veel van Bachs werk verloren gegaan, misschien zelfs een derde van zijn cantates. ’t Hart noemt Bach ‘de melodievinder’ een kwalificatie die niet alle componisten dragen.
In Bachs jeugd komt een ruzie voor met een fagottist. Deze kwestie wordt door vele schrijvers/onderzoekers op vele wijzen beschreven, maar even vaak gebaseerd op drijfzand, zoals ’t Hart beweert. Of Bach een onbehouwen, ongeduldig, ongenietbaar heethoofd zou zijn geweest bestrijdt ’t Hart, waarbij hij zich op de expressie in Bachs muziek baseert. In Bachs familie en gezin werd veel vroeg gestorven. Of en hoe de dood zijn werk heeft beïnvloed is een vraag die ’t Hart aftast door te verwijzen naar Bachs meesterlijke muziek. Van Bach zijn niet veel brieven bewaard gebleven. Uit wat er is blijkt dat veel brieven over geld(problemen) gaan en duidelijk wordt dat Bach een beroerd schrijver was: onleesbare, lange zinnen en nog eens uiterst onderdanig bovendien.
Ook is er een grote discrepantie tussen de mooie muziek en de kreupele, ten hemel schreiende miserabele kerkteksten die tekstdichters aanleverden. Klaarblijkelijk deerde het B niet. Of B zelf zeer gelovig was is niet te achterhalen. Dat hij veel religieuze literatuur bezat wil niet alles zeggen (zegt hard-core atheïst ’t Hart die ook veel religieuze literatuur bezit).
Natuurlijk is er een hoofdstuk over de cantates. Daarvan is ’t Hart zo onder de indruk dat hij ze allemaal wil beluisteren, spelen en er alles over lezen en er met Vestdijk over wil corresponderen. Dagelijks speelt ’t Hart iets uit de cantates. Daarna geeft ’t Hart in ‘Een klein compendium’ in enkele zinnen zijn indrukken weer van bijna alle cantates.
Natuurlijk is er veel aandacht voor de passies: de twee grote JP en MP en dan zijn er waarschijnlijk nog drie kleinere geweest, waaronder de Markuspassie, van het bestaan waarvan we zeker zijn. Een hoofdstuk over Bachs orgelwerken: schitterend, vooral de Passacaglia en de Toccata en fuga in d klein. Dagelijks speelt ’t Hart iets van Bach; het is interessant dat ook beginners oefenstof genoeg hebben. Verder nog info over Bach-concerten en literatuur over de componist. Ook voor niet-Bachliefhebbers een zeer leesbaar boek.


ZONDAG Ik noem mezelf een natuurfietser, maar anders dan mijn voorbeeld Monegask Mollema houd ik wel van belasting betalen. Voor mij geen hartslagmeter, supplementen, gelletjes of spierversterkende poedertjes in bidons. Luisteren naar je lijf, veel slapen, veel lezen, wat schrijven, dagelijks een bordje oesters, halve liters Leffe Blond ruilen voor of aanvullen met bietensap, veel bewegen en niet te hoog van de toren blazen. Deze maand fiets ik ruim 1.000 kms, verdeeld in wat langere stukjes en de standaard 40-km-routes.
MAANDAG Alida wordt opgetild, neergevlijd en afgevoerd. In de buurt heet het skûtsje Tante Alida, kortweg tante Alie. Met liefde en deskundigheid wordt ze door twee kranen opgehesen, even neergelegd op de museumoprit en dan door één kraan op een verlengde dieplader gelegd en getransporteerd naar Wehe den Hoorn. Het voormalige scheepvaartmuseum wil nieuwe wegen inslaan en gaat samenwerken. Bingoënde drag queens moeten bezoekersaantallen die dalen als grondwaterstanden in door waterschappen beheerde landerijen opkrikken.
WOENSDAG Ik vraag deskundigen hoeveel je moet trainen voor een monsterfietstocht. ‘Per week opbouwen, de hele monstertocht praktizeren is niet nodig,’ hoor ik geruststellend.
VRIJDAG Ons autodeelproject CCP (Clio Coöperatie Pompplein) is een groot succes. Met zijn drieën delen we Clio en gezien de gereden kilometers zou er een vierde en vijfde deelnemer toe kunnen treden. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan het verdelen van de beschikbare, krappe, ruimte op wegen en parkeerterreinen in Stad. Zoals Groningens wethouder Rik van Niejenhuis graag in interviews debiteert: het kleine persoonlijke belang inruilen voor het grotere publieksbelang. Er lang over filosoferen primo maar ook hier is handelen beter dan oeverloze salontafelgesprekken.
Een tweede Maarten ’t Hart in de Privé-Domeinreeks. Een bijzonder afwisselende, dagboekachtige persoonlijke kroniek over 1999.
Lale Gül slaagt erin een boek van 366 pagina’s te schrijven dat ik in één ruk uitlees. Heerlijk. Het boek legt pijnlijk bloot hoe zij de de nare rol van de talibaneske islam ervaart: vrouwen worden onderdrukt en intolerantie gepredikt. Of het nu Russische orthodoxen, de Joodse ultra’s of de islamitische zwartekousen in de vorm van religieuze lichaamsbedekten zijn, we zien overal om ons heen wat de extreme uitwassen in de wereld van religies aanrichten: oorlogen en strijd, kommer, kwel en ultieme onverdraagzaamheid jegens vrouwen en de LHBTQI-gemeenschap en virulente haat gericht op de critici.
Dagboek of roman. ‘Ik ben vrij’ leest als een dagboek, misschien moet je het een geromantiseerd, psychologisch ideeëndagboek noemen. Zeer opvallend is de ene illustratie in het boek die zou bewijzen dat (homo)erotiek, compleet met anale penetraties, in oude islamgemeenschappen net zoveel voorkwam als de afkeer Mohammeds hoofd af te beelden.
MAANDAG. Met fietsmaat M spreek ik fantaserend over Maastricht – Groningen in één dag. Kortste route is 323 kms. Dat wordt 12 uren fietsen. Dan nog zes pauzes van 20 à 30 mits. Dagje werken zal het wel worden. Voor fietsmaat M is de grootste opgave zich aan mijn tempo aan te passen. Hij stelt een alternatieve route voor: vrijdag: Groningen – Amsterdam – Rotterdam – Vlissingen, zaterdag: Vlissingen – Antwerpen – Maastricht; zondag freewheelend met mij: Maastricht – Nijmegen – Zwolle – Groningen. Totaal 886 kms. Beiden blij.
Essen ligt nog in de onuitgepakte kratten, pakt u het zelf maar even. En nee, Lale Gül ligt nog niet klaar, is zelfs nog niet binnen. En dat terwijl mij op dinsdag was verzekerd dat het boek er zou zijn. Zonder een excuusje te mompelen gaat mevrouw in discussie en draait me op een bepaald moment zelfs de rug toe. Ineens denk ik aan het woord ‘angstcultuur’ waaraan de bedrijfsvoering in deze winkel zou lijden. Uitsluitend jonge, bedeesde, non-assertieve vrouwen die een lastige klant met slechts stilte tegemoet treden i.p.v. hem met een kopje koffie en een gesprek met de bedrijfsleider inpakken. Brrrr. In Maartenshof bel ik met de boekenzaak in Zuidlaren. ‘Ja hoor,’ ligt klaar, is gisteren binnengekomen.’
in Emmen. Van Ter Apel tot Groningen één rechte streeop. Voor twaalf terug.
De vlieger is niet ’t Harts beste zullen we maar zeggen. Te veel herhaalde, uitgesponnen, voorspelbare dialogen en een dunne plot. Er lopen enkele verhaallijnen door elkaar:
De vooraankondiging via een interview in het Dagblad van het Noorden oogt specta: artistiek leider Marit Broekroelofs in een rode jurk op stilettohakken. Dat de robe bij het concert is ingeruild voor een gele is natuurlijk spijtig, maar de heerlijke muziek vergoedt veel.
MAANDAG: Als ik met C een Groningse-Poëziewandeling maak tussen Milnsum (Middelstum, met zijn radiale wierdenstructuur) en Doord (Toornwerd) zien we dat er in Doord een AED aan een muur hangt. Om twee redenen is dit apparaat onbruikbaar: net als -bijna – alle aan de openbare weg hangende AED’s is hij niet vrij toegankelijk, want afgesloten achter een cijfercode, maar erger nog is dat het storingsnummer niet bereikbaar is. Ook wordt er niet teruggebeld. Pictogrammen die een mogelijke gebruiker op weg zouden kunnen helpen zijn verweerd en onleesbaar. Het tweede telefoonnummer levert wel een (slaperige) stem op, die er iemand naar zal laten kijken. Terug naar de poëzie. Hardop de gedichten lezend, valt ‘Mien Laand’ van opa Jan Boer, niet tegen. Enkele gedichtenborden zijn verweerd en minder goed leesbaar. 
WOENSDAG: Fietste ik in ’23 de 165-km trip langs Holwerd en Uithuizen in één ruk, vandaag doe ik – met vage plannen Maastricht – Groningen nog eens in één dag te doen – een tot 147 kms verkorte versie met twee korte stops. Achterlampje aangebracht. Ik word voorzichtiger. Doel is een foto maken van de fake AED in Toornwerd. Het kost me moeite, ik beken dat de rit me tegenviel. Klein pijntje achterzijde rechterbovenbeen, gevoelige billen (schepte ik er ooit over op dat mijn billen gelooid waren als die van een in een versleten string getooide bejaarde Portugese stoephoer die 24/7 zon- of maanbeschenen efficiënt prostaat melkend Nederlandse mariniers voor een handvol escudo’s van hun onschuld beroofde) en een vlekje in de liesstreek. Mijn oude woonplaats Kollum is nog steeds in de ban van een omgekeerdevlaggenboer die veertig jaar lang heeft vergeten de juiste afslag te nemen en die nu argeloze passanten het dorp doet mijden als BBB stemgerechtigden die nadenken.
DONDERDAG: Nog even terug naar Toornwerd. Vaak wint het geromantiseerde verlangen naar in een dorp wonen het van praktische handelingen als onderhoud (de dorps-AED) en schoonmaak (de poëzieborden). De ware kwaliteit van het plattelandsleven vind je weerspiegeld in de sloten. Zelden zag ik een rijkere fauna en flora dan in en bij de sloten nabij Toornwerd en Middelstum. In de verste verten geen tulpen en/of leliekwekerijen, dat speelt natuurlijk mee. In vijf meter goed onderhouden sloot telde ik veertig kwakende kikkers. V e e r t i g.
‘Wie God verlaat heeft niets te vrezen’ is een van de leukste boeken van ’t Hart. De ondertitel luidt ‘De Schrift betwist’. In 45 hoofdstukken en een nawoord beschrijft ’t Hart tegenstrijdigheden, feitelijke onjuistheden, onmogelijkheden en onbewijsbare bijbelse uitspraken over pratende ezels, negenhonderdjarigen, gefantaseerde arken, fabels, legenden, raadsels en mythen die de godontkennende kerkverlater geen vrees hoeven in te boezemen, integendeel: hem, hen of haar laat schaterlachen.
Automerken doen alles aan image-building. Zo stond Audi, totdat het de plofkraakbak werd, bekend als luxe, duur, degelijk, Duits en snel. Die zitten echt niet te wachten op het epitheton: wildplasserswagen.