Kerstconcert Grootkoor in Martinikerk Groningen: 18 december 2024

Slechts vier repetities zijn er nodig, dan nog een generale en vervolgens knallen in de Martinikerk. We repeteren in een kerk in Haren. Dik 140 zangers. Bij de tenoren: herkenbare uitslovers, natuurtalenten, goedewillers, optimisten, durfallen, roekelozen en alles daartussenin.

Het Grootkoor betekent zeker geen hogeschoolzang van gesjeesde conservatoriumstudenten in Bijenkorfkleedjes die ooit Engels kregen in miniklasjes, maar desondanks het verschil in uitspraak tussen taught en thought of body en buddy maar niet onder de knie krijgen. Volkskrantredacteur met specialisatie koorzang in en rond 020, Guido van Oorschot, heeft nog nooit van het grootkoorbedrijf met 14 vestigingen en 2000 zangers gehoord. (Stel je  Volkskrants voetbalredacteur Willem Vissers eens voor zonder kennis van de amateursport…) Sja. Ik informeer Guido als ik weer eens iets lees over een minimalistisch aan vette subsidiekoorden bungelend bubbelkoortje dat voor 50 familieleden optreedt. Ons Amstelringconcert in het Concertgebouw is stijfuitverkocht.

De tenoren zijn in elk koor de smaakmakers. Denken ze. Vier hebben de inzet van betaaldvoetbalspelers die na de training nog blijven hangen en extra panna’s en tweebenigheid bij corners oefenen. En hoog druk zetten uiteraard. Erna, Johan, Rogier en ik spreken extra repetities af op zaterdagmorgen. We studeren als een gek. Alles uit het hoofd zingen is het doel opdat we dirigenten Etty & Nan kunnen fixeren. En ons handhaven naast de vocale suprematie van de sopranen. Heerlijk zingen. Vanuit de tenen. Rogier houdt de muziektheorie in de gaten, Erna de dynamiek, Johan de helicopterview en ik zorg voor thee, Fisherman’s Friends en app de buren dat het heus niet lang meer duurt.

Het gaat goed, vooral als de tenorpartij smaakmakend leidend is in ‘Tollite Hostias’ van Saint Saëns. ‘Transeamus’ van Schnabel. Händels ‘For unto us’ met een bijna onmogelijke inzet voor tenoren. Het gevoelige Franse ‘Entre le boeuf’, met die op het eerste gezicht onbegrijpelijke titel. En een hele serie carols, evergreens uit de beste internationale kersttradities. Gastsolist is Henk Poort met een hopelijk niet microfonisch versterkte superstem. En Martin Mans op het beste orgel in Europa. Komt allen tezamen…..

Tickets à € 20,- in de voorverkoop. Zo lang de voorraad strekt.

Waark: Haalfmaal, of de macht van domhaid *****

In het Der Aa-theater laten we ons op 9 november verrassen. Wat een prachtige voorstelling van de Groningse theatergroep WAARK. Schitterende teksten (voor mij als student Gronings nog aan de moeilijke kant maar het meeste begrijp ik), een supergoede groep toneelspelers, fijne muziek, verrassende theatrale vondsten, kleurrijke, artistieke, cartooneske projecties op de toneelwanden, en een bijzonder inhoud. Bijzonder, bizar en absurdistisch & licht filosofisch. Met complexe verwijzingen naar de historie, omfloerste naar het nu, volgen bijzondere scenes zich naadloos en vloeiend op. Eersteklas -witte – kostuums. Op een kleinigheid na prima geluid en goed licht. En alles met een aanstekelijke lach.

En wat een energie en tekstbeheersing. Geen souffleur te horen. Je verveelt je geen seconde. Ja misschien voor de bar in de rij voor een pauzeconsumptie, maar daar spreek je weer bekenden die ook op het spektakel afkwamen. Op de speellijst zo’n 35 voorstellingen waaronder enkele al stiefoetverkocht, in dorpshuizen en theaters, inclusief de stadsschouwburg (op 13 april).

Het is verleidelijk iets over de inhoud los te laten. Het verhaal ontrolt in tien kunstig aaneengeregen scenes om hoofdpersoon Haalfmaal heen. We zien prachtvondsten. Het begint met Friezen die door christenen op een lek schip zonder roer aan het water worden gegeven. Werd daar nou echt een oplossing in een geslachtsdeel als roer geboden? Monniken die in potjeslatijn zingen. Aardgas, vermomd als scheet, dat onmetelijke rijkdom oplevert. Een lamme en blinde die weer kunnen zien en lopen.

