ZONDAG: Het voelt als een reünie: Frans, John, Willy, Henk, Klaas en Rob (v.l.n.r. op de foto uit 2019) ontmoeten elkaar in Noordbarge (Emmen) voor een racefietstochtje naar Mommerite, een soort bedevaartsoord voor fietsers in Gramsbergen. De gemiddelde leeftijd zal tegen de 70 lopen. Vijf jaar geleden fietsten we in dezelfde samenstelling. We houden elkaar voor dat het niet om wattages en snelheid maar om gezelligheid en beweegplezier gaat. Bij de start is het 12°, voor een enkeling kortebroekenweer. In Gramsbergen drinken we cappuccino op een terras aan het Kanaal Almelo – De Haandrik. Vooruit, appelpuntje erbij. De gespreksonderwerpen zijn als vanouds: wat politiek, twee FC’s, hartritmeschommelingen, onwillige gewrichten, beetje tinnitus of hypertensie, BMI’s, burgemeesters die het zonder adviezen denken te kunnen redden, weldadige Chinese massagesalons, The Analogues, tubeless banden, spiegeltjes, de cruciale vraag wat zadelhoogte met libido doet en de eeuwige wielrennerskwestie: kettingolie of wax? Op de terugweg begint Henk, de road-captain, quasi-terloops over een speciaal weggedeelte. Ergens bij Nieuw-Amsterdam, de Deutlanden, 2,2 km tussen de Schoolstraat en de N376. Of ik daar niet even een sprintje wil trekken. Tuurlijk pik. Rob is mijn haas en lanceert me tot 42,5. Ik vervloek de ondermaatse rugwind, mijn bovenbenen voelen als gereviseerde hydrauliek van een graafmasjien, ik raak heel even de 44 aan en zak, als Pieter Omtzigts populariteitscijfers, snel af. Het gemiddelde komt op zo’n 33 schat ik. Opa Rob deed ooit 38. Dan hoor ik dat Maestro Henk (zeg nooit die ouwe!), l’eminence grise, de Primus inter pares, dichter bij de 80 dan de 70 jaar en met wat hart- en andere dingetjes (en godlof gemonitord door een fietsende cardioloog) achter de rug, daar een vette 42 reed! Twee-en-veertig! Gemiddeld! Geregistreerd door Strava. On-voor-stel-baar. Dat ik hem bij het Delftlandentalud net achter me kan houden is een schrale troost.
MAANDAG: Het UMCG zoekt gezonde proefpersonen voor de controlegroep van een onderzoek. Het gaat om doorbloeding van de nier bij hartfalen. De studie (PEARL-HFpEF) omvat een uitgebreide medische keuring, een CT-scan van de buik, echo van de nieren en een bloed- en urine-onderzoek. Reis- en parkeerkosten en een lunch worden vergoed. Ik voldoe aan de eisen (geen hart- en vaatziekten, een BMI onder de 25, geen medicatie voor suikerziekte of hoge bloeddruk) en meld me aan. Binnen enkele dagen krijg ik een reactie: er zijn veel aanmeldingen. Men gaat ernaar kijken. Vraag me nog even af of er ook nadelen zijn.
DONDERDAG: Als de Volkskrant schrijft dat ‘vrouwelijke schoonheidsidealen op virtuoze en wanstaltige wijze door de gehaktmolen worden gehaald’ & dat de *****-film ‘The Substance’ een voorbeeld is van ‘Volmaakte goorheid’, sja, dan blijven wij natuurlijk niet thuis kijken naar mijn nieuwe helden Van Vroonhoven, Harris en Bikker. De film is dermate heftig dat ik de volgende dag graag de krant erbij pak om te lezen wat we hebben gezien. Houd het maar op een moraliserend ‘accepteer gebreken bij ouder worden’.
VRIJDAG: concert voor orgel, strijkers en pauken van Francis Poulenc in Nieuwe kerk met o.a. Mannes Hofsink op het (Timpe)orgel en Gerard Wiarda (die ons even bijpraat over de bitonaliteit van de componist) als dirigent van het orkest. De bijzondere instrumentale combi doet het goed. Mannes Hofsink voorspelt een kentering in de organistenwereld, de jongere generatie, zie ook Antonio Garcia, komt eraan.


