Kerstconcert te Aalden met NOVA, Gert van Hoef, Nodari & Tatjana,

Nova: dertien jonge vrouwen zingen de sterren van de hemel. Soms in wisselende formatie. Ze worden bij elkaar gehouden door muzikale draden en Mirna’s handen, vaak begeleid door een piano, soms verstevigd door het orgel of een dwarsfluit. Het publiek geniet. Vrouwenkoor NOVA zingt drie- en vierstemmig. Een perfecte dynamiek, spatzuiver, alles uit het hoofd. Dirigent Mirna Westra dirigeert met minimalistische handbeweginkjes en een subtiel bewegend lijf. De zangeressen zingen alsof ze nooit anders doen. En, – niet onbelangrijk – ze stralen plezier uit. Pianist Cas Straatman voelt de pianissiomo- en fortissimo-passages precies aan. Bij ‘On this holy Christmas night’ speelt Marlinda Krol – Wenselaar de dwarsfluit. Het heldere fluitgeluid weerkaatst door de met hoge trekstangen bijeen gehouden octogonale ruimte ver boven de sexy vuurrode hoogpolige vloerbedekking.

Bij het eerste nummer ‘Oh come, all ye faithful’ spelen Mirna en Cas quatre-mains en krijgt de piano hulp van maestro Gert van Hoef op orgel. Er is een perfecte balans tussen beide instrumenten en de delicate zang. De teksten zijn de bekende formules, het is de vlekkeloze muziek die boeit. Kippenvel. Bij een enkeling een traan. De programmacommissie heeft Gert gevraagd vooral ook Bach toe te voegen en de magische hommel van Korsakov.

En dan het duo Nodari en Tatiana. Oekraïne in Aalden. Als ik mijn ogen even sluit meen ik Ivan – wie kent hem nog – Rebroff te horen en als ik mijn ogen weer open: te zien. Het ‘Stille nacht’ wordt gretig meegezongen. Oekraïense gasten uit Coevorden weten niet wat ze horen van beide deelnemers aan de halve finale van Holland’s got Talent. De drie nummers toveren een lach op de gezichten van het publiek.

Terug naar Gert. Vlakbij hem zittend zie je de virtuositeit van de vier ledematen op de nieuw ogende elektropneumatische Verweijs uit 1955 met een lekkere holpijp in plaats van de holquintadeen. Waar profvoetballers al moeite hebben met tweebenigheid, zien we een tovenaar die tweebenigheid paart aan tweehandigheid. Pedalen en klavieren voegen zich naar de muziek van Bach via Gert. Dat de registers hier mechanische knopjes zijn, soit! Als Nederlands Songfestivaldeelnemer Claude volgend jaar in Bazel een variatie op Bachs ‘Jesu bleibet meine Freude’ zou zingen, was Joost Klein snel vergeten.

In de pauze voeren we serieuze gesprekken. Veel van wat we vanavond horen zou er niet zijn geweest zonder het land waarvan de premier, Bibi N., nu van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, uitmondend in genocide, wordt beschuldigd. Gelukkig duurt de pauze niet lang.

JOURNAAL week 51

ZATERDAG Met de NS naar Amsterdam en Utrecht. In volle maar rustige coupés lees ik ‘Suikerbeest’ van Daanje uit. In Buitenveldert waart de geest van Joop den Uyl sterker dan het internet dat hapert als de voorhoede van AJAX tegen AZ. Als we dreigen veel te laat aan te komen bij onze Amsterdamse vrienden schiet ik een vertrekkende auto aan en leg de chauffeur onze situatie uit. ‘Natuurlijk, ik breng u even.’ Als vluchtende HUNTED-deelnemers rijden we mee. ‘020, we love you.’

ZONDAG Frisse ochtendlucht tank ik, fietsend met de SpaakMasters, het wordt 62 kms naar Doezum & Lutjegast. Ondertussen bereidt Stad zich voor op de 3e dag Winterwelvaart. Wat in Bourtange en Muntendam een kerstmarkt heet, heet in Stad WinterWelvaart. Een mix van muziek, Glühwein, beeldende kunst, hamburgers, vuurkorven, uitbundig licht en dichte drommen bezoekersstromen. De A-brug is even het Eiffeltoren-plein waar pics en selfies worden gemaakt met het tempo van een Kalashnikov in Damascus. Op de achtergrond wulps verlichte schuiten waarvan de schippers blij zijn dat handhaving van regelgeving tegen oppervlaktewatervervuiling ontbreekt als fatsoen in de PVV. Ik verlaat me op wethouder Wijnja.