Een menselijke machine, een kruiwagen vol geld van zand, weduwe Venema die asielzoekers verbergt, de stijgende zeespiegel en de rol van een plassende hond. En dan de epiloog met de laatste Gronings sprekende mens op aarde en de perverse rol van geld. Bijzonderste scene: hoe uit een mens stromend bloed met rode linten wordt verbeeld: meesterlijk. *****

JOURNAAL week 45

ZONDAGMORGEN Wat aarzelend vraag ik in de tweeminutenpauze halverwege Groningen en Uiterburen, tussen Noord- en Zuidbroek de fietsmaten van SpaakMasters of ze een ticket willen voor het kerstconcert van GrootKoor Groningen op 18 december. Yesss, beet, de verkoop is begonnen.

ZONDAGMIDDAG We bezoeken de expositieopening van twee Ploegkunstenaars in Watertoren West (Groningen): Silvia Benniks en Lydia Jonkman. Beiden beheersen de schildertechniek tot in de puntjes, zij het vanuit een andere werkmodus. Bij Lydia zien we veel vrolijke koeien in dito (Italiaanse) landschappen; bij Sylvia realistisch figuratief werk met surreële ondertonen. Felle kleuren. Beide Ploegers schrikken er niet voor terug een extra dimensie op het doek aan te brengen: Sylvia met extra papierlaagjes en Lydia met sieraden voor mevrouw koe. We zien zelfs diamantjes in de ogen.

MAANDAG Ter voorbereiding op de ‘kurzes conversoatsie’ in februari lees ik wat in Winterbouk (soamensteller Fré Schreiber, in een oploage van 200 stuks) en ’n Wereldtoal’ van Gerrit Wassing. Onbekende woorden zoek ik op in de woordenboekbijbel Ter Loan (de arme man wrochtte weliswaar een dik woordenboek Gronings-Nederlands maar vergat de afdeling Nederlands – Gronings). Mooiste woorden tot nu toe: ‘dingeraaiskes’ (dingetjes), ‘schaaidendailen’ (verdelen), palternaksie (hoopje, rommel) en ‘lutje potje’ (klein kind).

DINSDAG Verhalen willen dat Vincent van Gogh onvergetelijke tijden heeft doorgebracht in Noord-Nederland. In zijn Ubbo Emmius-lezing op 25 september vertelde Blühm dat Van Goghs totale schilderwerk per kruiwagen naar het toenmalige Groninger Museum werd vervoerd. In 1896 waren maar liefst 128 werken van hem in Groningen te zien. Hoe karig steekt Drenthe hierbij af. Van Gogh was heel even in Zuid-Drenthe. In het museum te Nieuw Amsterdam/Veenoord de (minieme) resten. Met een aan waarschijnlijkheid grenzende onzekerheid dronk hij koffie in Sleen. Neerlandicus/amateurhistoricus met specialisaties Rise and Fall van het katholicisme en Van Gogh, T.L.M. (voor intimi Ted) Schilder, speelt een schrijvende Vincent voor het kerkje te Aalden. Meer dan 500 bezoekers luisteren naar zijn duidelijke, door schapen ondersteunde en feeëriek uitgelichte voordracht: de hoofact van het spektakel.

WOENSDAG Mijn aan het begin van het jaar gestelde fietsdoel, 20 kms per dag, is in de pocket. Kilometervreter Rob, die uit Oring komt fietsen, ontmoet ik in Gieten en samen pedaleren we Groningenwaarts. Onderweg bespreken we wereldproblemen en onze bewondering voor powervrouwen Kammala, Carola, Sigrid, Femke en -man Koen. We verketteren boeren die wel elk weekend naar Agri-beurzen dieselen om steeds zwaardere en duurdere, fiks door de EU gesubsidieerde, tractoren te kopen maar vergeten kleiresten van fietspaden te verwijderen na de bietenoogst. We aarzelen over de vraag of en hoeveel uni’s kunnen bezuinigen en waarom in hemelsnaam in elke stad Frans, Duits, Monegaskische planologie, Vaticaanse bedrijfskunde, Retoromaans en Slavische letteren gestudeerd zou moeten kunnen worden.

