JOURNAAL WEEK 15

MAANDAG/DINSDAG Hoe is het om terug te gaan naar een dorp waar je vijftien jaar geleden vertrok? Erg leuk. Begin deze eeuw bouwde ik op camping Pieterom in Sleen een grote duiventil, een replica van één in Assen. Twee op ons volgende eigenaren lieten de til verkommeren. De huidige eigenaar heeft interesse in duiven houden en ik beloofde haar vorig jaar bij de heropening een paar dagen te willen komen voor herstelwerk. Na twee dagen kraakt mijn lijf. Renoveren is moeilijker dan nieuwbouw zo leert de praktijk. Tussen de bedrijven door bezoeken we oude vrienden en halen we herinneringen op.

DINSDAG In de stadsschouwburg in Stad bezoeken vriend en ik een bijzonder theaterspektakel: Requiem voor de Onwerkelijkheid, opgevoerd door muziektheater- en operagezelschap Silbersee. Een stuk over leven en dood. Een schitterend, fabelachtig, groots, Jeroen Bosschiaans, decor. Prachtige, rijke, wulpse kostuums. Mooie zang en muziek; er wordt o.a. een theremin bespeeld. Centrale verteller is de ik-persoon (Hans Croiset) die in een degelijke vlekvrije witte onderbroek (met gulp) het verhaal aan elkaar rijgt, onderbroken door bezwerende Latijnse formules en interessante theatrale bezwerende teksten over het leven en de dood. De dood is een bijzonder fenomeen, dat weet iedereen, immer de bron van prachtkunst. We zitten ademloos 1,5 uur te kijken en te luisteren. In de lobby kun je een Vergeet-me-niet-register tekenen. De naam van de door jou ingevulde overledene wordt in het stuk genoemd.

WOENSDAG Twee buurtvereniging(A-Kwartier)acties staan op de agenda: in een gemeentelijk kantoor plannen voor een fietsenstalling aan Westerhaven voor 1.000 fietsen bekijken en een  beleefdheidsbezoek brengen aan een hogeschooldirectie en die vragen of men eindelijk eens wil beginnen met het verslofte, slappe, slome, antirookbeleid te boosten en nog zo wat. Te elfder uren annuleert de directie het onderhoud.

DONDERDAG Skinvision is een huidkankerdetectie-app waarmee je een verdacht huidvlekje kunt laten beoordelen: wel of niet naar de witte jas. De camera zoomt in op het stukje huid, haartjes even wegscheren natuurlijk, vergelijkt het met 200.000 archiefbeelden en adviseert dan wat te doen. Enkele jaren geleden leerden we op een minisymposium te Bilthoven al de belangrijkste kenmerken van pluis of niet-pluis op het gebied van huidvlekjes en het belang van ‘kleren – weren- smeren’ i.pv. de door de agressieve smeerselmarkt gebruikte neppe slogan ‘smeren-smeren-smeren’.

ZATERDAG Land van Ons is een burgercoöperatie die land koopt en verpacht aan bioboeren. Iedereen die tot nu enkel vrijblijvend een potje schold op agrariërs die het met de natuur niet zo nauw nemen, kan, al vanaf € 30,- per jaar meedoen. Om met Tommy Wieringa te spreken: “…het enorme handelingsperspectief dat ontstaat als je (…) de hopeloosheid opgeeft is bemoedigend”. In Onnen, nabij Groningen heeft Land van Ons een bedrijf dat de biodiversiteit bevordert. In (een onvindbare zaal op) de Biotoop te Haren is een Land-van-Ons-dagje georganiseerd met ’s ochtends een film (De Queeste) en een gastspreker, een zgn. ‘gangbare’ boerin. Leerzaam. Interessant. Waar ik tegenaan hik is de stelling dat de weg naar kringloop-, regeneratief of biologisch boeren van de boeren zelf moet komen. Het stagnerende percentage van 4 % biologische tegen 96 % gangbaren logenstraft dit wensdenken. Veel agrariërs zijn nu eenmaal verslaafd aan de subsidie-infuzen en snakken naar door de politiek geleverde wet- en regelgeving. 

JOURNAAL WEEK 14

ZONDAG Met SCDZ organiseren we, drie oude pikken en een jonge doos, een concertje in Zweeloo met muziek van Ede Staal. Het programma heet ‘Ede Aans, mien end en mien begun’ door organist Peter Siebesma en vier vocalisten. Reinder van der Molen leest een verhaal van Ede voor en vertelt anekdotes. Waarom houd ik van de ongecompliceerde muziek van Ede Staal? Vanwege de streektaal. En de begeleidende orgelmuziek. En omdat ik enige verwantschap met Ede voel: streektaaljongen, for ever young, leraar Engels en maatschappijleer, klompendragers, liefhebbers van ‘strunen achter diek’. En beiden schreven we over het door ons bewierookte en verlaten platteland. Ede over t Hogelaand, Nij Stoatenziel en ik over de Jongbloedvaart bij Sleen en Foxel/Klazienaveen-Noord. Prachtmiddag. Stief oetverkocht. Gronings biertje na afloop. Oude bekenden gesproken.