MAANDAG Met vier personen ruimen we WinterWelvaart-materialen op. Vuurvaten, restanten brandhout, activiteitenzuilen, ijzeren hekwerken, richtingsborden worden op platte karren voortgetrokken door 68-jarige mannetjesputters en bij het museum gedeponeerd. De ploegspirit is en blijft goed als het weer. Ik mag rijden in een vette Mercedes-bus om de spullen naar een boerenschuur buiten Stad te brengen. 

DINSDAG Uit Koers 2’ van Frank Heinen leest als een trein. Prachtverhalen over 75 op een zijspoor geraakt renners, waaronder een handvol vrouwen. 350 pagina’s brengen me naar namen die klinken als Mahé, Marvingt, Tuft en Gwiazdowski. De ‘vergetenste’ mens achter de fietser achter de verliezer gaat leven. Deviant gedrag en een gederailleerd leven, volgend op gestroomlijnde fietscarrières eindigen in drugs, ziekte, verval, oplichting, verslaving, gekte en bedrog. Zorgvuldig, liefdevol, uitgebreid beschreven. In mijn eerste druk nog zonder register.

WOENSDAG Als een profvoetballer bereid ik me voor op het Grootkoorconcert vanavond. Lig wat op de bank, eet en drink lekkere kerstversnaperingen, probeer milde gedachten te krijgen over hedonisten die uit skiën gaan op opgespoten witte neopreenstroken, en te leren van Rutger Bregmans ‘Morele ambitie’, denk na over consuminderen, de heikele aspecten van het woord genocide en de nare trekjes van de joodse lobby, voor argeloze velen gelijk aan het vriendelijk klinkende begrip ‘joods-christelijke traditie’. En wat hebben we lekker gezongen in een afgeladen Martinikerk.

Amstelringconcert Grootkoor Concertgebouw (12 december 2024)

De grote gewetensvraag is natuurlijk: zingen we mee omdat we graag Amsterdamse zorgcliënten een onvergetelijke middag bezorgen of is het een puur egoïstisch verlangen lekker in het Concertgebouw te zingen.

Ons in zwart gestoken kwartet nestelt zich in een stiltecoupé, twee zijn bang voor teveel prikkels voorafgaand aan het concert in 020. Een PWC-consultant die online knoeit met een examen houdt ons scherp. Het wordt lezen i.p.v. kletsen. Ik krijg de sensatie van mijn leven. Anjet Daanje beschrijft in ‘Suikerbeest’ een seriemoordenaar. Een op het oog brave huisvader uit Beijum moordt erop los. Bloederige details met afgehakte vingers en oren, opengesneden buiken als we Lelystad en Almere passeren. Daanje verrast me. Het contrast met mijn (jaja, vooringenomen) beelden van haar werk en met de fijne muziekmiddag straks is groot.

Ook trompettist Melissa Venema verrast. Gegil als ze in een spetterende rode jurk de podiumtrap afloopt. Haar outfit en spel sprankelen als een brute Moët & Chandon. Ze wijst het 300-koppige koor de weg en soleert later met een kerstmedley. Ik denk terug aan vroeger als Jilles Hamersma in Lytsewâld de kerkgemeente met zijn trompet begeleidt. Andy Booth op de vleugel is in topvorm. Organist Martin Mans knalt op het orgel, een gerestaureerde Maarschalkerweerd uit 1891. De zangsolo’s van Etty van der Mei, gestoken in ravissante haute couture van de bovenste plank, neigen naar perfectie.

