Slechts vier repetities zijn er nodig, dan nog een generale en vervolgens knallen in de Martinikerk. We repeteren in een kerk in Haren. Dik 140 zangers. Bij de tenoren: herkenbare uitslovers, natuurtalenten, goedewillers, optimisten, durfallen, roekelozen en alles daartussenin.
Het Grootkoor betekent zeker geen hogeschoolzang van gesjeesde conservatoriumstudenten in Bijenkorfkleedjes die ooit Engels kregen in miniklasjes, maar desondanks het verschil in uitspraak tussen taught en thought of body en buddy maar niet onder de knie krijgen. Volkskrantredacteur met specialisatie koorzang in en rond 020, Guido van Oorschot, heeft nog nooit van het grootkoorbedrijf met 14 vestigingen en 2000 zangers gehoord. (Stel je Volkskrants voetbalredacteur Willem Vissers eens voor zonder kennis van de amateursport…) Sja. Ik informeer Guido als ik weer eens iets lees over een minimalistisch aan vette subsidiekoorden bungelend bubbelkoortje dat voor 50 familieleden optreedt. Ons Amstelringconcert in het Concertgebouw is stijfuitverkocht.
De tenoren zijn in elk koor de smaakmakers. Denken ze. Vier hebben de inzet van betaaldvoetbalspelers die na de training nog blijven hangen en extra panna’s en tweebenigheid bij corners oefenen. En hoog druk zetten uiteraard. Erna, Johan, Rogier en ik spreken extra repetities af op zaterdagmorgen. We studeren als een gek. Alles uit het hoofd zingen is het doel opdat we dirigenten Etty & Nan kunnen fixeren. En ons handhaven naast de vocale suprematie van de sopranen. Heerlijk zingen. Vanuit de tenen. Rogier houdt de muziektheorie in de gaten, Erna de dynamiek, Johan de helicopterview en ik zorg voor thee, Fisherman’s Friends en app de buren dat het heus niet lang meer duurt.
Het gaat goed, vooral als de tenorpartij smaakmakend leidend is in ‘Tollite Hostias’ van Saint Saëns. ‘Transeamus’ van Schnabel. Händels ‘For unto us’ met een bijna onmogelijke inzet voor tenoren. Het gevoelige Franse ‘Entre le boeuf’, met die op het eerste gezicht onbegrijpelijke titel. En een hele serie carols, evergreens uit de beste internationale kersttradities. Gastsolist is Henk Poort met een hopelijk niet microfonisch versterkte superstem. En Martin Mans op het beste orgel in Europa. Komt allen tezamen…..
Tickets à € 20,- in de voorverkoop. Zo lang de voorraad strekt.


In het Der Aa-theater laten we ons op 9 november verrassen. Wat een prachtige voorstelling van de Groningse theatergroep WAARK. Schitterende teksten (voor mij als student Gronings nog aan de moeilijke kant maar het meeste begrijp ik), een supergoede groep toneelspelers, fijne muziek, verrassende theatrale vondsten, kleurrijke, artistieke, cartooneske projecties op de toneelwanden, en een bijzonder inhoud. Bijzonder, bizar en absurdistisch & licht filosofisch. Met complexe verwijzingen naar de historie, omfloerste naar het nu, volgen bijzondere scenes zich naadloos en vloeiend op. Eersteklas -witte – kostuums. Op een kleinigheid na prima geluid en goed licht. En alles met een aanstekelijke lach.
ZONDAGMIDDAG We bezoeken de expositieopening van twee Ploegkunstenaars in Watertoren West (Groningen): Silvia Benniks en Lydia Jonkman. Beiden beheersen de schildertechniek tot in de puntjes, zij het vanuit een andere werkmodus. Bij Lydia zien we veel vrolijke koeien in dito (Italiaanse) landschappen; bij Sylvia realistisch figuratief werk met surreële ondertonen. Felle kleuren. Beide Ploegers schrikken er niet voor terug een extra dimensie op het doek aan te brengen: Sylvia met extra papierlaagjes en Lydia met sieraden voor mevrouw koe. We zien zelfs diamantjes in de ogen. 
