‘De eilanden van goed en kwaad’ is een heerlijk veelomvattend goed geschreven boek over… eilanden. De auteur, historicus en deeltijdeilander, is gefascineerd door eilanden en schrijft er (met een projectsubsidie, reisbeurs en ontwikkelbeurs), een bijzonder boek over met een uitgebreide bibliografie en een goed werkend register. Hij heeft -praise the lord – niet het doel alle eilanden te beschrijven. Van de door mij bezochte: Ameland, Borkum, Engeland, de Fokken, Funen, Île de la Cité, Japan, Kreta, Liberty Island, Rottumeroog, Rügen, Schiermonnikoog, Sicilië, Tenerife, Terschelling, Texel, Tinos en Vlieland staan maar enkele in het register. Dat betekent dat hij niet de gebaande paden betreedt, want zeg nou zelf, wat is Vlieland nou helemaal als je het ook over Okunoshima kan hebben of het verleidelijke Pukapuka? Niet voor niets is de ondertitel van het boek ‘een ontdekkingsreis’.
Het prachtig vormgegeven en fraai geïllustreerde boek wisselt interessante (historisch onderbouwde) eilandgeschiedenissen, vooral die over eilanden als primitieve gevangenissen maken indruk, en beschrijvingen vanuit allerlei points of view, af met een eilandencompendium, Isolaria (1 t/m 13) geheten en gedrukt in lichtrose, met een stroom aan informatie.
De eilandhoofdstukken gaan over befaamde en minder bekende eilanden: Atlantis, Lesbos, Formosa, Floreana, Spike Island, Clare Island en meer. In het eilandcompendium worden op kleinere schaal eilanden beschreven.
Een voorbeeld. Clare Island is een eiland aan de westkust van Ierland, met nog ongeveer 50 bewoners en duizenden schapen. De Kluyver beschrijft een naar en wreed historisch fenomeen: shunning: doodzwijgen als straf. Een ander onderzoek beschrijft de relatie van de primitieve Ierse eilandbewoners met Afrikaanse aapmensen, en via hen met de mensapen. De mannen zijn klein en de vrouwen niet bepaald mooi.
Van goed en kwaad, voorspelt de titel. Vooral het kwade aspect intrigeert. Nare experimenten, productie van chemische en/of biologische wapens, akelige dierproeven, schimmige grond aan- en verkopen, geïsoleerde gevangenissen, illegale transacties en meer overrulen het idee van brave vakantieresorts. Megalomanie, idiote acties (100 miljoen aan papiergeld opfikken) en meer, dat gebeurt allemaal op de broertjes van Schier.
De Kluyver eindigt met een weergave van zijn deelname aan een poolexpeditie in 2022, een soort kopie van 1878, maar dan net iets anders. De auteur gaat in zijn detaillering zo ver dat hij precies de outfit van de deelnemers omschrijft tot en met de driekleur (rood bovenaan hahaha, we mochten eens denken dat de gecorrumpeerde visindustrie subsidieert) en de emblemen.
(En, mwaah, dat ook uitgeverij Unieboek bezuinigt op de correctieafdeling blijkt uit een typo per 35 pagina’s (dat zal in werkelijkheid misschien het dubbele zijn, ik mis ook wel eens wat). Soit. Het doet maar weinig af aan deze fijne ontdekkingsreis).


ZONDAG, belastingmoraal I. Maart 1969. Dokter Sjouke Bakker uit het Friese Kollum zet zich in voor Biafra. De Kollumer Courant schrijft en hervo/grefo predikanten preken over hem. Wij hebben een grote tuin die bomvol staat met eigenwijze narcissen (de enkelvoudige fijnbloemige Tazetta Narcissus). Met mijn jongste zus opper ik het plan narcissen te verkopen voor dokter Bakker. We krijgen – gek genoeg – toestemming (want tuinbloemen afknippen is geen gewoonte). Tien stuks in een plastic boterhamzakje. Ik herinner me dat we 88 zakjes huis aan huis verkopen. Op het moment dat wij de poet gaan aanbieden aan het Sjouke-Bakker-comité zegt heit dat hij het bedrag met 37 gulden naar boven afrondt. Dat is het goede nieuws. Het slechte: i.p.v. met een zak guldens (die we met de dag hebben zien voller worden) bieden we een kale giroafschrijving aan. ’s Avonds aan tafel krijgen we les één van fiscale giftenaftrek.
