JOURNAAL week 6 (2025)

MAANDAG Sociaal geograaf Floor Milikowski schrijft in ‘Een klein land met verre uithoeken’ over vergeten, kansarme gebieden en bevoordeelde, kansrijke steden en regio’s. Ik hoor de echo van Maarten van Rossem. Sittard, Emmen, Groningen, Kinderdijk, Eindhoven, Rotterdam komen voorbij. Voor een zich Noorderling noemende Fries is het interessant te lezen hoe Groningen en Emmen zijn geworden wat ze zijn en waarom Drachten en Heerenveen wel en Leeuwarden niet in de economische spotlights staan. Milikowski heeft oog voor de omgeving waarin ze haar gesprekspartners ontmoet: de koffiekopjes, mahoniehouten tafels, niets blijft onvermeld; van een Eindhovense tech-ondernemer zegt ze: ‘Zijn pak draagt hij casual, maar met goed fatsoen.’ Hahaha. Wel jammerlijk onvermeld blijft een register. Ook de vage hoofdstuktitels werken niet mee als je iets wilt terugvinden. Mooiste zin: ‘Een begrafenis in Nijmegen is vrolijker dan een bruiloft in Arnhem.

DINSDAG Onze stichting SCDZ haalt muziek van Ede Staal naar Zuid-Drenthe. Op zondagmiddag 30 maart loopt het kleine kerkje in Zweeloo vol, zo voorvoel ik. Peter Siebesma speelt op het orgel en vier zangers, waaronder mijn docent Grunnegers Reinder van der Molen, zingen Staals evergreens. Ik houd van Staal. Eenvoudig, treffende teksten, Gronings, orgelmuziek. Staal doet me denken aan Meindert Talma. Eenvoudig, treffende teksten, humoristisch, rockmuziek, Surhuisterveen. Beiden hebben een zeer kenmerkende stem. Herkenbaar. In dit rijtje hoort ook het duo Harm & Roelof uit Sleen: cabaretesk en serieus, Drents en supermuzikaal.

WOENSDAG Op de dag dat bekend wordt dat eendenkroos de nieuwe groente is, bericht nicht Suzette in haar nieuwsbrief dat ze in Arnhem het kunstwerk ‘Zeewierfilter’ exposeert op de expositie van Jan Mankes ‘Verstilling en strijd’ en dat ze meedoet aan een paneldiscussie over ‘Art & Activism’ met leden van ‘Scientist Rebellion’, de zuster van Extinction Rebellion. Suzette en Jan Mankes, een gouden combi! Daar kan (de geest van) Mankes blij mee zijn. Okee, maar hoe kom je aan zeewier? Oogsten!

DONDERDAG Kunstpunt heeft uitverkoop. Voor € 100,- tot € 250,- (geld dat je bespaart door enkele jaren kledingwinkels voorbij te lopen) neem je een schilderij, ets, zeefdruk, verpakt in bubbeltjesplastic, mee onder de arm.

 VRIJDAG In Onze Taal-kringen wordt gepraat over taalergernissen en -jes. Als oud-leraar Nederlands lees en hoor ik veel ondeugdelijkheden. Ik realiseer me dat ik milder word en ruil de rode pen in voor een zacht, grijs potloodje. Maar ‘hun hebben, die meisje, ik besef me, ik irriteer me aan, doe is normaal, de gasten worden koffie aangeboden, gaan we over naar het weer’ blijven me opvallen. Niet grammaticaal incorrect maar wel licht storend: het buitenmatige  gebruik van oprecht, eigenlijk en zeg maar. Waar ik over blijf vallen: boeken, uitgegeven bij serieuze uitgeverijen, die missers bevatten.

ZATERDAG Na Assen (Beilerstraat 84), Sleen (Zetelveenweg 4) een derde klassieke duiventil. Deze staat in Breede, tussen Rasquert en Warffum. Anders dan beide exemplaren in Assen en Sleen heeft deze geen invliegopeningen aan de lange zijden, enkel aan de kopse kant. Duiventilexperts weten te melden dat de til splinternieuw is.

Maarten van Rossem – De geschiedenis van het Nederlandse landschap (Nieuwe Kerk 30-0125)

De kracht van Van Rossem is dat hij historische wetenswaardigheden afwisselt met kneiterharde analyses, aangeboden in een goedmoedige lobbesverpakking en geuit met een zachte stem met Utrechtse tongval. Rustig heen en weer drentelend onder de kansel houdt de fitboy van de feitenkennis (dixit P. Freriks) zijn verhaal. Zonder plaatjes of statistieken. Af en toe een slok koude koffie nemend, ingeschonken uit een meegenomen kan. Het publiek is een afspiegeling van Groningen: stadjers, boeren, al dan niet gelovig, die graag mild worden gekastijd en voor die geseling vriendelijk applaudisseren.