MAANDAG Vooraf: onroerendgoedbelasting is één van de beste, want fairste belastingen. Je betaalt naar de waarde van onroerend goed. Ontduiking is lastig, geen voordeel voor belasting ontwijkende particulieren met een BV. Groningen hoort tot de groep allerverstandigste gemeenten van het land, want Groningen zit in de top van heffingspercentages. Hiermee dragen durehuizenbezitters het sterkst bij aan de gemeentebegroting en dus aan alle voorzieningen. Als blije belastingbetaler zit ik in een wat lastig parket. Ik schat dat de woningwaarde waarop onze  gemeentelijke OZB-aanslag is gebaseerd zo’n tien procent te laag is. Omdat ik niet graag te weinig belasting betaal, vraag ik het Noordelijk belastingkantoor om een verhoging. Een geduldige, wijze medewerker legt het mij uit. De geschatte woningwaarde dateert van begin 2024, meer dan een jaar geleden en niet van eind 2024. In één jaar stijgt de waarde. ‘Volgend jaar zal de woningwaarde naar boven zijn bijgesteld,’ stelt zij mij gerust, nog even wachten dus. Ik leg de medewerker vijf praktijkgevallen voor met de door Funda-makelaars geschatte verkoopwaarde en de geschatte waarde voor heffing van OZB. Locaties bij benadering: Straat nabij water      985.000 / 651.000; Straat bij de haven 885.000 / 721.000; Straat nabij Minerva  640.000 /    592.000; Straat nabij MADA 500.000 / 424.000; Straat nabij water 2.945.000 /              1.695.000.

Des te hoger de (op Funda gevraagde/geschatte) waarde, des te groter het verschil met de OZB-waarde (resp 34, 18, 7,5, 15 en 42 %), soms tot één en een kwart miljoen. ‘Klopt,’ zegt de belastingmedewerker, ‘maar deze verschillen corrigeren wij na verkoop. We worden daarbij op de vingers gekeken door de ‘waarderingskamer’. So far so good.

DINSDAG Eindelijk wordt er in de ziekenhuiszorg gestuurd op kwaliteit per locatie. Complexe kankeroperaties worden niet overgelaten aan streekziekenhuizen in kleine provinciesteden maar gebeuren daar waar de meeste expertise is. Nu nog even doorpakken en huisartsen een plaats wijzen. In Nederland groeit het aantal huisartsen bij de klippen op maar niet overal. Ze werken (veelal) in deeltijdbanen in de grote steden. In landelijke gebieden (oost, zuid) bestaan problemen, die eenvoudig opgelost zouden kunnen worden door de dokters te verplichten vijf of tien jaren in probleemgebieden te werken. Je zou wensen dat de artseneed werd heringevoerd: “Ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving en zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen. Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden. Dat beloof ik.” En dan nog iets anders: Wat betekent het dat apotheekmedewerkers na acties een salarisverhoging van 20 % krijgen de eerstkomende jaren?

VRIJDAG Er, nabij Mensingeweer, omheen rijdend zie je een magische folly: torens, een kerk, een steenfabriek, een industriële ruïne, of een boerderij? Bij nadere inspectie ontwaar je één groot fabuleus vogel-, vleermuis of insectenhotel, met nestkasten, invlieggaten voor zwaluwen en vleermuizen en minuscule boorgaatjes voor insecten. Tenminste, voor zover dit beestjesspul er nog is in een voor dieren toxisch-vijandelijke biotoop waar pesticiden, ultrazware landbouwwerktuigen, en een door waterschappen idioot laag gehouden waterstand hun best doen de weidevogelpopulatie en insecten tegen te houden als even verderop boze Bedumer boeren en burgers een vluchtelingenopvang.

Erik Bosgraaf & filoBarocco

Volle bak in Wilhelminaoord met Erik Bosgraaf en filoBarocco op 25 maart 2025 in het Koloniekerkje. Te weinig programmaboekjes, in de pauze thee met een koekje en na afloop een wild applaus, gefluit, geroep en gestamp.

Een van mijn mooiste cd’s is ‘The Flute Heaven of the Gods’ van The Royal Wind Music, een dubbelsextet van renaissance blokfluiten. Mèt Erik Bosgraaf. Blokfluiten staan niet altijd in een goede reuk, vanwege prutsende muziekdocenten die in de jaren 80 leerlingen in het v.o. verplichtten erop te leren spelen en zo het muziekplezier levenslang verknalden. Ik heb mijn weerzin overwonnen en ben een fan van Bosgraaf èn van Lucie Horsch die we in Groningen en in Utrecht hoorden.

Bosgraaf & Co spelen niet alleen muziek, ze spelen ook in de zin van plezier maken met elkaar. De virtuoze Bosgraaf bespeelt vijf soorten blokfluiten. Hij tovert ermee. Meestal blaast hij lucht in het mondstuk, maar even gemakkelijk haalt hij het instrument uit elkaar en blaast in de openingen aan de lange zijde, of in het uiteinde, of op twee fluiten tegelijk, of op de uiteinden van twee uit elkaar geschroefde delen. Je hoort en ziet een muziekcircus. En geen bladmuziek te bekennen.

