Oudejaarsconcert van Kemler en Bronda in Lutherse kerk Groningen

31 december 2024. Voorbijrijdende brutale drugsdealers en pooiers werpen ons vanuit hun verlaagde Benzen kwade blikken toe vanwege de drukte naast hun domein. Jammer, maar vandaag leveren de hoerenlopers de Haddingestraat in aan de muziekliefhebbers. Voor de Lutherse kerk staat een rij als voor een vuurwerkverkoper, een oude gebontjaste mevrouw naast me spreekt er schande van dat ze moet queuen. Ik geniet nu al.

Kemler (in het programma hier Oliver en daar Olivier genoemd) wordt door zijn massaal opgekomen matties met gefluit en geroep verwelkomd. Hèhè, eindelijk wat leven in de brave brouwerij. De kleurloos opgetuigde fel oplichtende kerstboom stemt wat berustend saai. De klankkleur komt van Kemler. Kristusziele, wat een lekkere stem, met een bereik van hoog tot laag, luid en duidelijk tot knisperend fluisterend, van donker tot helder en alle dynamische varianten en tonaliteiten er tussenin. Spatzuiver, frank en vrij en vrolijk. En, godzijdank, niet versterkt.

Begeleider Tymen Jan Bronda bespeelt de Ahrend, Van Oeckelen en Schnitger al net zo lekker en dan ook nog een oude vleugel die in het programmaboekje (vanwege de verschoten schimmelige bruine kleur?) maar niet wordt beschreven. Bronda heeft zich uit de naad gestudeerd horen we. Bachs Toccata & Fuga d kleine terts klinkt geweldig en overstemt vleugen cobra en carbid  van het Zuderdaip en versleten uitlaten van passanten.

Het programma stuitert van oud naar minder oud: van Schütz en Bach via Purcell, Händel (hier Handel geheten), Frank, Haydn, Schubert, Brahms, (jonkie) Duparc en Krebs naar weer Bach. Een fraaie staalkaart van tijden en smaken dus. Kemlers huisgenoten doen wat de rest van het publiek heeft afgeleerd: ze schreeuwen, stampen en fluiten de hele boel bij elkaar als in EuroSonics voorprogramma.

Wow, wat een zanger, deze Kemler. En het grootste deel uit het hoofd. Dat biedt hem een vrijheid die hij ook gebruikt: vrijmoedig inspecteert hij de rijen en zingt (goed en prudent gekozen) over de ‘krachtlose smachtende Mensch, Völker, aus der Stadt gezogen, die das Land bedecken’, je begrijpt, in een kerk met de naam van antisemiet Luther formuleer je bedeesd in deze barre tijden.

Dat er te weinig programmaboekjes zijn vind ik een goed teken. Maar ik vrees dat dan ook de oliebollen en de bubbels mankementen vertonen en poets de plaat.

JOURNAAL week 52: Herman Koch ‘Luchtplaats’ en Arteriitis Temporalis  

WOENSDAG met kerst lees ik ‘Luchtplaats’ van Herman Koch. Ik word aan mijn oor door het verhaal gesleurd en pas op de laatste pagina weer losgelaten (zoals Koch het op p. 161 treffend verwoordt). Soms lees ik een zin of passage hardop voor aan vrouw I: dood, misdaad en verderf met stijl en niveau. Koch veegt via Derek L., Hanna en Simon op licht humoristische, lichtvoetige tot zwaar-cynische bijna wrede toon de vloer aan met drugsdealers, fantaserende brave huisvaders,  middelbareschoolleraren, Montessorileerlingen en -scholen, feministen, huismoeders, huisgebrouwn bier, galerie-eigenaren, expositieopeningbezoekers, beeldend kunstenaars, Fonds voor de letteren-auteurs, leesclubvrouwen in gevangenissen, vrouwen die het altijd fijner vinden een te opdringerige man van zich af te moeten duwen dan het handje van een heilige te moeten drukken, egotrippende talkshowhosts die leeswerk aan medewerkers overlaten, de niet al te intelligente meerderheid van de mensheid, luie uitgeverijredacteuren, luie journalisten, frauderende rechercheurs en politie. Tussendoor wordt er afgerekend en van dichtbij door hoofden van in het bos knielende slachtoffers geschoten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

