Deel I: ROEMER. ‘De nakomer’ begint in Groningen. De reden daarvoor lees ik in een interview van Frank van Dijl. ’t Hart kreeg de vraag waarom de plaats van handeling bij hem altijd Maasluis is. Vandaar nu eens Groningen en Drenthe. Volkskrantrecensent Arjan Peters sabelde destijds dit boek neer. ‘De nakomer’ dus, waarin Roemer (eigenlijk Simon) Minderhout wordt geboren als zoon van Neletta en Jacob. In 1918 wordt Jacob gemeentesecretaris in Anloo. In Anloo sterft Roemers vriend Coenraad nadat hij gif uit een bierflesje dronk. De rector van het gym uit Assen komt op huisbezoek nadat Roemer gezegd heeft dat God niet bestaat. Sieberig bewondert Roemer om zijn stoutmoedige vraag. In Gieten wordt Roemer belaagd door een groepje Drentse jongens dat hem ‘pak op pens’ wil geven. Apotheker oom Herbert lijkt het een goed plan als Roemer hem later zal opvolgen. Hij trakteert de Drenten op een ritje naar Stad en verkoopt de auto aan Jacob die er samen met Roemer mee naar concerten in Stad rijdt.Roemer raakt onder de indruk van de klassieke muziek. Hij gaat in Leiden wijsbegeerte en farmacie studeren. Hij wil zich verdiepen in het thema ‘jodenhaat’ maar wordt door zijn prof teruggefloten. Door verkeerd natronloog op te zuigen verliest R een deel van zijn tong.
DEEL II: DE NETTENBOETSTER. Het is 1939 in Maassluis waar Roemer net apotheker is geworden. Het wordt oorlog. De zoon van weduwe Vroombout wil, tegen betaling, vluchtelingen naar Engeland brengen. De boot wordt tot zinken gebracht maar de opvarenden overleven. Roemer bezoekt concerten in R’dam, samen met een Duitse militair. Een grote groep mannen uit het havenstadje sluit zich aan bij de geuzen. Later worden veel geëxecuteerd. Roemer wordt bezocht door een jonge vrouw, Hillegonda, die medicijnen moet hebben. In ruil speelt ze op de piano en zingt een Zweeds liedje. Later komt ze bij Roemer langs om chloroform te halen. Na een fosforbombardement gaat Roemer gewonden helpen. Hij is verliefd op Hillegonda. Zij brengt even later een nacht met hem door. Daarna probeert hij uit te vinden waar ze woont en belandt bij een gereformeerde vergadering over de kinderdoop. Roemer volgt de kerkstrijd op afstand. Op straat wordt hij hevig aangevallen door groepjes jongens.
DEEL III DE BESCHULDIGING Roemer is op leeftijd en wordt terminale thuiszorg aangeboden. Op straat wordt hij door motorrijders aangehouden: of 10.000 gulden betalen of ze maken bekend dat hij mensen in de oorlog heeft verraden. Later staat er een bericht in een regionaal krantje dat hij ooit een verzetsgroep zou hebben verraden wat leidde tot de executie van 8 man. Het artikel wordt uitgebreid herhaald in het Rotterdams Nieuwsblad, nu een paginagroot stuk en later op het Journaal. Roemer stort zijn hart uit bij Aäron bij wie hij schuilt. Er komen allerlei personen en situaties voorbij uit Roemers jeugd die duiden op verraad, terwijl de werkelijkheid anders is. Uiteindelijk lijkt het erop dat een dominee het verraad heeft gepleegd.


MAANDAG Lig je in het ziekenhuis dan worden kleinigheden belangrijk. Even WhatsAppen, een kaartje, een blommeke, een doosje brownies, een bezoekje, een kaarsje. Kortom wat aandacht. Ik heb een sterk geheugen als het op kaartjes aankomt. Op mijn twaalfde kreeg ik een kaart van de boer en boerin waar ik een groot deel van mijn vrije zaterdagen in mijn jeugd doorbracht. Op de kaart onnatuurlijk geel stro dat me als boerenknecht fascineerde. We waren een half jaar getrouwd toen wij een kaart kregen met een slome volgevreten dulle man, een supersexy vrouw en een pakkende leuke tekst. Afzender onbekend. Op mijn 66e een kaart met de gebroeders Klinkhamer van de Kameleon in één waarvan de afzender mij herkende. Sommige ansichtkaarten blijf ik me levenslang herinneren.