Vandaag zien en horen we een fluitist, violist, luitspeler en cellist. Zelden zag ik zoveel kamermuzikale vrolijkheid bij elkaar. Net als je denkt, kun je niet ook op een viool blazen, en dan gebeurt het: violist Francesco Facchini houdt de viool gestrekt voor de lippen en blaast tussen het hout en de snaren met fijne muziek tot gevolg. Net als je denkt: kun je niet wat drummen op een cello, neemt Carlo Maria Paulesu het houtwerk van zijn cello als een percussionist onder handen. Waarom zou je de luit niet ondersteboven kunnen houden demonstreert Marco Baronchelli. Het enige wat ik mis is een strijkstok op een blokfluit.

Bosgraaf en zijn kameraden vertolken drie eeuwen oude Poolse herbergmuziek, opgeschreven door Telemann. Ze bewerken de muziek met grote kennis van zaken met wat in modern muziekjargon  ‘educated guess’ of zelfs ‘reversed engineering’ heet. We horen superlicht eensnarig getokkel, ingenieus pizzicato met enkel de duimen gespeeld, naast vrolijke, bijna brute exploderende dansmuziek, soms vergezeld van vrolijke, luide voorjaarsstemmen. Als je even de ogen sluit en naar buiten koekeloert hoor je een harp, een miniatuur straaljager, een fabrieksfluit of het broertje van een zingende zaag op een Turks volksfeest: Topmuziek en topvermaak.

JOURNAAL week 12 (2025)

ZONDAG In Nijmegen onderzoeken we of restaurant Desem door de Volkskrant terecht de hemel in is  geprezen. Ja, de zuurdesempizza’s (dun, krokant, perfect op smaak) rollen, als Coenradie in linkse bubbels, moeiteloos onze topdrie in. Graan, kaas, oesterzwammen, alles komt van lokale bedrijfjes/ven. Een flesje speciaal bier, op basis van wild blond bier waaraan toegevoegd geroosterdetomatensmaak, tijm, basilicum en rozemarijn is goed, lekker en smaakvol.

MAANDAG In De Kale Jonker strijken we met meer dan de helft van het klasje Gronings neer en proeven een Blonde Jonker. Daarvoor doen we in de les ons best met het bedenken van Groningse woorden voor stofzuiger, kapper en betonrot, spelen we het woordspel ‘Grundle’, houden twee studenten een spreekbeurt, één over het plaatsje Doodstil, de ander over Anselm Kiefer en een lied van Marlène Dietrich. Dan een marktkraamverhaal over het tijdschrift Noorderbreedte, gevolgd door een discussie die begint over de ontgroening van studenten maar snel richting Vindicat en slappe studentenprotesten meandert. Tenslotte Groninger poëzie vermomd in liedteksten. De cursistendeelname aan de gesprekken wordt per les hoger.

DINSDAG Ik probeer in het hoofd van de (ex-natuurkundige) minister te kijken, ik ken hem niet goed maar zie in Bruins geen gewetenloze schurk. Wel iemand die een geprivilegieerde deelverzameling van de maatschappij, die het niet aandurft naar zichzelf te kijken, een flinke bezuiniging oplegt. Ik begin ‘m te begrijpen. Vandaag staakt, marcheert en demonstreert de UNI in het zonnetje. Eindpunt Grote Markt. Niet tegen Israëlische genocidale oorlogsmisdaden die vandaag de hel laten losbarsten in Gaza met honderden burgerdoden tot gevolg maar tegen een bezuiniging van 1,1 miljard op hoger onderwijs, zo’n twee procent op de onderwijsbegroting. Of UNI-medewerkers het grote publiek en een Kamermeerderheid meekrijgen? De demonstratie verzandt, zonder protesten tegen oorlogsmisdadigers Benjamin N. en Bashar al-A. in een preek voor eigen parochie. Ik zie, om met Gerwin van der Werf in ‘De Krater’ te spreken: een en al pistool maar geen kogels. Een collegevrije doordeweekse dag gebruiken voor het behoud van bekostiging van onzinstudies als theologie, Keltische talen en cultuur, leidend naar een procent of tien bullshit banen, is net wat te magertjes. Ik hoor een dwarsligger Brecht citeren: ‘Erst kommt das Fressen und dann die Moral’ in het Gronings  geparafraseerd als ‘Woar knip opent, sloet bibel’.