VRIJDAG Arteriitis temporalis is een ontsteking aan je (linker) slaap. Sinds twee dagen is mijn linker slaap wat gevoelig. Zit de bril te strak? Google herkent het. Lijd ik aan (een lichte vorm van) arteriitis temporalis? Het woord temporalis stelt me gerust omdat ik denk dat het ‘tijdelijk; betekent totdat ik leer dat het Latijn is voor de slaap. Ik vraag me af of ik pijn voel of een gevoeligheid(je). UMC Utrecht biedt goede info. Ook Huisarts & Wetenschap is duidelijk. Ik herken me in agrariër De Bos die niet vaak bij de witte jas komt. Ik heb geen koorts, geen hoge bloeddruk (ik meet zelfs èn links èn rechts), wel voel ik iets bij hevige kaakbewegingen. Mijn Sloveense student geneeskunde oppert dat het misschien een gevolg is van bruxisme, maar volgens vrouw I knars ik niet meer, wel heb ik af en toe restless legs, maar ja mijn stalen bovenbeenspieren willen soms ademen, natuurlijk. Prednison wordt voorgeschreven als de symptomen hevig zijn. Paardenmiddel Prednison is een ontstekingsremmer, weet ik nog. Aha, ik heb nog wat Ibuprofin liggen, tegen milde ontstekingen. Twee rode pilletjes dan maar.

ZATERDAG De hypochonder in mij ontwaakt. Complicaties kunnen hevig zijn, o.a. blindheid aan één oog. Ik zie niet wazig, voel geen verdikking, heb geen verergerende hoofdpijn of verminderde eetlust of gewichtsverlies, maar ben wel af en toe wat moe en heb een gevoelige hoofdhuid. Ook nachtzweten komt wel eens voor, bijna 69 hè. En nu ik erover nadenk: een poos geleden zag ik wel miniatuur lichtflitsjes, heel soms voel ik een soort draaierigheid bij plotselinge zijwaartse bewegingen en ben ik twee jaar geleden ook niet eens met de (race)fiets van het betonnen fietspadje geraakt zonder aanwijsbare oorzaak? Misschien maandag toch even Jopie (de voornaam van onze huisarts in Sleen, een naam die we gemakshalve ook voor onze huidige huisarts, die overigens Jan-Willem heet, gebruiken) bellen. De casus van de 65-jarige akkerbouwer De Bos stelt me niet gerust. Ik deel zijn stijfheid in schouders en bovenbenen, maar of De Bos een racefietser is, lees ik niet en ik sjouw niet met zware zakken bintjes. Wel heeft hij ook een blanco voorgeschiedenis. Even kijken of ik morgen 60 kms met SpaakMasters mee wil doen.

ZONDAG pijntje is z.g.a. verdwenen. Jopie gaat me nog niet zien en ik kom niet in de statistieken van de 90 % huisartslastigvallers met kwalen die na enkele dagen vanzelf oplossen.

Beste Klaastaallezer,

Het is bijna 2025, dus tijd voor een terugblik en een nieuwjaarsgroet. Die laatste in het Gronings. Mijn toezegging, een fles champagne voor de beste vertaling, gaat waarschijnlijk naar Emmen, waarvandaan twee behoorlijke inzendingen kwamen. Instinker was het woord ‘liepen’ dat niet de verleden tijd van ‘lopen’ is maar ‘huilen’ betekent. En ja, de nare onverzoenlijke houding tegenover de duif is natuurlijk een metafoor voor de vluchteling die zijn heil in ons land komt zoeken.