Een dagje Amsterdam

Op naar Mokum. 020. We reizen met de NS. Ruim, relaxed, goedkoop en op tijd. We verbazen ons er zeer over dat kaartjes knippen passé blijkt. In Amsterdamse trams het tegenovergestelde: in het midden van de tram zit een gisse reisbegeleider, vaak met superieure nagellak, die nauwgezet het inchecken controleert en daarnaast alle reizigersvragen beantwoordt. Bezoekjes aan fotomuseum Foam, lekker door de stad slenteren, het Stedelijk badkuipMuseum, een bijna bedwelmend concert in het Concertgebouw, een terrasje daar en hier, buiten de deur ontbijten, interessante ontmoetingen: fijne ingrediënten voor twee daagjes 020. Dat niet elke binnenstads-Amsterdammer, meestal gehuld in keurige Zara- of Bijenkorfkleedjes, zich bekommert om straatvuil, is jammer.

In fotomuseum Foam zien we veel conceptuele, fotografie en oud materiaal van Paul Huf, o.a. het fameuze groepsportret van Cruijff, Swart, Keizer en Nuninga, wat koninklijkhuispics met opgepoetste prinsesjes en een varkentje in hun aandoenlijke periode en veel reclame- en tijdschriftenfotografie die nu antifeministisch zou heten. Tegelijk vraag je je bij elke foto af wat het artistieke gehalte is. Grote ogen bij de museumshopmedewerker als we vragen of we hier de biografie van Erwin Olaf kunnen bestellen.

In het Stedelijk Museum een grote expositie van Miriam Cahn ‘Reading Dust’. Aangrijpend los geschilderd werk met vrouwen in ongemakkelijke of gevaarlijke – aan mannen te wijten-  situaties. Een waarschuwing aan het begin van de Cahn-zalen is zeker gepast. Spooky, indringend, kwetsbaar, rauw, naakt, genadeloos, wreed,  emotioneel. Vaak eenvoudig geschilderd, met veel slachtoffers en enkele daders. Opvallend de gesluierde vrouwen in onalledaagse outfits. Vergeleken met de lange rijen voor het Rijks is het SM uitgestorven. In de tram terug overdenk ik hoe de Joodse kunstenares Moslima’s op het doek zet.

In het concertgebouwcafé Viotta staan de tafeltjes aaneengeregen, wat een dorps gevoel geeft; je weet alles van je buren, zo horen we links twee PwC-medewerkers schaterlachend vertellen over de pas ontdekte examenfraude bij Ernst & Young en rechts dat ‘loser’ Steijn naar Sparta verkast. In het Concertgebouw genieten we van de Canto Ostinato van Simeon ten Holt. Vier vleugels, bespeeld door Jeroen en Sandra van Veen, Sonja Lončar en Andy Pavlov. Anderhalf uur bijna bedwelmende, minimalistische, als een perpetuum zichzelf herhalend maar toch steeds net even andere muziek. Ik kende de Canto alleen op orgel van Toon Hagen en moest niets van een uitvoering op piano hebben. Maar vier vleugels komt echt in de buurt. Na afloop is er aan een vier meter brede bar een drankje voor de 1.000 bezoekers. De vier musici staan iets verderop bewonderaars te woord in de gang. Dat ik tegen willekeurige bezoekers mijn mond houd over ons (stijf uitverkochte) Grootkoorconcert in december, noemt vrouw I een wonder.

JOURNAAL, week 43

Van Warmerdam

ZONDAG Belvédère, Oranjewoud. Zoals verwaarloosde beuken naar bokashi hunkeren zo hebben wij zin in

Schatz

cultuurshotjes. Combinaties met Friesland hebben een pre. Belvédère is een favo museum: schitterend gelegen in een parkachtig landschap met wildebloemenweides, waterpartijen, bomen en buitenkunst. Mooie architectuur. Klein van opzet. In een uurtje zie je alles. Een gevarieerde, inspirerende collectie. Figuratief naast abstract. Uitbundig naast ingetogen. Benner naast Mankes naast Hansen. Prachtige (zelf)portretten. En een bijzondere verkoopafdeling: zo’n vijftig werken aan de wand. Interesse? Dan een mail naar de maker, die een prijs noemt. Nog nooit eerder gezien in een museum.