ZATERDAG Hensema speelt in Drachten, op een kaal podium, in een uitverkochte Lawei,  zijn laatste voorstelling ‘Eldorado’ (geschreven door Nathan Vecht). We zien de alleskunner als zendpiraat Radio Roelof uit Kropswolde, oud-communist, projectontwikkelaar, wethouder, gietvloerverkoper en meer. Hensema schakelt solo moeiteloos van type naar type zonder op zijn André van Duyns en zijn aangevers te vervallen in verkleedpartijen en dijenkletserig schmieren. Het verhaal start, houd je even vast, bij Canadese Indianen en rolt via WO II, Engeland, Duitsland dat geen geheimtaal begrijpt, naar een romance in het Groningse platteland van nu. Onnavolgbaar. De zaal gaat graag mee en vult zich met gul gelach. Hensema is een waar theaterdier die met wisselende mimiek, lichaamshouding, accent, woordgebruik personen schetst in wie we de in een lelijke villa wonende Nikes verzamelaar herkennen met een infinity pool (een overloopzwembad), de praatjes makende 010’er, de projectvoorlichter van Holiday Heaven International die opkopen van kleine campings als heilig doel heeft tot de dood erop volgt en meer. Hensema spaart ook de provincie niet maar komt steeds terug  in een vertrouwd en herkenbaar Gronings van een oer-Groninger die strijdt tegen de buitenwereld. *****

Gerwin van der Werf ‘De krater’

Kijk, dat krijg je ervan als je een negenkoppige vakjury (met Bervoets en Lanoye) het boekenweekgeschenk uit 149 inzendingen laat selecteren: een pareltje, het (bijna) beste boekenweekgeschenk dat ik ooit las. Tot mijn schande moet ik bekennen niet eerder iets gelezen te hebben van de auteur / muziekdocent / literair criticus Gerwin van der Werf terwijl hij toch geregeld boven kwam drijven: in 2009 als winnaar van de Turing Gedichtenwedstrijd, in de Shortlist voor Beste Boek voor Jongeren (2021 en 2023) en in de Longlist Libris Literatuur Prijs (2019 en 2012).

Wat maakt ‘De krater’ tot een steengoede novelle? Het boek is met vaart geschreven, verrassend, creatief, invoelend, teder, leerzaam, helder en tegelijk iets obscuur. Het gaat over drie jongeren (broers en zus) die op een road trip in een oude Volkswagen Golf naar Duitsland dichter tot elkaar komen. Drie heel verschillende gasten, de een nog stoerder en tegelijk breekbaarder dan de ander. Dat leven en reizen niet vanzelf gaan wordt duidelijk. De omslag is een regelrechte vragen oproepende vooruitwijzing: zien we een uit een Duits plattelandsmuseumpje gestolen heilige steen of een alles verpletterende meteoriet pal voor het neerkomen op een landweggetje tussen Duitsland en Oostenrijk? En wat doet de (voor mij voor het eerst in literatuur verschijnende) informatie over hulp bij zelfdoding via 0800-0113 op de laatste pagina?

Weinig geld, het onstuitbare verlangen verkeersborden te jatten, liefde voor je (jongere) broer en zus, twijfel aan genderidentiteit, een fascinatie voor het heelal en een 15 miljoen jaar geleden ingeslagen meteoriet in ‘een Duits stinkgat’ dat ‘kut klinkend’ Steinheim heet, een onverwerkte kijk op de zelfdoding van een bijna in de vergetelheid geraakte vader, vriendelijke doch directe Duitse politiemensen, beklemmende gedachten, keiharde muziek in een autococon, verschrikkelijke Raststättes aan de Autobahn, moeders vage vriend die Joep heet, plagerijen over onverholen penisnijd, problemen met het correct interpreteren van de ligging van een plaats in Duitsland, een beetje blowen: een gistend, trekkend kolkje van twee broers en zus in een aftandse VW. En die krater bij Steinheim wordt heus wel gevonden, maar er zijn kleinere kratertjes dichterbij: in het gezin, in de relaties, in de portemonnee, in de nabije toekomst, kortom in het leven.

85 pagina’s die je in twee uurtjes in één ruk uitleest. Dit moet de CPNB vaker doen, een jury kaf van koren laten scheiden. Na de zeperd van 2024 is ‘De krater’ een verademing. Bestaat het begrip ‘lezen voor de lijst’ nog, dan wordt ‘De krater’ een hit.

Deelauto, de praktijk, het reglement

Ons deelauto-initiatief CCP, Clio Coöperatie Pompplein, bestaat drie jaar. Er zijn drie leden: een gezin met twee en een met drie kinderen en een gepensioneerd stel. Clio is tien jaar en heeft 100.000 op de teller. De drie deelnemers gebruiken een digitale agenda waarin de gebruikswensen worden genoteerd. In maart staan zestien claims; in februari stonden er 24 en in januari 16. Vaak betreft het (relatief) korte ritten. Wij staan erin met negen wensen. En dan slaan we tripjes naar Nijmegen en Düsseldorf over, dan nemen we de trein.

Het is interessant te zien dat beide deelnemende gezinnen met drie en twee kinderen goed met Clio uit de voeten kunnen. Clio wordt gebruikt voor bezoekjes aan vrienden en familie, sportvelden, Ikea, musea, en de stort (Clio heeft een trekhaak).