FIETSEN Mijn jaardoel, 7300 kms, 20 per dag, heb ik ruim overschreden. Het werden ruim 8.200, 22 per dag. Oorzaak hiervoor is natuurlijk de ultrarit Groningen Maastricht en de eraan voorafgaande voorbereidingskilometers. Voor 2025 blijf ik weer het twintigkilometerdagdoel aanhouden.

KLAASTAAL Als ik de Google Stats goed lees kom ik op de volgende wetenswaardigheden: ik schreef sinds begin van KLAASTAAL 547 posts. In 2024 circa 100 posts met 11K weergaves en 5,1K actieve gebruikers die 1,34 leestijd investeren. Meest gelezen stuk is en blijft mijn open brief uit 2020 aan projectontwikkelaar Peter van Dijk in Emmen. Primo! Zoals ik zelf wel eens google op namen als Guoaitske Sjoerdsma die me ooit eens slapeloze pubernachten bezorgde, zo zijn er ook gasten die mij via mijn eigen platformpje traceren. Afgelopen jaar maar liefst drie met hernieuwde, fijne contacten in Meppel, Turnhout en Blauwestad, met dikke verhalen over mijn wildeharenjaren en bezoeken over en weer tot gevolg. Alle uit de beginperiode, resp. 1980, 1978 en (ongeveer)1985 van mijn docentschap.

ZINGEN Voor de zesde keer verbond ik me aan het Grootkoor. Een projectkoor dat gericht is op vijf keer repeteren, en daarna een grootschalig kerstconcert in muziektempels van naam: De Nieuwe Kolk in Assen, de Martinikerk in Groningen en het Concertgebouw in 020. Naast fietsen, lezen, schrijven geeft zingen me zeer veel voldoening.

ORGELmuziek. Natuurlijk moet ik wat glimlachen als Nan van Groeningen, naast Etty van der Mei dirigent van het Grootkoor, Martin Mans de beste organist in Nederland noemt. Hij is steengoed, ja, maar de beste? Mwaaah. Nog steeds groeit mijn belangstelling voor orgels en orgelmuziek. Het is niet voor niks dat ik Gert van Hoef engageerde voor ons (SCDZ) kerstconcert in Aalden.

GRONINGS In februari start mijn tweede cursus Gronings: Kurzes Konversoatsie met docent Reinder van der Molen. Naast mijn nieuwsgierigheid naar deze mooie streektaal schuilt mijn doel om mijn hersenen actief en dementie buiten de deur te houden. Mede dankzij mijn studiemaat uit Potjewol studeer ik. Mijn methode: ik lees simultaan een boek of drie, markeer de woorden die ik niet ken, sla die op in een Excel-bestandje en zoek de betekenis op in Van der Laan. En sja, dan krijg je dit dus:

                                                                                                                   MOI

Noa drij joar Stad binve groots

op Grunn, stad van vrijhaid, reuring.

Mor tougelieks vuilen wie ons

verbaalderd, toesterg, den vrijhaaid

is, in tied van blink en blister en

gedinken lutje potje oet Bethlehem,

kulkouk veur flonke doevm dij in

verdomhouk liepen, din zie kriegen

antikonsepsie hormoontjederij

oet stadhoes, zie binnen nait welkom

getuge schaarp stiekelhek maank

Metinitoren en biebeltaik: sikkom

welkom as slovve ol kraanten op

taandes schiethoes, of gif veur

dorpsgek. Olde Droakerk snokt,

schoeft gele schiere kop meroakels

aan zied; of nikkopt e? Tou, zeg t mor.