De zaal zit vol met 1.500 zorgcliënten. Wij laten ons leiden door dirigenten Nan en Etty die een geölied duo spelen. We doen ons uiterste best. De wereldvreemde teksten kaatsen tegen de muren waarop gemarmerde componistennamen ons toeknikken. Anders dan in de literatuur gaat het bij kerstzang louter om de vorm. Harmonie, dynamiek, emotie, tonaliteit, vierstemmige samenzang in optima forma. Voor ons is dit concert een soort generale voor volgende week in de Martinikerk te Groningen.  

Dirigent Nan loopt door de zaal en biedt gasten kansen. Ontroerende beelden. Zoete melodieën verdrijven nare beelden uit dagelijks nieuws. Ook hier contrasteert de verre buiten- met de warme binnenwereld. We versterken dit gevoel als we het Rijks en vervolgens Le 4 Stagioni bezoeken.

Maarten ’t Hart krijgt P. C. Hooftprijs

Dat ’t Hart nog eens de P. C. Hooftprijs zou vangen, voelde ik in 2023 aankomen en ik startte mijn herleesprojectje van één ’t Hart per week. Ik kwam tot week 45. Niet omdat de voorraad op was (sinds begin 1970 kocht en las ik één ’t Hart per jaar en mijn collectie telt ruim 50) maar de stapel van collega-auteurs groeide explosief.

Als beginnend atheïst, vanaf 1973 ongeveer, raakte ik zeer geïnteresseerd in ’t Hart. Hij beschreef op duidelijke, humor- en liefdevolle, soms wijdlopige manier hoe hij de beklemming van het orthodoxe protestantisme in al zijn malle verschijningsvormen, ervoer en erin slaagde zich daarvan te ontdoen. De bijbel bleek een goochelboek. Zaken die ik in mijn jeugd als zoete koek had geslikt,  wimpelde hij af als de grootst mogelijke flauwekul, altijd gestaafd met bewijs, vaak uit het boek der boeken zelf, maar nog vaker uit andere literatuur.

Stond ’t Hart in mijn jonge jaren altijd fier op één, in de loop van de tijd duikelde hij enkele plaatsen naar beneden en werd hij ingehaald door auteurs als Brouwers, Roosenboom, Wieringa, Daanje, Spit. Het woord veelschrijver kleeft even sterk aan ’t Hart als het woord veellezer. En Dickensiaanse rasverteller. In zijn boeken veel gesprekken, dialogen van gewone mensen. En als je naar gewone mensen luistert hoor je ook veel herhalingen. In zijn boeken komen historische, biologische, religieuze, psychologische, feministische, wetenschappelijke thema’s voorbij, steeds gelardeerd met persoonlijke ontboezemingen van een verlegen, belezen, bijna permanent verliefde (jonge)man die weet hoe de wereld in elkaar zit en de klemmende jas van religie uitdoet. Je zou wensen dat andere orthodoxe religies (de Islam, het Joodse) met even onwenselijke, vrouwen onderdrukkende rituelen als de orthodoxe protestanten, critici als ’t Hart hadden. ’t Hart was in die culturen al snel Islamofoob of antisemiet. Met kracht van bewijs duidt ’t Hart op rabiaat antisemitisme onder kerkvaders als Maarten Luther. ’t Hart is wars van academistische, gelaagde, tot het uiterste gestileerde literatuur. Bij ’t Hart staat de verteller op de eerste plaats.

Ik ontmoette ’t Hart één keer. Het zal midden jaren tachtig zijn geweest. Samen met een goede vriend toog ik naar Amsterdam en bezochten we een VPRO-uitzending over boeken, gepresenteerd door de auteur. Dat ’t Hart zich een tijdje graag in vrouwenkleren hulde tekent zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en onbevangenheid.

Terecht spreekt de jury over een kritisch, schrijnend, liefdevol, spannend, kwetsbaar, geestig oeuvre.

Taakstraf bij de riooldiensten; hoe simpel wil je het hebben?

Je zou het niet zeggen als je ze ziet: de doorsnee Forumbezoeker, IDFA-verslaafde, Volt- of CDA-congresgangers, bitcoinverzamelaar: op het oog keurige plooiroktypen, maar ze zitten nog niet op het weekendbootje of ze veranderen in ordinaire, illegale watervervuilers met smerige nagels. Anders dan camper- en caravaneigenaren die hun compacte, gepoetste toiletjes keurig ledigen in chemische stortbakken, flikkert de gemiddelde kajuitjachteigenaar de inhoud van de poepdoos overboord.