De drie deelnemers houden zelf het benzinegebruik in de gaten, er wordt -grofweg- om en om getankt. Één deelnemer administreert en presenteert in december een digitaal opgeslagen verslag met de eindafrekening. Bewijzen van verzekering en wegenbelasting zijn ook voor alle drie deelnemers opgeslagen. We hebben een reglement (zie verderop) met daarin toe- en uittredingregels, waardebepaling, en andere praktische zaken.

Clio staat geparkeerd aan Praediniussingel, lekker dichtbij. We nemen kleine parkeerschrammen voor lief. Dit nadeel strepen we weg tegen het gebruiksgemak en de lage gebruikskosten. Vanwege een laag BMI is Clio goedkoop in de verzekering, wegenbelasting en benzinegebruik (ze rijdt ongeveer 1 op 20). De kosten zijn mede laag doordat we geen reserve opbouwen voor een evt. vervanging in de toekomst.

En, bevalt het? Zeker. Supergoed zelfs. Wij zijn veranderd van een veelgebruiker (20 jaar geleden hadden we een dieselauto, motor, retrotractor, zitmaaier, sportautootje) naar zuinige, kritische deelautomobilisten. In geval van nood hebben we hulpvaardige buren en familieleden die kunnen en willen bijstaan als ik lek rijd met mijn Giant TCR bijvoorbeeld. Deelnemer II meldt: “Op deze manier hebben we (bijna) altijd een auto beschikbaar zonder een auto te hebben. De kosten op deze manier zijn ook nog eens een stuk lager dan een auto huren of een deelauto via een platform zoals Greenwheels. Win-win dus.”

We zijn zeker van plan lang door te gaan met een deelauto. Zelf denk ik dat er gemakkelijk een vierde deelnemer bij zou kunnen. Op deze manier leveren we een bijdrage aan het verkleinen van de parkeerproblematiek in Groningens binnenstad.

REGLEMENT CCP; Clio Coöperatie Pomphuisplein (2022 – 2025)

  1. Geschiedenis. In september 2022 gaan twee gezinnen over tot autodelen. Eén gezin brengt een Renault Clio in. Die wordt getaxeerd en na betaling van de helft van de taxatiewaarde wordt gezin II mede-eigenaar. Na bijna anderhalf jaar treedt een derde deelnemer toe.
  2. Als bewoners van een provinciehoofdstad zijn CCP-deelnemers, allen met duurzaamheid hoog in het vaandel, zich steeds meer bewust van de noodzaak autogebruik tot een minimum te beperken en ernaar te streven minder blik op straat te hebben. Onderzoeken wijzen uit dat auto’s tot wel 95 % van de tijd stil staan en dat autodelen de toevloed van blik op straat een halt toeroept.
  3. Deelnemers gebruiken een groepsagenda waarin gewenst autogebruik wordt genoteerd. Ervaring leert dat het gewenste gebruik altijd mogelijk is. De gezinnen met kinderen hebben in schoolvakanties de eerste keus.
  4. Nadere communicatie over het autogebruik (parkeren, onderhoud, gewenst gebruik en andere bijzonderheden) vindt plaats via een groepsapp.
  5. In de auto ligt een boekje waarin het autogebruik wordt genoteerd: gereden kilometers, getankte benzine, data, enz. Jaarlijks wordt een kosten- en gebruiksoverzicht gemaakt waarna verrekening van onkosten volgt. Deelnemers proberen enigszins evenwicht te krijgen in tankgedrag zodat na afloop van het gebruiksjaar een milde verrekening kan plaatsvinden.
  6. CCP heeft een parkeervergunning voor de binnenstad van Groningen. In de praktijk biedt de Praediniussingel volop parkeerruimte.
  7. De vaste kosten (wegenbelasting, verzekering, parkeren) worden, direct na ontvangst van de nota’s, hoofdelijk omgeslagen. De variabele kosten (onderhoudsbeurten, benzine) worden, eens per jaar, verrekend op basis van gereden kilometers.
  8. Alle CCP’ers zorgen ervoor dat Clio op tijd gewassen wordt. Showroomexposure wordt niet geëist, redelijk schoon is de norm.
  9. Nieuwe leden van CCP kopen zich in door een evenredig deel van de taxatiewaarde te betalen aan de andere leden. Taxaties worden uitgevoerd door de Renaultgarage te Groningen. Bij toetreding van een nieuwe CCP’er wordt een administratief overzicht gemaakt en worden de kosten tot dan toe verrekend door de oude leden en ontstaat een nieuwe administratieperiode incl. de nieuwe toetreder.
  10. Verlaat een lid de CCP dan wordt dezelfde methode gebruikt als bij toetreding. De auto wordt getaxeerd en de blijvende leden betalen het uittredende lid haar/zijn deel. Voorkeur heeft echter dat er in de plaats van de uittreder een nieuw CCP-lid wordt gezocht. Het uittredende en nieuwe lid kunnen dan het CCP-lidmaatschap onderling verrekenen.
  11. Drie maanden na toetreden van een nieuw CCP-lid volgt een eerste evaluatie. Dan wordt ook bekeken of toetreding van meer coöperatieleden wenselijk wordt geacht.
  12. Eens per jaar, na afloop van het boekjaar, komen CCP-deelnemers bij elkaar ter bespreking van het wel en wee van de CCP.
  13. Schade wordt gemeld bij de CCP-deelnemers en bij de verzekeraar. Dekt de verzekering de schade niet, dan zijn de kosten voor rekening van de veroorzaker. Evt. terugval van de no-claimkorting komt voor rekening van alle CCP-deelnemers.
  14. Bij een onverhoopte totalloss-schade komen de CCP-leden bijeen en beslissen vervolgens over een passend vervolgtraject waarbij consensus het uitgangspunt is.
  15. Onvoorziene gevallen. In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de CCP-jaarvergadering.