Op noar een vogelvrundelk nijjoar

2 0 2 5

Kerstconcert te Aalden met NOVA, Gert van Hoef, Nodari & Tatjana,

Nova: dertien jonge vrouwen zingen de sterren van de hemel. Soms in wisselende formatie. Ze worden bij elkaar gehouden door muzikale draden en Mirna’s handen, vaak begeleid door een piano, soms verstevigd door het orgel of een dwarsfluit. Het publiek geniet. Vrouwenkoor NOVA zingt drie- en vierstemmig. Een perfecte dynamiek, spatzuiver, alles uit het hoofd. Dirigent Mirna Westra dirigeert met minimalistische handbeweginkjes en een subtiel bewegend lijf. De zangeressen zingen alsof ze nooit anders doen. En, – niet onbelangrijk – ze stralen plezier uit. Pianist Cas Straatman voelt de pianissiomo- en fortissimo-passages precies aan. Bij ‘On this holy Christmas night’ speelt Marlinda Krol – Wenselaar de dwarsfluit. Het heldere fluitgeluid weerkaatst door de met hoge trekstangen bijeen gehouden octogonale ruimte ver boven de sexy vuurrode hoogpolige vloerbedekking.

Bij het eerste nummer ‘Oh come, all ye faithful’ spelen Mirna en Cas quatre-mains en krijgt de piano hulp van maestro Gert van Hoef op orgel. Er is een perfecte balans tussen beide instrumenten en de delicate zang. De teksten zijn de bekende formules, het is de vlekkeloze muziek die boeit. Kippenvel. Bij een enkeling een traan. De programmacommissie heeft Gert gevraagd vooral ook Bach toe te voegen en de magische hommel van Korsakov.

En dan het duo Nodari en Tatiana. Oekraïne in Aalden. Als ik mijn ogen even sluit meen ik Ivan – wie kent hem nog – Rebroff te horen en als ik mijn ogen weer open: te zien. Het ‘Stille nacht’ wordt gretig meegezongen. Oekraïense gasten uit Coevorden weten niet wat ze horen van beide deelnemers aan de halve finale van Holland’s got Talent. De drie nummers toveren een lach op de gezichten van het publiek.

Terug naar Gert. Vlakbij hem zittend zie je de virtuositeit van de vier ledematen op de nieuw ogende elektropneumatische Verweijs uit 1955 met een lekkere holpijp in plaats van de holquintadeen. Waar profvoetballers al moeite hebben met tweebenigheid, zien we een tovenaar die tweebenigheid paart aan tweehandigheid. Pedalen en klavieren voegen zich naar de muziek van Bach via Gert. Dat de registers hier mechanische knopjes zijn, soit! Als Nederlands Songfestivaldeelnemer Claude volgend jaar in Bazel een variatie op Bachs ‘Jesu bleibet meine Freude’ zou zingen, was Joost Klein snel vergeten.

In de pauze voeren we serieuze gesprekken. Veel van wat we vanavond horen zou er niet zijn geweest zonder het land waarvan de premier, Bibi N., nu van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, uitmondend in genocide, wordt beschuldigd. Gelukkig duurt de pauze niet lang.

JOURNAAL week 51

ZATERDAG Met de NS naar Amsterdam en Utrecht. In volle maar rustige coupés lees ik ‘Suikerbeest’ van Daanje uit. In Buitenveldert waart de geest van Joop den Uyl sterker dan het internet dat hapert als de voorhoede van AJAX tegen AZ. Als we dreigen veel te laat aan te komen bij onze Amsterdamse vrienden schiet ik een vertrekkende auto aan en leg de chauffeur onze situatie uit. ‘Natuurlijk, ik breng u even.’ Als vluchtende HUNTED-deelnemers rijden we mee. ‘020, we love you.’

ZONDAG Frisse ochtendlucht tank ik, fietsend met de SpaakMasters, het wordt 62 kms naar Doezum & Lutjegast. Ondertussen bereidt Stad zich voor op de 3e dag Winterwelvaart. Wat in Bourtange en Muntendam een kerstmarkt heet, heet in Stad WinterWelvaart. Een mix van muziek, Glühwein, beeldende kunst, hamburgers, vuurkorven, uitbundig licht en dichte drommen bezoekersstromen. De A-brug is even het Eiffeltoren-plein waar pics en selfies worden gemaakt met het tempo van een Kalashnikov in Damascus. Op de achtergrond wulps verlichte schuiten waarvan de schippers blij zijn dat handhaving van regelgeving tegen oppervlaktewatervervuiling ontbreekt als fatsoen in de PVV. Ik verlaat me op wethouder Wijnja.