Van Rossem voorspelt een rolberoerte voor de dominee, mocht er bij de preek evenveel publiek, 500, zijn als vanavond. Sowieso vraagt hij zich hardop af welk nut religie heeft; graag geeft hij als heiden, ook wel smerige linkse radicaal of Moslimknuffelaar genoemd, het geloof met de vuilnisman mee. Kerken zijn overbodig, aldus de spreker. Ook zijn er, weer mildelijk verpakt, harde woorden voor de boeren: Er is in Nederland geen ruimte voor deze met subsidies en fiscale voordelen overstelpte beroepsgroep. En: welke andere beroepsgroep met een minimale economische betekenis kan rekenen op een royale uitkoopcompensering wanneer blijkt dat het vak geen toekomst heeft?

En passant richt Van Rossem het woord direct tot het (aarzelende) publiek en bij te grote onwetendheid verwijst hij graag naar de boekwinkelier die met een kraam aanwezig is. Onderkoelde humor sorteert effect, zo demonstreert de professoraal pratende would-be-cabaretier.

Zijn boodschap is dat er geen platteland meer is; de scheidslijn stad – platteland is zo goed als verdwenen. Nederland is een parklandschap. De provincie Groningen is gewoon een onderdeel van de verstedelijking die als een schimmel of vlektyfus om zich heen grijpt. De uitdrukking ‘in the middle of nowhere’ kan in Nederland niet worden gebruikt. Steden zijn broedplaatsen voor creativiteit, op het platteland wordt niets verzonnen.

Heilige huisjes worden onderuit gehaald. De wereld is helemaal niet vol. Kijk naar Amerika (Wyoming is zes keer Nederland met de inwoners van Utrect), Frankrijk, Duitsland, Oost-Polen en verder oostwaarts. Van Rossems boodschap is dat de natuur, onze vijand, gruwelijk wraak zal nemen met bodemdaling en grondwaterstijgingen (die door de boerenstand op onnatuurlijke wijze laag wordt gehouden; zoals de boeren ook de leefomgeving aantasten met een gruwelijke chemische verdelging van insecten, die in stedelijke gebieden floreren) en overstromingen. Maarten ’t Hart is zo gek nog niet als hij een woonark in zijn tuin wil plaatsen. En wolven? Die richten, vergeleken met everzwijnen, nauwelijks schade aan. Maar houd de aantallen, vergelijk de bevers, in toom.

Zoals het een echte leraar betaamt schuwt Van Rossem de herhaling niet. Onder applaus spoedt hij zich naar de signeerhoek.

Pictura Wintersalon 2025

Een mooier naam voor een expositielocatie bestaat niet: Pictura. Letterlijk afbeelding: schilderij, borduursel, tekening, etc. Opgericht in 1832 is het een stokoude kunstclub. Je kunt je voorstellen dat de neusjes van de noordelijke regionale zalmkunst daar graag hun pictures exposeren. Ruim honderd werken/werkjes, gekozen uit meer dan 300, opgehangen/neergezet in een respectabel maar krakkemikkig (afbladderende verf, enkel glas, slechte klimaatbeheersing, onverwarmd, ongelijke vloer), gebouw. Voor het gemak heeft Pictura maar afgezien van vermelding van de door de kunstenaars gebruikte techniek en het materiaalgebruik. Jammer, want het geeft de geïnteresseerde bezoeker een uitgebluste indruk alsof de handdoek al in de ring ligt. Waarom? Nu kunstsubsidies voor Pictura zijn afgewezen zou je een extra inspanning verwachten.

Kijkend naar beeldende kunst draag ik vier graadmeters mee: raakt het mijn snaren, gaat mijn hart sneller kloppen en word ik vanwege de decoratieve waarde (wil ik het aan de wand hebben?) inhalig? Zie ik vakmanschap in de uitvoering? Stelt het, zonder een begeleidend, uitleggend schrijven, wat voor in een groter beeldendekunstgeheel voor zover ik dat doorgrond? En is de prijs redelijk?

Deze keer is mijn aanpak anders. Ik denk terug aan mijn tijd als docent aan het Esdal College in Emmen. Een collega tekenen maakte de leerlingen warm voor het thema Engelse drop. In verschillende technieken, in een uiterste aan kleurgebruik, kwamen de kleurrijke droplagen tevoorschijn in de vitrines tijdens de open dagen.

Mijn missie nu: waar heeft de vakdocent tekenen/handvaardigheid/textiele werkvormen iets aan? Waardoor kan zij/hij worden geïnspireerd? Ik zie zeker vier.

De grote objecten van Steenbruggen, Mensvis witoog (€ 1.250,-) en Sluierstaartmensvis (€ 1.350,-), staan of hangen in de ruimte. Over kippengaas zijn kleurige, uitgeplozen draden gespannen. Ideaal voor een groepsopdracht.

Ook geschikt voor meer dan één leerling: werk van Holper: Repetition Lines (€ 2.000,-). In alle RALkleuren gepunnikte draden zijn verticaal gespannen op een groot frame. Uiterst decoratief en niet te gecompliceerd. Ook van Holper: Repetition Dots (€ 2.000,-), een veelheid van kunstig geknoopte halve bolletjes op een ondergrond van witte draden gespannen.