JOURNAAL week 10 (2025)

MAANDAG ‘Groanrepubliek’ heet de vertaling van ‘De Graanrepubliek’. Vertaald in zeventien talen. Ik lees de Groningse versie. Achterin een verklarende woordenlijst. Het lukt. Natuurlijk wist ik van de CPN in Oost-Groningen, van Sicco Mansholt en de boterberg, de olijfolieplas. Maar dat de vette Groningse boeren met gegarandeerde graanprijzen en vergoeding voor braakliggend land (per hectare vingen ze meer dan het jaarloon van een arbeider; alsof daar de subsidie-infuzenverslaving voor boeren al is ontstaan) zo ver van de werkelijkheid afstonden en dat Sicco Mansholt die ik eerder beschreef als theeplanter, verzetsman, boer, minister, socialist, spijtoptant-boterbergbouwer, elfstedentochtrijder, op zijn oude dag een relatie kreeg met Grünenoprichtser Petra Kelly, daarvan had ik geen idee.

DINSDAG Het klasje ‘Grunneger konversoatsie veur gevorderden’ barst van de creativiteit. Er komen twaalf self-made woorden voor ‘centrifuge’. Van ‘droaaidreuger’, ‘dreugdroaaier’ ‘gieseloar’, ‘swiddeldreijer’ tot ‘wringding’. Ik tel vijftien deelnemers. Zonder naamkaartjes blijven de namen lastig. Twee van ons lezen een in het Gronings geschreven tekst voor. Applaus en vragenronde. Daarna twee cursisten die iets aanprijzen. We leren over wijze lessen van Erik Scherder, en ontwikkelingen op het koffiefront. Na de pauze twee teksten van Jan Boer i.v.m. het overlijden van Grunnegertoalaanpeerdtjeder Henk Scholte. Docent Reinder van der Molen provoceert de groep mildelijk met een artikel uit Trouw dat de vloer aanveegt met aannames dat burenhulp slechts in dorpen in Overijssel voorkomt. De meest prikkelende stelling dat burenhulp het meest wordt aangeboden door mensen met hoge inkomens wordt gelaten gelezen.

WOENSDAG Ik vertaal mijn eerste gemeentedichtersvers, een sonnet, uit de tijd van de Emmense gemeentedichterspool in het Gronings: Op fietse noar Emmen

Nait meer van dizze tied, veurbie, verworden / D’r bint veul dingen woar je boeten kin / Kwakzaalverij, Hemelvoart, ramadan, / Een Roomze rector zunder orde / Ledlichten under olde laampekap, / Baarms maain, vlaggen zunder Pompebloadern / Steertbot, ensieklopedie, woaterschop, / Joagershut, twinneg soarten Sandwich Spreaden, / n Keuning, schoamloes, Argentijnse keunegin, / Borsthoarscheer, kroantieskan, en tussenzin. / Graipprik, omroupgidsen, blauw bakeliet / Mor zunder bouk, Bach, op fietse noar Emmen, / Kibbelingen van maart, vraauwenstemmen, / Koormeziek, sportbeha’s, gait leven nait.

DONDERDAG Het Gronings switcht van afgezakte broek, lauwe koffie, ouwelijk, grijs, naar hip, digitaal en sexy. Èn Engels. Het Centrum Groninger Taal & Cultuur (CGTC) heeft een Massive Open Online Course (MOOC) ontwikkeld. Op de fiets een road trip door Groningen, een onvervalste Romcom: het onderwerp van de gratis online cursus Gronings op www.groningsleren.nl. Jetse Goris presenteert in The House of Connections aan de Grote Markt in de Jantina Tammes School of Digital Society, Technology & AI. Hail wat aans as dorpshoes in Oskerd. Flitsend en vrolijk wordt iedereen aangespoord Grunnegs te leren. In aanwezigheid van scriptschrijver Fieke Gosselaar, PhD kandidaat Center for Language and Cognition Research Hedwig Sekeres en hoofdpersonen Iefke en Enno. Hoofdgast is René Paas en zang (o.a. ‘Oaventuren’) van Marleen Bakker en Gijs Coolen op gitaar. Even naar de Bright Space-omgeving van de RUG en studaaiern mor.