Maandag: De straat is opgebroken. Voor ons huis staan een schaftkeet en een dixie, afgeschermd door wat schrikhekken. De BAM-infra-mannen beginnen om 07.00 uur, een enkeling om 05.46. Ze staan in de gleuf voor nieuwe elektriciteitskabels. De graafmachine schraapt voorzichtig grond weg. Bij een dwarsliggende leiding begeleiden twee mannen de graafmachinist. Is de graver voorbij de leiding, dan kantelt de graafbek en wordt de grond onder de leiding weggelepeld. Ik vraag hun of dit onder de noemer zwaar werk valt. ‘Ja,’ klinkt het unisono.



Ga je met je ouders of grootouders naar het museum omdat zij weten dat jong geleerd oud gedaan is, word je meegesleurd naar gouden meuk uit vergane verre streken. Aan het eind van de middag hangt jouw werk aan de wand in het museum. Dat is hoe de educatieve dienst van het Drents Museum het aanpakt. Achter een gordijn bij de ‘Dacia, Rijk van goud en zilver’-expositie staat een lange tafel met goud- en zilverkleurig ijzerdraad, waaraan (jonge) museumbezoekers worden uitgedaagd een sieraad, opgedragen aan een geliefde, te maken. Als het klaar is wordt het als een waar museumstukje aan de muur geëxposeerd, even voorbij de archeologische schatten uit Boekarest. Interactief op zijn best.
Het goud van de Daciërs. Ga even zitten: terwijl de Drenten, toen natuurlijk nog Proto-Friezen geheten, niets anders deden dan, gehuld in sexy geitenvellen, in hun vrije tijd grote keien omtoveren in fijnmazige luxe hunebedden en wat vuistbijlen slijpen om opdringerige buren de schedel te splijten, maakten ze dik 2000 km verderop gouden en zilveren sieraden waar museumkaartbezitters nu hun vingers bij aflikken. Als toppunt van uitbundige versierdrift zien we gouden opsmuk van koeien- of paardentuig. En dat allemaal gefixt in het land van Dracula, van de 20e eeuw voor Christus tot de derde erna.
Einde zomer en de tijd van geïnstitutionaliseerd vluchtgedrag naar verre streken is voorbij. Groningen trilt, bruist en vibreert als een oververhitte hallucinante Easy Toy met een te zware batterij. De cultuur barst uit d’r voegen, loopt als champagne in een te klein festivalglas over de rand.
Groningen. 25 augustus 2024. In mooi Zwitsers-Nederlands dat later overgaat in Duits, licht de jonge Zwitserse organist zijn midzomerprogramma toe. Vooral zijn beschrijving van Claude Balbastre prikkelt: ‘Musik mit lebendige, ganz tolle Elemente’. Garcia heeft een prachtig programma samengesteld met muziek van Bach, Scheidemann, Fauré, Dubuis, Van den Kerkhoven en Balbastre.
Er zijn treinrukkers, wildplassers en geitenneukers. Ik stel me op het standpunt: is iedereen het ermee eens en levert het geen schade op, dan prima. Na de 
Aanzet tot een eenakter:
Koen (in een antieke leunstoel zittend, nerveus aan zijn kin plukkend & briesend): Het woord draagvlak wil ik niet weer horen! Kijk naar de vorige eeuw (daarbij wijzend naar het filmdoek) toen het Verkeers Circulatie Plan werd ingevoerd. Alle tegenstanders draaiden om. Huilebalken werden lachebekken. Die stinkauto moet de stad uit, verdomme.
Koen: Ach ja, Hans, de oude P.v.d.A.-vriend. Was nog Commissaris van de Koningin in Groningen, toch? En dat zonder een middelbare school afgemaakt te hebben. Prachtkerel! De redelijkheid zelve, zo’n ouwe sociaaldemocraat naar wie zelfs een trein vernoemd is.
Mirjam (met getuite lippen op Koen toelopend, op zijn allerverleidelijkst): Dat gaan we nog zien jongen. Wie weet. (met een valse blik in de ogen): Ik ben een poldermeisje en nog lang niet uitgebroed. Koen mien jong, doe bist mie d’r aine! (Het Maserati- en protestgeluid dooft langzaam en de speelgoedauto stort van de fietsbrug in de A).