Greetje Mulder presenteert een collectie kratjes met in elk daarvan een object. Ideaal voor bijna een halve klas. Prijs: voor het geheel in overleg, losse delen € 250,- tot € 350,-.

En misschien het werk van Lufting: in diverse vormen gedrongen zeil, gedeeltelijk beschilderd in heldere kleuren: Deep black + signal white (€ 875,-), of Yale blue + piglet pink (€ 875,-).

Verder viel nog prachtig werk op van Zetstra, Man bij het raam (€ 1.750,-) en, vooruit ook wat landschappelijks: Boersma, een expert in licht en schaduwen, met Shadow world Crownless I t/m VI (samen voor ( € 2.480,-). Nu maar samen met bezoekers, vrijwilligers en bestuur van Pictura bidden, hopen en aanvragen herschrijven opdat subsidiestromen in tweede instantie de goede kant opkomen.

JOURNAAL week 4 (2025)

ZATERDAG Gegeten bij Dokjard (Noorderhaven Zz Groningen) dat zichzelf afficheert als beste spareribsrestaurant. Willen we meemaken. We reserveren van 17.00 – 19.00 uur. Eerste indruk: hartelijke ontvangst, ruim, rustig, warm, mooi ingericht. Ober tutoyeert vanaf het begin en brengt alvast ongevraagd water. Perfecto. Het eigen blonde bier komt in blikjes. Waarom niet, denk ik na tien seconden. De spareribs zijn heerlijk en worden, met drie sauzen in kleine knijpflesjes op hout geserveerd. Frieten prima. Sla, een minuscuul stukje lof met wat (lekkere) kaas en peperkorreltjes: heerlijk maar onnozel klein. Vrouw I geeft ***** en ik een acht. Mijn tip: maak serieus werk van de sla -in tijden van flexitariërschap wordt groente steeds belangrijker. Waarom wel vlees in twee porties aanbieden en groente niet? Prijs € 75,- voor 4 drankjes en twee hoofdgerechten: okee.  Beste spareribs van Stad? We gaan op onderzoek.

ZONDAG Ergens voorbij Grijpskerk, rijd ik naast SpaakMaster Bernhard. Hij vertelt – fietsers zijn de bescheidenste mensen ooit –tussen neus en lippen door dat hij vorig jaar wereldkampioen is geworden. Wereldkampioen? Ja, in Nunchaku. Ik ken wel Aikido maar heb van Nunchaku nog nooit gehoord. Ademloos luister ik naar hem. Hierbij valt mijn opschepperig verhaal van in één dag van Ede Staal  naar André Rieu fietsen (340 kms/ 27/u, beweegtijd 12,5 uur) in het niet. Bernard, chapeau!

MAANDAG Na Rutger Bregman die in ‘Morele Ambitie’ beschrijft dat de daad bij het woord voegen effectiever is dan een bullshit baan, nu Tommy Wieringa die in ‘Konvooi, reizen naar een land in oorlog’ beschrijft hoe hij met andere schrijvers, enkele ingenieurs en rugbyers oorlogsmateriaal naar Oekraïne brengt. In een konvooi wordt de lange reis enkele keren ondernomen. Oekraïense soldaten ontvangen hen in opperste verbazing en dankbaarheid. Wieringa doorspekt ‘Konvooi’ met literaire uitstapjes. Mooi boek.

DINSDAG Nog steeds zijn er boeren die het lastig vinden de driekleur correct uit te hangen. Op de foto het Natuurpad bij Marum, de oude spoorlijn naar Drachten.

WOENSDAG Voor het eerst in mijn leven lees ik een boek over beeldende kunst in één ruk uit: ‘Hoe Van Gogh naar Groningen kwam’ van M. Jansen e.a. bij de overzichtstentoonstelling van Van Gogh in het Groninger Museum. Een kloek (1652 gram) boek, rijk geïllustreerd, en compleet met namenregister en verantwoording van de illustraties. In eerste instantie denk ik: een salontafelboek, meer om door te bladeren dan om te lezen. Van Gogh heb ik altijd beschouwd als (een van) de meest overschatte beeldend kunstenaars. Zijn de Drenten al verguld met het feit dat Van Gogh heel even in Nieuw Amsterdam is geweest, in het toenmalige Groninger Museum van Oudheden werden 128 werken van Van Gogh tentoongesteld.