In ‘Morele Ambitie’ schrijft Rutger Bregman over de in Londen gevestigde school ‘Charity voor Entrepreneurship’, een stoomcursus voor Omvangrijke, Onderbelichte, Oplosbare problemen. Moest ik aan denken toen ik met rechtenstudent Sal-Teun van Albertus-Magnus sprak over de oppervlaktewatervervuiling in Nederland. En in Stad. Wat kun je doen om eigenaren van pleziervaartuigen te dwingen hun zwarte water niet in het Reitdiep te lozen maar keurig bij een installatie van de havendienst?

Wij zijn gemotiveerde bezoekers van de Dutch Design Week in Eindhoven. Willy-Wortelachtige typen bedenken de meest interessante, creatieve producten en diensten voor complexe, maatschappelijk relevante vraagstukken en doelgroepen. Met jongeren over grote problemen spreken is vaak nuttig. Ik zou zeggen: probeer het maar eens. Ze zijn (nog) niet behept met tunnelvisies, vooroordelen en verdachte, schampere aannames. Voortgezetonderwijsleerlingen gevraagd naar oplossingen voor parkeerproblematiek wijzen in een handomdraai op het verdeelprincipe: wat is de fiets-autoverhouding, wie zijn gebruikers, hoe groot is de ruimte, welke visie is onderliggend: verdelen maar.

Terug naar de illegale lozingen. Sal-Teun, geconfronteerd met het gemeentelijke argument van gebrek aan handhavers, toverde na tien minuten en een Leffe-blond een oplossing uit de mouw. Draai de bewijslast om: laat de booteigenaar bewijzen dat hij (schippers zijn voor 99 % mannen) het goed doet. Verplicht hem een foto te maken van elke keer dat hij de poepdoosinhoud laat verdwijnen in de daarvoor ingerichte installaties: hoeveelheid afgevoerd zwart water met datum. Dan pas krijgt de Heiltje 23, de MarKees, de Lauwers, de Horny Lover of de Klipperstrada toegang tot de Diepenring. Geen bewijs, dan een enkeltje terug naar de Onlanden en een maand lang een taakstrafje bij de riooldiensten. Sal-Teun, bedankt.

Burgemeesterswisseling in Stad

Ach ja, wie hield niet van Aboutaleb, de oud-Riffijnse burgemeester van 010. En dan die dekselse Halsema, Marcouch, Dijksma en Schouten: onbetwiste toppers, op het heilige af. Maar ja, wees eerlijk, (bijna) altijd van de goede partij. Geen kunst, die zijn boven de morele wetten verheven. Hoop je. Van Aboutaleb had je het altijd wel vervelend gevonden dat hij zo met zijn godsdienst koketteerde. Je herinnert je zelfs een citaat waarin hij bekende dat hij zijn dochters het liefst zag trouwen met belijdende Moslim-bro’s. Burgemeesters moeten neutraal zijn. Dus geen info over religie, seksualiteit, financiën en paaldansclubbezoek.

Dat Groningens burgemeester ermee stopt, komt als een verrassing. Hoe gaat dat zijn, een aanstaande Schexit? In de eerste berichten hoor je over zijn werkpatroon. Werkweken van 100 uur, geen vakanties. Je denkt onmiddellijk:  wow, wat een arbeidsethos. Het tweede: slecht timemanagement. Had zijn omgeving, hoe noem je dat, secretariaat, entourage, kabinet, hem niet kunnen beteugelen? Geen privéwaakhond, reu of teef, naast hem die ‘m op tijd een weekje naar de Bahama’s, Schier, een Chinese massagesalon of Bad Nieuweschans stuurt? Toch verbaast die zogenaamde 100 werkuren je niet. In de drie Stadjaren ontmoette je de  burgemeester twee keer. Beide keren bij een bepaald niet vluchtig wijkbezoek. Allebei keren was je verbaasd. Dat iemand van een partij met aan het landelijke hoofd een nitwit (zeg nooit sloerie), zo wijs, doortastend en open-minded is. Met een hart voor grote problemen.