DONDERDAG, kunstacademie. Minerva en Instituut Frank-Mohr exposeren op 13 locaties in Stad de eindexamenwerkstukken van hun studenten. De tijd dat kunstacademies uitsluitend opleidden voor banen in het onderwijs is passé. Wel staat het beroep kunstenaar in de hoogste regionen van de rankings van bullshitbaanoverzichten. Aan Reitemakersrijge staat een schaftkeet met een op duurzaamheid gericht afstudeerproject van
ZATERDAG Een kleine groep (internationale) demonstranten en studenten loopt door Stad. Ik herken 
Een thriller, een soort vervolg van ‘De kroongetuige’. Op voorwaarde dat Leonie Kuyper voor de poezen zal zorgen erft zij alles van haar vriendin Roos de Berczy. Notaris Graafland praat haar bij en adviseert haar in de voetsporen van Roos te treden. Dat doet Leonie, ze gebruikt Roos’ make-up en haar kunstnagels. Leonie wordt door Freek gebeld die vertelt dat Roos en hij in een clubje zaten. Pleun Mastenbroek blijkt Roos op het strand gefilmd te hebben. De videobanden worden door Leonie en Pleun bekeken; ze zien een mysterieuze schaduw.
ZONDAG Lale Gül treedt op voor volle zaal in Forum. Niet eerder betaalde ik € 10- om een interview bij te wonen. Dit is waarschijnlijk ook de laatste keer. Als je het (dag)boek hebt gelezen, hoor je hier enkel oud nieuws. Interviewster Lotte Lentes heeft zich goed voorbereid maar blijft in de bewondermodus hangen. Ze is niet kritisch op Gül, vooral daar waar ze constateert dat Gül zonder serieuze prijzen blijft. Gül wijt het aan vooringenomenheid van jury’s. Iedere geoefende lezer, waaronder toch ook zeker Lentes, ziet dat Gül het moet hebben van publieksprijzen. Voor literaire prijzen is Güls stijl niet goed genoeg: het is overduidelijk (te)snel geschreven is: er zijn veel herhalingen en het lijkt alsof Prometheus heeft bezuinigd op redactionele assistentie. Er zijn nogal wat taalkundige missers, zoals een Prometheus-bureauredacteur het noemt: harde fouten. Gül wijst naar veelschrijver Brusselmans die voor geen van zijn 100 romans een literaire prijs kreeg. ‘Beste Lale, dat komt niet omdat veel- en snelschrijver Brusselmans over de recensenten onwelgevallige onderwerpen schrijft, maar omdat hij kwaliteit mist.’
WOENSDAG Kunstacademie Minerva meent het roken tegen te kunnen gaan door in slappe fletse blauwe kleur de boterzachte aankondiging ‘rookvrije generatie’ aan de muur te spijkeren. Dat zet geen zoden aan de dijk. Een deel van het personeel en een handvol studenten zijn of analfabeet of hardleers of beide. Ze lappen de goedbedoelde raadgeving aan hun laars (hoewel, zie ik de laatste tijd een kentering ten goede?). Nee, dan de felrode verbodsborden van de universiteit.
DONDERDAG Er zijn in Groningen 125 adressen waar gestemd kan worden. Sommige met 2 of 3 stembureaus. De gemeentelijke organisatie grenst aan perfectie. Ik werk mee in Maartenshof waar twee bureaus zijn, elk met zeven medewerkers. Ben van 06.45 – 22.00 uur in touw. Twee pauzes. Het is erg leuk werk en heel gezellig. Ik houd van een gebbetje en de hele dag messcherp blijven is dan lastig. Eén keer vergis ik me. Ik word gered door twee junioren, beiden student. In ruil haal ik koffie en thee. Als vergoeding vangen we ruim € 10,- per uur.
Hèhè, daar is hij dan, het Bachboek waarvan je voelde dat die er aan zat te komen. In bijna elk boek van ’t Hart valt de naam (herhaaldelijk) en al lezend wacht je op een overzichtsboek. ’t Hart slaagt erin een goed boek over de veel beschreven componist te schrijven, vaak vanuit een interessante invalshoek.
ZONDAG Ik noem mezelf een natuurfietser, maar anders dan mijn voorbeeld Monegask Mollema houd ik wel van belasting betalen. Voor mij geen hartslagmeter, supplementen, gelletjes of spierversterkende poedertjes in bidons. Luisteren naar je lijf, veel slapen, veel lezen, wat schrijven, dagelijks een bordje oesters, halve liters Leffe Blond ruilen voor of aanvullen met bietensap, veel bewegen en niet te hoog van de toren blazen. Deze maand fiets ik ruim 1.000 kms, verdeeld in wat langere stukjes en de standaard 40-km-routes.