DONDERDAG Meindert Talma treedt op in Stad. Voor mij het eerste concert in Vera. Veel al wat ouder publiek uit Scharnegoutum, Ameland, Surhuisterveen en Twijzel. Allemaal vrolijke koppen. Kalme deining. Talma zingt over herkenbare waarheden en ervaringen. Over opgroeien in Surhuisterveen, heit en mem die zich afvragen of zijn zang goed genoeg is voor een leven als muzikant en of een leraarsbaan met vaste werktijden niet beter is. Prachtige titel: Gezinsverbijstering. Zijn schoonmoeder die voor iedereen een bijnaam heeft. Tennissen in Noordhorn. De eerste zoen in het Noorderplantsoen. De zeven kerken in Surhuisterveen. Zijn zang is een soort zingzeggen, praatmuziek en klinkt in het Fries op zijn best. Hij wordt begeleid door een toetsenist, slagwerker en wee gitaren. Ik vind hem superhumoristisch in zijn onderkoelde vertellingen tussen de liedjes door. Heel sympathiek. Serieus. Gewoner dan gewoon. Bijna aandoenlijk, zonder een spoor van zieligheid. Zelfbewust en recht-door-zee. Met een eigen fanschare in een bomvol Vera (waar twee drankjes € 4,20 kosten).

VRIJDAG Met een waterverbruik van 70 m3 per jaar (bijna 192 l daags met twee personen) zitten we (ver) onder het landelijk gemiddelde van 270 l, maar veel is het natuurlijk.

ZATERDAG Oude tijden herleven. In Kollum had je in mijn jeugd drie slagers. De ene was een ongelovige hond, de tweede een fijne grefo en de derde een rielekste polderende hervormde. Sommige dorpelingen waren van één geloof en lieten de voordeelaanbiedingen van de ongewenste neringdoenden links liggen. Tilde je niet al te zwaar aan de geloofsopvatting dan profiteerde je luchtigjes van alle drie. Iets soortgelijks ontstaat nu met banken en berichtendiensten: er ontstaat een scheiding der geesten onder fijnproevende aanhangers van ING, ASN en RABO (ABN is helemaal besmet en doet bij de gewone man niet meer mee) en Telegram, WhatsApp en Signal. Een van mijn beste kameraden is nog zo van de kaart door de met liborrente frauderende RABO dat hij tikkies van die bank per kerende ASN-post terugstuurt. Gouden tijden.

Martin Hillenga – ‘Wadapatja’

Voor iedereen die ‘Palet van Groningen, Geschiedenis, kunst en cultuur van de stad’ (2016) van dr. Frans Westra te moeilijk was, is er sinds 2019 ‘Wadapatja, 101 Groninger tradities, gebruiken en (eigen)aardigheden’ van Martin Hillenga (€ 34,95). Prachtig vormgegeven, rijkelijk en kleurrijk geïllustreerd en (daardoor) ook voor de wat minder geoefende lezer, hail goud te doun. Het aardige is dat bij vele van de genoemde gebruiken en tradities de veelal verzonnen en met graagte doorgegeven historische herkomst wat wordt gerelativeerd. Vele gebruiken gaan niet terug tot de Germanen, maar kwamen pas de vorige eeuw in zwang. Minder leuk is dat er is bezuinigd op tekstcorrectie. Was een tekstuele aberratie vinden bij Westra haast ondoenlijk, in Wadapatja staan er enkele te veel. Toch: een vet boek, niet zelden ook met een humoristische ondertoon.

Wadapatja, met een prettig werkend register, is een must voor iedereen die in Groningen woont. Is zich enigszins verdiepen in de streektaal voor veel nieuwe inwoners teveel gevraagd onder het merkwaardige mom ‘in Stad wordt nauwelijks Gronings gesproken’, het boek Wadapatja lezen zou als vestigingsvoorwaarde voor de Stad & Ommeland mogen gelden.

Het boek is onderverdeeld in negen hoofdstukken met minimaal vijf (Bestuur en recht) tot 23 (Eten en drinken) subhoofdstukken. Wat was nieuw voor mij? Behoorlijk wat. Het interessantst voor mij als duivenliefhebber was het hoofdstukje over de Groninger slenk, een duif die zoals de veel bekender tuimelaars een uiterst aparte vliegwijze heeft: de luchtacrobaat slenk stijgt bijna verticaal op, door kenners springen genoemd om daarna over te gaan op ‘zwemmen’ en ‘zeilen’; nou ja, lees de pagina’s 200 t/m 202 vooral. Ook kom ik mezelf tegen als student van de Groningse taal: de door mij gebezigde variant is het ‘hyper- Gronings’ (p.46). En wat een gemiste kans bij de keus van het ontwerp van de provincievlag: naast de stijve variant die het is geworden was een speelse: een edelsteen met een gouden rand, naar het Groninger volkslied: ‘een pronkjewail in golden raand’.

In de inleiding veel over de verschillen tussen en overeenkomsten met Drenten en Friezen en over terminologische gevoeligheden in de woorden folklore, volkscultuur, tradities, immaterieel erfgoed en culturele bagage. Voor de in Groningen geïnteresseerde lezer wil ‘Wadapatja’ een reisgids zijn. Wat apart ja! Een aanrader!