WOENSDAG Als wij gasten ontvangen kijk ik altijd even op straat of er ook vuilnis ligt. Vaak niet, maar zo ja, dan pak ik de prikstok en maak een rondje. Het schijnt dat er in Groningen 3.500 inwoners zijn die dat met regelmaat doen. Ooit in Marseille of Palermo geweest? Beide steden vergelijken met Groningen is kantje boord natuurlijk. De ruim drie keer grotere Siciliaanse stad hangt van frauduleuze maffiose door de katholieke kerk gedoogde praktijken aan elkaar, wat zich o.a. uit in de haperende vuilnisophaalmores. Marseille (vier keer groter dan Groningen) doet haar best het epitheton ‘bruut’ of ‘rauw’ eer aan te doen en heeft eeuwenlang vergeten zijn inwoners op te voeden. Maar dan (het veel kleinere) Groningen. De binnenstad van Groningen kent nauwelijks graffiti en is superschoon. Afgelopen week ontvingen wij van de buurtvereniging Het A-Kwartier het complete college van B & W. Na de lunch in dovencafé Luhu maakten we een wandeling door de wijk. De dag eraan voorafgaand zag ik iets meer bedrijvigheid van veegauto’s. Zaterdag is het koningsdag en op vrijdag wordt de straat en de stalen steiger naast de A even extra schoongemaakt. Ook Groningen doet het: krijg je gasten dan sloof je je wat extra uit.
DONDERDAG Lintjes en Koen Schuiling. VVD-burgemeester in het kneiterlinkse Groningen stampvoette schuimbekkend de longen uit zijn lijf toen hij constateerde dat de lintjescoördinatie in samenwerking met het middeleeuwse Kapittel voor civiele Orden, er weer niet in was geslaagd de old-boys-networks te doorbreken en inclusie was vergeten: slechts vier vrouwen en maar liefst 15 mannen. Één met een niet-Nederlandse achternaam. Schuiling, oud-leerling van de Jan Evert Scholtensschool en later de MAVO is een diplomastapelaar en weet als geen ander wat ervoor nodig is hogerop en in andere bubbels te komen.
Maar liefst 25 scherpe, interessante stukken over klassieke muziek, veelal componisten, waaronder één over de cantates van Bach. Sta daar eens even bij stil, Bach schreef één 
Waarom ik na afloop denk ‘mooiste concert ooit’ komt door het orkest, het projectkoor en de solisten. Natuurlijk. En wie weet heeft de dirigent ook wel een rol in het geheel. Maar er speelt meer. Ik bezoek het concert met L, want vrouw I ligt in het ziekenhuis. ‘Of Bach me kan troosten,’ vraag ik me af. Het zijn hectische dagen. Nooit zag ik vrouw I met zoveel pijn.
Ik verbaas me over de natuurtrompet van Rabinovitz twee meter voor ons. Als hij het vocht uit het instrument laat lopen lijkt het of hij eruit drinkt. En die weergaloze droeve fagot en de onverstoorbare Koolstra op orgel, ik hoor enkel tienen. De zilveren balletschoentjes van sopraan Cressida Sharp betoveren me, evenals haar met een fibula bij elkaar gehouden vuurrode jurk. Plaatje! En wat een stem. En dan Van Laar als hij de alten bijstaat, tenor Knight en bas Santini die craqueléscheurtjes in de nieuwe kalklaag op de muren veroorzaken. En natuurlijk Bronda die de kwaliteiten van Arne Slot en Joseph Oosting combineert en de topspelers hun gang laat gang, het werk gebeurt immers in de training. 

Een in drie delen verdeelde psychologische Whodunnit van een kleine 300 pagina’s die in W.O.II begint. Het hele, wat dradige, boek door wordt gezocht naar de moordenaar van agent Vroombout die op een massale evangelisatiedag wordt doodgeschoten. Centraal staat de familie van voddenkoopman Goudveyl met zoon Alexander. Het is de tijd van de Korea-oorlog, midden jaren vijftig en de familie heeft heimwee naar de vroegere kerk van herstelden, die ze voor de gereformeerde kerk hebben ingeruild. ‘t Hart bedient zich van woorden die halverwege de vorige eeuw heel gewoon waren: voddenjood, van de verkeerde kant, enz.
ZATERDAG Het CGTC (Centrum voor Groninger Taal en Cultuur) heeft een gevarieerde avond, zeg niet bonte, aangekondigd in het Der Aa Theater met muziek van Hister en Bert Hadders, poëzie, een praattafel over poëzieworkshops en de aankondiging van een onlinecursus Gronings. Bert Hadders steelt de show: heerlijk gitaarspel & rake teksten in verstaanbaar Gronings. Hister is, ook na de vierde keer, wat lastiger te verstaan en de aankondiging van de onlinecursus is als een voorlichtingsavond voor ouders in HAVO-3: slecht voorbereid met een haperende beamer.
ZONDAG Twan Huys dringt in Buitenhof ongegeneerd zijn privémening op aan Omtzigt en meekijkend Nederland en trekt, als de getergde Omtzigt met een gekwelde blik te kennen geeft daar niet van gediend te zijn, publiekelijk het boetekleed aan. De onbetwiste geslotenvragenkoning draagt eraan bij dat politieke partijen als PVV, BBB en NSC zich afkeren van de publieke omroep en ervoor pleiten de NPO uit te kleden en te reduceren.