WOENSDAG Mijn aan het begin van het jaar gestelde fietsdoel, 20 kms per dag, is in de pocket. Kilometervreter Rob, die uit Oring komt fietsen, ontmoet ik in Gieten en samen pedaleren we Groningenwaarts. Onderweg bespreken we wereldproblemen en onze bewondering voor powervrouwen Kammala, Carola, Sigrid, Femke en -man Koen. We verketteren boeren die wel elk weekend naar Agri-beurzen dieselen om steeds zwaardere en duurdere, fiks door de EU gesubsidieerde, tractoren te kopen maar vergeten kleiresten van fietspaden te verwijderen na de bietenoogst. We aarzelen over de vraag of en hoeveel uni’s kunnen bezuinigen en waarom in hemelsnaam in elke stad Frans, Duits, Monegaskische planologie, Vaticaanse bedrijfskunde, Retoromaans en Slavische letteren gestudeerd zou moeten kunnen worden.
Op naar Mokum. 020. We reizen met de NS. Ruim, relaxed, goedkoop en op tijd. We verbazen ons er zeer over dat kaartjes knippen passé blijkt. In Amsterdamse trams het tegenovergestelde: in het midden van de tram zit een gisse reisbegeleider, vaak met superieure nagellak, die nauwgezet het inchecken controleert en daarnaast alle reizigersvragen beantwoordt. Bezoekjes aan fotomuseum Foam, lekker door de stad slenteren, het Stedelijk badkuipMuseum, een bijna bedwelmend concert in het Concertgebouw, een terrasje daar en hier, buiten de deur ontbijten, interessante ontmoetingen: fijne ingrediënten voor twee daagjes 020. Dat niet elke binnenstads-Amsterdammer, meestal gehuld in keurige Zara- of Bijenkorfkleedjes, zich bekommert om straatvuil, is jammer.
In het Stedelijk Museum een grote expositie van Miriam Cahn ‘Reading Dust’. Aangrijpend los geschilderd werk met vrouwen in ongemakkelijke of gevaarlijke – aan mannen te wijten- situaties. Een waarschuwing aan het begin van de Cahn-zalen is zeker gepast. Spooky, indringend, kwetsbaar, rauw, naakt, genadeloos, wreed, emotioneel. Vaak eenvoudig geschilderd, met veel slachtoffers en enkele daders. Opvallend de gesluierde vrouwen in onalledaagse outfits. Vergeleken met de lange rijen voor het Rijks is het SM uitgestorven. In de tram terug overdenk ik hoe de Joodse kunstenares Moslima’s op het doek zet.
door Jeroen en Sandra van Veen, Sonja Lončar en Andy Pavlov. Anderhalf uur bijna bedwelmende, minimalistische, als een perpetuum zichzelf herhalend maar toch steeds net even andere muziek. Ik kende de Canto alleen op orgel van Toon Hagen en moest niets van een uitvoering op piano hebben. Maar vier vleugels komt echt in de buurt. Na afloop is er aan een vier meter brede bar een drankje voor de 1.000 bezoekers. De vier musici staan iets verderop bewonderaars te woord in de gang. Dat ik tegen willekeurige bezoekers mijn mond houd over ons (stijf uitverkochte) Grootkoorconcert in december, noemt vrouw I een wonder.



WOENSDAG Het Planetarium van Eise Eisinga (1744 – 1828) was nog een blinde vlek. En dat terwijl ik ooit in Franeker werkte (aan C.S.G. Anna Maria van Schurman). Vol verbazing en bewondering kijken we naar het stuk huisvlijt. Eisinga was een genie. Een multitalent, hij was ook een wolkam- en wolverfspecialist. Omdat een imbeciele godsdienstfanaat, een dominee uit Bozum, het einde der tijden voorspelde vanwege een vermoede planetenclash, dacht de jonge Eise: laat ik eens bewijzen dat dat onmogelijk is en bouwde aan het woonkamerplafond een
installatie die de werking van de planeten toont. Eise is ook een activist, hij verzet zich tegen prinsgezinden, wordt veroordeeld, gevangen gezet en voor vijf jaar verbannen. Hij doet me denken aan tijdgenoot
VRIJDAG De duiventil van camping 
De Buitenplaats biedt de museumbezoeker vier smaken, waaronder drie lekkernijen: de expositie Power to the Flower, een wulpse, uitbundige tuin, het Nijsinghhuis en een thee- en taartjeshuis. Van deze vier bevalt de expositie ons het minst.