In de regiokrant begint het kwartetten. Een voorpagina met pasfoto’s van mogelijke opvolgers en obligaat geblaat over lastig te vullen grote werkschoenen. De helft van de namen ken je. De meesten uitgebluste, afgekauwde, uitgelebberde typen. Er ontbreken twee kanshebbers: Mirjam en Diederik.

Als je de partijnaam van de sollicitatiecommissievoorzitter ziet, dan weet je de partij al van de interimmer. Een vrouw waarschijnlijk, dan kiest het old-boys-network daarna weer een man, Diederik stoomt zichzelf al klaar bij de Gasunie. Je vraagt je af waarom het instituut locoburgemeester bestaat als die niet wordt opgeroepen bij het stoppen van de zittende. Wij Willen Mirjam Wijnja!

Frank Heinen – Uit Koers 2; literair café bij Spaak

Fietszaak Spaak organiseert op 21 november ’24 een literair café met alle benodigde ingrediënten: een interessant gesprek, een vragenronde en een quiz. Heinen, zelf een sportfiets- en  retro-Benotto-rijder, wordt bevraagd door, eeh, Steven Willemsen (docent kunsten, cultuur en media), die, zo vertelt Google, begin 2024 een voorjaarstrainingsrit in Emmen won. Willemsen heeft zich uitstekend  geprepareerd. De toko zit ramvol. Op drie vrouwen na mannen. Deze keer nemen ze de fiets niet mee naar binnen en bedekken lange broeken de geschoren benen. De sfeer is gezellig, zelfs uitgesproken vrolijk, vooral als inleider Maarten Soppe beide gespreksdeelnemers, gezeten onder goedmoedige reclame van Spaak en Vandenbrink, introduceert. Even denk ik bij een roast te zitten. Uitgelaten gelach. Wat een verschil met de SpaakMasters op zondagmorgen, wanneer fietsmatties uren over bandjes, lange fietstrajecten, jaarlijkse fietsdoelen, weerzin tegen spiegeltjes, en weersomstandigheden praten. Van de SpaakMasters zie ik niemand.

Het interview vindt plaats op een verhoogd deel van de fietsenwinkel, tussen café en werkplaats in, daar waar fietsers normaal gesproken te horen krijgen dat een nieuwe cassette, ketting en remschijven nodig zijn en dat de stuurlinten en de bandjes vervanging behoeven.

Heinen portretteert, in een historisch perspectief, liefdevol en uitvoerig de bijzondere levens van 75 fietsers, die beter waren in verliezen dan winnen. Slechts enkele namen ken ik/komen me bekend voor. Het zijn eeuwige tweeden of tweeënveertigsten, van losers via dropouts tot schlemielen. ‘Uit Koers 2’ en Heinens Volkskrantcolumns (vanmorgen rolden zinnen over discriminatie, racisme, Caroline van der Plas, pus, xenofobe praatjes, en semantische kwesties in hoog tempo voorbij als tubeless bandjes onder mijn lekkere Giant TCR) verschillen sterk van elkaar.

Heinen (1985) en Willemsen (1989), beiden Millennials (zeg nooit patatgeneratie), zijn aan elkaar gewaagd. Heinen, gelukkig lijdend aan een soort compulsief-obsessieve verzamelwoede, is, zegt hij, voorzien van een morbide radar en constant op zoek naar thrillseekers in de wielersport die te mooi zijn om dood te checken. Vooral als de geboorte- en sterfdatum dicht op elkaar zitten halen bijna vergeten renners zijn lijstjes. We vervelen ons geen seconde.

‘Uit Koers II’ (net geen 400 p.) is een mooi, vet boek geworden, met een klein lettertype. Helaas zonder register.

Kerstconcert Grootkoor in Martinikerk Groningen: 18 december 2024

Slechts vier repetities zijn er nodig, dan nog een generale en vervolgens knallen in de Martinikerk. We repeteren in een kerk in Haren. Dik 140 zangers. Bij de tenoren: herkenbare uitslovers, natuurtalenten, goedewillers, optimisten, durfallen, roekelozen en alles daartussenin.