Basisschool Wenen minder preuts dan lesboek Gronings

Heb je ooit in het onderwijs gewerkt dan blijf je alles volgen wat over je oude vak gaat. Ik houd de Volkskrant bij, vrienden sturen wetenswaardigheden uit Trouw en NRC. Ook films over het onderwijs hebben mijn belangstelling; ik zag Dead Poets Society, Être et avoir, Les choristes, Druk, om maar een paar te noemen. En nu dus ‘Favoriten’.

Een basisschoolklas in Wenen-centrum wordt vier jaren gevolgd. Schitterend gefilmd. Een juf die door iedere docent als collega wordt gewenst en leerlingen met verschillende achtergronden. Juf Ilkay heeft Turkse roots en begrijpt haar leerlingen en hun ouders.

Alles wordt gefilmd: de doorsneeles, correctiemethoden, gym, klassenuitjes naar een moskee  met een sympa imam, en aan een dom met een drammerige pastoor die maar blijft zeggen dat de Stephans Dom van iedereen is. Bij een evaluatiegesprek blijkt dat de Mac iets meer imponeerde dan de kathedraal. Zwemmen waarbij het probleem van obese kinderen duidelijk wordt, ouderbezoekjes, toetsen (inclusief het teruggeven van de resultaten). Soms indringende ruzies (inclusief het bijleggen), hartverscheurende huilpartijen maar altijd weer de juf die begrijpt en vertrouwen biedt, structuur, variatie in lesinhouden en verantwoordelijkheid, betrokkenheid en deskundigheid toont. De lessen worden onderbroken door fantastische energie opwekkende wilde dansjes.

Met de islamitische achtergrond van juf en bijna alle leerlingen zit de kijker op het puntje van de stoel als er hete hangijzers voorbijkomen. Bijvoorbeeld bij de verschillende rollen van (dominante, Duits sprekende) vaders en (onderdanige, Turks blijven sprekende) moeders èn de biologieles. Op een levensgroot getekende man en vrouw worden lichaamsdelen geschreven. Ik moet denken aan mijn cursusboek Grunnegs ‘Zeg t mor’ waarin een identieke tekening wordt getoond, waarbij de schaamstreek enkel ‘geslachtsdailen’ vermeldt. Onze Weense juf spoort de leerlingen (basisschoolkids van zes t/m tien) aan de erbij passende woorden: ‘vagina’, ‘vulva’, ‘penis’, ‘ballen’ uit te spreken, erbij te schrijven en er, op ware grootte, bij te tekenen.

Mijn geslachtsdeelkennis van het Gronings beperkt zich tot ‘deus’ uit de uitdrukking ‘dij vraauw hef heur deus nait mit pissen versleten’. Even kijken wat de bejubelde K. ter Laan te bieden heeft: wel ‘lul’, maar bij ‘kut’ staat iets over ‘knikkeren’. Zou Van der Laan een man zijn? Geen ‘vagina’, ‘penis’ of ‘c(k)litoris’, wel ‘klit’ (=’klaar’), ‘klitse’ (vrouwspersoon die mannen naloopt; oorspronkelijk betekent ‘klitse’ ‘teef’). Nou ja, ik ga nog even door. ‘Masturberen, vingeren, aftrekken’: niets. Bij ‘òftrekn’ staat weliswaar ‘aftrekken’, maar in de betekenis: ‘zich laten fotograferen’. Nadenken dus, als je aangeschoten buurvrouw na een buurtbarbecue je in het steegje influistert, ‘schiere mirreg mienjong, zöl k joe nog eem òftrekken veur n aiwege herinneren?’ Hahaha. Aander moal meester Reinder mor s vroagen.

JOURNAAL week 8 (2025)

ZONDAG We slenteren door de tentoonstelling over 80 jaar bevrijding in de A-kerk. Ik kijk met interesse naar zwart- en bruinhemden op de Vismarkt in 1943 en denk enkel aan VN-rapporteur Francesca Albanese. De oorlog in Groningen 80 jaar geleden legt het af tegen Gaza. Mijn gedachten springen van toen naar nu. Waarom kritiek op Israël wordt verward met antisemitisme. Landsgrenzen moeten los staan van geloofsgrenzen. Anti-Israëlisch is niet antisemitisch. Albanese ontkent het bestaansrecht van Verenigde Naties-lid Israël niet. Zij beweert dat Israël zich schuldig maakt aan genocide, apartheid, etnische zuiveringen, mensenrechtenschendingen. Door Palestijnen te verdrijven uit hun nederzettingen gedraagt Israël zich als wrede kolonisten. De binnenstad van Groningen was zwaar beschadigd. Ik zie een verwoest Gaza.