Als ik in een appje naar een paar ouwe pikken schrijf dat ik bij het zien van Power to the Flower moet oppassen niet in elke (gestileerde) bloem vaginale symboliek te zien, dan overdrijf ik natuurlijk. Ik relativeer de (gepretendeerde) schoonheid van het geëxposeerde. In twintig minuten doen we de tentoonstelling. Ik houd van bloemen, kleurrijk, wild, uitbundig. Maar hier zien we merendeels latente, fletse kleuren met een hoog zuurtjesgehalte. Blommen op keramiek, druk, textiel, fotografie, schilderijen. Een paar grote stukken redden de boel; zie foto’s van Ruud van Empel en Luzia Simons. 
bomen, interessante beelden, een vijver, spannende paadjes, een moestuintje (in werkelijkheid meer een miniatuurkruidentuintje). Dan het interessante Nijsinghhuis met door Röling en Muller schitterend beschilderde muren. Een antieke keuken en een erotisch kabinet. Waarom nou net daar, in het kleinste kamertje, de gids uitgebreid uitleg staat te geven aan senioren met blosjes op de wangen? En tenslotte een viersterren thee- en taartjesuitspanning met een terras.
ZONDAG Lekker stoempen, sleuren en sjorren met de Spaak-matties. Ik ga een paar keer tot nabij mijn max. Mijn bovenbenen zeggen ja, maar mijn hart en longen vloeken en tieren. Ik ga mijn trainingsintensiteit veranderen. Doordeweeks twee keer 40 kms fietsen op mijn 16,7 kg zware Sensa Livigno Evo en dan op zondag 60 op Giant TCR die maar 9,6 kg weegt. Ik verbaas me over verhalen van road-captain/economieprofessor die vertelt op de uni veel tijd kwijt te zijn aan effecten van aangekondigde bezuinigingen op onderwijs. Huh, onder werktijd vakbondsvraagstukken oplossen? Ik was lang bestuurslid van onderwijsvakbond ABOP. Onze directeur, zelfs vakbondsman in hart, hoofd en nieren, gaf ons alle ruimte, tot het organiseren van een conferentie over vredesonderwijs aan toe. Maar wel buiten schooltijd.
MAANDAG Flauberts ‘Madame Bovary’ herlezen. De eerste keer was ik 28, zie ik voorin het boek. ‘Voor Inge, mijn eigenste Madame Bovary’ schreef ik met een romantisch handschrift. Waarschijnlijk voordat ik het boek had gelezen. Want wat sterft ons madammeke smartelijk en groots en dramatisch. Wat een heerlijk boek.
WOENSDAG Onze buurtvereniging organiseert voor de derde keer een geveltuinwedstrijd, met als inzet het felbegeerde gouden schepje. Uitreiker is dit jaar Dick Jager, hoofd van The Green Office van de RUG. Eerder hadden we Jean Pierre Rawie en Ynte de Groot. Onze vereniging heeft doelstellingen als verduurzaming, het tegengaan van hittestress, reguleren van regenwater, kortom het vergroenen van de stad, hoog in het vaandel staan. Graficus Han Santing verzorgde voor de derde keer de flyer/poster.
VRIJDAG In de Akerk het concert Lugar Amor, Spaans-Amerikaanse barokmuziek. Kenden we nog niet. Liefhebbers van wonderschone kleinkoorzang komen aan hun trekken. Liefhebbers van interessante teksten liepen beter een hoekje om; gemotiveerde close-readers lopen vast in een dikke devote tekstbrij. Maar verder, werkelijk prachtig dit concert, met een viertal uitmuntende blazers die beurtelings leiden en ondersteunen als ceo’s in het topsegment van bedrijven. Aan het eind komt de klapper met ‘Gozos a Nuestra Señora de la Antigua’. Het koor zingt uit het hoofd en het plezier spat om zich heen als kwaliteitsverf van een nieuwe roller. Maestro Van der Spoel speelt subliem gitaar en duetteert met Claudia Velez op violone, een soort contrabas. Zangers spannen hun stembanden en lachspieren aan en er ontstaat een vrolijke, ritmische boel, je zou het haast jazzy en swingend kunnen noemen; in Spaanse verten hoor je castagnetten, klikklakkende dansers en tamboerijnen. Goed dat het klinkt!.
Schrijvende familie. Iedereen doet het. Hoop ik. Boeken en andere publicaties verzamelen van schrijvende familieleden. Na het overlijden van mijn oudste zuster ruimden wij haar huis op. En meer speciaal haar boekenkasten. Toen ik een plankje Klaziania aantrof kreeg ik het gevoel dat anderen met ‘een traantje wegpinken’ omschrijven.