MAANDAG Met vier personen ruimen we WinterWelvaart-materialen op. Vuurvaten, restanten brandhout, activiteitenzuilen, ijzeren hekwerken, richtingsborden worden op platte karren voortgetrokken door 68-jarige mannetjesputters en bij het museum gedeponeerd. De ploegspirit is en blijft goed als het weer. Ik mag rijden in een vette Mercedes-bus om de spullen naar een boerenschuur buiten Stad te brengen. 

DINSDAG Uit Koers 2’ van Frank Heinen leest als een trein. Prachtverhalen over 75 op een zijspoor geraakt renners, waaronder een handvol vrouwen. 350 pagina’s brengen me naar namen die klinken als Mahé, Marvingt, Tuft en Gwiazdowski. De ‘vergetenste’ mens achter de fietser achter de verliezer gaat leven. Deviant gedrag en een gederailleerd leven, volgend op gestroomlijnde fietscarrières eindigen in drugs, ziekte, verval, oplichting, verslaving, gekte en bedrog. Zorgvuldig, liefdevol, uitgebreid beschreven. In mijn eerste druk nog zonder register.

WOENSDAG Als een profvoetballer bereid ik me voor op het Grootkoorconcert vanavond. Lig wat op de bank, eet en drink lekkere kerstversnaperingen, probeer milde gedachten te krijgen over hedonisten die uit skiën gaan op opgespoten witte neopreenstroken, en te leren van Rutger Bregmans ‘Morele ambitie’, denk na over consuminderen, de heikele aspecten van het woord genocide en de nare trekjes van de joodse lobby, voor argeloze velen gelijk aan het vriendelijk klinkende begrip ‘joods-christelijke traditie’. En wat hebben we lekker gezongen in een afgeladen Martinikerk.

Amstelringconcert Grootkoor Concertgebouw (12 december 2024)

De grote gewetensvraag is natuurlijk: zingen we mee omdat we graag Amsterdamse zorgcliënten een onvergetelijke middag bezorgen of is het een puur egoïstisch verlangen lekker in het Concertgebouw te zingen.

Ons in zwart gestoken kwartet nestelt zich in een stiltecoupé, twee zijn bang voor teveel prikkels voorafgaand aan het concert in 020. Een PWC-consultant die online knoeit met een examen houdt ons scherp. Het wordt lezen i.p.v. kletsen. Ik krijg de sensatie van mijn leven. Anjet Daanje beschrijft in ‘Suikerbeest’ een seriemoordenaar. Een op het oog brave huisvader uit Beijum moordt erop los. Bloederige details met afgehakte vingers en oren, opengesneden buiken als we Lelystad en Almere passeren. Daanje verrast me. Het contrast met mijn (jaja, vooringenomen) beelden van haar werk en met de fijne muziekmiddag straks is groot.

Ook trompettist Melissa Venema verrast. Gegil als ze in een spetterende rode jurk de podiumtrap afloopt. Haar outfit en spel sprankelen als een brute Moët & Chandon. Ze wijst het 300-koppige koor de weg en soleert later met een kerstmedley. Ik denk terug aan vroeger als Jilles Hamersma in Lytsewâld de kerkgemeente met zijn trompet begeleidt. Andy Booth op de vleugel is in topvorm. Organist Martin Mans knalt op het orgel, een gerestaureerde Maarschalkerweerd uit 1891. De zangsolo’s van Etty van der Mei, gestoken in ravissante haute couture van de bovenste plank, neigen naar perfectie.

De zaal zit vol met 1.500 zorgcliënten. Wij laten ons leiden door dirigenten Nan en Etty die een geölied duo spelen. We doen ons uiterste best. De wereldvreemde teksten kaatsen tegen de muren waarop gemarmerde componistennamen ons toeknikken. Anders dan in de literatuur gaat het bij kerstzang louter om de vorm. Harmonie, dynamiek, emotie, tonaliteit, vierstemmige samenzang in optima forma. Voor ons is dit concert een soort generale voor volgende week in de Martinikerk te Groningen.  