MAANDAG DvhN-verslaggever Joep van Ruiten ontfutselt Andreas Blühm (directeur Groninger Museum) na het mislopen van subsidies een mooie quote: ‘Wat hebben we verkeerd gedaan?’ De larmoyante kop wordt ondersteund door een foto van Blühm op zijn goldenretrievers. Je ziet het bijna overal: regionale musea die het niet (lijken te) redden. Na de Fundatie in Zwolle nu het GM. De reden is: de directies trekken een te grote broek aan. Ze gaan veelal voorbij aan de regio en kiezen voor pretentieuze, spraakmakende kunst die desondanks in de landelijke pers wordt genegeerd (zie de Volkskrant over expo’s in 2023: wel kleinere provinciestadjes als Leiden, Schiedam, Bergen, Dordrecht en Wassenaar maar Groningen niet). Wat Blühm wel goed doet: basisschoolleerlingen inschakelen als kunstambassadeurs. Maar de stap naar het voortgezet onderwijs wordt niet gezet. Daarnaast negeert Blühm regionale kunst, ook al hebben ze, kijk naar de Toyisten, Boelsems, een internationaal randje. De huidige Ploeg wordt genegeerd. Te weinig innovatie en te weinig kwaliteit, is zijn oordeel, daarbij voorbijgaand aan zijn taak als stimulerende en initiërende kunstpedagoog. Geen aandacht voor eindexamenwerk van de Klassieke Academie en Minerva. Van dattum dus. Hoe pakt het Shakespeare theater in Diever het aan? En het profvoetbal? FC Groningen begrijpt het. Naast een contingent geïmporteerde spelers zien we jongens uit de omgeving. Die bevorderen binding met het publiek. Hopelijk dat Blühm als adviseur van het MADA meer potten breekt.
WOENSDAG Ik schrik als ik hoor dat Groei-en-Bloei-vrienden, Natuurmonument-aanhangers, NIVON-leden slakken doormidden knippen. Onze huisegel bij de datsja in Zuidlaren houdt de slakkenstand op peil. Ik voer hem etensresten vanuit een haringintomatensausblikje. Een natuurlijk evenwicht noemen we het.
neerstortend onbemand Sovjet-Russisch gevechtsvliegtuig met erdoorheen vervlochten dramatische familieontwikkelingen met vrouwen die klagen tot kunst hebben verheven. Ik leer nieuwe woorden: zerp, fezelen, vrank, potlatch, verbrodden, calvarie en iemand de Levieten lezen. Mooi zo, ik verheug me al op het tentamen….
Zondag De Martinikerk loopt vol. Nou ja, nog niet zo vol als bij het kerstconcert van het Grootkoor natuurlijk, maar orgelmuziekvol. Paar honderd man zeker. Het IMOCG¹-openingsconcert heet Venetiaanse Pracht met het blazerskwartet Les cornets noirs. Even hoop ik op ‘cornetists noirs’. Maar nee, vier witte mannen uit Zwitserland die ongehoord mooi spelen op aparte fluiten: dulciaan, twee zinken² en trombone. Ze staan vanuit (te) kleine openingen in het Schnitgerorgel hun best te doen. Centrale muzikale truc: samen met organisten Wiersinga en Van Doeselaar zoveel mogelijk echoën. Meesterlijk. Voor me zit een meneer die op het oog ongecontroleerde kleine schokkende handbewegingen maakt en constant ‘formidable’ en ‘incroyable’ inslikkend roept tegen zijn vrouw die haar nagels met Dior Vernis heeft gehighlight. Monsieur is misschien een dirigent uit de banlieues die de Olympische Spelen-herrie ontvlucht en nu op de camping in Middelstum-Noord staat. De muziek bekoort zeker en vast, maar ja Gabrieli, Allegri, Cima, Merulo, Valentini en Guami zijn mooie namen van Ducatiberijders op het TT-circuit maar halen het natuurlijk niet bij de letters b a c h, of is het de overkill aan herhalingen die mij parten speelt? In de pauze regeert Calvijn met een lange wachtrij, lauwe thee en haperende wifi. Burgemeesters die omgekeerde vlaggen tolereren zitten op de voorste rij.
Dinsdag Twee traanplaten maken de drempel doable voor de Van Raam. Metaalbedrijf Agema weet precies wat ik bedoel en fixt het.
Een nadere studie van de boekomslag is een vooruitwijzing: een wat oudere heer kijkt over de balustrade naar het kalme historische stadsleven. Als je het werk van ’t Hart kent, voorvoel je wat gaat komen. De ondertitel, Dwarse boutades, zet je wat op het verkeerde been, want het zijn eerder columns dan boutades natuurlijk. Joggen zal wel niets zijn in de ogen van ’t Hart, denk je vooraf. En inderdaad hij vindt het maar niks.