Suzette schrijft in het Engels en tovert prachtige woordconstructies tevoorschijn, zoals het door ecoloog Suzanne Simard gemunte ‘wood wide web’. In het boek vind je een QR-code die leidt naar soundscapes. Zij paart beeldende kunst aan biologisch/natuurkundig onderzoek. Ze werkt graag samen met textielvakmensen, ecologische instituten als Natuurmonumenten, bedrijven (de leukste naamcombi: Wilfred Kalf uit – what’s in a name – Zwammerdam) en personen die met de natuur begaan zijn zoals Peter Kuipers Munneke. Achterin het boek staat een korte verklarende woordenlijst en een verantwoording van fondsen die deze publicatie, in een oplage van 500, mede mogelijk maakten. (
Het Luthers Bach Ensemble trakteert vrienden en vrijwilligers op een verrekt leuk zondagmiddagconcertje. Er worden ook twee overledenen herdacht. De voorzitter roemt hun legaat aan het LBE. Pragmatici herkennen een stimulans voor de levenden. Op de stoelen ligt een papiertje met een citaat van Luther. Wat een gemiste kans dat een kleine toelichting op de
ZATERDAG: In Leens wordt de cd ‘Mien end en mien begun’ gepresenteerd met muziek en teksten van Ede Staal. Peter Siebesma bespeelt orgels te Assen, Bedum, Leermens, Onstwedde en Kloosterburen. Het vocaal kwartet bestaat uit Reinder van der Molen, Hanneke van den Berg, Martien de Pauw en Taco van den Berg. En passant wordt er reclame gemaakt voor cursussen in het Gronings, georganiseerd door het Centrum Groninger Taal & Cultuur.
Er staan twee lezingen op stapel. Als voorbereiding op Blühms lezing bezoek ik nog snel het Groninger Museum. Prachtig gebouw. Prachtige collectie. Prachtige exposities. Maar wel een geslachtsdeelloze ijsbeer op het bordes. Na de Ploegzaal vraag ik aan drie medewerkers waar het werk van de huidige Ploegleden hangt. Ze weten het niet. Nog even gekeken achter de
schermen, maar ook daar niets. Niet alleen ontbreekt nieuw Ploegwerk, ook een verwijzing naar de club ontbreekt. Ik fantaseer over een vergelijking. Iemand schrijft een boek over het in 1900 opgerichte Ajax. Maar omdat de kwaliteit de laatste halve eeuw in de ogen van de auteur (een voetbalprofessor nog wel) ondermaats is, wordt de laatste 62 jaar van de club botweg overgeslagen.
De Nieuwe kerk. Brokken (1949), een statige, statische man met nog een vouw in de pantalon, vertelt over zijn nieuwe boek ‘De Ontdekking van Holland’. Hij lijkt vastgeplakt aan het katheder. Blühm (1959) (door de inleiders Bloem genoemd) doet alsof hij een college geeft. Via een headset spreekt hij van links naar rechts wandelend, het publiek, kwinkslagen uitdelend, toe. Over de volgorde van beide sprekers is nagedacht. Bij Brokken volstaat luisteren; bij Blühm, gevat en geestig, die uiterst interessante vragen stelt, moet je ook nog wat nadenken.
Blühm is een echte, door Narcissus geraakte, docent. Hij weet het publiek te prikkelen. Plaatjes van omgekeerde – don’t try this at home – schilderijen, en die dan vergelijken met andere omgedraaide werken, bieden interessante, onvermoede, misschien vergezochte inzichten. Verwachtte de gemiddelde bezoeker een verhaal over de landschappen van de Ploeg te krijgen, Blühm betoont zich een wereldburger en trakteert de goegemeente op een landschapsreis door de wereld, nou ja, Europa en de VS, om daarna godzijdank wel in Groningen terug te keren. We zien een interessant landschap van Alida Pott, één van de weinige vrouwen in de Ploeggelederen, aldus Blühm. Een van de weinige? Nou ja, als je gemakshalve voorbij gaat aan de laatste halve eeuw Ploegers met de (landschappen schilderende) vrouwen Benniks, De Groot, Velthoen, Alkema, Cornelius, Van der Wal, Van der Woude, Buigel Boering, Klaveringa (en meer) wel natuurlijk. Blühm slaat gemakshalve de Ploeg na 1975 over.