Dirigent Nan loopt door de zaal en biedt gasten kansen. Ontroerende beelden. Zoete melodieën verdrijven nare beelden uit dagelijks nieuws. Ook hier contrasteert de verre buiten- met de warme binnenwereld. We versterken dit gevoel als we het Rijks en vervolgens Le 4 Stagioni bezoeken.

Maarten ’t Hart krijgt P. C. Hooftprijs

Dat ’t Hart nog eens de P. C. Hooftprijs zou vangen, voelde ik in 2023 aankomen en ik startte mijn herleesprojectje van één ’t Hart per week. Ik kwam tot week 45. Niet omdat de voorraad op was (sinds begin 1970 kocht en las ik één ’t Hart per jaar en mijn collectie telt ruim 50) maar de stapel van collega-auteurs groeide explosief.

Als beginnend atheïst, vanaf 1973 ongeveer, raakte ik zeer geïnteresseerd in ’t Hart. Hij beschreef op duidelijke, humor- en liefdevolle, soms wijdlopige manier hoe hij de beklemming van het orthodoxe protestantisme in al zijn malle verschijningsvormen, ervoer en erin slaagde zich daarvan te ontdoen. De bijbel bleek een goochelboek. Zaken die ik in mijn jeugd als zoete koek had geslikt,  wimpelde hij af als de grootst mogelijke flauwekul, altijd gestaafd met bewijs, vaak uit het boek der boeken zelf, maar nog vaker uit andere literatuur.

Stond ’t Hart in mijn jonge jaren altijd fier op één, in de loop van de tijd duikelde hij enkele plaatsen naar beneden en werd hij ingehaald door auteurs als Brouwers, Roosenboom, Wieringa, Daanje, Spit. Het woord veelschrijver kleeft even sterk aan ’t Hart als het woord veellezer. En Dickensiaanse rasverteller. In zijn boeken veel gesprekken, dialogen van gewone mensen. En als je naar gewone mensen luistert hoor je ook veel herhalingen. In zijn boeken komen historische, biologische, religieuze, psychologische, feministische, wetenschappelijke thema’s voorbij, steeds gelardeerd met persoonlijke ontboezemingen van een verlegen, belezen, bijna permanent verliefde (jonge)man die weet hoe de wereld in elkaar zit en de klemmende jas van religie uitdoet. Je zou wensen dat andere orthodoxe religies (de Islam, het Joodse) met even onwenselijke, vrouwen onderdrukkende rituelen als de orthodoxe protestanten, critici als ’t Hart hadden. ’t Hart was in die culturen al snel Islamofoob of antisemiet. Met kracht van bewijs duidt ’t Hart op rabiaat antisemitisme onder kerkvaders als Maarten Luther. ’t Hart is wars van academistische, gelaagde, tot het uiterste gestileerde literatuur. Bij ’t Hart staat de verteller op de eerste plaats.

Ik ontmoette ’t Hart één keer. Het zal midden jaren tachtig zijn geweest. Samen met een goede vriend toog ik naar Amsterdam en bezochten we een VPRO-uitzending over boeken, gepresenteerd door de auteur. Dat ’t Hart zich een tijdje graag in vrouwenkleren hulde tekent zijn ongebreidelde nieuwsgierigheid en onbevangenheid.

Terecht spreekt de jury over een kritisch, schrijnend, liefdevol, spannend, kwetsbaar, geestig oeuvre.

Taakstraf bij de riooldiensten; hoe simpel wil je het hebben?

Je zou het niet zeggen als je ze ziet: de doorsnee Forumbezoeker, IDFA-verslaafde, Volt- of CDA-congresgangers, bitcoinverzamelaar: op het oog keurige plooiroktypen, maar ze zitten nog niet op het weekendbootje of ze veranderen in ordinaire, illegale watervervuilers met smerige nagels. Anders dan camper- en caravaneigenaren die hun compacte, gepoetste toiletjes keurig ledigen in chemische stortbakken, flikkert de gemiddelde kajuitjachteigenaar de inhoud van de poepdoos overboord.