JOURNAAL week 2 (2025)

ZONDAG Feestjes duren op zijn best max twee uren. Een uurtje uitloop, vooruit. Etentjes met vrienden -eten met familie voorbij de eerste graad komt hoogstzelden voor- gaan naar drie, hooguit drieënhalf. 69 worden schept verwachtingen. Dovencafé LUHU reserveert het cafédeel voor ons. Ik houd van LUHU. Niet omdat we meedoen met hun crowd-funding maar, nou gewoon, misschien door de altijd vrolijke Engelien en Dascha. Soms probeer ik me in te beelden wat het is om niets te horen. Key words: communiceren en je best doen. Wil je echt contact maken met een naar de bible-belt uitgeweken vriend, een lastig familielid, een partner met exotische SM-fantasieën, een Syriër, Eritreër, Sloveen, iemand die slechts Nederlands, Fries of Gronings spreekt, een projectontwikkelaar, ’n  contact mijdende buur, een burgemeester van een omgekeerdevlaggengemeente, iemand die doof is? Kruip uit je schulp, oud woord voor comfort zone, en stel je open voor contact en leer (wat van) de taal die je nog niet beheerst. Van drie tot vijf, vooruit kwart over, geniet ik van ouder worden.

MAANDAG De enige mogelijkheid om burgemeester Ard van der T. van Westerkwartier, waaronder omgekeerdevlaggendorp Marum ressorteert, te spreken is naar de demografisch homogene koker van de nieuwjaarsreceptie van de provincie gaan. Als bijvangst hoop ik op Roos G., museumdirecteur. Het is erg druk. Ik loop wat rond en ga bij de trap staan, mijn fuik, en zie het sympa hoofd van Van der T. Ik maak me bekend als VBFsympatisant ¹ en dat Marum nog niet schoon is. Of hij het VBF steunt. Vriendelijk maar beslist klinkt: ‘Nee, diefstal van persoonlijke eigendommen is verboden.’ ‘Meneer Van der T., schaamt u zich niet kapot dat juist in uw gemeente de vlaggen, nu, net voor het 80-jarig bevrijdingsfeest, nog steeds omgekeerd hangen langs de snelweg?’ ‘Nee,’ antwoordt de burgemeester. ‘Iedereen heeft recht op zijn mening en mag dat ook op zijn eigen terrein uitdragen.’ Van der T. haalt nog een arrest aan. ‘En als ik u was zou ik voorzichtig zijn. U maakt zich nu bekend als sympathisant van een wetsovertreder. Strafbare feiten als diefstal kunnen vervolgd worden.’ Ik bedank hem voor zijn waarschuwend meedenken.

De receptieorganisatie is ondermaats, CDK René P. schijnt niet te begrijpen dat de aanstaande deconfiture van Koen S. en het politieke provinciale gekrakeel tot extra bezoekers leidt. Het doet me aan een diploma-uitreiking denken met weinig gezakten of een Halina Rijn-première in de kleinste zaal. Haringen in een ton. Ik luister een paar meter voor de wijd open deur naar René P. Obligate woorden als ‘Niet door de knieën gaan, Den Haag kan zeggen wat hij wil,’ dwarrelen door de deuropening als sneeuwvlokjes op een warme vloer, de oude klaagzang. Ik voel me als in een overvolle Tokiose trein en onderdruk mijn fantasieën, de tassluiting van een te grote Louis Vuitton prikt in mijn billen. Het lekkere Issey Miyake-parfum, of toch Tease 25, van de politica naast me, maakt me onrustig. Terug naar het atrium, waar de door luidsprekers galmende toespraak me kalmeert. Onverstaanbaar door onverschillig gepraat en geroezemoes van blauwe BBB- en CDA-pakken met nieuwe elleboogstukken. Broekspijpen die op de groei zijn gekocht. Het respect voor de CDK is als dat van vier-VMBO voor de rectorwoorden terwijl de bar al open is.

DINSDAG Dat Halina Rijns film ‘Baby Girl’ alleen voor vrouwen interessant zou zijn is kul natuurlijk. Ons filmclubje, vanavond met 12 pax, beoordeelt de film met zevens en achten. Zelf een superfantaseerder zie ik een interessante vrouw, met bijzondere, onderdrukte fantasieën. Tegelijk zie ik een voor feministen schadelijk cliché: geëmancipeerde vrouw vermijdt gesprek met haar partner en onderwerpt zich nederig aan dominante passantman. Prachtfilm, erotisch getinte thriller. Soms langdradig. Blij dat ik het interview met de regisseur in de VK gelezen heb. Leuk nagesprek in het ForumFilmCafé met voornamelijk vrouwen. Heey, zie ik daar een kopie van ceo Romy zitten?

DONDERDAG Mijn fiets brengt me naar Grijpskerk en Kommerzijl. Ik laat me rijden en volg waar de wielen naartoe willen. Onderweg een groot, magisch, stalen kunstwerk (1997, van beeldend kunstenaar Gert Jan Mulder). Een mier? Vooral de in het landschap blendende kleuren maken indruk op me.  