DINSDAG Een bezorgde scheepseigenaar nodigt me uit, na mijn kritische noten over het oppervlaktewater in Stad te komen kijken op haar schip in vrijhaven Noorderhaven. Iedereen mag daar, mocht er een plaatsje zijn, komen aanleggen. Het schip moet authentiek zijn, kunnen varen en je mag er geen verhuurschuit van maken. Water en elektriciteit komen van de wal, geleverd door de gemeente. Grijs (afwas)water mag geloosd worden. Zwart (toilet)water gaat via een sanibroyeur (een maalinstallatie) in een tank. Deze tank wordt via een ingenieus pompsysteem naar het riool op de wal gepompt. Je rolt een lange slang uit en laat de pomp 20 minuten werken. Echter, deze installatie hapert vaak, volgens mijn zegsvrouw negen van de tien keer. Heeft de schipper geen tijd/zin om de onderhoudsdienst te bellen dan wordt het zwarte water op het behoorlijk stromende oppervlaktewater geloosd. Verboden, maar, zo is de redenering, de Diepenring is ook overstortgebied van overstromende stadsriolen. Een lastig maar begrijpelijk dilemma. Maakt het als buurman van Tata Steel wat uit als je je fijnstof producerende barbecue gebruikt? Kan jij rustig je allesbrander stoken terwijl je buurman in een sjoemeldiesel rijdt?

WOENSDAG In de grote zaal van Martini Plaza gebeurt het: de James Bond-film Spectre wordt begeleid door livemuziek van het Noorpool orkest. Woeste achtervolgingen door voor de gelegenheid lege straten in Rome worden nog spannender: de Aston Martin en Lamborghini testen de banden op straten, trappen en pleinen. Je weet niet waar je moet kijken; naar de als Bond verklede Daniel Craig, de sexy auto’s of de zestig musici van het Noorpool Orkest die Bond proberen bij te houden. Knallend koper, 20 gierende strijkers, tokkelaars, blazers en jazzy slagwerk. Heerlijk, wat een spektakel. Het orkest wordt wel beschreven als Nederlands grootst denkbare Big Band. De muziek swingt als een gek. Je herkent allerlei bekende Bond-tunes terwijl je naar de bekende ingrediënten kijkt: Q, Moneypenny, Bond, de grootst gefilmde ontploffing ooit, bloedmooie vrouwen, schitterende stadsbeelden van Rome, Mexico-Stad, Wenen, Tanger, raceauto’s, een heli, een vliegtuigje: allemaal bij elkaar gehouden door Daniel Craig en de allesbehalve koude muziek van Noordpool. Gefilmd door ons aller Hoyte van Hoytema. Spectaculair. Speciaal. Spectre.

Bevrijdingsconcert van Grootkoor Groningen in Martinikerk op 7 mei ‘25

Het Grootkoor Groningen geeft op 7 mei 2025 een bevrijdingsconcert in de Martinikerk°. Solisten: Martin Mans op Schnitger, Rob van Dijk op piano, en superster Melissa Venema op trompet. Voor de generale zijn er drie repetities. De koorzangers worden, als de Chinese container op tijd langs Suez komt, versierd met rood-wit-blauw, voor de vrouwen sjaaltjes, voor de mannen strikjes. De muziek krijg ik een week voor de eerste repetitie.

De kamergordijnen zijn nog dicht. Voor achten begint mijn koorstudie. Terwijl ik mijn buik en middenrif teister met de hoepel, ja, oudere mannen doen wat om heupen en bekken soepel te houden, galmen de vibrerende tenorpartijen, ingezongen door Nan van Groeningen, door de kamer. Vrouw I doet, begripvoller dan begripvol, gelukkig extra lang over de schimmel uit de douchebak wegpoetsen en het stiften van de lippen. Ik probeer melodielijnen te volgen en doe alsof intoneren en moduleren mij op het lijf is geschreven.

Zonder veel moeite (ik zeg niet: ‘de minste’) stapt de republikein in mij over teksten als ‘God save the King’ en de hardcore atheïst verblikt of verbloost nauwelijks bij het kwellende ‘Nearer my God to thee’. Principes en politiek correcte gedachten worden zacht als stugge kunststoffen fietstassen die na jaren buiten achter op een oude Gazelle in een verwarmde berging worden gezet.

De WhatsAppgroep met Rogier, Erna en Lycke doet alsof Signal niet bestaat en wordt nieuw leven ingeblazen. Prachtig hoe de vrouwen, beiden ski-instructeur van verwende zorgaccountmanagers op neopreenbanen in Lech die de beginnerscursus ‘meet eenvoudig je eigen CO2-footprint met deze zes tools’ frauduleus hebben afgerond, tot tenor transformeren; mannen die het tot alt schoppen ken ik nog niet. We kijken uit naar honderd-plus stemmen die na twee uren hard werken samen vloeien als beton waar de kiezels uit zijn gezeefd. Ik verheug me op de fluwelen tonen van trompettist Melissa Venema en op het kwajongensspel van Martin Mans die oma Schnitger kietelt, bepotelt en masseert als een kermisganger zijn nieuwe vriend op Roakeldais te Warffum

° ik krijg € 5,- korting op een handvol kaarten die gewoon € 20,- doen. Wie het eerst komt het eerst maalt.