In ‘Morele Ambitie’ schrijft Rutger Bregman over de in Londen gevestigde school ‘Charity voor Entrepreneurship’, een stoomcursus voor Omvangrijke, Onderbelichte, Oplosbare problemen. Moest ik aan denken toen ik met rechtenstudent Sal-Teun van Albertus-Magnus sprak over de oppervlaktewatervervuiling in Nederland. En in Stad. Wat kun je doen om eigenaren van pleziervaartuigen te dwingen hun zwarte water niet in het Reitdiep te lozen maar keurig bij een installatie van de havendienst?

Wij zijn gemotiveerde bezoekers van de Dutch Design Week in Eindhoven. Willy-Wortelachtige typen bedenken de meest interessante, creatieve producten en diensten voor complexe, maatschappelijk relevante vraagstukken en doelgroepen. Met jongeren over grote problemen spreken is vaak nuttig. Ik zou zeggen: probeer het maar eens. Ze zijn (nog) niet behept met tunnelvisies, vooroordelen en verdachte, schampere aannames. Voortgezetonderwijsleerlingen gevraagd naar oplossingen voor parkeerproblematiek wijzen in een handomdraai op het verdeelprincipe: wat is de fiets-autoverhouding, wie zijn gebruikers, hoe groot is de ruimte, welke visie is onderliggend: verdelen maar.

Terug naar de illegale lozingen. Sal-Teun, geconfronteerd met het gemeentelijke argument van gebrek aan handhavers, toverde na tien minuten en een Leffe-blond een oplossing uit de mouw. Draai de bewijslast om: laat de booteigenaar bewijzen dat hij (schippers zijn voor 99 % mannen) het goed doet. Verplicht hem een foto te maken van elke keer dat hij de poepdoosinhoud laat verdwijnen in de daarvoor ingerichte installaties: hoeveelheid afgevoerd zwart water met datum. Dan pas krijgt de Heiltje 23, de MarKees, de Lauwers, de Horny Lover of de Klipperstrada toegang tot de Diepenring. Geen bewijs, dan een enkeltje terug naar de Onlanden en een maand lang een taakstrafje bij de riooldiensten. Sal-Teun, bedankt.

Burgemeesterswisseling in Stad

Ach ja, wie hield niet van Aboutaleb, de oud-Riffijnse burgemeester van 010. En dan die dekselse Halsema, Marcouch, Dijksma en Schouten: onbetwiste toppers, op het heilige af. Maar ja, wees eerlijk, (bijna) altijd van de goede partij. Geen kunst, die zijn boven de morele wetten verheven. Hoop je. Van Aboutaleb had je het altijd wel vervelend gevonden dat hij zo met zijn godsdienst koketteerde. Je herinnert je zelfs een citaat waarin hij bekende dat hij zijn dochters het liefst zag trouwen met belijdende Moslim-bro’s. Burgemeesters moeten neutraal zijn. Dus geen info over religie, seksualiteit, financiën en paaldansclubbezoek.

Dat Groningens burgemeester ermee stopt, komt als een verrassing. Hoe gaat dat zijn, een aanstaande Schexit? In de eerste berichten hoor je over zijn werkpatroon. Werkweken van 100 uur, geen vakanties. Je denkt onmiddellijk:  wow, wat een arbeidsethos. Het tweede: slecht timemanagement. Had zijn omgeving, hoe noem je dat, secretariaat, entourage, kabinet, hem niet kunnen beteugelen? Geen privéwaakhond, reu of teef, naast hem die ‘m op tijd een weekje naar de Bahama’s, Schier, een Chinese massagesalon of Bad Nieuweschans stuurt? Toch verbaast die zogenaamde 100 werkuren je niet. In de drie Stadjaren ontmoette je de  burgemeester twee keer. Beide keren bij een bepaald niet vluchtig wijkbezoek. Allebei keren was je verbaasd. Dat iemand van een partij met aan het landelijke hoofd een nitwit (zeg nooit sloerie), zo wijs, doortastend en open-minded is. Met een hart voor grote problemen.