VRIJDAG De film ‘L’histoire de Souleymane’ is een must-see voor mensen die meer willen weten van het leven van als fietskoerier in Parijs werkende vluchtelingen. Wat een mooi, realistisch gefilmd verhaal. Als buitenstander voel je je bijna medeplichtig. Ik probeer gedachten aan een Syrische en Eritrese jongeman die ik sinds kort ken uit te bannen. 

(¹Vlaggen Bevrijdings Front)

Nieuwjaarsconcert met Westerbrink en Bach in Akerk

1 januari 2025. Ik verplaats me in E die naast me zit te luisteren naar Westerbrink die oma Schnitger bespeelt in de Akerk. E is van Noorderzon, EuroSonic, popmuziek. Naast elkaar zittend kijken we naar een kolos glimmend brok hout met verticale loden pijpen in wisselende grootte. Verderop in de Akerk: de foto-expositie ‘Pixel Perceptions’, bijzondere fotografie gemaakt met hulp van Artificial Intelligence (AI). Langs de in gelid staande stoelen waait warme wind uit de vloeropeningen.

Er klinkt muziek uit Schnitger. Westerbrink speelt Bach. Hij toont zijn – beetje high brow –  kunsten. Uit de 1080 stukken kiest hij een aparte selectie. In het publiek zitten enkele kinderen, liefhebbers, kenners, waaronder veel organisten en E. Halverwege gebeurt iets ongewoons. De organist stopt. Vanachter de voor de ons niet zichtbare speelpositie roept hij iets naar het wakker geschrokken publiek. Ik hoor het woord ‘register’. Zit zeker een register wat vast. Hij begint opnieuw.’ E port in mijn zij en zegt dat ze iets mist, een opname van de spelende organist, geprojecteerd op een beamer. ‘En wat doet de achter het orgel langs heen en weer rennende mevrouw?’ fluistert ze. ‘Dat is de registrant, de page turner.’ Zonder haar is de organist niks. Een man zonder fiets, een auto zonder navi. ‘Waarom staat ze niet vermeld in het programma?’

Bach komt tot ons in toccata’s, fuga’s koralen en wat niet. Het enige waar B zich niet aan waagde was de opera. Een aantal van de vanmiddag gespeelde werken heeft als thema de verstrijkende tijd, de overgang naar een nieuw jaar, bijvoorbeeld ‘Das alte Jahr vergangen ist, wir danken dir Herr Jesu Christ’ en ‘Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit’. De atheïsten onder ons gnuiven wat en knijpen een oogje toe, het gaat immers om de muziek.

Voor ons twee slapende kinderen, verder veel ouderen, waarvan enkelen een wedstrijdje knikkebollen lijken te doen. E is by far de jongste (en één van de leukste) volwassene en ik voel me een oudere jongere. Ik ben wat in verwarring en vraag me af wat of de organist doet. Werkt hij aan een nieuw publiek, of is het een soort masterclass?

Na afloop bij een bekertje Glühwein en een koude oliebol zonder poedersuiker (protestanten haten hedonisme; en zijn anders dan katholieken meer op eenvoud en zuinigheid dan op uitbundigheid ingesteld) hoor ik dat de laatste chocomelk is aangebrand. Het publiek wisselt luisterervaringen uit. Het meesterlijke, geweldige slotstuk, Passacaglia in C, met zijn schier eindeloos herhaald thema staat fier op nummer één. Het nestelt zich in de hoofden van de luisteraars van wie het merendeel – bijna onhoorbaar – tevreden en ingelukkig heeft zitten meeneuriën.

Oudejaarsconcert van Kemler en Bronda in Lutherse kerk Groningen

31 december 2024. Voorbijrijdende brutale drugsdealers en pooiers werpen ons vanuit hun verlaagde Benzen kwade blikken toe vanwege de drukte naast hun domein. Jammer, maar vandaag leveren de hoerenlopers de Haddingestraat in aan de muziekliefhebbers. Voor de Lutherse kerk staat een rij als voor een vuurwerkverkoper, een oude gebontjaste mevrouw naast me spreekt er schande van dat ze moet queuen. Ik geniet nu al.

Kemler (in het programma hier Oliver en daar Olivier genoemd) wordt door zijn massaal opgekomen matties met gefluit en geroep verwelkomd. Hèhè, eindelijk wat leven in de brave brouwerij. De kleurloos opgetuigde fel oplichtende kerstboom stemt wat berustend saai. De klankkleur komt van Kemler. Kristusziele, wat een lekkere stem, met een bereik van hoog tot laag, luid en duidelijk tot knisperend fluisterend, van donker tot helder en alle dynamische varianten en tonaliteiten er tussenin. Spatzuiver, frank en vrij en vrolijk. En, godzijdank, niet versterkt.

Begeleider Tymen Jan Bronda bespeelt de Ahrend, Van Oeckelen en Schnitger al net zo lekker en dan ook nog een oude vleugel die in het programmaboekje (vanwege de verschoten schimmelige bruine kleur?) maar niet wordt beschreven. Bronda heeft zich uit de naad gestudeerd horen we. Bachs Toccata & Fuga d kleine terts klinkt geweldig en overstemt vleugen cobra en carbid  van het Zuderdaip en versleten uitlaten van passanten.