S. de Vries

MAANDAG Heb je tijd over en wil je wat betekenen voor iemand van buiten Nederland, dan heb je in Groningen minimaal drie kansen: My Local Friend, Buddy to Buddy en Humanitas. Ik ken alle drie. Via My Local Friend werd ik drie jaar geleden gekoppeld aan een Sloveense student medicijnen die Nederlands wil leren. De organisatie nodigde me in drie jaar twee keer uit voor een bijpraatsessie. Buddy to Buddy zet zich in voor vluchtelingen. Je verbindt je gedurende minimaal vier maanden aan de organisatie, hebt wekelijks contact met een vluchteling en volgt negen (!) groepsbijeenkomsten. Ook verwacht BtB dat je een maandelijkse financiële bijdrage stort om de oprichting van een landelijke stichting mogelijk te maken. Humanitas verbindt (naast vele andere activiteiten) statushouders met taalmaatjes, die eens per week contact hebben. Mijn idee is dat My Local Friend vooral voor studenten bemiddelt, Buddy to Buddy voor jongeren en Humanitas voor jong en oud.

WOENSDAG Het Planetarium van Eise Eisinga (1744 – 1828) was nog een blinde vlek. En dat terwijl ik ooit in Franeker werkte (aan C.S.G. Anna Maria van Schurman). Vol verbazing en bewondering kijken we naar het stuk huisvlijt. Eisinga was een genie. Een multitalent, hij was ook een wolkam- en wolverfspecialist. Omdat een imbeciele godsdienstfanaat, een dominee uit Bozum, het einde der tijden voorspelde vanwege een vermoede planetenclash, dacht de jonge Eise: laat ik eens bewijzen dat dat onmogelijk is en bouwde aan het woonkamerplafond een installatie die de werking van de planeten toont. Eise is ook een activist, hij verzet zich tegen prinsgezinden, wordt veroordeeld, gevangen gezet en voor vijf jaar verbannen. Hij doet me denken aan tijdgenoot Salomon Levy (1750 – 1798), een vrijheidsstrijder die zijn vrijheidsdrang met de dood moet bekopen. Ik lees dat een naamgenoot, Cornelis Jacobs van der Meulen, een collega-planetariumbouwer van Eise is. Ik noem ‘m alvast omke Knillis.

DONDERDAG De première in Forum van The Apprentice, over de beginjaren van Trump is redelijk bezocht. Na afloop vallen adjectieven als villein, ijdel, zelfingenomen, vals, agressief, egoïstisch, plat, narcistisch over elkaar heen. Het is een film over een kapitalist die over lijken gaat in een zwak bestuurde maatschappij. En een film over chantabele bestuurders met ruggengraten als weke bananen & vriendschap die geen vriendschap is. We herkennen de echte Trump en vragen ons af of deze film Kamala Harris in het zadel zal helpen of juist niet. De mooiste rol is wellicht die van advocaat Roy Cohn. Fascinerend.

VRIJDAG De duiventil van camping Pieterom in Sleen, die ik zo’n 20 jaar geleden bouwde met hulp van zoons I en II is aan groot onderhoud toe. Tussen 2010 en 2023 kwam er van onderhoud helaas niets. Ik ga Yvonne en Thomas voorjaar 2025 assisteren. Zo probeer ik bij te dragen aan de sierduivenstand. Duiven horen bij dorpen en steden als regiotalen, kaasverkopers, fatbikes, ijssalons, rochelende junks en draaiorgels in winkelstraten. Ik compenseer mijn diepe schaamte voor de door velen in stad Groningen aanvaarde passief-agressieve acties tegen duiven: het mengen van anticonceptionele supplementen aan duivenvoer. Valse voorwendselen als zouden er teveel duiven zijn argumenteren het dierenleed.

‘Power to the Flower’ in De Buitenplaats (Eelde)

De Buitenplaats biedt de museumbezoeker vier smaken, waaronder drie lekkernijen: de expositie Power to the Flower, een wulpse, uitbundige tuin,  het Nijsinghhuis en een thee- en taartjeshuis. Van deze vier bevalt de expositie ons het minst.

Vooraf: de Buitenplaats is een filiaal van het Drents Museum in Assen. De Buitenplaats heeft haar core-business, noordelijke figurativisten, opgedoekt en kiest nu voor Power to the Flower, een florale Art-Nouveau-tentoonstelling. Jugendstil. De achterliggende metafoor: het museum in Eelde krijgt een nieuwe doorstart, net zoals bloemen vaak een nieuw begin aankondigen. De getoonde objecten komen uit (het depot van) het Drents Museum. Niet alles is van rond de eeuwwisseling, we zien ook een foto van fotograaf Saskia Boelsems.

Als ik in een appje naar een paar ouwe pikken schrijf dat ik bij het zien van Power to the Flower moet oppassen niet in elke (gestileerde) bloem vaginale symboliek te zien, dan overdrijf ik natuurlijk. Ik relativeer de (gepretendeerde) schoonheid van het geëxposeerde. In twintig minuten doen we de tentoonstelling. Ik houd van bloemen, kleurrijk, wild, uitbundig. Maar hier zien we merendeels latente, fletse kleuren met een hoog zuurtjesgehalte. Blommen op keramiek, druk, textiel, fotografie, schilderijen. Een paar grote stukken redden de boel; zie foto’s van Ruud van Empel en Luzia Simons.

Je zou  toch denken dat het Drents Museum alles uit de kast haalt voor deze heropening van de Buitenplaats. Maar nee, enkel de begane grond is ingericht. De bovenverdieping is met een schriklint afgesloten. Wetende dat museumdepots uitpuilen hadden we echt meer verwacht. En waarom de publieksexpo van amateurfotografen weggestopt achter de trap? Idem het bloemencorso-aandeel?

Nog een paar kleinigheden: voor auto’s is er een riante parking. Fietsende bezoekers plaatsen hun tweewieler op het trottoir. Waarom niet een paar fietsenbeugels binnen de heg? De entree, zwaar scharnierende deuren, oogt niet gastvrij. Een uitnodigende, glazen, voordeur zonder dranger ware beter.

En dan het lekkerste. Een schitterende tuin met door stalen constructies geschraagde bomen, interessante beelden, een vijver, spannende paadjes, een moestuintje (in werkelijkheid meer een miniatuurkruidentuintje). Dan het interessante Nijsinghhuis met door Röling en Muller schitterend beschilderde muren. Een antieke keuken en een erotisch kabinet. Waarom nou net daar, in het kleinste kamertje, de gids uitgebreid uitleg staat te geven aan senioren met blosjes op de wangen? En tenslotte een viersterren thee- en taartjesuitspanning met een terras.

JOURNAAL week 41

ZONDAG Lekker stoempen, sleuren en sjorren met de Spaak-matties. Ik ga een paar keer tot nabij mijn max. Mijn bovenbenen zeggen ja, maar mijn hart en longen vloeken en tieren. Ik ga mijn trainingsintensiteit veranderen. Doordeweeks twee keer 40 kms fietsen op mijn 16,7 kg zware Sensa Livigno Evo en dan op zondag 60 op Giant TCR die maar 9,6 kg weegt. Ik verbaas me over verhalen van road-captain/economieprofessor die vertelt op de uni veel tijd kwijt te zijn aan effecten van aangekondigde bezuinigingen op onderwijs. Huh, onder werktijd vakbondsvraagstukken oplossen? Ik was lang bestuurslid van onderwijsvakbond ABOP. Onze directeur, zelfs vakbondsman in hart, hoofd en nieren, gaf ons alle ruimte, tot het organiseren van een conferentie over vredesonderwijs aan toe. Maar wel buiten schooltijd.

MAANDAG Flauberts ‘Madame Bovary’ herlezen. De eerste keer was ik 28, zie ik voorin het boek. ‘Voor Inge, mijn eigenste Madame Bovary’ schreef ik met een romantisch handschrift. Waarschijnlijk voordat ik het boek had gelezen. Want wat sterft ons madammeke smartelijk en groots en dramatisch. Wat een heerlijk boek.

DINSDAG De producer van het Luthers Bach Ensemble matcht trombonist Matthijs van der Molen, van 9 – 11 oktober aan ons. Onze studio ligt goed voor musici. Het LBE vraagt of we Adrián Rodríguez van der Spoel ook onderdak kunnen bieden. En dan op vrijdag naar ‘Lugar Amor’, een ontdekkingsreis door Spaans-Amerikaanse barok.

WOENSDAG Onze buurtvereniging organiseert voor de derde keer een geveltuinwedstrijd, met als inzet het felbegeerde gouden schepje. Uitreiker is dit jaar Dick Jager, hoofd van The Green Office van de RUG. Eerder hadden we Jean Pierre Rawie en Ynte de Groot. Onze vereniging heeft doelstellingen als verduurzaming, het tegengaan van hittestress, reguleren van regenwater, kortom het vergroenen van de stad, hoog in het vaandel staan. Graficus Han Santing verzorgde voor de derde keer de flyer/poster.

DONDERDAG Forum is hét centrum voor studie en cultuur. Studenten lijken permanent alle studieplekken te gebruiken en wij laven ons aan exposities en films. Deze week de tentoonstelling over Donald Trump en zijn zakelijke parafernalia, ingebed in een foto-expositie van Andres Serrano, die we nog kennen van de plassekstfoto uit 1997. Daarnaast de ‘Wildlife Photographer of the Year’ foto’s, een zeer fraaie verzameling van interessante natuurfenomenen, die verder gaan dan wat Attenborough-films plegen te bieden. De film SONS, in de Volkskrant met vier sterren beoordeeld, is weliswaar spannend, maar bevat ook aan handvol situaties die niet worden geschraagd door realistische gevangenisprotocollen. Twee sterren, vooruit.

VRIJDAG In de Akerk het concert Lugar Amor, Spaans-Amerikaanse barokmuziek. Kenden we nog niet. Liefhebbers van wonderschone kleinkoorzang komen aan hun trekken. Liefhebbers van interessante teksten liepen beter een hoekje om; gemotiveerde close-readers lopen vast in een dikke devote tekstbrij. Maar verder, werkelijk prachtig dit concert, met een viertal uitmuntende blazers die beurtelings leiden en ondersteunen als ceo’s in het topsegment van bedrijven. Aan het eind komt de klapper met ‘Gozos a Nuestra Señora de la Antigua’. Het koor zingt uit het hoofd en het plezier spat om zich heen als kwaliteitsverf van een nieuwe roller. Maestro Van der Spoel speelt subliem gitaar en duetteert met Claudia Velez op violone, een soort contrabas. Zangers spannen hun stembanden en lachspieren aan en er ontstaat een vrolijke, ritmische boel, je zou het haast jazzy en swingend kunnen noemen; in Spaanse verten hoor je castagnetten, klikklakkende dansers en tamboerijnen. Goed dat het klinkt!.

Suzette Bousema – Super Organism

Schrijvende familie. Iedereen doet het. Hoop ik. Boeken en andere publicaties verzamelen van schrijvende familieleden. Na het overlijden van mijn oudste zuster ruimden wij haar huis op. En meer speciaal haar boekenkasten. Toen ik een plankje Klaziania aantrof kreeg ik het gevoel dat anderen met ‘een traantje wegpinken’ omschrijven.

Mijn familieplankje groeit. Ik zie boeken van tweelingbroer Folkert, schoonzus Fokie, aangetrouwde neef Guillaume, opa Jan Boer en zoon Maarten. Tel ik ook andere, geprinte, publicaties mee, dan wordt de lijst langer met oom Hiepko, nicht Nienke, achternicht Suzette en grootouders Pieter van der Meulen en Tjitske Smit.

De collectie wordt uitgebreid met een heel speciale publicatie van achternicht, vrij kunstenaar, Suzette Bousema (*). Na even studeren op de omslag ontwaar ik de titel ‘Super Organism’. Studerend lezen, dat doe je automatisch als je dit prachtig vormgegeven, koptisch gebonden, boekje doorneemt. Hier openbaart zich de ware kunstenaar. Kennis nemen van haar werk appelleert aan je gevoel voor esthetiek. Daarnaast doet het wat ware kunst kenmerkt: het roept verbazing op, je gaat vragen stellen. De antwoorden bieden je inzicht op de wereld, de maatschappij, de toekomst en jezelf.

Super Organism is een studie van planten en schimmels, de grootste levende systemen op aarde. Je ziet schitterende foto’s van zwamvlokken, symbiosen tussen schimmels en plantenwortels en meer. Fraai gekleurde uitvergrotingen van Petri schaaltjes met daarin haartjes en vlokjes die je doorgaans uit je koelkast weert als korstjes op een koortslip. Suzette slaagt, in samenwerking met parfumontwerper Merle Bergers, er met een ingenieuze vondst in de lezer een geursensatie van funghi te laten ondergaan. Je ziet uitvergrote draderige schimmels die doen denken aan vochtige, harige, plakkerige insectenledematen die je op een herfstavond uit de wenkbrauwharen van je lief of je buurvrouw verwijdert.

Suzette schrijft in het Engels en tovert prachtige woordconstructies tevoorschijn,  zoals het door ecoloog Suzanne Simard gemunte ‘wood wide web’. In het boek vind je een QR-code die leidt naar soundscapes. Zij paart beeldende kunst aan biologisch/natuurkundig onderzoek. Ze werkt graag samen met textielvakmensen, ecologische instituten als Natuurmonumenten, bedrijven (de leukste naamcombi: Wilfred Kalf uit – what’s in a name – Zwammerdam) en personen die met de natuur begaan zijn zoals Peter Kuipers Munneke. Achterin het boek staat een korte verklarende woordenlijst en een verantwoording van fondsen die deze publicatie, in een oplage van 500, mede mogelijk maakten. (www.suzettebousema.nl)

(*) zie ook Goadin Suzette

JOURNAAL week 39

ZONDAG: Het wordt een vol dagje. Vaste prik: eerst wat schrijven, nu voor www.a-kwartier.nl, over onze World-Cleanup-Day-actie. Waar we als buurtvereniging vooral trots op zijn is het grote aandeel van studenten. Via Albertus Magnus en The Green Office, sluiten ze aan. Natuurlijk, rommel opvissen uit het water blijft een soort van papiertjes prikken in het park. De waterkwaliteit in se blijft door veel gebruik van pesticiden, chemische fabriekslozingen en op oppervlakte geloosd zwart water door beroeps- en pleziervaart, slecht. Daarnaast bestaat in Groningen nog het oude systeem dat de Diepenring een overloop is voor overstromende riolen bij idioot slecht weer.

Het Luthers Bach Ensemble trakteert vrienden en vrijwilligers op een verrekt leuk zondagmiddagconcertje. Er worden ook twee overledenen herdacht. De voorzitter roemt hun legaat aan het LBE. Pragmatici herkennen een stimulans voor de levenden. Op de stoelen ligt een papiertje met een citaat van Luther. Wat een gemiste kans dat een kleine toelichting op de duistere zijde van de naamgever ontbreekt. We beluisteren muziek van (in alfabetische volgorde) Bach, Brahms, Buxtehude, Händel, Kapsberger, Purcell, Schubert en Schütz. Het wordt genieten met Bronda op piano en orgels, Giulio Quirici op Luit (een soort antieke gitaar met zo’n 13 snaren) en tenor Olivier Kemler. De luitspeler en de tenor imponeren als de beste jeugdspelers van FC Groningen. In gedachten zie ik hoofdstedelijke scouts driftig schrijven en ik vrees binnenkort een megatransfer. Het ‘Ombra mai fu’ en ‘Zion hört die Wächter singen’ vanaf de kraak enthousiasmeren het publiek tot ver na de drankjes en hapjes achteraf, waar het gonst van de vraag of en wanneer Kemler de nieuwe Joost Klein wordt op het volgende Eurovisie Song Festival.

Nog even iets over de SpaakMasters op zondagmorgen. Onze vaste road captain, professor Bart neemt vandaag rust, na een 230 km graveltochtje op zaterdag. Of dat meespeelt, geen idee, maar de interim captain wil duidelijk prijzen pakken. Hij jaagt ons zowat over de kling. We eindigen na een 60 km lange slinger naar het oosten, inclusief langzaam rijdend stadsverkeer en veel onmogelijk smalle paadjes, op een vette 28,9. We fietsen met zijn tienen, vier vrouw, zes man. Ik registreer dat drie senioren, Fokke (76), Albert (77) en ik gemiddeld 73 jaar oud zijn.

MAANDAG: onze buurtvereniging overlegt met de gemeente over hete hangijzers. Geagendeerd zijn o.a.: waterkwaliteit in de A, Cleanup Day, de reparatie van de Visserbrug, overlast door wildplassende bierbotenpassagiers en meer. Van de werkgroep Handen-uit-de-Mouwen krijg ik een aanvullend lijstje mee van tien gesprekspunten. Aan tafel twee bestuursleden van onze vereniging, vijf ambtenaren en de wethouder.

ZATERDAG: In Leens wordt de cd ‘Mien end en mien begun’ gepresenteerd met muziek en teksten van Ede Staal. Peter Siebesma bespeelt orgels te Assen, Bedum, Leermens, Onstwedde en Kloosterburen. Het vocaal kwartet bestaat uit Reinder van der Molen, Hanneke van den Berg, Martien de Pauw en Taco van den Berg. En passant wordt er reclame gemaakt voor cursussen in het Gronings, georganiseerd door het Centrum Groninger Taal & Cultuur.

De kunst van het landschap, Ubbo-Emmius-lezingen van Jan Brokken en Andreas Blühm

Er staan twee lezingen op stapel. Als voorbereiding op Blühms lezing bezoek ik nog snel het Groninger Museum. Prachtig gebouw. Prachtige collectie. Prachtige exposities. Maar wel een geslachtsdeelloze ijsbeer op het bordes. Na de Ploegzaal vraag ik aan drie medewerkers waar het werk van de huidige Ploegleden hangt. Ze weten het niet. Nog even gekeken achter de schermen, maar ook daar niets. Niet alleen ontbreekt nieuw Ploegwerk, ook een verwijzing naar de club ontbreekt. Ik fantaseer over een vergelijking. Iemand schrijft een boek over het in 1900 opgerichte Ajax. Maar omdat de kwaliteit de laatste halve eeuw in de ogen van de auteur (een voetbalprofessor nog wel) ondermaats is, wordt de laatste 62 jaar van de club botweg overgeslagen.

De Nieuwe kerk. Brokken (1949), een statige, statische man met nog een vouw in de pantalon, vertelt over zijn nieuwe boek ‘De Ontdekking van Holland’. Hij lijkt vastgeplakt aan het katheder. Blühm (1959) (door de inleiders Bloem genoemd) doet alsof hij een college geeft. Via een headset spreekt hij van links naar rechts wandelend, het publiek, kwinkslagen uitdelend, toe. Over de volgorde van beide sprekers is nagedacht. Bij Brokken volstaat luisteren; bij Blühm, gevat en geestig, die uiterst interessante vragen stelt, moet je ook nog wat nadenken.

Brokken verhaalt van de meer dan 1.600 kunstenaars die ooit Volendam aandeden. Hij spreekt met trots over het grote aantal. Brokken verheerlijkt de door de kunstenaars aanbeden elementen licht, zee, landschap, zeilen, haven en vissers. Vooral het befaamde licht zou, aldus Brokken, de kunstenaars inspireren. Critici van deze opvatting, zoals Midas Dekkers, die de lichtfascinatie wat relativeert, worden met een schamper lachje aangehaald.

Blühm is een echte, door Narcissus geraakte, docent. Hij weet het publiek te prikkelen. Plaatjes van omgekeerde – don’t try this at home – schilderijen, en die dan vergelijken met andere omgedraaide werken, bieden interessante, onvermoede, misschien vergezochte inzichten. Verwachtte de gemiddelde bezoeker een verhaal over de landschappen van de Ploeg te krijgen, Blühm betoont zich een wereldburger en trakteert de goegemeente op een landschapsreis door de wereld, nou ja, Europa en de VS, om daarna godzijdank wel in Groningen terug te keren. We zien een interessant landschap van Alida Pott, één van de weinige vrouwen in de Ploeggelederen, aldus Blühm. Een van de weinige? Nou ja, als je gemakshalve voorbij gaat aan de laatste halve eeuw Ploegers met de (landschappen schilderende) vrouwen Benniks, De Groot, Velthoen, Alkema,  Cornelius, Van der Wal, Van der Woude, Buigel Boering, Klaveringa (en meer) wel natuurlijk. Blühm slaat gemakshalve de Ploeg na 1975 over.

Terwijl mijn billen, pisbuis en prostaat de harde kerkbanken vervloeken overweeg ik wat de Volendamse gemeenschap had gezegd als Brokken de helft van de 1600 kunstenaars had verzwegen, ontkend, genegeerd, gedeletet, zoals Blühm met de helft van de Ploeg doet.