MAANDAG Alida wordt opgetild, neergevlijd en afgevoerd. In de buurt heet het skûtsje Tante Alida, kortweg tante Alie. Met liefde en deskundigheid wordt ze door twee kranen opgehesen, even neergelegd op de museumoprit en dan door één kraan op een verlengde dieplader gelegd en getransporteerd naar Wehe den Hoorn. Het voormalige scheepvaartmuseum wil nieuwe wegen inslaan en gaat samenwerken. Bingoënde drag queens moeten bezoekersaantallen die dalen als grondwaterstanden in door waterschappen beheerde landerijen opkrikken.
WOENSDAG Ik vraag deskundigen hoeveel je moet trainen voor een monsterfietstocht. ‘Per week opbouwen, de hele monstertocht praktizeren is niet nodig,’ hoor ik geruststellend.
VRIJDAG Ons autodeelproject CCP (Clio Coöperatie Pompplein) is een groot succes. Met zijn drieën delen we Clio en gezien de gereden kilometers zou er een vierde en vijfde deelnemer toe kunnen treden. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan het verdelen van de beschikbare, krappe, ruimte op wegen en parkeerterreinen in Stad. Zoals Groningens wethouder Rik van Niejenhuis graag in interviews debiteert: het kleine persoonlijke belang inruilen voor het grotere publieksbelang. Er lang over filosoferen primo maar ook hier is handelen beter dan oeverloze salontafelgesprekken.
Een tweede Maarten ’t Hart in de Privé-Domeinreeks. Een bijzonder afwisselende, dagboekachtige persoonlijke kroniek over 1999.
Lale Gül slaagt erin een boek van 366 pagina’s te schrijven dat ik in één ruk uitlees. Heerlijk. Het boek legt pijnlijk bloot hoe zij de de nare rol van de talibaneske islam ervaart: vrouwen worden onderdrukt en intolerantie gepredikt. Of het nu Russische orthodoxen, de Joodse ultra’s of de islamitische zwartekousen in de vorm van religieuze lichaamsbedekten zijn, we zien overal om ons heen wat de extreme uitwassen in de wereld van religies aanrichten: oorlogen en strijd, kommer, kwel en ultieme onverdraagzaamheid jegens vrouwen en de LHBTQI-gemeenschap en virulente haat gericht op de critici.
Dagboek of roman. ‘Ik ben vrij’ leest als een dagboek, misschien moet je het een geromantiseerd, psychologisch ideeëndagboek noemen. Zeer opvallend is de ene illustratie in het boek die zou bewijzen dat (homo)erotiek, compleet met anale penetraties, in oude islamgemeenschappen net zoveel voorkwam als de afkeer Mohammeds hoofd af te beelden.
MAANDAG. Met fietsmaat M spreek ik fantaserend over Maastricht – Groningen in één dag. Kortste route is 323 kms. Dat wordt 12 uren fietsen. Dan nog zes pauzes van 20 à 30 mits. Dagje werken zal het wel worden. Voor fietsmaat M is de grootste opgave zich aan mijn tempo aan te passen. Hij stelt een alternatieve route voor: vrijdag: Groningen – Amsterdam – Rotterdam – Vlissingen, zaterdag: Vlissingen – Antwerpen – Maastricht; zondag freewheelend met mij: Maastricht – Nijmegen – Zwolle – Groningen. Totaal 886 kms. Beiden blij.
Essen ligt nog in de onuitgepakte kratten, pakt u het zelf maar even. En nee, Lale Gül ligt nog niet klaar, is zelfs nog niet binnen. En dat terwijl mij op dinsdag was verzekerd dat het boek er zou zijn. Zonder een excuusje te mompelen gaat mevrouw in discussie en draait me op een bepaald moment zelfs de rug toe. Ineens denk ik aan het woord ‘angstcultuur’ waaraan de bedrijfsvoering in deze winkel zou lijden. Uitsluitend jonge, bedeesde, non-assertieve vrouwen die een lastige klant met slechts stilte tegemoet treden i.p.v. hem met een kopje koffie en een gesprek met de bedrijfsleider inpakken. Brrrr. In Maartenshof bel ik met de boekenzaak in Zuidlaren. ‘Ja hoor,’ ligt klaar, is gisteren binnengekomen.’
in Emmen. Van Ter Apel tot Groningen één rechte streeop. Voor twaalf terug.
De vlieger is niet ’t Harts beste zullen we maar zeggen. Te veel herhaalde, uitgesponnen, voorspelbare dialogen en een dunne plot. Er lopen enkele verhaallijnen door elkaar: