JOURNAAL week 38

ZONDAG: Het voelt als een reünie: Frans, John, Willy, Henk, Klaas en Rob (v.l.n.r. op de foto uit 2019) ontmoeten elkaar in Noordbarge (Emmen) voor een racefietstochtje naar Mommerite, een soort bedevaartsoord voor fietsers in Gramsbergen. De gemiddelde leeftijd zal tegen de 70 lopen. Vijf jaar geleden fietsten we in dezelfde samenstelling. We houden elkaar voor dat het niet om wattages en snelheid maar om gezelligheid en beweegplezier gaat. Bij de start is het 12°, voor een enkeling kortebroekenweer. In Gramsbergen drinken we cappuccino op een terras aan het Kanaal Almelo – De Haandrik. Vooruit, appelpuntje erbij. De gespreksonderwerpen zijn als vanouds: wat politiek, twee FC’s, hartritmeschommelingen, onwillige gewrichten, beetje tinnitus of hypertensie, BMI’s, burgemeesters die het zonder adviezen denken te kunnen redden, weldadige Chinese massagesalons, The Analogues, tubeless banden, spiegeltjes, de cruciale vraag wat zadelhoogte met libido doet en de eeuwige wielrennerskwestie: kettingolie of wax? Op de terugweg begint Henk, de road-captain, quasi-terloops over een speciaal weggedeelte. Ergens bij Nieuw-Amsterdam, de Deutlanden, 2,2 km tussen de Schoolstraat en de N376. Of ik daar niet even een sprintje wil trekken. Tuurlijk pik. Rob is mijn haas en lanceert me tot 42,5. Ik vervloek de ondermaatse rugwind, mijn bovenbenen voelen als gereviseerde hydrauliek van een graafmasjien, ik raak heel even de 44 aan en zak, als Pieter Omtzigts populariteitscijfers, snel af. Het gemiddelde komt op zo’n 33 schat ik. Opa Rob deed ooit 38. Dan hoor ik dat Maestro Henk (zeg nooit die ouwe!), l’eminence grise, de Primus inter pares, dichter bij de 80 dan de 70 jaar en met wat hart- en andere dingetjes (en godlof gemonitord door een fietsende cardioloog) achter de rug, daar een vette 42 reed! Twee-en-veertig! Gemiddeld! Geregistreerd door Strava. On-voor-stel-baar. Dat ik hem bij het Delftlandentalud net achter me kan houden is een schrale troost.

MAANDAG: Het UMCG zoekt gezonde proefpersonen voor de controlegroep van een onderzoek. Het gaat om doorbloeding van de nier bij hartfalen. De studie (PEARL-HFpEF) omvat een uitgebreide medische keuring, een CT-scan van de buik, echo van de nieren en een bloed- en urine-onderzoek. Reis- en parkeerkosten en een lunch worden vergoed. Ik voldoe aan de eisen (geen hart- en vaatziekten, een BMI onder de 25, geen medicatie voor suikerziekte of hoge bloeddruk) en meld me aan. Binnen enkele dagen krijg ik een reactie: er zijn veel aanmeldingen. Men gaat ernaar kijken. Vraag me nog even af of er ook nadelen zijn.

DONDERDAG: Als de Volkskrant schrijft dat ‘vrouwelijke schoonheidsidealen op virtuoze en wanstaltige wijze door de gehaktmolen worden gehaald’ & dat de *****-film ‘The Substance’ een voorbeeld is van ‘Volmaakte goorheid’, sja, dan blijven wij natuurlijk niet thuis kijken naar mijn nieuwe helden Van Vroonhoven, Harris en Bikker. De film is dermate heftig dat ik de volgende dag graag de krant erbij pak om te lezen wat we hebben gezien. Houd het maar op een moraliserend ‘accepteer gebreken bij ouder worden’.

VRIJDAG: concert voor orgel, strijkers en pauken van Francis Poulenc in Nieuwe kerk met o.a. Mannes Hofsink op het (Timpe)orgel en Gerard Wiarda (die ons even bijpraat over de bitonaliteit van de componist) als dirigent van het orkest. De bijzondere instrumentale combi doet het goed. Mannes Hofsink voorspelt een kentering in de organistenwereld, de jongere generatie, zie ook Antonio Garcia, komt eraan.

JOURNAAL week 37

Maandag: De straat is opgebroken. Voor ons huis staan een schaftkeet en een dixie, afgeschermd door wat schrikhekken. De BAM-infra-mannen beginnen om 07.00 uur, een enkeling om 05.46. Ze staan in de gleuf voor nieuwe elektriciteitskabels. De graafmachine schraapt voorzichtig grond weg. Bij een dwarsliggende leiding begeleiden twee mannen de graafmachinist. Is de graver voorbij de leiding, dan kantelt de graafbek en wordt de grond onder de leiding weggelepeld. Ik vraag hun of dit onder de noemer zwaar werk valt. ‘Ja,’ klinkt het unisono.

Woensdag: De Ploeg exposeert in (Hotel) Watertoren West. Om de twee maanden twee Ploegleden. Deze keer Reinier van den Berg en Joke Klaveringa, aangevuld met Eva Ouden Ampsen. Van den Berg en Klaveringa ken ik inmiddels goed. Ouden Ampsen is nieuw voor me. Zij exposeert schalen. Die ogen zwaar maar zijn superlicht. Niet gemaakt van gebakken klei maar van gescheurde, op elkaar gelijmde laagjes karton, later in herfsttinten beschilderd en van stipjes voorzien. Vergeleken met de prijzen van Van den Berg (van € 1.750,- tot € 2.250,-) en Klaveringa (van € 525,- tot € 925,-) is Ouden Ampsen niet duur € 250,- tot € 400,-).

Van den Berg

 

Klaveringa

Vrijdag: Ineens vormen wildvreemden samen een koor. Met een projectkoor Imagine van John Lennon instuderen in een kerkgebouw van de Apostolische Gemeenschap. Zo’n 90 personen, waaronder zeker 25 jongeren. Een fiks mannencontingent. En dan driestemmig zingen, begeleid door gitarist Tijmen en dirigent Maarten, beiden excellente zangers. Ze acteren onder de naam Pop-up Choir en reizen het hele land door om op verzoek een (sing along)zangavond te verzorgen. Heerlijk gezongen. Met YouTube had ik me wat voorbereid. De piano-intro brengt me binnen drie seconden naar 1971. Ik was vijftien en kende het nummer via mijn oudere broer die een pick-up had. Ik lees wat over de geschiedenis van het nummer. Indertijd was het licht provocerend: ‘Imagine there’s no heaven’, gezongen door Lennon die in begin jaren zeventig zei dat de Beatles pupulairder waren dan Jezus. Ik herinner me geen ophef in Kollum en in Dokkum.

Ouden Ampsen

Zaterdag: Deze week beginnen de Grootkoorrepetities. Op de weg naar Haren krijg ik een lekke band. Bus, lopen, taxi, vrouw I bellen, vallen af. Het wordt liften. Van Hereweg naar Helpman en van Helpman naar Haren. Een dakdekker en een bakkerbezorger stoppen. Kwartier. Voor het kerstconcert wordt vier keer gerepeteerd. Vandaag zijn er 140 zangers, waaronder zes bassen en acht tenoren. Er zijn concerten in de Martinikerk (op 18 december) en in het Concertgebouw (12 december). In 2025 is er een bevrijdingsconcert in de Martinikerk op 7 mei ’25.

Drents Museum ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’

Ga je met je ouders of grootouders naar het museum omdat zij weten dat jong geleerd oud gedaan is, word je meegesleurd naar gouden meuk uit vergane verre streken. Aan het eind van de middag hangt jouw werk aan de wand in het museum. Dat is hoe de educatieve dienst van het Drents Museum het aanpakt. Achter een gordijn bij de ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’-expositie staat een lange tafel met goud- en zilverkleurig ijzerdraad, waaraan (jonge) museumbezoekers worden uitgedaagd een sieraad, opgedragen aan een geliefde, te maken. Als het klaar is wordt het als een waar museumstukje aan de muur geëxposeerd, even voorbij de archeologische schatten uit Boekarest. Interactief op zijn best.

Het Drents Museum is een volle snoep- of assorttimentsdoos voor de doehetzelver: van alles wat. 50 stuks onstuimig en jolig goud en zilver van de Daciërs, een soort oer-Roemenen, verderop een Drents achttiende-eeuws poppenhuis (het grootste van Nederland?), textiel en verf uit de vorige eeuw van broer en zus Van Zeegen, dan nog enkele twintigste-eeuwse sculpturen uit Drenthe in DMspotlight-Beeldspraak en tenslotte een Molukse inbreng in Menyala, een, jaja, online nabeschouwing van een eerdere fysieke tentoonstelling. Opvallend en jammer: het ontbreken van hedendaagse figuratieve kunst. Kersen op de taart: een prachtige museumshop en goede horeca binnen en buiten.

Het goud van de Daciërs. Ga even zitten: terwijl de Drenten, toen natuurlijk nog Proto-Friezen geheten, niets anders deden dan, gehuld in sexy geitenvellen, in hun vrije tijd grote keien omtoveren in fijnmazige luxe hunebedden en wat vuistbijlen slijpen om opdringerige buren de schedel te splijten, maakten ze dik 2000 km verderop gouden en zilveren sieraden waar museumkaartbezitters nu hun vingers bij aflikken. Als toppunt van uitbundige versierdrift zien we gouden opsmuk van koeien- of paardentuig. En dat allemaal gefixt in het land van Dracula, van de 20e eeuw voor Christus tot de derde erna.

Voor de echte liefhebbers met teveel tijd is er nog de kleine tentoonstelling in draad en verf van Christine en Janus van Zeegen. Aan wat dichte deuren en lege wanden is te zien dat het DM zich voorbereidt op een mooi seizoen met Labyrinthia, een opstelling in vijftien (!) zalen. En dan nog de combinatie met hedendaagse figuratieve kunst in (sinds kort) filiaal De Buitenplaats in Eelde. Een verleidelijke optie.

Gastgezin, leuk!

Einde zomer en de tijd van geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag naar verre streken is voorbij. Groningen trilt, bruist en vibreert als een oververhitte hallucinante Easy Toy met een te zware  batterij. De cultuur barst uit d’r voegen, loopt als champagne in een te klein festivalglas over de rand.

Op de Grote Markt de kermis, de Linkse Mannen bij Noorderzon, in Forum bijzondere films (‘Tatami’, Iraanse suspense met judoka en nare inlichtingendienst) en in de Lutherse kerk een orgelconcert met Antonio Garcia, die we na een gezamenlijk ontbijt al Tonnie zijn gaan noemen. En dan nog de versleten gouwe-ouwe Bommen Berend. Een boekenliefhebber doneert de autobio ‘Kortom’ van John Cleese. Van een fietsmaat krijg ik het rapport van de Groninger Kunstraad dat cultureel Groningen in de hens zet als fakenieuws over de VVD die de spreidingswet zou omarmen of de BBB de biologische boer.

Op de vraag van het Luthers Bach Ensemble om gastgezin te zijn voor musici, zeggen we volmondig ja. Gastgezin, leuk! In ruil voor een entreekaartje schudden we het logeerkamerbed op, plaatsen een extra ontbijtbordje bij, kuisen we de gasten-w.c., voeren we geen al te luide discussies over wie de vuilniszak wegbrengt of de vaatwasser inruimt. Ook de prangende vraag of Luther een rabiate antisemiet was stippen we slechts zijdelings aan.

Onze blikken worden verruimd door interessante gesprekken met een jonge Zwitserse organist, een getalenteerde fluitiste uit Amsterdam, een magische sopraan uit Oostende of een theorbespeler uit Zuid-Korea. We praten over klassieke muziek en drill raps, Gronings woon- en parkeerbeleid dat door de haves en de autolobby lijkt te worden gedomineerd, de oplossing (verdelen!) van het woningtekort in Seoul en de Randstad. En passant schep ik op over onze uitverkochte kerstconcerten met het Grootkoor in de Martinikerk en het Concertgebouw en wijd ik uit over Eric Scherder die beweert dat fietsen je letterlijk slimmer maakt.

Van het een komt het ander. EuroSonicNoorderSlag moet jaarlijks  5000 overnachtingen in Stad regelen voor musici, groupies, internationale bobo’s en randfiguren. We overleggen met de kwartiermaker. Men begrijpt onze wensen en we bieden onze tot studio gedoopte logeerkamer aan, op voorwaarde dat we geen doorsnuivende druktemakende dronkenlap krijgen toegeschoven.

Antonio Garcia, Midzomerconcert in de Lutherse kerk

Groningen. 25 augustus 2024. In mooi Zwitsers-Nederlands dat later overgaat in Duits, licht de jonge Zwitserse organist zijn midzomerprogramma toe. Vooral zijn beschrijving van Claude Balbastre prikkelt: ‘Musik mit lebendige, ganz tolle Elemente’. Garcia heeft een prachtig programma samengesteld met muziek van Bach, Scheidemann, Fauré, Dubuis, Van den Kerkhoven en Balbastre.

We vallen beiden voor Fauré’s Pavane en Dubuis’ koraal ‘A toi la gloire’, met een aan Händel ontleende melodie. Heel mooi gespeeld met kabbelende en dreigende tonen. Van zwevend via ultra-light naar heavy. Ik onderdruk maar net de meezingreflex bij ‘U zij de glorie’. De tekst zit gebeiteld op mijn eigenste harde schijf.

Garcia toont zijn superieure speelstijl en legt beide orgels, het Edskes- en het Van Oeckelen-orgel, zijn wil op. Het is een en al focus & beheersing. Het publiek op de begane grond rent wat heen en weer om ‘m te kunnen zien jongleren op de toetsen. Op de kraak kun je blijven zitten. Het wordt een fraai staaltje muziekgeschiedenis, van Noord (Duitsland) naar Zuid (Zwitserland) met België en Noord-Frankrijk in het midden. Nog een mooi feitje: de muziek gaat van 17e  (Scheidemann) tot 21e (Dubuis) eeuw.

Het is een verstilde ervaring in Stad met verderop de kermis en Noorderzon. Nou ja verstild… als de registers met handenvol worden uitgetrokken en de maestro zijn voeten, we zien een begenadigd tangodanser in de dop, even snel beweegt als zijn handen voel je de innerlijke slijtage in de orgelpijpen: heerlijk. We genieten van de mooie bassen onder de vrolijke melodielijnen van de tot nog voor ons onbekende Scheidemann. Het programma doorlezend zie ik ‘Grand jeu’ bij Balbastre en inderdaad, groots wordt het. Dat zal het ‘ganz tolle lebendige’ zijn geweest. Antonio: gut gespielt, Mann!

Laat de wijn en het bier (hierin steekt de Lutherse kerk de Martini naar de kroon) maar stromen bij de after-party.

20 Wildplassers

Er zijn treinrukkers, wildplassers en geitenneukers. Ik stel me op het standpunt: is iedereen het ermee eens en levert het geen schade op, dan prima. Na de wildplassende Audirijder, nu twintig wildplassers tegelijk. Als bestuurslid van buurtvereniging Het Akwartier begin ik me steeds verantwoordelijker te voelen voor de wijk. Dat betekent meedoen met georganiseerde opschoonacties, af en toe zelf met een grijper de straat kuisen, de gezelligheid en groendiversiteit bevorderen (met een minibieb aan de muur en een geveltuintje). En af en toe iemand aanspreken die zich wat onachtzaam gedraagt, waarbij ik mijn oude beroep niet verloochen: ik word weer even de leraar die een leerling aanspreekt op rommel maken in de schoolkantine waarbij ik de angel uit de klaaglitanie haal door zelf ook papiertjes te rapen.

Zaterdagavond 17 augustus ’24. Er legt een BBC-/borrelboot aan bij de steiger aan Reitemakersrijge. Veel geschreeuw. Mannen, middendertigers, accountmanagers uit de zorgsector lijdend aan decorumverlies, schat ik, stormen de  wal op en plassen in plukjes van vijf tegen het cortenstalen hek van Minerva. Ze fotograferen elkaar trots. Enkelen, nog met een restje schaamtegevoel, wurmen zich achter de geplaatste hekwerken van de aannemer en staan uit het zicht. Zo’n 20 in totaal schat ik. Ik maak enkele foto’s vanuit ons huis. Mooi zo, denk ik. Klaar.

Als ik naar beneden loop om mijn racefietsje voor zondagmorgen klaar te zetten, denk ik: wat klaar? Eropaf. Mijn hartslag wordt wat hoger als ik naar de schuit loop. Maak enkele foto’s. Ik, socialmedialoze, roep bluffend naar de mannetjes: ‘staat vanavond op social media’. Ik zie een telefoonnummer op de boeg en fotografeer het. Drie gassies komen op me af als boeren die betrapt worden op illegale mestlozingen. Dat ze me belagen is te sterk uitgedrukt. In hun ogen zie ik dat ze mij gelijk geven. Ik voel geen angst en wijs ze op het openbaar toilet en vraag de jonge schipper waarom hij dit gedrag toelaat. ‘Heb even niet opgelet,’ zegt hij eerlijk. Ik zeg dat wij als buren het grasveld als onze tuin beschouwen en mompel iets over overlast, fatsoen, melden, vergunning kwijtraken en ga huiswaarts.

Het gefotografeerde telefoonnummer leidt me naar een BBC-/borrelbootbedrijf dat allerlei onbeperktdrinkenarrangementen aanbiedt. Als FC Groningen de eerste goal tegen RKC maakt ga ik ook scoren en maak een melding (met vijf geüploade foto’s) bij de politie en de gemeente. Op maandag informeer ik de eigenaar van het botenbedrijf. Hij maakt me duidelijk dat de politie alleen iets doet met wildplassers als het heterdaadjes zijn.

De brugge / Die Brücke / Le pont / De brêge / De brug

Aanzet tot een eenakter:

locatie: sjiek raadhuiskantoor; of nog liever een alternatieve (buiten)locatie: op het pleintje voor de Visserbrug in Groningen waar een tijdelijke fietsbrug wordt aangelegd.

tijd: een ochtend hartje nazomer 2024;

rolverdelingKoen : man, libertaire burgemeester, zeg maar linkse VVD’er, begin 60, formeel/casual chic gekleed;
                    Mirjam: vrouw, kneiterlinkse wethouder, midden 30;  formeel/casual chic gekleed; verbastert Koens naam vaak tot Schoentje Kuil of Kuintje Schoen.

Achtergrond: In een noordelijke provinciehoofdstad breekt de pleuris uit nadat het gemeentebestuur een nog prima werkende brug heeft gedeactiveerd met het doel de inwoners voor te breiden op een autovrije binnenstad;

Regieaanwijzingen:

(1) Geluiden van buiten: protesterend, leuzen (naar keuze van de regisseur) scanderend publiek (Draagvlak! Draagvlak! Draagvlak!), geluid van pannendeksels en vuurwerk.

(2) Maak eventueel gebruik van een alwetende verteller, een soort Muppet (variant: deze Muppet becommentarieert de handelingen waarbij de toneelspelers kort ‘bevriezen’).

(3) Extra: een vervreemdend effect, gedurende de vijf minuten dat de eenakter duurt rijdt er een op afstand bestuurbare speelgoedauto, afwisselend tergend langzaam en supersnel, met versterkte Maseratigeluiden, over de nieuwe, tijdelijke voetgangers- en fietsersbrug. 

(4) Variant voor extra vervreemdend effect: gedurende de speeltijd wordt een auto langzaam opgehesen door een grote kraan. Aan het slot stort de auto naar beneden, òf in het water van de A, òf op het pleintje.

(5) Op een groot scherm wordt een film vertoond met oude foto’s uit Groningens binnenstad.

(6a) Ter keuze aan de regisseur en veel voorbereiding vergend (straten afzetten): hoe mooi zou het zijn het publiek in beweging te krijgen en mee te nemen naar een in volle glorie in gebruik zijnde tweelingbrug: de A-brug. Bijvoorbeeld een wandeling langs Hoge en Lage der A waarbij iemand, hier en daar stoppend, per micro- of megafoon historische details vertelt.

(6b) Extra bij (6a): om de (bijvoorbeeld) 50 meter zit een visser die, wanneer het publiek voorbijwandelt een fiets, opblaaskrokodil, of speelgoedauto uit de A slingert.

Koen (in een antieke leunstoel zittend, nerveus aan zijn kin plukkend & briesend): Het woord draagvlak wil ik niet weer horen! Kijk naar de vorige eeuw (daarbij wijzend naar het filmdoek) toen het Verkeers Circulatie Plan werd ingevoerd. Alle  tegenstanders draaiden om. Huilebalken werden lachebekken. Die stinkauto moet de stad uit, verdomme.

Mirjam (luchtigjes, met verleidelijke stem): Koen, jongen, wind je niet op. Mijn top heeft al lang plannen klaarliggen voor een autovrij centrum. (valselijk klinkend): Die opgebroken brug komt goed uit. Maar jouw partij, de autohobbyisten… heetten jullie niet ooit de vroem-vroempartij?

Koen: Hobbyisten? Lobbyisten! In mijn partij hebben dwarsliggers het voor het zeggen. En in hun hart zijn VVD’ers fietsers: Mark Rutte, Sander Dekker. En ik ben een fietser, weet je, en een wandelaar en ik was een ombudsman. Hahaha, wat heb ik gelachen Mir, hoe de haperende brug begon met lekker haperen. Die zogenaamd opwippende brug, hahaha. En die twee zandzakken als tegenwicht, meesterlijk.

Mirjam (bijna fluisterend): Zeker, hahaha, wat was dat een goed idee. Zandzakken tegen een opwippend brugdeel, laat dat maar aan mijn ingenieurs over.

Koen (zijn stropdas rechttrekkend en het uiteinde in zijn broek vleiend): En dat grapje gaat anderhalf jaar duren? Kunnen we niet tenminste de deelauto’s tijdelijk voorrang geven, op weg naar autovrijheid, zeg maar een soort omgekeerde geleide groei?

Mirjam (vrolijk, plooien in kokerrok scherptrekkend en een kauwgumrestje van een hak afwrijvend): Jahaha, goed plan, eerst prio aan de de deelauto, en dan (terwijl ze enthousiast en vrolijk d’r lange haren achter haar oren gooit) door, dan zijn ze inmiddels wel gewend aan een autovrij Hoge der A. Alleen die Turftorenstraatgasten, die willen zich nog wel eens roeren, die hebben massaal gele hesjes en Cobra’s¹ ingekocht,  maar nu Hansie vertrokken is zal dat meevallen, toch?

Koen: Ach ja, Hans, de oude P.v.d.A.-vriend. Was nog Commissaris van de Koningin in Groningen, toch? En dat zonder een middelbare school afgemaakt te hebben. Prachtkerel! De redelijkheid zelve, zo’n ouwe sociaaldemocraat naar wie zelfs een trein vernoemd is.

Mirjam (licht opgewonden waarbij haar stem steeds een toontje hoger gaat): ‘k sprak ouwe Max laatst nog. Die had met zijn VCP minder weerstand dan wij nu van die autolobby, gesteund door de autojongens van het industrieterrein. De dieseltjes knijpen ‘m als een ouwe dief. En dan die stekkergassies, de ultieme antilimitaristen², de Teslageneratie eist zelfs een stekkerdoos bij de voordeur. En maar mekkeren over een draagvlak creëren. Zandzakken kunnen ze krijgen, gevuld met draagkracht.

Koen (uiterst tevreden kijkend en met de handen over zijn embonpoint strijkend): Mir, meid, weet je dat je, zo geagiteerd sprekend, een ideaal profiel hebt voor een proefperiode als vervanger van burgemeester Van der Tuuk in Zuidhorn of Velema in Ter Apel? Die Van der Tuuk kan zelfs de omgekeerdevlaggenboeren niet in het gelid krijgen. De geschiedenis zal je dankbaar zijn.

Mirjam (met getuite lippen op Koen toelopend, op zijn allerverleidelijkst): Dat gaan we nog zien jongen. Wie weet. (met een valse blik in de ogen): Ik ben een poldermeisje en nog lang niet uitgebroed. Koen mien jong, doe bist mie d’r aine! (Het Maserati- en protestgeluid dooft langzaam en de speelgoedauto stort van de fietsbrug in de A).

¹ gele hesjes: gele kunststof spencertjes, symbool voor oppositie tegen kortweg alles; Cobra’s – vuurwerk met superharde knaleffecten, veelal toegepast in stadions door mensen met een afstand tot de maatschappij.

² limitarisme- maatschappelijke stroming in de twintiger jaren waarbij gestreefd wordt naar limitering van topinkomens en nivellering van vermogens door extreme belastingheffing.

 

JOURNAAL week 32

ZONDAG sinds een half jaar weer op pad met SpaakMasters. Lekker met zijn zeventienen fietsen door het Groningse platteland. Ik fiets naast Sloveen Jan die de boeren prijst. ‘k Vertel ‘m maar niet dat de industriële Nederlandse boerderij een failliete bedoening is die na 50 jaren waarschuwen nog steeds niet wil luisteren en liever de omgekeerde vlag, EU-subsidies en de steeds zwaardere trekker aanbidt dan naar leraren economie en D’66-er Tjeerd de Groot luisteren. We doen standaard 60 kms in het door road captain ‘Veertig mijl naar Pieterzijl’ gedoopte ritje.

MAANDAG DvhN-verslaggever Joep van Ruiten ontfutselt Andreas Blühm (directeur Groninger Museum) na het mislopen van subsidies een mooie quote: ‘Wat hebben we verkeerd gedaan?’ De larmoyante kop wordt ondersteund door een foto van Blühm op zijn goldenretrievers. Je ziet het bijna overal: regionale musea die het niet (lijken te) redden. Na de Fundatie in Zwolle nu het GM. De reden is: de directies trekken een te grote broek aan. Ze gaan veelal voorbij aan de regio en kiezen voor pretentieuze, spraakmakende kunst die desondanks in de landelijke pers wordt genegeerd (zie de Volkskrant over expo’s in 2023: wel kleinere provinciestadjes als  Leiden, Schiedam, Bergen, Dordrecht en Wassenaar maar Groningen niet). Wat Blühm wel goed doet: basisschoolleerlingen inschakelen als kunstambassadeurs. Maar de stap naar het voortgezet onderwijs wordt niet gezet. Daarnaast negeert Blühm regionale kunst, ook al hebben ze, kijk naar de Toyisten, Boelsems, een internationaal randje. De huidige Ploeg wordt genegeerd. Te weinig innovatie en te weinig kwaliteit, is zijn oordeel, daarbij voorbijgaand aan zijn taak als stimulerende en initiërende kunstpedagoog. Geen aandacht voor eindexamenwerk van de Klassieke Academie en Minerva. Van dattum dus. Hoe pakt het Shakespeare theater in Diever het aan? En het profvoetbal? FC Groningen begrijpt het. Naast een contingent geïmporteerde spelers zien we jongens uit de omgeving. Die bevorderen binding met het publiek. Hopelijk dat Blühm als adviseur van het MADA meer potten breekt.

WOENSDAG Ik schrik als ik hoor dat Groei-en-Bloei-vrienden, Natuurmonument-aanhangers,  NIVON-leden slakken doormidden knippen. Onze huisegel bij de datsja in Zuidlaren houdt de slakkenstand op peil. Ik voer hem etensresten vanuit een haringintomatensausblikje. Een natuurlijk evenwicht noemen we het.

DONDERDAG Als een zeventienjarige voel ik me, net voor een literatuurtentamen. Onze minibieb voorziet me van ultradunne kwaliteitsboekjes van Lize Spit, Tim Krabbé, Ilja Leonard Pfeijffer. Van Tom Lanoye lees ik ‘Heldere Hemel’; boekenweekgeschenk in 2012. Een heerlijk – op waarheid gebaseerd – boekske over een in juli 1989 in België neerstortend onbemand Sovjet-Russisch gevechtsvliegtuig met erdoorheen vervlochten dramatische familieontwikkelingen met vrouwen die klagen tot kunst hebben verheven. Ik leer nieuwe woorden: zerp, fezelen, vrank, potlatch, verbrodden, calvarie en iemand de Levieten lezen. Mooi zo, ik verheug me al op het tentamen….

 

VRIJDAG “Lieber Andreas, ik wil niet alleen de kritikaster uithangen hoor, vandaar een goedbedoelde suggestie. Doe als het NNO dat naar Lowlands ging. Huur een geile vuurrode oude Mercedes Benz cabrio of een brandweerauto en ga een jaar lang, eens per week, in de middagpauze naar een school voor v.o. samen met Jacques W en Johan R en wie weet een chick uit de conservatorenkring. Tijdens het reisje neem je en passant de RvT-agenda door. Knal het plein op, houd een pitch over brutalisme in de kunst, Banksy, wat pop-art-saus erover en maak met een brandslang een instant-painting op het plein en roep leerlingen op mee te doen. Geef na afloop de hele school een museumjaarkaart en een tegoedbon voor 10 stuks oude meuk uit de uitpuilende depots. Bel ik van te voren het Jeugdjournaal wel even. En verdubbel de directie niet….”

JOURNAAL week 31

Zondag De Martinikerk loopt vol. Nou ja, nog niet zo vol als bij het kerstconcert van het Grootkoor natuurlijk, maar orgelmuziekvol. Paar honderd man zeker. Het IMOCG¹-openingsconcert heet Venetiaanse Pracht met het blazerskwartet Les cornets noirs. Even hoop ik op ‘cornetists noirs’.  Maar nee, vier witte mannen uit Zwitserland die ongehoord mooi spelen op aparte fluiten: dulciaan, twee zinken² en trombone. Ze staan vanuit (te) kleine openingen in het Schnitgerorgel hun best te doen. Centrale muzikale truc: samen met organisten Wiersinga en Van Doeselaar zoveel mogelijk echoën. Meesterlijk. Voor me zit een meneer die op het oog ongecontroleerde kleine schokkende handbewegingen maakt en constant ‘formidable’ en ‘incroyable’ inslikkend roept tegen zijn vrouw die haar nagels met Dior Vernis heeft gehighlight. Monsieur is misschien een dirigent uit de banlieues die de Olympische Spelen-herrie ontvlucht en nu op de camping in Middelstum-Noord staat. De muziek bekoort zeker en vast, maar ja Gabrieli, Allegri, Cima, Merulo, Valentini en Guami zijn mooie namen van Ducatiberijders op het TT-circuit maar halen het natuurlijk niet bij de letters b a c h, of is het de overkill aan herhalingen die mij parten speelt? In de pauze regeert Calvijn met een lange wachtrij, lauwe thee en haperende wifi. Burgemeesters die omgekeerde vlaggen tolereren zitten op de voorste rij.

Maandag Aan het eind van de warme dag fietsen we even naar het Hoornse meer voor een drankje en een schaaltje friet op het enige (?) rookvrije terras van Groningen. Vrouw I lijkt gewend te zijn aan de fraaie Van Raam-driewieler. Hoewel ze geen skelter- of trekkerkindverleden heeft jakkert ze lekker vrolijk voor me uit. Langs het kanaal fietsend wapperen haar haren op zijn Daphne Schippers indertijd op weg naar goud, in de wind. Op het terras  nemen we de personeelskrapte in de als boeren klagende horeca door en bespreken een eenvoudige oplossing. Laat obers niet acht keer heen en weer lopen voor één drankje van inmiddels € 7,- maar creëer een afhaalbuffetje met korting voor de naar beweging hunkerende terrastijgers.

Dinsdag Twee traanplaten maken de drempel doable voor de Van Raam. Metaalbedrijf Agema weet precies wat ik bedoel en fixt het.

Woensdag Omdat ik pas eind augustus bij mijn vaste fysio/masseur terecht kan, wijk ik uit naar een Chinese massagesalon in Stad. Een uur full-body massage wordt het. Van tenen naar hoofd en van vingers naar schouders. Ik word ontvangen in een klein kamertje met een grote massagetafel (gerieflijk), ingelijste aanwijzingen aan de muur, ‘houd uw onderbroek gerust aan!’ (handig) en een 45-jarige mevrouw met in massageolie gedoopte warme handen (heerlijk). Het verschil met mijn fysio is dat die zich concentreert op de dieper liggende spierweeefsels en echte gesprekken en dat de full-body zich richt op een ontspanningsmassage over (bijna) het hele lichaam  en inwisselbare vriendelijkheden in Jip-en-Janneke-taal. Mijn Mandarijn haalt het niet bij haar Westerkwartiers. Als ze mijn bovenbenen doet geniet ik van haar uitspraak van ‘jonge hond’, ‘steigerpalen’ en ‘cilinderzuigers’.

Donderdag Anders dan de over personeelskrapte jeremiërende horeca vult de gemeente tekorten op door uitgekiend burgers in te schakelen bij het opsporen van zaken die verbetering behoeven. Groningers wordt gevraagd openbareruimteprobleempjes te melden. Daar doen we graag aan mee, maar werkt het ook? Van de acht meldingen worden zeven vlot afgewikkeld. Nummer acht ligt op het bord van ProRail, maar die zegt niets te kunnen doen. Groningen – ProRail: 7 – 0.

¹International Martini Organ Contest Groningen

²Zink = houten, gebogen blaasinstrument

Maarten ’t Hart 45 ‘De gevaren van joggen, dwarse boutades’ 1999

Een nadere studie van de boekomslag is een vooruitwijzing: een wat oudere heer kijkt over de balustrade naar het kalme historische stadsleven. Als je het werk van ’t Hart kent, voorvoel je wat gaat komen. De ondertitel, Dwarse boutades, zet je wat op het verkeerde been, want het zijn eerder columns dan boutades natuurlijk. Joggen zal wel niets zijn in de ogen van ’t Hart, denk je vooraf. En inderdaad hij vindt het maar niks.

‘De gevaren van joggen’ is een litanie van zaken waar de auteur zich aan ergert of die hem gewoon opvallen. Als een oude mopperende opa kijkt hij naar gemiste kansen en maatschappelijke aberraties. ’t Hart-kenners komen veel onderwerpen tegen die in zijn eerdere werk worden aangestipt.

Gelukkig komen er ook grotere themata voorbij, bijvoorbeeld in ‘Samen op weg’ over orthodoxen die dwars liggen bij de vorming van een verdere samenwerking onder protestanten op weg naar PKN. In de laatste alinea fileert ’t Hart de luthersen, die de naam danken aan Luther ‘een van de allerergste antisemieten.’ Luther, wordt pleitbezorger genoemd van alles wat A. Hitler in praktijk bracht. Lees Luthers boek ‘Von den Juden und ihren Lügen’.

Stukken als dit maken het boek voor mij draaglijk. Verder columns over:

  • De goede smaak van zelf geteelde aardappels;
  • De risico’s van alcohol en barbecues;
  • De paapse mis als parodie op het heilig avondmaal;
  • Het antimakassartje in het Nationaal Dictee;
  • De schaduwzijde van het programma ‘Spoorloos’;
  • De doodstraf in de VS;
  • Belgische goede manieren, het hondje van Biesheuvel;
  • De meest geschifte bisschop; Chopin bij het Kruidvat;
  • De valse trucjes van de rijlesexaminator;
  • Hoe stakingen in de gezondheidszorg sterftecijfers laten dalen;
  • De nare interviewtechniek van Ischa Meijer;
  • De onverklaarbare weerstand tegen klonen;

Voor (oud-)leraren is het leuk te horen dat ’t Hart een lans breekt voor het lerarenberoep: het zwaarste, meest onderbetaalde beroep dat alle bewondering verdient. Niet alleen verdienen ze het loon van een procureur-generaal, maar ook een gouden handdruk. Ongetwijfeld is het feit dat ’t Hart als leraar in het v.o. smadelijk flopte hier debet aan.