Het programma stuitert van oud naar minder oud: van Schütz en Bach via Purcell, Händel (hier Handel geheten), Frank, Haydn, Schubert, Brahms, (jonkie) Duparc en Krebs naar weer Bach. Een fraaie staalkaart van tijden en smaken dus. Kemlers huisgenoten doen wat de rest van het publiek heeft afgeleerd: ze schreeuwen, stampen en fluiten de hele boel bij elkaar als in EuroSonics voorprogramma.

Wow, wat een zanger, deze Kemler. En het grootste deel uit het hoofd. Dat biedt hem een vrijheid die hij ook gebruikt: vrijmoedig inspecteert hij de rijen en zingt (goed en prudent gekozen) over de ‘krachtlose smachtende Mensch, Völker, aus der Stadt gezogen, die das Land bedecken’, je begrijpt, in een kerk met de naam van antisemiet Luther formuleer je bedeesd in deze barre tijden.

Dat er te weinig programmaboekjes zijn vind ik een goed teken. Maar ik vrees dat dan ook de oliebollen en de bubbels mankementen vertonen en poets de plaat.

JOURNAAL week 52: Herman Koch ‘Luchtplaats’ en Arteriitis Temporalis  

WOENSDAG met kerst lees ik ‘Luchtplaats’ van Herman Koch. Ik word aan mijn oor door het verhaal gesleurd en pas op de laatste pagina weer losgelaten (zoals Koch het op p. 161 treffend verwoordt). Soms lees ik een zin of passage hardop voor aan vrouw I: dood, misdaad en verderf met stijl en niveau. Koch veegt via Derek L., Hanna en Simon op licht humoristische, lichtvoetige tot zwaar-cynische bijna wrede toon de vloer aan met drugsdealers, fantaserende brave huisvaders,  middelbareschoolleraren, Montessorileerlingen en -scholen, feministen, huismoeders, huisgebrouwn bier, galerie-eigenaren, expositieopeningbezoekers, beeldend kunstenaars, Fonds voor de letteren-auteurs, leesclubvrouwen in gevangenissen, vrouwen die het altijd fijner vinden een te opdringerige man van zich af te moeten duwen dan het handje van een heilige te moeten drukken, egotrippende talkshowhosts die leeswerk aan medewerkers overlaten, de niet al te intelligente meerderheid van de mensheid, luie uitgeverijredacteuren, luie journalisten, frauderende rechercheurs en politie. Tussendoor wordt er afgerekend en van dichtbij door hoofden van in het bos knielende slachtoffers geschoten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

VRIJDAG Arteriitis temporalis is een ontsteking aan je (linker) slaap. Sinds twee dagen is mijn linker slaap wat gevoelig. Zit de bril te strak? Google herkent het. Lijd ik aan (een lichte vorm van) arteriitis temporalis? Het woord temporalis stelt me gerust omdat ik denk dat het ‘tijdelijk; betekent totdat ik leer dat het Latijn is voor de slaap. Ik vraag me af of ik pijn voel of een gevoeligheid(je). UMC Utrecht biedt goede info. Ook Huisarts & Wetenschap is duidelijk. Ik herken me in agrariër De Bos die niet vaak bij de witte jas komt. Ik heb geen koorts, geen hoge bloeddruk (ik meet zelfs èn links èn rechts), wel voel ik iets bij hevige kaakbewegingen. Mijn Sloveense student geneeskunde oppert dat het misschien een gevolg is van bruxisme, maar volgens vrouw I knars ik niet meer, wel heb ik af en toe restless legs, maar ja mijn stalen bovenbeenspieren willen soms ademen, natuurlijk. Prednison wordt voorgeschreven als de symptomen hevig zijn. Paardenmiddel Prednison is een ontstekingsremmer, weet ik nog. Aha, ik heb nog wat Ibuprofin liggen, tegen milde ontstekingen. Twee rode pilletjes dan maar.

ZATERDAG De hypochonder in mij ontwaakt. Complicaties kunnen hevig zijn, o.a. blindheid aan één oog. Ik zie niet wazig, voel geen verdikking, heb geen verergerende hoofdpijn of verminderde eetlust of gewichtsverlies, maar ben wel af en toe wat moe en heb een gevoelige hoofdhuid. Ook nachtzweten komt wel eens voor, bijna 69 hè. En nu ik erover nadenk: een poos geleden zag ik wel miniatuur lichtflitsjes, heel soms voel ik een soort draaierigheid bij plotselinge zijwaartse bewegingen en ben ik twee jaar geleden ook niet eens met de (race)fiets van het betonnen fietspadje geraakt zonder aanwijsbare oorzaak? Misschien maandag toch even Jopie (de voornaam van onze huisarts in Sleen, een naam die we gemakshalve ook voor onze huidige huisarts, die overigens Jan-Willem heet, gebruiken) bellen. De casus van de 65-jarige akkerbouwer De Bos stelt me niet gerust. Ik deel zijn stijfheid in schouders en bovenbenen, maar of De Bos een racefietser is, lees ik niet en ik sjouw niet met zware zakken bintjes. Wel heeft hij ook een blanco voorgeschiedenis. Even kijken of ik morgen 60 kms met SpaakMasters mee wil doen.