DINSDAG Groningen wordt geteisterd door woning- en kamernood. Vooral jongeren zijn de dupe. Woningen worden onttrokken aan de huizenmarkt en lucratief aangeboden in de hotelkamerbusiness, singles en kinderloze (gepensioneerde) echtparen bewonen zonder scrupules kasten van huizen en winkeliers verdommen het massaal bovenverdiepingen woonklaar te maken door een trap in de winkel te installeren. Gisse Minerva-studenten toveren de glazen ondergrondseparkinguitgang om tot huisje. Ramen, compleet met een hiergeenfietsenplaatsen papier, deuren met Nee-Nee-sticker, planten in de vensterbank en meer.
WOENSDAG Minibieb ‘Achter Minerva’ puilt uit: nu de orthodoxen of fundamentalisten de kerken de rug toekeren als grutto’s het Friese platteland (bekijk de film ‘Vogels kun je niet melken’), worden de boeken massaal weggedaan.
VRIJDAG Na de deelscooter, -fiets, -auto is er nu de leen-, deel-, lease-, ruil-, of logeerhond. Keuze uit alle formaten, kleuren, rassen; teef of reu, lang- of kortharig, bruut of bangelijk, alles is mogelijk. Passend bij elk interieur. Op de foto: energiek, jeugdig, blij ei Bobby die van verstopte anaalklieren nog nooit heeft gehoord en het gedragsprobleem ‘flight or fight’ alleen maar kent van de folders in de dierenartswachtkamer. Met haar zwart-witte looks, hangoren en deemoedige, trouwe, bescheiden oogopslag doet ze het goed doet in kleurrijke interieurs met een afgeleefde bank.
Veelzijdige, gevarieerde, persoonlijke, soms felle, vaak vriendelijk uitwaaierende columnachtige korte stukken. De ondertitel luidt: Polemische paukenslagen In de eerste vier al komt tweemaal ’t Harts wens zich in vrouwenkleren te hullen naar voren. Daarnaast scherpe observaties over psychologische typologieën, gaapgedrag, grappenmakers die de pointe herhalen, misverstanden bij en door Jung en Freud en vrekken.
Het achterplat belooft een roman over een in radeloos verdriet eindigende liefdesgeschiedenis. Pianist/componist Alexander Goudveyl, 45, begeleidt vriendin Hester en ontmoet dierenaarts Sylvia Hoogervorst, 30, die een diepe indruk op hem maakt. Ze spreken een paar x af bij Alexander thuis; overdag en ’s avonds als A’s vrouw slaapt. Bijna alles is muziekgerelateerd: telefoonnummers, namen, rammelende dakpannen, kentekenplaten, enz. Hoewel de verhouding nog geen twee weken duurt wordt al over het einde gedacht en gesproken. Dat de vijftien jaar jongere Sylvia van popmuziek houdt verwijst naar een vroegtijdige afloop. Wat daar ook naar bewijst is een omgewaaide joekel van een populier, die Alexander maar niet van de oprit verwijderd krijgt.
‘En, hoe vind je ‘m?’ vraag ik enthousiast de mij onbekende vrouw die naast me voor het stoplicht staat te wachten. Ze doet d’r oortje uit, en ik herhaal m’n vraag. ‘Cool ding man, nieuw nog, antwoordt ze lachend, mijn jongensgeluksgevoel herkennend?’ Groen. Ik probeer een opgevoerde bezorgscoorter voor te blijven. Makkie. Mijn benen zijn na een weekje wandelen en trappen klimmen in Marseille in topvorm. Fietsen geeft me vaak een goed gevoel en vandaag is dat extra.

Een groot deel van de zestien, zeer informatieve verhalen, eigenlijk artikelen, in deze bundel verschenen in NRC en/of waren de teksten van lezingen. Kritische stukken, je hoort de meester al lekker uithalen. ’t Hart fulmineert tegen al te strenge regeldwang van neerlandici die op de universiteit onnodige en onmogelijke wetmatigheden voor romans uitbroeden terwijl de enige geldige regel die is dat er geen regels voor romankunst zijn. Strak veegt ’t Hart de vloer aan met de elitaire laag die neerkijkt op volkskunst. Behalve in de orgelmuziek en de schilderkunst heeft Nederland internationaal nooit iets voorgesteld. Een prachtverhaal over het verschil literatuur <-> wetenschap en verifieerbaarheid en plagiaat. Dat de neerlandistiek oprukt in de literatuur is te merken aan het aantal afgestudeerden bij uitgevers en in de literaire kritiek. Gelaagdheid, complexiteit en polyinterpretabiliteit zal toenemen. Hoe lang zal het duren voordat auteurs afgestudeerd moeten zijn?