Het Grootkoor betekent zeker geen hogeschoolzang van gesjeesde conservatoriumstudenten in Bijenkorfkleedjes die ooit Engels kregen in miniklasjes, maar desondanks het verschil in uitspraak tussen taught en thought of body en buddy maar niet onder de knie krijgen. Volkskrantredacteur met specialisatie koorzang in en rond 020, Guido van Oorschot, heeft nog nooit van het grootkoorbedrijf met 14 vestigingen en 2000 zangers gehoord. (Stel je  Volkskrants voetbalredacteur Willem Vissers eens voor zonder kennis van de amateursport…) Sja. Ik informeer Guido als ik weer eens iets lees over een minimalistisch aan vette subsidiekoorden bungelend bubbelkoortje dat voor 50 familieleden optreedt. Ons Amstelringconcert in het Concertgebouw is stijfuitverkocht.

De tenoren zijn in elk koor de smaakmakers. Denken ze. Vier hebben de inzet van betaaldvoetbalspelers die na de training nog blijven hangen en extra panna’s en tweebenigheid bij corners oefenen. En hoog druk zetten uiteraard. Erna, Johan, Rogier en ik spreken extra repetities af op zaterdagmorgen. We studeren als een gek. Alles uit het hoofd zingen is het doel opdat we dirigenten Etty & Nan kunnen fixeren. En ons handhaven naast de vocale suprematie van de sopranen. Heerlijk zingen. Vanuit de tenen. Rogier houdt de muziektheorie in de gaten, Erna de dynamiek, Johan de helicopterview en ik zorg voor thee, Fisherman’s Friends en app de buren dat het heus niet lang meer duurt.

Het gaat goed, vooral als de tenorpartij smaakmakend leidend is in ‘Tollite Hostias’ van Saint Saëns. ‘Transeamus’ van Schnabel. Händels ‘For unto us’ met een bijna onmogelijke inzet voor tenoren. Het gevoelige Franse ‘Entre le boeuf’, met die op het eerste gezicht onbegrijpelijke titel. En een hele serie carols, evergreens uit de beste internationale kersttradities. Gastsolist is Henk Poort met een hopelijk niet microfonisch versterkte superstem. En Martin Mans op het beste orgel in Europa. Komt allen tezamen…..

Tickets à € 20,- in de voorverkoop. Zo lang de voorraad strekt.

Waark: Haalfmaal, of de macht van domhaid *****

In het Der Aa-theater laten we ons op 9 november verrassen. Wat een prachtige voorstelling van de Groningse theatergroep WAARK. Schitterende teksten (voor mij als student Gronings nog aan de moeilijke kant maar het meeste begrijp ik), een supergoede groep toneelspelers, fijne muziek, verrassende theatrale vondsten, kleurrijke, artistieke, cartooneske projecties op de toneelwanden, en een bijzonder inhoud. Bijzonder, bizar en absurdistisch & licht filosofisch. Met complexe verwijzingen naar de historie, omfloerste naar het nu, volgen bijzondere scenes zich naadloos en vloeiend op. Eersteklas -witte – kostuums. Op een kleinigheid na prima geluid en goed licht. En alles met een aanstekelijke lach.

En wat een energie en tekstbeheersing. Geen souffleur te horen. Je verveelt je geen seconde. Ja misschien voor de bar in de rij voor een pauzeconsumptie, maar daar spreek je weer bekenden die ook op het spektakel afkwamen. Op de speellijst zo’n 35 voorstellingen waaronder enkele al stiefoetverkocht, in dorpshuizen en theaters, inclusief de stadsschouwburg (op 13 april).

Het is verleidelijk iets over de inhoud los te laten. Het verhaal ontrolt in tien kunstig aaneengeregen scenes om hoofdpersoon Haalfmaal heen. We zien prachtvondsten. Het begint met Friezen die door christenen op een lek schip zonder roer aan het water worden gegeven. Werd daar nou echt een oplossing in een geslachtsdeel als roer geboden? Monniken die in potjeslatijn zingen. Aardgas, vermomd als scheet, dat onmetelijke rijkdom oplevert. Een lamme en blinde die weer kunnen zien en lopen.

Een menselijke machine, een kruiwagen vol geld van zand, weduwe Venema die asielzoekers verbergt, de stijgende zeespiegel en de rol van een plassende hond. En dan de epiloog met de laatste Gronings sprekende mens op aarde en de perverse rol van geld. Bijzonderste scene: hoe uit een mens stromend bloed met rode linten wordt verbeeld: meesterlijk. *****

JOURNAAL week 45

ZONDAGMORGEN Wat aarzelend vraag ik in de tweeminutenpauze halverwege Groningen en Uiterburen, tussen Noord- en Zuidbroek de fietsmaten van SpaakMasters of ze een ticket willen voor het kerstconcert van GrootKoor Groningen op 18 december. Yesss, beet, de verkoop is begonnen.

ZONDAGMIDDAG We bezoeken de expositieopening van twee Ploegkunstenaars in Watertoren West (Groningen): Silvia Benniks en Lydia Jonkman. Beiden beheersen de schildertechniek tot in de puntjes, zij het vanuit een andere werkmodus. Bij Lydia zien we veel vrolijke koeien in dito (Italiaanse) landschappen; bij Sylvia realistisch figuratief werk met surreële ondertonen. Felle kleuren. Beide Ploegers schrikken er niet voor terug een extra dimensie op het doek aan te brengen: Sylvia met extra papierlaagjes en Lydia met sieraden voor mevrouw koe. We zien zelfs diamantjes in de ogen.

MAANDAG Ter voorbereiding op de ‘kurzes conversoatsie’ in februari lees ik wat in Winterbouk (soamensteller Fré Schreiber, in een oploage van 200 stuks) en ’n Wereldtoal’ van Gerrit Wassing. Onbekende woorden zoek ik op in de woordenboekbijbel Ter Loan (de arme man wrochtte weliswaar een dik woordenboek Gronings-Nederlands maar vergat de afdeling Nederlands – Gronings). Mooiste woorden tot nu toe: ‘dingeraaiskes’ (dingetjes), ‘schaaidendailen’ (verdelen), palternaksie (hoopje, rommel) en ‘lutje potje’ (klein kind).

DINSDAG Verhalen willen dat Vincent van Gogh onvergetelijke tijden heeft doorgebracht in Noord-Nederland. In zijn Ubbo Emmius-lezing op 25 september vertelde Blühm dat Van Goghs totale schilderwerk per kruiwagen naar het toenmalige Groninger Museum werd vervoerd. In 1896 waren maar liefst 128 werken van hem in Groningen te zien. Hoe karig steekt Drenthe hierbij af. Van Gogh was heel even in Zuid-Drenthe. In het museum te Nieuw Amsterdam/Veenoord de (minieme) resten. Met een aan waarschijnlijkheid grenzende onzekerheid dronk hij koffie in Sleen. Neerlandicus/amateurhistoricus met specialisaties Rise and Fall van het katholicisme en Van Gogh, T.L.M. (voor intimi Ted) Schilder, speelt een schrijvende Vincent voor het kerkje te Aalden. Meer dan 500 bezoekers luisteren naar zijn duidelijke, door schapen ondersteunde en feeëriek uitgelichte voordracht: de hoofact van het spektakel.

WOENSDAG Mijn aan het begin van het jaar gestelde fietsdoel, 20 kms per dag, is in de pocket. Kilometervreter Rob, die uit Oring komt fietsen, ontmoet ik in Gieten en samen pedaleren we Groningenwaarts. Onderweg bespreken we wereldproblemen en onze bewondering voor powervrouwen Kammala, Carola, Sigrid, Femke en -man Koen. We verketteren boeren die wel elk weekend naar Agri-beurzen dieselen om steeds zwaardere en duurdere, fiks door de EU gesubsidieerde, tractoren te kopen maar vergeten kleiresten van fietspaden te verwijderen na de bietenoogst. We aarzelen over de vraag of en hoeveel uni’s kunnen bezuinigen en waarom in hemelsnaam in elke stad Frans, Duits, Monegaskische planologie, Vaticaanse bedrijfskunde, Retoromaans en Slavische letteren gestudeerd zou moeten kunnen worden.