ZONDAG pijntje is z.g.a. verdwenen. Jopie gaat me nog niet zien en ik kom niet in de statistieken van de 90 % huisartslastigvallers met kwalen die na enkele dagen vanzelf oplossen.

Beste Klaastaallezer,

Het is bijna 2025, dus tijd voor een terugblik en een nieuwjaarsgroet. Die laatste in het Gronings. Mijn toezegging, een fles champagne voor de beste vertaling, gaat waarschijnlijk naar Emmen, waarvandaan twee behoorlijke inzendingen kwamen. Instinker was het woord ‘liepen’ dat niet de verleden tijd van ‘lopen’ is maar ‘huilen’ betekent. En ja, de nare onverzoenlijke houding tegenover de duif is natuurlijk een metafoor voor de vluchteling die zijn heil in ons land komt zoeken.

FIETSEN Mijn jaardoel, 7300 kms, 20 per dag, heb ik ruim overschreden. Het werden ruim 8.200, 22 per dag. Oorzaak hiervoor is natuurlijk de ultrarit Groningen Maastricht en de eraan voorafgaande voorbereidingskilometers. Voor 2025 blijf ik weer het twintigkilometerdagdoel aanhouden.

KLAASTAAL Als ik de Google Stats goed lees kom ik op de volgende wetenswaardigheden: ik schreef sinds begin van KLAASTAAL 547 posts. In 2024 circa 100 posts met 11K weergaves en 5,1K actieve gebruikers die 1,34 leestijd investeren. Meest gelezen stuk is en blijft mijn open brief uit 2020 aan projectontwikkelaar Peter van Dijk in Emmen. Primo! Zoals ik zelf wel eens google op namen als Guoaitske Sjoerdsma die me ooit eens slapeloze pubernachten bezorgde, zo zijn er ook gasten die mij via mijn eigen platformpje traceren. Afgelopen jaar maar liefst drie met hernieuwde, fijne contacten in Meppel, Turnhout en Blauwestad, met dikke verhalen over mijn wildeharenjaren en bezoeken over en weer tot gevolg. Alle uit de beginperiode, resp. 1980, 1978 en (ongeveer)1985 van mijn docentschap.

ZINGEN Voor de zesde keer verbond ik me aan het Grootkoor. Een projectkoor dat gericht is op vijf keer repeteren, en daarna een grootschalig kerstconcert in muziektempels van naam: De Nieuwe Kolk in Assen, de Martinikerk in Groningen en het Concertgebouw in 020. Naast fietsen, lezen, schrijven geeft zingen me zeer veel voldoening.

ORGELmuziek. Natuurlijk moet ik wat glimlachen als Nan van Groeningen, naast Etty van der Mei dirigent van het Grootkoor, Martin Mans de beste organist in Nederland noemt. Hij is steengoed, ja, maar de beste? Mwaaah. Nog steeds groeit mijn belangstelling voor orgels en orgelmuziek. Het is niet voor niks dat ik Gert van Hoef engageerde voor ons (SCDZ) kerstconcert in Aalden.

GRONINGS In februari start mijn tweede cursus Gronings: Kurzes Konversoatsie met docent Reinder van der Molen. Naast mijn nieuwsgierigheid naar deze mooie streektaal schuilt mijn doel om mijn hersenen actief en dementie buiten de deur te houden. Mede dankzij mijn studiemaat uit Potjewol studeer ik. Mijn methode: ik lees simultaan een boek of drie, markeer de woorden die ik niet ken, sla die op in een Excel-bestandje en zoek de betekenis op in Van der Laan. En sja, dan krijg je dit dus:

                                                                                                                   MOI

Noa drij joar Stad binve groots

op Grunn, stad van vrijhaid, reuring.

Mor tougelieks vuilen wie ons

verbaalderd, toesterg, den vrijhaaid

is, in tied van blink en blister en

gedinken lutje potje oet Bethlehem,

kulkouk veur flonke doevm dij in

verdomhouk liepen, din zie kriegen

antikonsepsie hormoontjederij

oet stadhoes, zie binnen nait welkom

getuge schaarp stiekelhek maank

Metinitoren en biebeltaik: sikkom

welkom as slovve ol kraanten op

taandes schiethoes, of gif veur

dorpsgek. Olde Droakerk snokt,

schoeft gele schiere kop meroakels

aan zied; of nikkopt e? Tou, zeg t mor.

Op noar een vogelvrundelk nijjoar

2 0 2 5