In de regiokrant begint het kwartetten. Een voorpagina met pasfoto’s van mogelijke opvolgers en obligaat geblaat over lastig te vullen grote werkschoenen. De helft van de namen ken je. De meesten uitgebluste, afgekauwde, uitgelebberde typen. Er ontbreken twee kanshebbers: Mirjam en Diederik.

Als je de partijnaam van de sollicitatiecommissievoorzitter ziet, dan weet je de partij al van de interimmer. Een vrouw waarschijnlijk, dan kiest het old-boys-network daarna weer een man, Diederik stoomt zichzelf al klaar bij de Gasunie. Je vraagt je af waarom het instituut locoburgemeester bestaat als die niet wordt opgeroepen bij het stoppen van de zittende. Wij Willen Mirjam Wijnja!

Frank Heinen – Uit Koers 2; literair café bij Spaak

Fietszaak Spaak organiseert op 21 november ’24 een literair café met alle benodigde ingrediënten: een interessant gesprek, een vragenronde en een quiz. Heinen, zelf een sportfiets- en  retro-Benotto-rijder, wordt bevraagd door, eeh, Steven Willemsen (docent kunsten, cultuur en media), die, zo vertelt Google, begin 2024 een voorjaarstrainingsrit in Emmen won. Willemsen heeft zich uitstekend  geprepareerd. De toko zit ramvol. Op drie vrouwen na mannen. Deze keer nemen ze de fiets niet mee naar binnen en bedekken lange broeken de geschoren benen. De sfeer is gezellig, zelfs uitgesproken vrolijk, vooral als inleider Maarten Soppe beide gespreksdeelnemers, gezeten onder goedmoedige reclame van Spaak en Vandenbrink, introduceert. Even denk ik bij een roast te zitten. Uitgelaten gelach. Wat een verschil met de SpaakMasters op zondagmorgen, wanneer fietsmatties uren over bandjes, lange fietstrajecten, jaarlijkse fietsdoelen, weerzin tegen spiegeltjes, en weersomstandigheden praten. Van de SpaakMasters zie ik niemand.

Het interview vindt plaats op een verhoogd deel van de fietsenwinkel, tussen café en werkplaats in, daar waar fietsers normaal gesproken te horen krijgen dat een nieuwe cassette, ketting en remschijven nodig zijn en dat de stuurlinten en de bandjes vervanging behoeven.

Heinen portretteert, in een historisch perspectief, liefdevol en uitvoerig de bijzondere levens van 75 fietsers, die beter waren in verliezen dan winnen. Slechts enkele namen ken ik/komen me bekend voor. Het zijn eeuwige tweeden of tweeënveertigsten, van losers via dropouts tot schlemielen. ‘Uit Koers 2’ en Heinens Volkskrantcolumns (vanmorgen rolden zinnen over discriminatie, racisme, Caroline van der Plas, pus, xenofobe praatjes, en semantische kwesties in hoog tempo voorbij als tubeless bandjes onder mijn lekkere Giant TCR) verschillen sterk van elkaar.

Heinen (1985) en Willemsen (1989), beiden Millennials (zeg nooit patatgeneratie), zijn aan elkaar gewaagd. Heinen, gelukkig lijdend aan een soort compulsief-obsessieve verzamelwoede, is, zegt hij, voorzien van een morbide radar en constant op zoek naar thrillseekers in de wielersport die te mooi zijn om dood te checken. Vooral als de geboorte- en sterfdatum dicht op elkaar zitten halen bijna vergeten renners zijn lijstjes. We vervelen ons geen seconde.

‘Uit Koers II’ (net geen 400 p.) is een mooi, vet boek geworden, met een klein lettertype. Helaas zonder register.